Zoeken

Inloggen

Artikelen

RTC Eindhoven 191112 klacht tegen medisch adviseur ongegrond nu deze enkel oordeelde als medisch adviseur, niet als deskundige

RTC Eindhoven 191112 klacht tegen medisch adviseur ongegrond nu deze enkel oordeelde als medisch adviseur, niet als deskundige 
2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende:

Klaagster heeft op 3 oktober 2006 een auto-ongeluk gehad. De verzekeraar van de wederpartij heeft aansprakelijkheid erkend. Na het ongeval was sprake van psychiatrische problematiek. De aansprakelijke verzekeraar heeft zich gewend tot G medisch adviseurs. In overleg tussen de medisch adviseur van klaagster en de medisch adviseur van de aansprakelijke verzekeraar werd overeengekomen om psychiatrisch expertise te laten verrichten door een psychiater. Toen diens rapport bij de medisch adviseur van G (een verzekeringsarts) kwam, had deze zijn twijfels over de kwaliteit van het rapport. Om deze reden heeft hij verweerder, die als medisch adviseur bij G was betrokken, gevraagd om het rapport op kwaliteit te beoordelen. Verweerder heeft zijn beoordeling neergelegd in een dossiernotitie, die als onderdeel van het medisch advies naar de aansprakelijke verzekeraar als opdrachtgever is verzonden. In de notitie concludeert verweerder dat het rapport niet slecht is, maar wel tekortkomingen vertoont.

3. Het standpunt van klaagster en de klacht

Klaagster stelt - kort weergegeven- dat verweerder als arts met het schrijven van de notitie heeft gehandeld in strijd met de zorg die hij ten opzichte van klaagster behoorde te betrachten en aldus tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Verweerder is, aldus klaagster, opgetreden als extern deskundige, die zich dient te houden aan de richtlijn psychiatrische rapportages van de NVvP. Hij heeft de gezondheidstoestand van klaagster beoordeeld en, zonder haar zelf te onderzoeken, een diagnose gesteld. Verweerder heeft zich niet aan deze richtlijn gehouden. Verweerder heeft zich voor het karretje van de wederpartij van klaagster laten spannen om een rapport dat die wederpartij onwelgevallig was kapot te schrijven.

4. Het standpunt van verweerder

Verweerder stelt zich - kort weergegeven- op het standpunt dat hij niet is opgetreden als deskundige, maar als medisch adviseur. De door klaagster vermelde richtlijn is niet van toepassing. Verweerder heeft niet de gezondheidstoestand van klaagster beoordeeld, maar slechts (het concept van) het psychiatrische rapport. Van deze taak heeft hij zich zorgvuldig gekweten.

5. De overwegingen van het college

Verweerder is op verzoek van een collega medisch adviseur van hetzelfde adviesbureau (G), die twijfels had over de kwaliteit van een door een psychiater opgesteld  deskundigenrapport, gevraagd om dit rapport vanuit zijn specialistisch expertise op kwaliteit te beoordelen. Voor het college is, mede gelet op de ter zitting afgelegde getuigenverklaring van de heer H, komen vast te staan dat verweerder daarbij niet is opgetreden als extern deskundige maar als (mede) medisch adviseur, verbonden aan hetzelfde bureau, G. Het college ziet niet in, op grond waarvan verweerder niet op dit verzoek had mogen ingaan. Verweerder heeft aan het verzoek van zijn collega voldaan door hem een notitie met een beoordeling van de kwaliteit van het (concept)deskundigenrapport te doen toekomen. Uit deze notitie blijkt naar het oordeel van het college dat verweerder geen onderzoek heeft gedaan naar of een oordeel gegeven over de gezondheidstoestand van klaagster. Hij heeft volstaan met het toetsen van de bevindingen van het deskundigenrapport aan de eisen die de jurisprudentie aan een dergelijk rapport stelt.

Dat heeft tot gevolg dat de richtlijn psychiatrische rapportages niet van toepassing is.

Dat betekent niet dat de notitie van verweerder niet tuchtrechtelijk kan worden getoetst aan normen als zorgvuldigheid, onafhankelijkheid en consistentie. Toetsend aan deze normen komt het college tot het oordeel dat verweerder geen verwijt valt te maken.

Het college hecht  eraan om, waar klaagster verweerder beschuldigt van het desgevraagd “kapot schrijven” van een aan haar wederpartij onwelgevallig rapport, op te merken dat er geen gronden zijn voor dit, de integriteit van verweerder rakende, verwijt.

Op grond van het voorgaande concludeert het college dat de klacht ongegrond is. LJN YG2420 op tuchtrecht.overheid.nl

Deze website maakt gebruik van cookies