Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Arnhem 120912 fraudeonderzoek; persoonlijk onderzoek op juiste gronden geschied; er is sprake van fraude

Rb Arnhem 120912 fraudeonderzoek; persoonlijk onderzoek op juiste gronden geschied; er is sprake van fraude, veroordeling in kosten onderzoek 9.698,81

2.  De feiten 
2.1.  [eis.conv./verw.reconv.] is op 14 maart 2008 als bestuurder van een personenauto betrokken geweest bij een ongeval. Op de huisartsenkaart staat bij die datum vermeld: Net met 20 km/u tegen andere auto opgebotst, nekpijn, duizelig en misselijk. Niet ‘weg’ geweest. Nek drukgevoelig++, wat bleek. Hersenschudding Wekadvies, nek warm houden, pcm/codeine en rust. 

2.2.  [eis.conv./verw.reconv.] had bij RVS een ongevallenverzekering en een schadeverzekering voor inzittenden. 
In artikel 2 van de voorwaarden schade voor inzittenden staat: 
De verzekering dekt (…) 
a. schade ten gevolge van een letsel of benadeling van de gezondheid van verzekerde(n) – al dan niet de dood ten gevolge hebbend – met uitzondering evenwel van de onstoffelijke schade (smartengeld). 
(…) 
Artikel 5 van die voorwaarden bepaalt: 
5.1. vaststelling vergoeding schade aan personen 
Wordt een verzekerde gedood of gewond, dan zal bij de vaststelling van de omvang van de vergoeding van degenen die recht hebben op vergoeding het dienaangaande bepaalde in de zin van het Burgerlijk Wetboek worden toegepast. 

In de voorwaarden ongevallenverzekering staat: 
artikel 3 omvang uitkering bij blijvende invaliditeit door een ongeval 
Het gehele of een deel van het ten tijde van het ongeval voor blijvende invaliditeit verzekerde bedrag indien de verzekerde respectievelijk geheel of gedeeltelijk blijvend invalide wordt door een medisch objectiveerbare anatomische afwijking (…) 

artikel 8 (…) 
1.5 RVS stelt de invaliditeit vast na het advies van haar geneeskundig adviseur gehoord te hebben. (…) 

In de algemene voorwaarden die op beide verzekeringen van toepassing zijn, staat: 
artikel 1 fraude 
Het op oneigenlijke gronden en/of wijze (trachten te) verkrijgen van een verzekeringsuitkering waarop geen recht bestaat of het (trachten te) verkrijgen van een verzekeringsdekking onder valse voorwendselen. (…) 

artikel 7 gevolgen van fraude 
Fraude (geheel of gedeeltelijk) heeft tot gevolg dat er (in het geheel) geen verzekeringsuitkering zal plaatsvinden. Voorts kan fraude onder meer tot gevolg hebben dat (…) 
- onderzoekskosten worden teruggevorderd 
- er melding wordt gedaan bij het meldpunt van verzekeringsfraude bij Justitie. 
(…) 

artikel 9 verval van rechten 
Alle vorderingen die de verzekeringnemer/verzekerde geldend wenst te maken vervallen 
(…) c in geval van fraude bij of na de verwezenlijking van het risico, behoudens voor zover de fraude het verval van recht op uitkering niet rechtvaardigt. 

2.3.  [eis.conv./verw.reconv.] heeft in het letselvragenformulier van RVS op 23 april 2008 het volgende geschreven: 
(…) Kunt u het letsel omschrijven? Ernstige nekpijn, hoofdpijn, duizelig, erg moe, misselijk, concentratieproblemen, slecht zien, pijnlijke li-schouder, pijnlijke li-elleboog, doof gevoel in onderarm+vingers, koude hand + krachtverlies in hand. (…) hoe verloopt de genezing en zijn er blijvende gevolgen te verwachten? Word langdurige kwestie volgens neuroloog en huisarts. Moet eerst MRI en EMG onderzoek wat exact de schade is. (…) Bent u als gevolg van het opgelopen letsel (volledig) arbeidsongeschikt (geweest)? Van 14 maart tot heden percentage 100% mede vanwege het ongeval. 

2.4.  In het rapport van de door RVS ingeschakelde letselschade-expert CED personenschade van 18 juli 2008 staat onder meer: 
1 Aard van het letsel en het beloop daarvan 
Verzekerde geeft aan dat zij direct na het ongeval pijn in de nek had en zich duizelig voelde. Verzekerde geeft echter aan, dat zij zich meer om haar kind bekommerde dat naast haar zat. Verzekerde is vervolgens naar haar huisarts gegaan die volgens verzekerde een pittige hersenschudding constateerde, daarnaast een whiplash en verder had verzekerde pijn in de linkerarm en schouder. (…) 
4 Huidige klachten en beperkingen 
Verzekerde geeft over de huidige situatie het volgende aan: 
- de hele nek doet pijn, 
- daarnaast is er sprake van een soort van duizelingen 
- pijnklachten in de linkerarm 
- verzekerde heeft verder last van concentratieproblemen en volgens de huisarts kan verzekerde beter geen auto rijden. (…) 

2.5.  In een medisch advies van 11 september 2008 schrijft de medisch adviseur van RVS: 
“(…) Vóór het ongeval 
De verzekeringsarts van het GAK (8 augustus 2000) maakt melding van diverse problemen: spit/rugklachten na val van trap/psychische klachten/eetstoornissen/depressief en de diagnose: borderline persoonlijkheidsstoornis. 
Andere informatie 
De schadebehandelaar gaf aan dat verzekerde in 1998 ziek geworden en per 20-09-2000 WAO 80-100% had i.v.m. psychische klachten. Bij herkeuringen is ook de rechterarm mee gaan spelen zodat er steeds 80-100% arbeidsongeschiktheid bleef. Verzekerde ging voor huidig ongeval 4x per week naar sportschool, verrichte de voornaamste huishoudelijke taken, lichte klussen in de tuin. Botsingsimpact: met ca 20 km/uur achterop stilstaande personenauto. Ze geeft aan dat zij direct na aanrijding pijn in de nek had en zich duizelig voelde, ze probeerde tijdens de botsing met haar rechterarm, zodat zij wat gedraaid zat, haar kind op de bijrijderstoel tegen te houden (kind in autostoel en had gordel om). Ze is dezelfde dag nog naar HA gegaan, geen ambulance aanwezig geweest, bleef 5 dagen in bed en had veel pijn. Na 2 weken weer naar HA, doorverwijzing neuroloog. 
Overweging 
Er is een kopstaartbotsing met nek- en linkerarmklachten als gevolg bij een verzekerde met een uitgebreide voorgeschiedenis. De voorgeschiedenis is relevant om de ongevalsgevolgen duidelijk te krijgen, dus we moeten deze goed in kaart brengen. De neuroloog spreekt over een whiplash, terwijl het ongevalsmechanisme daarvoor vreemd is: betrokkene reed achterop een andere auto. Hij stelt een klachtenbeeld vast, maar behoudens een aandoening van de zenuw in de linkerarm geen objectieve afwijkingen. Hij besluit haar voor de zenuwaandoening naar de neurochirurg te sturen en voor de whiplashklachten naar de revalidatiearts. De neurochirurg beschrijft een zenuwaandoening in de arm. (…) I.t.t. de neuroloog spreekt de chirurg zich niet uit over een relatie met het ongeval. Er is geen sprake van krachtsverlies of spieratrofie. Wel is er een stoornis in het gevoel van de arm (de neuroloog specificeert dit beter: het betreft de pink en de ringvinger die doof aanvoelen). Het is mij niet duidelijk hoe het ongeval kan leiden tot een ulnaropathie (zenuwaandoening t.h.v. de elleboog). Dit is eerder een beeld dat we zien bij langdurige drukbelasting van de elleboog. De schouder is niet getroffen bij het ongeval. Het door de orthopeed beschreven beeld is geen ongevalsgevolg. (…) Er is sprake van een verhoogde kwetsbaarheid door de uitgebreide voorgeschiedenis. Er resteert a.g.v. het ongeval een klachtenpatroon dat moeilijk is te onderscheiden van de reeds vóór het ongeval bestaande klachten. Het is bekend dat dit soort klachten, zonder objectieve afwijkingen, kunnen ontstaan bij aanrijdingen zonder grote geweldsinwerking. Deze klachten worden bij betrokkene erg gemedicaliseerd en het is de vraag in hoeverre het huidige klachtenpatroon nog als ongevalsgevolg te zien is. Wat dat aangaat zou een expertise bij de neuroloog zinvol zijn. Deze kan ook een uitspraak doen over de ulnaropathie. 

2.6.  De afdeling speciale zaken van RVS heeft een deskresearch uitgevoerd omdat er twijfels bestonden over het gestelde letsel en de causaliteit met het ongeval. De uitkomst daarvan is voor RVS aanleiding geweest een persoonlijk onderzoek te laten verrichten door onderzoeksbureau Couzijn Consultancy. Op 3, 16 en 17 oktober 2008 zijn film-en foto-opnames van [eis.conv./verw.reconv.] gemaakt die in het geding zijn gebracht. 

2.7.  RVS heeft [eis.conv./verw.reconv.] en haar (toenmalige) advocaat uitgenodigd voor een gesprek met de fraudecoördinator van RVS en de onderzoeker van Couzijn. In een van die bijeenkomst op 18 november 2008 door de onderzoeker van Couzijn opgemaakt (handgeschreven) verslag dat door [eis.conv./verw.reconv.] is ondertekend, staat: 
1e verklaring (…) 
Sinds 3 oktober 2008 gaat het slechter. Er komen steeds weer dingen bij. Het kabbelt. Sommige dagen goed, sommige dagen meer pijn. Ik heb geen geduld meer. Ik krijg huilbuien + depressieve klachten. Ik krijg steeds meer pijn. Arts zegt dat het niet meer beter wordt. Het is een vast patroon waarin ik leef. Elke dag is hetzelfde. ’s Middags naar bed. Ik ben nu aan het oefenen om vaatwasser uit/in te ruimen. Een kopje vasthouden gaat haast niet. Door de pijn gaat dat niet meer. Ik probeer per fiets naar de fysiotherapeut te gaan. Vijf minuten van woning vandaan. Gaat moeilijk. Meer niet per fiets. Standaard – 7 dagen per week – ’s middags slapen. Van 12-15 uur. Om 15 uur komen kinderen thuis en zit ik op de bank te wachten. Ik loop nog steeds als een houten klaas. Ik leg mijn li. hand nog steeds plat op het stuur van de fiets. Twee keer nu naar fysiotherapeut geweest. Op andere manier kan ik niet rijden. Door recht stuur zit ik rechtop. Kracht zit niet in stuur. Vinger li. doen het niet. Daarom kan ik niet stuur ‘vatten’ met li. hand. Ook door pijnlijke zenuw in li. elleboog kan ik niet op andere manier fietsen. Autorijden kan/doe ik niet. Boodschappen: alleen brood halen supermarkt om de hoek. Ik loop dan. In karretje boodschappen met li. hand doen kan ik niet. Ik ga wel mee. Manlief doet boodschappen in/uit karretje. Ik kan wel met re. hand helpen. (…) [onleesbaar, rb] Bukken kan ik niet over de kar. Uit de kar halen kan ik niet. Helemaal de onderste boodschappen niet dan moet ik teveel bukken. Ik kan met linkerhand geen blz van boek meer omslaan. Dit is erger geworden. Rechts ben ik ook beperkt door vorige keer. Ik kan niet voorover bukken; anders tuimel ik omver. Evenwichtsorgaan zijn (…) [onleesbaar, rb]. Heftige reactie. Flauwvallen. Overgeven. Kan ook niet in rechte lijn lopen. Nu aan revalideren. Fysio is hard aan het werk. Als dit niet gebeurde zou het nog erger zijn. In sep ben ik begonnen met Klimmendaal (…) Li. schouder is beperkt. Nog steeds maar 90º liften. Li. elleboog is beperkt. Ik kan links haar kammen en ook oorbel rechts indoen. Met trucjes lukt dat wel. Ik kan mijn li. arm slechts 90º optillen. Rechts ook al, sinds 1998. (…) Vooroverbuigen gaat nog steeds niet. (…)’ 

Tweede, aanvullende verklaring 
U confronteert mij met het feit dat een observatie op mijn persoon heeft plaatsgevonden. Ik snap jullie wel, maar ik heb een andere beleving van dingen dan jullie. Ik heb inderdaad verklaard dat ik 5 dagen na het ongeval in bed heb gelegen. Nu u zegt dat ik buiten geholpen heb met de wijk opruimen, dan klopt dit. Ik had de beleving dat ik 5 dagen in bed heb gelegen. Het klopt dat ik wel kan fietsen en dan met twee handen aan het stuur. Ik doe dit wel; ik ga over de grenzen van pijn. Boodschappen doen kan ik wel, in tegenstelling tot hetgeen ik eerder hieromtrent heb verklaard. Ook dan ga ik over de pijngrens heen. Ik kan dus wèl de onderste boodschappen uit de kar halen en in onze auto plaatsen. Ik voel me schuldig t.o.v. mijn man. Ik heb wel beperkingen, alleen niet zo ernstig als dat ik t.o. u beide heb verklaard. Er zijn wel dingen die ik kan doen waarover ik eerder heb verklaard deze niet meer te kunnen n.a.v. laatste ongeval. Tav fietsen verklaar ik thans dat ik met beide handen aan het stuur kan fietsen. Tot vorige week dinsdag kon ik gewoon fietsen. Zonder beperkingen. Sinds dinsdag heb ik een brace aan li. arm en kan het stuur niet meer beetpakken. Hetgeen u tijdens de observatie heb waargenomen en met mij besprak klopt allemaal. Zo kan ik ook met twee handen het fietsslot openen en sluiten. Terwijl ik fiets doet mijn pols pijn. Ik kan mijn li. arm hoger optillen dan ik eerder tov u verklaarde. Het doet echter pijn. Mijn haar kan ik ook verzorgen. Ik kan dus ook met beide handen/armen mijn haar tot in een ‘knot’ brengen. Shaggie draaien kan ik ook. Ik toon u thans dit. Klopt wat u gezien heeft. T.a.v. lopen het volgende. Ik kan wel lopen, maar zoek naar stabiliteit. Ik verneem van u dat tijdens de observaties ‘normaal’ lopen werd waargenomen en tevens bellend en tas dragend. Ik vind dat ik als een houten klaas loop. Ik beleef dit zo. U zegt dat ik na mijn bezoek aan zks Gelderse Vallei mee ga naar zwemles + boodschappen doen + fietsen boodschappen doen + kinderen ophalen. Ik doe dus wel nog dingen zoals ik hiervoor opsom. Ik ben dan wel moe en ga over de ‘grens’ heen. Als ik per fiets bij apotheek ben geweest dan draag ik de witte tas met medicijnen ongetwijfeld ook met mijn linkerhand/arm. Klopt (…) Tav bezoeken sportschool kan ik weinig verklaren. Ik ben (…) één keer in april geweest. Ik hoor van u dat het vaker dan een keer betreft. Kan ik mij niet meer herinneren. Per april op gezegd. Het kopt dat ik dus niet 5 dagen na het ongeval op bed gelegen heb. Ik hielp mee in de wijk met opruimen. Vuilniszakken vullen met papier. Tav boodschappen doen verklaar ik het volgende. Ik kan wel boodschappen vanaf stellingen in de Aldi in de boodschappenkar doen. Met beide handen/armen. Bij de auto kan ik ook wel boodschappen uit de kar nemen met beide armen/handen en in de auto achterin doen. Ik geloof u dat ik met mijn li hand/arm de kar bij de auto afgeduwd hebben. Het zou kunnen als u dit gezien heeft. Ik kan met beide handen/armen mijn portemonnaie bedienen - zoals u zag - een parkeerautomaat vullen, terwijl ik de portomonnaie op mijn linkerhand gelegd hou. Ik bedien ’s morgens de laptop aan tafel. De lampjes van de laptop schijnen kennelijk op mijn beide handen. Het is juist dat ik met mijn li. hand in staat ben om mijn mobiele telefoon aan mijn li. oor te bedienen. Zeker over een periode van ± 5 minuten. Ik kan mijn fiets in balans houden met twee handen om hem om te keren alvorens het P-terrein af te gaan. De reden dat ik bepaalde zaken anders heb voorgesteld dan dat de waarheid is, is dat het mijn beleving is. Ik weet dat ik dat niet zo mag doen. Ik weet dat ik dit niet kan doen. Ik heb een verkeerde voorstelling van zaken gegeven. Dat realiseer ik me wel. Maar in mijn beleving kon ik het ook niet. Ik doe het toch uit schuldgevoel t.o. mijn gezin. Ik snap dat RVS door mijn eerdere verklaringen op een verkeerd been is gezet. Ik begrijp het. Het gaat niet om de beleving maar om de feiten. Zwart-wit. Neemt u maar standpunt in. Ik hoor het wel. “Ik heb het niet met opzet of bewust gedaan om mezelf rijk te rekenen. Ik heb niet willens en wetens RVS willen oplichten.’ 

2.8.  Ingevolge een beschikking van deze rechtbank is een voorlopig deskundigenonderzoek verricht door neuroloog dr. [arts1]. In zijn rapport van 7 september 2010 staat onder meer: 
(…) Beperkingen die betrokkene ondervindt op mijn vakgebied hebben betrekking op de snelle vermoeibaarheid van betrokkene, de aandacht- en concentratiestoornissen alsmede de geheugenstoornis. Door de hoofd- en nekpijnklachten is de belastbaarheid van de nek en schoudergordel verminderd zodat tillen, reiken, duwen, trekken en bovenhands werken zijn beperkt. Dit is met name links ook het geval door de pijn die zij ondervindt in de linkerarm. Deze beperkingen gelden in het algemeen dagelijks leven, bij loonvormende arbeid, het uitoefenen van hobby’s, en bezigheden in de recreatieve sfeer en zelfredzaamheid. (…) 
De diagnose op mijn vakgebied: 1. postwhiplashsyndroom. 2. laesie van de nervus ulnaris links vanaf de elleboog. (…) Ik verwacht in de toekomst geen belangrijke verbeteringen of verslechteringen van het op mijn vakgebied geconstateerde letsel. (…) 
Er bestonden voor het ongeval bij de onderzochte nog restklachten van een val in 1998. Betrokkene had nog nek- en rugklachten maar kon zoals eerder vermeld weer zelfstandig functioneren. Ik kan niet met zekerheid aangeven welke beperkingen uit deze voor het ongeval nog bestaande klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid. (…) Naar mijn oordeel zijn er op mijn vakgebied geen klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval de onderzochte niet was overkomen. (…) 
Het percentage blijvende invaliditeit stelt de deskundige in totaal op 12%. 

3.  Het geschil 
In conventie 

3.1.  [eis.conv./verw.reconv.] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: 
I. voor recht zal verklaren dat RVS aansprakelijk is voor alle materiële schade die [eis.conv./verw.reconv.] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het verkeersongeval dat op 14 maart 2008 heeft plaatsgevonden, waarbij als uitgangspunt wordt genomen dat de aanwezige gezondheidsklachten, blijvende invaliditeit, beperkingen en arbeidsongeschiktheid bij [eis.conv./verw.reconv.] ongevalsgevolg zijn en dat er geen sprake is van een predispositie bij [eis.conv./verw.reconv.], die tot een beperking van de mate van toerekening van de geleden of toekomstige schadeposten aanleiding geeft; 
II. RVS zal veroordelen om aan [eis.conv./verw.reconv.] te vergoeden de volledige materiële schade als gevolg van het ongeval, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, 
III. een ongevallenuitkering te doen op basis van de destijds vigerende polis en het b.i. percentage zoals dat door dr. [arts1] is bepaald, 
IV. RVS zal veroordelen om aan [eis.conv./verw.reconv.] te vergoeden de immateriële schade van € 4.500,--, of een nader te bepalen bedrag, die het gevolg is van het onrechtmatig handelen in verband met het heimelijke onderzoek dat heeft plaatsgevonden en de daaraan verbonden conclusies, vermeerderd met rente, 
V. RVS zal veroordelen de vermeldingen van [eis.conv./verw.reconv.] en haar echtgenoot uit alle ‘zwarte lijst registers’ te (laten) doorhalen binnen vijf werkdagen na de in deze te nemen beslissing en daar ook binnen zeven werkdagen bewijsstukken van te verstrekken aan [eis.conv./verw.reconv.] na de in deze te nemen beslissing op straffe van een dwangsom. 

3.2.  RVS voert verweer. 

In reconventie 

3.3.  RVS vordert dat de rechtbank [eis.conv./verw.reconv.] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis zal veroordelen tot betaling van € 500,-- wegens onverschuldigd betaald voorschot op de verzekeringsuitkering onder de polis, vermeerderd met rente en € 9.698,81 aan kosten observatieonderzoek, vermeerderd met rente en met veroordeling van [eis.conv./verw.reconv.] in de kosten van de procedure, waaronder de nakomsten. 

3.4.  [eis.conv./verw.reconv.] voert verweer. 

3.5.  Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 

4.  De beoordeling 
In conventie en reconventie 

4.1.  Aan haar vorderingen onder I, II en III legt [eis.conv./verw.reconv.] ten grondslag dat op grond van de ongevallen- en SVI polis zij recht heeft op een uitkering vanwege het letsel dat zij als gevolg van het haar overkomen ongeval ondervindt. Het verweer daartegen van RVS is dat de rechten van [eis.conv./verw.reconv.] uit de verzekeringen zijn komen te vervallen omdat zij heeft gefraudeerd. RVS doelt daarbij op hetgeen [eis.conv./verw.reconv.] tijdens de in rov. 2.7. vermelde gesprekken heeft verklaard (eerste verklaring). Dat stemt niet overeen met de film- en foto-opnames die zijn gemaakt, hetgeen [eis.conv./verw.reconv.] in de tweede verklaring die zij tijdens dat gesprek heeft afgelegd ook heeft erkend. [eis.conv./verw.reconv.] bestrijdt dat zij heeft gefraudeerd. Onder verwijzing naar het rapport van neuroloog [arts1] stelt zij dat vaststaat dat zij blijvend letsel en beperkingen heeft opgelopen als gevolg van het ongeval. 

4.2.  De rechtbank heeft kennis genomen van de filmopnames en de foto’s. Tegen de achtergrond van met name het filmmateriaal springt een aantal onderdelen van de eerste verklaring van [eis.conv./verw.reconv.] in het oog. Zo verklaart zij dat zij aan het oefenen is de vaatwasmachine in en uit te ruimen omdat een kopje vasthouden ‘haast niet’ gaat door de pijn. Ook verklaart zij dat zij met haar linkerhand geen boodschappen kan doen en dat zij de onderste boodschappen niet uit de kar kan pakken omdat ze dan moet bukken. Die verklaring strookt niet met het filmmateriaal, waarop te zien is dat [eis.conv./verw.reconv.] (met haar echtgenoot) boodschappen uit een winkelwagen in de auto laadt, waarbij [eis.conv./verw.reconv.] de boodschappen, ook de onderste waarvoor zij moet bukken, uit de kar pakt met haar beide handen en die aan haar echtgenoot geeft. Daar zitten ook zichtbaar zwaardere boodschappen bij. Deze beelden zijn niet te rijmen met de verklaring van [eis.conv./verw.reconv.] dat zij met haar linkerhand geen bladzijde van een boek kan omslaan. Verder heeft zij verklaard dat zij probeert met de fiets naar de fysiotherapeut te gaan en dat zij niet meer per fiets doet. Op het filmmateriaal is echter te zien dat [eis.conv./verw.reconv.] probleemloos, met een hand aan het stuur en de andere hand bellend, zich op de fiets voortbeweegt. Ook is te zien dat zij op de fiets naar de supermarkt en dus niet enkel naar de fysiotherapeut gaat. Verder is te zien dat, anders dan [eis.conv./verw.reconv.] heeft verklaard, zij met haar linkerhand weldegelijk het stuur van haar fiets kan ‘vatten’. Dat [eis.conv./verw.reconv.] haar linkerschouder nog maar 90º kan liften, is niet in overeenstemming met het filmmateriaal waar is te zien dat [eis.conv./verw.reconv.], nadat zij het haar heeft losgeschud, het in een knot brengt waarbij beide schouders bijna tot 180º worden gelift. Uit de beelden volgt niet dat [eis.conv./verw.reconv.] problemen heeft met het lopen c.q. een afwijkend looppatroon zou hebben. 

4.3.  Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van het bovenstaande niet anders worden geconcludeerd dan dat [eis.conv./verw.reconv.] niet de waarheid heeft verklaard over de beperkingen die zij zou ondervinden als gevolg van het ongeval. Dat [eis.conv./verw.reconv.], zoals zij stelt, een en ander zo ervaart, rechtvaardigt de tegenstrijdigheid tussen de werkelijkheid en datgene wat [eis.conv./verw.reconv.] heeft verklaard, niet. Daarvoor zijn de verschillen tussen wat [eis.conv./verw.reconv.] niet zegt te kunnen maar wel blijkt te kunnen te groot. Tussen de observaties en het afleggen van de verklaring zit ook maar zo weinig tijd, dat ook niet aannemelijk is dat de situatie ten tijde van de verklaring verslechterd was ten opzichte de situatie ten tijde van het afleggen van de verklaring. [eis.conv./verw.reconv.] heeft dat overigens ook niet aangevoerd. Het kan best zo zijn dat de klachten waarvan [eis.conv./verw.reconv.] op het Letselvragenformulier en aan CED melding heeft gemaakt er op dat moment waren. Echter, over de beperkingen die zij daardoor ondervindt heeft zij, zoals hiervoor geoordeeld, in strijd met de waarheid verklaard. Dat [eis.conv./verw.reconv.] er niet op uit was zichzelf hiermee te verrijken, zoals zij heeft verklaard, is niet te volgen. Er was op het moment dat zij de verklaring aflegde nog geen uitkering gedaan door RVS, althans geen substantiële, zo begrijpt de rechtbank (onder 15 conclusie van antwoord in reconventie). Niet valt in te zien om welke andere reden dan het verkrijgen van een (hogere) uitkering, [eis.conv./verw.reconv.] op een dergelijke onjuiste wijze zou verklaren. 

4.4.  De handelwijze van [eis.conv./verw.reconv.] betitelt de rechtbank dan ook als fraude: met onwaarheden over de gevolgen van het ongeval heeft zij geprobeerd een (hogere) verzekeringsuitkering te ontvangen. Het rechtsgevolg daarvan is (artikel 7 en 9, zie rov. 2.2.) dat alle vorderingen die [eis.conv./verw.reconv.] geldend wenst te maken vervallen, behoudens (artikel 9 sub c) voor zover de fraude het verval van recht op uitkering niet rechtvaardigt. [eis.conv./verw.reconv.] heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die een beroep op artikel 9 sub c zouden rechtvaardigen. Een en ander leidt ertoe dat de vorderingen van [eis.conv./verw.reconv.] onder I t/m III worden afgewezen. De vordering van RVS in reconventie tot terugbetaling van het reeds betaalde voorschot zal worden toegewezen nu dit, gelet op het voorgaande, als onverschuldigd betaald moet worden beschouwd. 

4.5.  De vordering van [eis.conv./verw.reconv.] onder V wordt afgewezen. Op grond van artikel 7 van de voorwaarden kan fraude, waarvan hier sprake is, tot gevolg hebben dat er melding wordt gedaan bij het meldpunt van verzekeringsfraude van Justitie, hetgeen RVS heeft gedaan. De vermelding op de ‘zwarte lijst’ is daarvan kennelijk het gevolg. 

4.6.  Aan de vordering van [eis.conv./verw.reconv.] onder IV ligt ten grondslag dat RVS toerekenbaar is tekortgeschoten dan wel onrechtmatig jegens [eis.conv./verw.reconv.] heeft gehandeld doordat zij heeft besloten [eis.conv./verw.reconv.] te observeren. Zij heeft de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit geschonden door af te zien van een onafhankelijke expertise, hoewel de medisch adviseur van RVS dat had geadviseerd. RVS heeft de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek geschonden dan wel artikel 34 Wbp. 

4.7.  Nog daargelaten of deze stellingen opgaan, is de rechtbank van oordeel dat de gestelde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer niet zodanig ernstig is, dat zij een toewijzing van immateriële schadevergoeding rechtvaardigt. Daarvoor is immers op de voet van artikel 6:106 lid 1 sub b BW vereist dat [eis.conv./verw.reconv.] in haar persoon is aangetast. De gestelde schendingen van haar privacy hebben bestaan uit het gedurende drie dagen observeren in bijna uitsluitend de publieke ruimte. Daarnaast zijn de kinderen van [eis.conv./verw.reconv.] gedurende enkele seconden in beeld gebracht. Deze schendingen oordeelt de rechtbank onvoldoende om van een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer te kunnen spreken. De vordering van [eis.conv./verw.reconv.] onder IV zal worden afgewezen. 

4.8.  Nu het instellen van het persoonlijk onderzoek op juiste gronden is geschied en geoordeeld is dat sprake is van fraude, is RVS op grond van artikel 7 van de voorwaarden gerechtigd de gemaakte onderzoekskosten terug te vorderen. Tegen de hoogte van die kosten heeft [eis.conv./verw.reconv.] geen gemotiveerd verweer gevoerd zodat de vordering van RVS tot voldoening van die kosten zal worden toegewezen.  LJN BX8182

Deze website maakt gebruik van cookies