Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBOVE 130320 2 timmermannen zakken door een gipsen plafond

RBOVE 130320 2 timmermannen zakken door een gipsen plafond; wg'er wordt, in deelgeschil, toegelaten tot (getuigen)bewijs tzv instructies

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2020/RBOVE-130320

4. De beoordeling

4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat artikel 7:658 lid 4 BW van toepassing is en [ verweerster] als materiële werkgever van [ verzoeker] dient te worden aangemerkt. Het geschil spitst zich toe op de vraag of [ verweerster] aan haar zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 lid I BW heeft voldaan.

4.2.
Ingevolge artikel 7:658 lid 2 BW is een werkgever jegens een werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 van dit artikel opgenomen zorgplicht is nagekomen. In artikel 7:658 lid 1 BW is bepaald dat de werkgever verplicht is de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.

4.3.
Artikel 7:658 BW beoogt volgens vaste rechtspraak geen absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van arbeidsongevallen (HR 12 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3129). Welke (veiligheids)maatregelen van de werkgever mogen worden verlangd, hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij als uitgangspunt geldt dat de werkgever rekening moet houden met het ervaringsfeit dat werknemers niet altijd de noodzakelijke voorzichtigheid zullen betrachten (HR 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7355).

4.4.
Niet in geschil is dat er ten aanzien van de sparing waarin een gipsplaat was aangebracht, sprake was van een bijzondere situatie, die afwijkend was ten opzichte van de andere sparingen die [ verzoeker ] en A moesten dichten. Zoals de Inspectie SZW heeft vastgesteld en [ verweerster] tijdens de mondelinge behandeling van dit deelgeschil ook heeft erkend, was de gipsplaat geen veilige werkvloer. Bij het uitvoeren van werkzaamheden op deze plaat was valgevaar aanwezig en dat gevaar heeft zich verwezenlijkt toen [ verzoeker] en A zich samen op de gipsplaat hebben begeven.

4.5.
[ verweerster] stelt aan haar zorgplicht te hebben voldaan, doordat zij vlak voor het ongeval deugdelijke, op het vorenbedoelde valgevaar toegesneden, instructies heeft gegeven.
Tijdens een onderhoud waarbij C , [ verzoeker] , A en B aanwezig waren, zou C [ verzoeker] , A en B hebben verteld dat de gipsplaat niet beloopbaar was en dat de sparing dichtgemaakt moest worden door vanaf een rolsteiger vanaf de onderliggende verdieping een L-profiel in de sparing aan te brengen. Van deze instructie zou zijn afgeweken, aldus [ verweerster] .

4.6.
Ter onderbouwing van haar stelling verwijst [verweerster ] naar de interne melding die C op 16 januari 2017, vier dagen na het ongeval, heeft gemaakt. Deze luidt, voor zover hier van belang:
"( ... )
globale situatieschets:
Op een niet beloopbaar deel van de schacht gaan werken en hier doorheen gezakt. De schacht was afgezet met leuningen. Deze is hij voorbij gegaan. De ploeg was gewaarschuwd dat het aanwezige gips niet draagkrachtig was.

( ... )
voorafgaande werkzaamheden

Werkvloer aanbrengen in schacht. De werkwijze is: van onderuit, op een rolsteiger.

( ... )
hoofdoorzaak
Zich op een zeer gevaarlijke locatie begeven, in strijd met de mondelinge instructie.

Overtreding arbeidsinspectie geïnformeerd
Nee"

4.7.
Voorts verwijst [ verweerster] naar de verklaring die C heeft afgelegd op 13 april 2017 in het kader van het toedrachtonderzoek door BosBoon. Deze verklaring is niet als bijlage bij het rapport van BosBoon gevoegd, maar door [ verweerster] overgelegd als productie 4 en luidt, voor zover hier van belang:
"( ... ) [ verzoeker] kreeg van mij de opdracht om deze sparingen te dichten, samen met leerlingtimmerman de heer B. Voorafgaand aan de werkzaamheden heb ik hen instructies gegeven. Ik heb hen uitgelegd dat de sparingen dichtgemaakt moesten worden door er houten balken in aan te brengen waarop een houten plaat gelegd moest worden. Ik heb hen uitgelegd dat de werkzaamheden met behulp van een rolsteiger uitgevoerd moesten worden, vanaf de onderliggende verdieping. Deze rolsteiger moet op de verdiepingsvloer worden gezet en met behulp van deze steiger konden de medewerkers veilig aan de slag.

Het ging in totaal om 22 schachten. De instructies heb ik ongeveer drie weken voor het ongeval-gegeven en sindsdien waren de drie medewerkers bezig met het dichten van deze sparingen. Zij waren bijna klaar met de opdracht. Tijdens het dichtmaken van een van de laatste sparingen ging het mis. De situatie bij deze sparing was afwijkend van de andere sparingen.

De situatie was afwijkend omdat een klein deel van de schacht al voorzien was van een vloer, deze was gemaakt van gipsplaat en stalen c-profielen. Dit gips is enkele weken daarvoor aangebracht. Omdat deze gipsplaat niet beloopbaar was is de situatie afgezet door middel van houten leuningen op de verdiepingsvloer en daarnaast nog met rood-wit gestreept lint.

Vanwege deze afwijkingen heb ik, ik meen twee dagen voor het ongeval, de heren mondeling nadere instructies gegeven, Ik heb hen erop gewezen dat het gipsen deel niet beloopbaar was. Onder de gipsplaat was een kast gemaakt. Ik heb de drie heren uitgelegd dat ze vanaf de begane grond met behulp van een rolsteiger het gat in het plafond dienden dicht te maken. Dit was de gebruikelijke werkwijze die ze bij alle eerdere sparingen al hadden toegepast. Vanwege de aanwezigheid van de gipsen muur/kast, konden ze slechts bij 1 zijde van de sparing komen. Ze hadden erbij gekund door om de kast heen te gaan en dan de houten balken vast te schroeven. Dit was de meest veilige oplossing geweest.

De heren hebben er echter voor gekozen om dat niet te doen, maar hebben besloten van bovenaf te gaan werken. [ verzoeker] en de heer A zijn daarbij over de houten afzetting geklommen. Omdat zij wisten dat gipsplaat hen niet kon dragen hebben zij een houten plaat over de gipsplaat gelegd en zijn daar beide op gaan staan. Toen beide heren aan dezelfde kant van de plaat zijn gaan staan kon deze plaat het gewicht niet dragen en vielen zowel de heer A als [ verzoeker] met plaat en al naar beneden. ( ... )

Ik vind de gekozen werkwijze onbegrijpelijk. De werkwijze wijkt af van de instructies die ik heb gegeven. De twee heren zijn bewust over een houten afzetting geklommen. Zij wisten als geen ander zij niet op de gipsplaat konden lopen.

Er was een mogelijkheid om de werkzaamheden van bovenaf uit te voeren. Omdat dit een minder veilige methode was heb ik ze hierover niet geïnstrueerd Van bovenaf konden ze er wellicht wat eenvoudiger bij. Het plafond had dan echter met behulp van stempels stevig gemaakt moeten worden. Dat is niet gebeurd Dit is wel door hen onderzocht, maar niet nodig gevonden. Dit geeft aan dat het duidelijk was dal de gips niet beloopbaar was. ( ... ) "

4.8.
Ook verwijst [ verweerster] naar de verklaring van A , die als bijlage 4 bij het rapport van BosBoon is gevoegd. Uit het toedrachtsonderzoek door BosBoon en de afgelegde verklaringen blijkt volgens haar dat [ verzoeker] duidelijke instructies had gekregen over de wijze waarop hij zijn werkzaamheden diende uit te voeren. [ verweerster] wijst ook nog op de beschikking van de Inspectie SZW van 17 september 2019, waarbij is besloten om aan [ verweerster] geen boete op te leggen, omdat zij er alles aan zou hebben gedaan om het ongeval te voorkomen en een goede invulling zou hebben gegeven aan haar zorgplicht.

4.9.
[ verzoeker] betwist de stellingen van [ verweerster] . Volgens [ verzoeker] heeft [ verweerster] hem niet geïnstrueerd om het gipsen plafond niet te betreden. Meerdere medewerkers zouden zich op het gipsen plafond hebben begeven, zonder dat er werd ingegrepen. [ verzoeker] verwijst naar de verklaring die hij ten overstaan van de Inspectie SZW heeft afgelegd. Hieruit volgt dat C hem zou hebben verteld dat het gipsen plafond beloopbaar was. [ verzoeker] verwijst voorts naar de verklaringen die A en B tegenover zijn gemachtigde zouden hebben afgelegd. Volgens [ verzoeker] is het opvallend dat C verklaart dat hij zou hebben gewezen op het gevaar van het betreden van het gipsen plafond, terwijl uit de verklaringen van [ verzoeker] , A en B blijkt dat dit niet het geval is. [ verzoeker] wijst er ook op dat C in 2018 anders heeft verklaard tegenover de Inspectie SZW dan hij in 2017 deed in het kader van het onderzoek door BosBoon.
C verklaarde immers in 2017 tegenover BosBoon: "Er was een mogelijkheid om de werkzaamheden van bovenaf uit te voeren. Omdat dit een minderveilige methode was heb ik ze hierover niet geïnstrueerd." en in 2018 tegenover de Inspectie SZW: "En we hadden de dag van te voren besproken om eventueel van bovenaf te boren of stempels met baddingen onder het plafond te zetten. " [ verzoeker] voert voorts aan dat de werkwijze zoals [ verweerster] die stelt te hebben voorgeschreven, geen uitvoerbare werkwijze was bij deze afwijkende sparing. Voor een rolsteiger was onvoldoende ruimte en het gipsen plafond was te groot om overheen te kunnen reiken, aldus [ verzoeker] .

4.10.
Het antwoord op de vraag of [ verweerster] al dan niet heeft voldaan aan haar zorgplicht, hangt af van de inhoud van de instructies die zij heeft gegeven met betrekking tot (het dichten van) de sparing waarin de gipsplaat was aangebracht. De bewijslast en het bewijsrisico ten aanzien hiervan liggen bij [ verweerster] .

4.11.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [ verzoeker] de stelling van [ verweerster] , dat zij [ verzoeker] heeft geïnstrueerd om bet gipsen plafond niet te betreden en om vanaf een rolsteiger vanaf de onderliggende verdieping de betreffende sparing te dichten door een L-profiel aan te brengen, voldoende gemotiveerd betwist. [ verweerster] zal haar stelling dan ook dienen te bewijzen.

4.12.
Blijkens de parlementaire geschiedenis dient de deelgeschilrechter af te wegen of de investering in tijd, geld en moeite opweegt tegen het belang van de vordering en de bijdrage die de beslissing aan het tot stand komen van een minnelijke regeling kan leveren. In beginsel leent deze procedure zich dan ook niet voor bewijslevering, omdat dit onherroepelijk een extra investering in tijd, moeite en geld met zich brengt. In het onderhavige geval ziet de bewijsopdracht echter slechts op één vraag. Dit betreft dan ook een overzichtelijke, en dus geen uitvoerige en evenmin complexe, bewijskwestie. Naar het oordeel van de kantonrechter staat een bewijsopdracht in dit geval dan ook niet in de weg aan de ratio van de deelgeschilprocedure. [ verweerster] zal derhalve op de navolgende wijze worden toegelaten tot bewijslevering.

4.13.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

5.1.
laat [ verweerster] toe te bewijzen dat zij [ verzoeker] heeft geïnstrueerd om het gipsen plafond niet te betreden en om vanaf een rolsteiger vanaf de onderliggende verdieping de sparing met het gipsen plafond te dichten door een L-profiel aan te brengen,

5.2.
bepaalt dat [ verweerster] uiterlijk op 27 maart 2020 schriftelijk dient aan te geven of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.3.
bepaalt dat [ verweerster] , indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4.
bepaalt dat [ verweerster] , indien zij getuigen wil laten horen, de namen van de te horen getuigen moet opgeven

(etc. red LSA LM)

Met dank aan mevrouw mr. L. Douwes, Slot Letselschade voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2020/RBOVE-130320

De LSA op Vimeo

Deze website maakt gebruik van cookies