Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb R.dam, 261006 rechtstreekse vordering ex 7:954 BW is geen vordering "betrekkelijk tot aov"

Rb R.dam, 26-10-06 rechtstreekse vordering ex 7:954 BW is geen vordering "betrekkelijk tot  arbeidsovereenkomst; kantonrechter onbevoegd
2.2. Van [eiseres] stelt dat Driespong bij Verolme is blootgesteld aan asbest. Naar haar mening is het alleszins aannemelijk dat deze blootstelling de voor [erflater] fatale asbestziekte heeft veroorzaakt.
Van [eiseres] spreekt rechtstreeks de aansprakelijkheidsverzekeraar van Verolme aan met een beroep op het op 1 januari 2006 in werking getreden artikel 7:954 BW. (...)

2.4. Artikel 7:954 BW handelt over de uitkering, die de verzekeringmaatschappij onder de met haar afgesloten aansprakelijkheidsverzekering aan de verzekerde verschuldigd is. Onder omstandigheden kan de benadeelde, die niet de verzekerde is, rechtstreekse betaling van deze uitkering verlangen. Het gaat dan echter nog steeds over de uitkering, waarop een ander krachtens de verzekeringsovereenkomst recht kan doen gelden en dus om een (geld)vordering uit een verzekeringsovereenkomst. Of, en zo ja tot welk bedrag, de verzekeringmaatschappij gehouden is tot uitkering, wordt (mede) bepaald door de polisvoorwaarden, die bij de rechtstreekse actie van de benadeelde ook aan deze kunnen worden tegengeworpen.
Dit brengt met zich dat de kantonrechter niet bevoegd is om van de voorliggende vordering kennis te nemen. Dat er een relatie is met een arbeidsovereenkomst, maakt niet dat de voorliggende kwestie kan worden beschouwd als ‘betrekkelijk tot een arbeidsovereenkomst’.
2.5. Waar [eiseres] ter staving van haar stelling dat de kantonrechter bevoegd is om van de voorliggende zaak kennis te nemen, verwijst naar het vonnis van de rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Schiedam, kan haar dit niet baten: in die zaak immers ging het niet om de nabestaande van een werknemer die de aansprakelijkheidsverzekeraar van de werkgever in rechte had betrokken, maar om de nabestaande van een werknemer die de werkgever uit wanprestatie aansprak.

2.6. Ten overvloede merkt de kantonrechter nog het volgende op.
Vóór de inwerkingtreding van het huidige verzekeringsrecht heeft men ook reeds naar oplossingen gezocht om te bewerkstelligen dat de verzekeringsgelden rechtstreeks aan de benadeelde werden uitgekeerd, met name in situaties waarin deze anders ‘het nakijken had’. De kantonrechter heeft hier met name het oog op arbeidsongevallen, waarin de verzekeringsmaatschappij nog niet tot uitkering was overgegaan op het moment dat de werkgever in staat van faillissement kwam te verkeren. In dergelijke situaties gebeurde het dat de curator de vordering van de werkgever op de aansprakelijkheidsverzekeraar aan de benadeelde werknemer cedeerde. Wanneer de werknemer onder die omstandigheden de verzekeringmaatschappij rechtstreeks aansprak, diende deze zijn vordering aanhangig te maken bij de sector civiel recht en niet bij de kantonrechter (cfr HR 20 januari 2006; JAR 2006/50).

2.7. Een en ander leidt tot de conclusie dat de zaak verwezen moet worden naar de sector civiel recht van deze rechtbank in de stand waarin deze zich bevindt. Partijen worden erop gewezen dat zij alsdan uitsluitend bij procureur kunnen verschijnen.
LJN AZ3430

Deze website maakt gebruik van cookies