Artikelen

Rb Oost-Nederland 290313 aansprakelijkheid voor bobbels/verhardingen na vrijwillige cosmetische ingreep aan wenkbrauwen

Hoofdcategorie: Aansprakelijkheid voor operatiefouten
Categorie: Cosmetische of plastische chirurgie

Rb Oost-Nederland 290313 aansprakelijkheid voor bobbels/verhardingen na vrijwillige cosmetische ingreep aan wenkbrauwen;
- inmiddels acceptabel cosmetisch resultaat, gelet op in vier jaar tijd ondergane behandelingen is smartengeld € 750,00 redelijk

3 De beoordeling
3.1
[eisende partij] heeft de door haar gestelde problemen met haar wenkbrauwen onderbouwd met verklaringen van P. Musarella (arts) van 1 december 2011, van B. Gundogdu (arts-assistent plastische chirurgie)/D.G. van de Broecke (plastisch chirurg bij het Diaconessenhuis te Leiden) van 27 januari 2012 en van drs. T. van Eijk (cosmetisch arts bij de Rembrandt Kliniek) van 17 januari 2013. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde partij] de bobbeltjes/verhardingen in de wenkbrauwen van [eisende partij] niet betwist. [gedaagde partij] voert echter aan dat zij geen behandeling heeft uitgevoerd bij [eisende partij] en betwist daarmee het bestaan van een overeenkomst van opdracht.

3.2
Tijdens de comparitie van partijen heeft [eisende partij] uitgebreid verklaard over de periode waarin de behandeling door [gedaagde partij] plaatsvond (november 2008, vlak voor Sinterklaas), de plaats van behandeling (in de praktijkruimte in de woning van [gedaagde partij] te [woonplaats]), de wijze van (contante) betaling (na te hebben gepind op het Vijf mei plein te [woonplaats]) en de complicaties die na de behandeling zijn opgetreden (zwellingen, bobbels/verhardingen). Verder heeft [eisende partij] gewezen op het e-mailcontact dat zij van 25 april 2012 tot en met 23 mei 2012 met [gedaagde partij] heeft gehad.

3.3
Gezien de gedetailleerde toelichting van [eisende partij] ten aanzien van de behandeling, alsmede gelet op de inhoud van de overgelegde e-mailberichten tussen haar en [gedaagde partij] is de enkele ontkenning van [gedaagde partij] dat zij de behandeling niet heeft uitgevoerd, onvoldoende. Uit de overgelegde e-mailberichten blijkt namelijk dat [gedaagde partij] op de herhaalde vragen van [eisende partij] wanneer de behandeling precies heeft plaatsgevonden en welke gel er destijds is gebruikt, niet ontkent dat zij de wenkbrauwen van [eisende partij] heeft behandeld. In haar e-mailbericht van 22 mei 2012 van 13.56.32 uur bevestigt [gedaagde partij] zelfs dat [eisende partij] ‘dure gel heeft gedaan’.

3.4
De kantonrechter gaat er in het navolgende dan ook van uit dat [gedaagde partij] in november 2008 in opdracht van [eisende partij] de wenkbrauwen van [eisende partij] heeft ingespoten met een gel/filler en dat als gevolg hiervan bobbels/verhardingen zijn ontstaan.

3.5
Nu de behandeling door [gedaagde partij] en de klachten van [eisende partij] vast staan, stelt de kantonrechter vast dat [gedaagde partij] niet heeft gehandeld zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot zou doen en dat [gedaagde partij] dus ondeugdelijk heeft gepresteerd. [gedaagde partij] heeft bij haar werkzaamheden niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen (artikel 7:401 BW). Zij is te kort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Nu niet gesteld of gebleken is dat de gevolgen van de behandeling van de wenkbrauwen [gedaagde partij] niet kunnen worden toegerekend, is sprake van wanprestatie.

3.6
Om aanspraak te kunnen maken op schadevergoeding dient naast de wanprestatie tevens sprake te zijn van verzuim. Ook hieraan is naar het oordeel van de kantonrechter voldaan. De wijze waarop [gedaagde partij] [eisende partij] heeft behandeld en/of het door haar gebruikte middel hebben tot gevolg gehad dat in het gelaat van [eisende partij] rondom de wenkbrauwen bobbels/verhardingen zijn ontstaan. Had [gedaagde partij] haar werkzaamheden wel naar behoren uitgevoerd dan wel had [gedaagde partij] een deugdelijk middel toegepast dan waren deze problemen niet opgetreden. De tekortkoming van [gedaagde partij] is daardoor niet voor herstel vatbaar en correcte nakoming is blijvend onmogelijk (artikel 6:74 BW en artikel 6:81 BW). Daarbij overweegt de kantonrechter dat - gezien de door [eisende partij] overgelegde verklaringen van B. Gundogdu van 27 januari 2012 dat de verhardingen alleen door middel van excisie kunnen worden verwijderd en de verklaring van T. van Eijk van 17 januari 2013 dat het inspuiten van de bulten met een oplosmiddel onvoldoende resultaat gaf zodat de gel/filler daarna mechanisch is ontlast door evacuatie onder plaatselijke verdoving - [gedaagde partij] met de enkele verwijzing naar een website onvoldoende heeft onderbouwd dat de bobbels/verhardingen zonder operatie zijn te behandelen. Daarbij betrekt de kantonrechter nog dat [gedaagde partij] ondanks herhaalde verzoeken daartoe weigerachtig bleef aan te geven welke gel/filler destijds is gebruikt, hetgeen kennelijk wel relevante informatie is voor de behandeling van de complicaties.

3.7
Het voorgaande betekent dat [gedaagde partij] aansprakelijk is voor de door [eisende partij] geleden schade bestaande uit € 50,00 (behandelingskosten) en € 60,24 (medische rapportage). Deze gevorderde en niet betwiste bedragen worden dan ook toegewezen.

3.8
Het gevorderde bedrag van € 300,00 aan behandelingskosten van [gedaagde partij] wordt afgewezen nu dit geen schade betreft als gevolg van het ondeugdelijk presteren van [gedaagde partij]. Het gevorderde bedrag van € 200,00 aan reis- en belkosten wordt eveneens afgewezen omdat dit bedrag onvoldoende is onderbouwd.

3.9
Uit de verklaring van T. van Eijk van 17 januari 2013 blijkt dat thans na vijf behandelingen een cosmetisch acceptabel resultaat is bereikt. Onduidelijk is welk bedrag met deze vijf behandelingen gemoeid is maar het kan wel als schade aangemerkt worden. Met het oog daarop zal de verklaring voor recht dan ook deels worden toegewezen zoals hierna bepaald.

3.10
De aard en ernst van de niet betwiste complicaties rechtvaardigt verder een immateriële schadevergoeding, echter niet het door [eisende partij] gevorderde. [eisende partij] heeft vrijwillig gekozen voor een cosmetische ingreep aan haar wenkbrauwen en thans is sprake van een cosmetisch acceptabel resultaat. De vergelijking van [eisende partij] met de gevallen die in de Smartengeldgids beschreven staan, gaat niet op nu in vrijwel alle gevallen sprake was van blijvend zichtbare ontsiering(en) en/of littekens in het gelaat. [eisende partij] heeft inmiddels een acceptabel cosmetisch resultaat met haar wenkbrauwen bereikt. Nu het wel vier jaar heeft geduurd voor een acceptabel cosmetisch resultaat in het gelaat was bereikt en gelet op de door [eisende partij] ondergane behandelingen, acht de kantonrechter een bedrag van € 750,00 redelijk en billijk.

3.11
[eisende partij] heeft met de enkele overlegging van de urenspecificatie onvoldoende onderbouwd dat zij meer of andere kosten heeft gemaakt dan die waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten (artikel 241 Rv). 
Het gevorderde bedrag van € 2.031,30 als vergoeding van de door haar gemaakte advocaatkomsten op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW, wordt dan ook afgewezen behoudens hetgeen hieronder als salaris voor de gemachtigde wordt toegewezen. ECLI:NL:RBONE:2013:2835

Deze website maakt gebruik van cookies