Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb R.'dam 080807 art. 15 WAM; verhaal verzekeraar op aansprakelijke persoon;

Rb R.'dam 080807 art. 15 WAM; verhaal verzekeraar op aansprakelijke persoon; goede trouw; gedaagde eigenaar?
5.1
Een verzekeraar die de schade van een benadeelde heeft vergoed hoewel de verzekeringsovereenkomst geen dekking gaf, heeft op grond van artikel 15 lid 1 WAM verhaal op de aansprakelijke persoon. Dit geldt niet ten aanzien van de aansprakelijke persoon die niet is de verzekeringsnemer, tenzij deze niet te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt.
Partijen houdt verdeeld de vraag (1) of de verzekeringsovereenkomst tussen VCN en [betrokkene 1] reeds was geëindigd, (2) of [gedaagde] kan worden aangemerkt als ‘de aansprakelijke persoon’ als genoemd in artikel 15 lid 1 WAM en (3) of [gedaagde] er te goeder trouw vanuit mocht gaan dat de auto verzekerd was. De rechtbank zal deze punten achtereenvolgens bespreken.

5.2 geen dekking onder WAM-verzekering?
VCN stelt de onderhavige schade op grond van artikel 13 lid 4 WAM als laatst aangemelde WAM-verzekeraar in het kader van het narisico aan de benadeelden te hebben vergoed. [gedaagde] betwist dit en voert aan dat [betrokkene 1] ten tijde van de aanrijding nog als WAM-verzekerde diende te worden aangemerkt, omdat [gedaagde] nog geen eigenaar of bezitter van de auto was en de verzekeringsovereenkomst tussen VCN en [betrokkene 1] derhalve nog niet was geëindigd.
Op grond van artikel 2 WAM is de bezitter en de kentekenhouder van een motorrijtuig verplicht voor het motorrijtuig een verzekering te sluiten. Artikel 12 lid 1 WAM bepaalt dat de verzekering met betrekking tot een motorrijtuig dat een kenteken behoeft, eindigt wanneer de verplichting tot verzekering op een ander overgaat. [gedaagde] betoogt dat nu hij slechts kentekenhouder maar geen bezitter van de auto was, de verzekeringsplicht van [betrokkene 1] nog niet was geëindigd. De rechtbank komt op dit punt onder 5.3.2 nader terug.

5.3 aansprakelijke persoon
Tussen partijen staat vast dat de aanrijding niet door [gedaagde] zelf is veroorzaakt, maar door een zekere [betrokkene 2]. Anders dan [gedaagde] betoogt betekent de omstandigheid dat [gedaagde] niet zelf de veroorzaker is van de aanrijding niet zonder meer dat hij niet kan worden aangemerkt als aansprakelijke persoon in de zin van artikel 15 lid 1 WAM.
Hoewel [gedaagde] de auto niet zelf heeft bestuurd kan hij naar het oordeel van de rechtbank desalniettemin worden aangemerkt als aansprakelijke persoon op grond van artikel 185 Wegenverkeerswet 1994 (WVW), indien en voorzover hij ten tijde van de aanrijding eigenaar van de auto was. Immers, op grond van artikel 185 lid 1 jo. lid 3 WVW is naast de bestuurder van een auto tevens de eigenaar of houder van dat motorrijtuig aansprakelijk voor een bij een verkeersongeval toegebrachte schade door dat motorrijtuig aan - zoals in dit geval - niet in beweging zijnde andere motorrijtuigen.
Vast staat dat [gedaagde] ten tijde van de aanrijding kentekenhouder was. Hij betwist echter dat de eigendom van de auto reeds op hem was overgegaan.
Op grond van de omstandigheid dat [betrokkene 1], naar de stelling van [gedaagde] een professioneel autohandelaar, het kenteken van de auto reeds had laten overschrijven op naam van [gedaagde], acht de rechtbank voorshands aannemelijk de stelling van VCN dat [gedaagde] ten tijde van de aanrijding niet alleen kentekenhouder maar ook eigenaar van de auto was. [gedaagde] zal in de gelegenheid worden gesteld hiertegen tegenbewijs te leveren.

5.3.1
Anders dan VCN betoogt biedt het door haar gestelde tekortschieten door [gedaagde] in zijn verzekeringsplicht ex artikel 2 WAM naar het oordeel van de rechtbank overigens geen grond om [gedaagde] als aansprakelijke persoon aan te merken in de zin van artikel 15 lid 1 WAM. Noch uit het bepaalde in artikel 2 WAM noch uit de wetsgeschiedenis volgt dat [gedaagde] vanwege het verzaken van die verplichting jegens VCN als de laatste WAM-verzekeraar civielrechtelijk aansprakelijk is voor de schade. De verzekeringsplicht ex artikel 2 lid 1 WAM heeft als strekking dat aan verkeersslachtoffers zoveel mogelijk hun schade wordt vergoed. Nu deze bepaling niet strekt tot bescherming van verzekeraars, levert schending van die verplichting geen handelen in strijd met de wet jegens VCN op, ook niet nu zij uit hoofde van haar narisico aan de benadeelden schade heeft moeten vergoeden. Evenmin schendt [gedaagde] hiermee een zorgvuldigheidsnorm jegens VCN.

5.3.2
Als [gedaagde] niet in het hiervoor onder 5.3 genoemde tegenbewijs slaagt en derhalve moet worden aangemerkt als eigenaar van de auto, is hij op grond van artikel 185 WVW jegens de benadeelde derden aansprakelijk voor de schade die met de auto is veroorzaakt, en moet hij dienovereenkomstig worden aangemerkt als de aansprakelijke persoon in de zin van artikel 15 lid 1 WAM. In dat geval staat tevens vast dat de WAM-verzekering tussen VCN en [betrokkene 1] was geëindigd, zoals hiervoor onder 5.2 overwogen.
Als [gedaagde] wel in het aan hem op te dragen tegenbewijs slaagt, is er geen grond om hem als aansprakelijke partij aan te merken in de zin van 15 lid 1 WAM en komt aan VCN geen verhaalsrecht toe. Immers, een andere grondslag om [gedaagde] in dat geval als aansprakelijke partij aan te merken is gesteld noch gebleken. In dat geval is overigens evenmin relevant of de WAM-verzekering van [betrokkene 1] bij VCN was geëindigd door de verzekeringsplicht van [gedaagde] als kentekenhouder van de auto, zoals hiervoor onder 5.2. bedoeld, zodat de rechtbank dit punt verder buiten beschouwing laat.

5.4 te goeder trouw
Daarnaast houdt partijen verdeeld de vraag of [gedaagde] al dan niet te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt.
Uit de parlementaire geschiedenis bij de wijziging van de WAM (nota van wijzigingen, Tweede Kamer, zitting 1982-1983, 14 281, nr. 7) blijkt dat de wetgever met betrekking tot de in artikel 15 lid 1 WAM bedoelde uitzondering op de regel van het wettelijk verhaalsrecht van de verzekeraar op de aansprakelijke persoon in geval de verzekeraar de schade heeft moeten vergoeden, ofschoon de verzekering geen dekking gaf, in het bijzonder het oog heeft gehad op de huurder en de bruiklener van een motorrijtuig en de werknemer die een motorrijtuig in opdracht van zijn werkgever gebruikt. Van deze categorieën van personen kan worden geoordeeld dat zij er op moeten kunnen vertrouwen dat hun aansprakelijkheid volgens de gebruikelijke voorwaarden is gedekt. Zij dienen niet geconfronteerd te worden met een verhaalsactie die zij niet hadden behoeven te verwachten. Een koper van een motorrijtuig echter valt niet met genoemde categorieën gelijk te stellen en mag er niet zonder meer op vertrouwen dat zijn aansprakelijkheid is gedekt en kan zich evenmin zonder meer beroepen op mededelingen van de verkoper hieromtrent, aangezien de koper immers zelf zorg dient te dragen voor de totstandkoming van een aansprakelijkheidsverzekering.
[gedaagde] stelt dat hij ervan uitging dat [betrokkene 1] de auto WAM verzekerd had, waarbij hij kennelijk - zo begrijpt de rechtbank althans zijn verweer - afging op mededelingen of gedragingen van [betrokkene 1] hieromtrent. Gesteld noch gebleken is echter dat [gedaagde] genoemd vertrouwen heeft ontleend aan mededelingen aan de zijde van VCN. Onder deze omstandigheden is van goede trouw van [gedaagde] geen sprake.

5.5
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat als [gedaagde] niet in voornoemd tegenbewijs slaagt en hij derhalve als eigenaar van de auto moet worden aangemerkt VCN een verhaalsrecht toekomt op grond van artikel 15 lid 1 WAM. In dat geval zal de hoofdsom ad € 8.581,87 vermeerderd met de wettelijke rente, als niet weersproken worden toegewezen. Gezien de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] lag het op de weg van VCN haar stelling nader te onderbouwen dat zij buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt ter hoogte van € 768,-. Nu zij dit heeft nagelaten is niet gebleken van voldoende feitelijke grondslag die tot toewijzing van deze vordering kan leiden en zal deze vordering derhalve worden afgewezen.
LJN BB6036

De LSA op Vimeo

Deze website maakt gebruik van cookies