Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Den Bosch 160211 huishoudelijke hulp, 3,2 uur x € 10,00, eindleeftijd 75 1/2 jaar (zie seniorenonderzoek 2004 van GGD Zuid-Holland West), (becijfering toekomstschade m.b.v online rekentool NRL)

Rb Den Bosch 160211 huishoudelijke hulp, 3,2 uur x € 10,00, eindleeftijd 75 1/2 jaar (zie seniorenonderzoek 2004 van GGD Zuid-Holland West), (becijfering toekomstschade m.b.v online rekentool NRL)
Rapportage arbeidsdeskundige

2.1. Teneinde de omvang en behoefte van [eiseres] aan huishoudelijke hulp te kunnen vaststellen heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 23 september 2009 de registerarbeidsdeskundige / ergonoom J.A.J. Wouters van bureau Terzet (hierna: Wouters) tot deskundige benoemd en hem opdracht gegeven bericht uit te brengen over de hulpbehoefte van [eiseres].

2.2. Bij het bepalen van de hulpbehoefte van [eiseres] dient te worden uitgegaan van de functiebeperkingen zoals die zijn beschreven in de rapporten van dr. Edixhoven en dr. Verdickt. Deze beperkingen waren nog niet vertaald in een belastbaarheidsprofiel, waarover een arbeidsdeskundige dient te beschikken om de hulpbehoefte te kunnen bepalen. Een dergelijk profiel moest dus nog worden opgesteld. De rechtbank heeft in verband hiermee Wouters opgedragen daartoe zelf een medisch adviseur of verzekeringsgeneeskundige in te schakelen.

2.3. Wouters heeft verzekeringsarts mr. drs. G.J. Kruithof verzocht een belastbaarheidsprofiel op te stellen. Uit het rapport van Kruithof, dat is overgelegd als bijlage 1 bij het rapport van Wouters, blijkt dat Kruithof zijn conceptrapportage op 12 maart 2010 aan [eiseres] heeft toegezonden. Bij email van 22 maart 2010 heeft [eiseres] meegedeeld dat zij geen gebruik zal maken van haar blokkeringsrecht. Zij vraagt alleen om een aanpassing van het rapport op het punt van pre-existente klachten. Voor zover de rechtbank kan overzien is het rapport op dit punt niet aangepast. Zoals later in dit vonnis nog zal blijken is dat echter niet relevant. Het belastbaarheidsprofiel is vervolgens naar partijen gezonden met het verzoek om commentaar. Van de zijde van [eiseres] is meegedeeld dat er geen op- of aanmerkingen zijn. Van de zijde van Solmar Tours is geen reactie gekomen.

2.4. Wouters heeft vervolgens aan de hand van dit belastbaarheidsprofiel, na bestudering van het dossier en na een huisbezoek aan [eiseres], zijn bevindingen uitgewerkt en de vragen van de rechtbank beantwoord in een conceptrapportage die aan partijen is toegezonden. Van de zijde van [eiseres] is op 7 juni 2010 telefonisch meegedeeld dat zij akkoord is met de conceptrapportage en geen op- of aanmerkingen heeft. Van de zijde van Solmar Tours is bij faxbericht van 31 mei 2010 op het conceptrapport gereageerd (bijlage 4 bij het rapport van Wouters). Wouters is in zijn definitieve rapport ingegaan op de door Solmar Tours opgeworpen vraagpunten.

2.5. Voor de letterlijke weergave van de bevindingen van Wouters verwijst de rechtbank naar het deskundigenrapport. Samengevat komen de conclusies van Wouters op het volgende neer. Wouters heeft de wekelijkse behoefte aan huishoudelijke hulp vastgesteld op 3,2 uur. De behoefte aan hulp bij het verrichten van andere werkzaamheden in en om het huis (tuin- en huisonderhoud) is door Wouters geschat op 8 uur per jaar. Volgens Wouters valt in redelijkheid niet aan te nemen dat de eventuele behoefte aan huishoudelijke hulp en hulp bij het verrichten van andere werkzaamheden in en om het huis in de toekomst zal afnemen, omdat de gezinssamenstelling niet zal wijzigen en de echtgenoot van [eiseres] beperkt inzetbaar is. Wouters heeft voorts geen beperkingen gevonden op grond waarvan kan worden verondersteld dat fietsen voor [eiseres] niet meer mogelijk zou kunnen zijn. Wouters merkt voorts het volgende op. [eiseres] en haar echtgenoot gaan verhuizen. Bij die woning is een tuin. Vanwege de beperkingen van [eiseres] zal zij die tuin niet kunnen onderhouden. Wouters geeft partijen in overweging om de kosten van betegeling van de tuin, wat schadebeperkend werkt, voor vergoeding in aanmerking te laten komen.

2.6. [eiseres] geeft in haar conclusie na deskundigenbericht aan dat zij zich met de hoofdlijnen en de conclusies van Wouters kan verenigen. Zij plaatst wel een aantal kanttekeningen met het oog op de mogelijke reactie van Solmar Tours op het rapport, maar die doen geen afbreuk aan de conclusies van Wouters.

2.7. Solmar Tours kan zich niet met het rapport van Wouters verenigen. Zij stelt op de eerste plaats dat onvoldoende rekening is gehouden met de leeftijd van [eiseres] en de beperkingen die zij al had: hernia, astma, problemen met de onderrug. De rechtbank volgt Solmar Tours hierin niet. Niet valt in te zien dat de leeftijd van [eiseres] van belang is voor het bepalen van de behoefte aan huishoudelijke hulp, tenzij Solmar Tours zou willen betogen dat het gebruikelijk is dat iemand van de leeftijd van [eiseres] – thans 62 jaar – hoe dan ook gebruik maakt van huishoudelijke hulp. Een dergelijk standpunt is van iedere realiteit ontbloot. Voor wat betreft de beperkingen die [eiseres] al had, begrijpt de rechtbank dat Solmar Tours hiermee bedoelt te stellen dat de hulpbehoefte lager zou zijn wanneer van pre-existente klachten geen sprake zou zijn. De rechtbank overweegt als volgt. De opdracht aan Wouters was, zoals hiervoor al is weergegeven, om op basis van de door dr. Edixhoven en dr. Verdickt vastgestelde functiebeperkingen de behoefte aan hulp vast te stellen. Dr. Verdickt maakt geen melding van pre-existente klachten. Dr. Edixhoven doet dat wel. Zoals al in het tussenvonnis van 23 september 2009 is overwogen (r.o. 2.10) heeft dr. Edixhoven geconcludeerd dat er voor wat betreft het huidige klachtenpatroon van [eiseres] geen sprake is van pre-existente invloeden. De rechtbank ziet geen enkele aanleiding om aan te nemen dat Wouters met méér beperkingen rekening heeft gehouden dan door dr. Edixhoven (en dr. Verdickt) zijn vastgesteld. Voor zover Solmar Tours beoogt te stellen dat het overgewicht van [eiseres] ten onrechte buiten beschouwing is gebleven bij het vaststellen van de hulpbehoefte overweegt de rechtbank dat uit niets blijkt dat het overgewicht heeft geleid tot een extra hulpbehoefte die er anders niet zou zijn geweest.

2.8. Solmar Tours stelt voorts dat onvoldoende rekening is gehouden met de feitelijke situatie en de omstandigheden waarin [eiseres] en haar echtgenoot en kinderen leefden. Kort gezegd voert Solmar Tours aan dat de kinderen het huis uit zijn, dat gezinsleden elkaar dienen bij te staan en dat niet daadwerkelijk externe hulp is ingeschakeld. De rechtbank overweegt dat uit het rapport van Wouters in het geheel niet blijkt dat met vorenstaande omstandigheden geen rekening is gehouden. Wouters geeft bovendien in zijn reactie naar aanleiding van het commentaar van Solmar Tours op zijn conceptrapport aan dat hij het er volledig mee eens is dat van de echtgenoot het nodige verwacht mag worden, maar dat dat in het onderhavige geval anders ligt dan gebruikelijk (p. 15 onder 11):

“Probleem is echter dat deze echtgenoot voor het ongeval al arbeidsongeschikt was ten gevolge van een TIA, schouderproblemen en rugproblemen. Hij heeft duidelijke beperkingen en probeert zich wel binnen zijn mogelijkheden in te zetten waarover ik in het rapport heb geschreven. Daarbij speelt dat er een traditioneel rolpatroon tussen man en vrouw bestond waarbij betrokkene alle domistieke activiteiten voor haar rekening nam. Hij is het dus van oudsher helemaal niet gewend, werkte veel jaren ook extra buiten de normale werkuren om bij te verdienen en kan derhalve niet putten uit routine. Zou hij niet beperkt zijn zou ik ondanks de onbekendheid met huishoudelijke werkzaamheden toch een aantal werkzaamheden aan hem hebben toegekend. Het zijn hier voornamelijk de beperkingen die een rol hebben gespeeld. Het is [een] situatie die niet doorsnee genoemd kan worden.”

Wouters heeft hiermee het commentaar van Solmar Tours gemotiveerd gepareerd. De bezwaren in de antwoordconclusie na deskundigenbericht zijn weliswaar anders geformuleerd, maar komen in de kern neer op een herhaling van het commentaar op de conceptrapportage. Gelet op het vorenstaande treft dit geen doel.

2.9. Solmar Tours wijst er op dat geen rekening is gehouden met de omstandigheid dat [eiseres] gaat verhuizen en mogelijk naar een nieuwe gelijkvloerse woning gaat. Ook dit argument faalt. Wouters heeft als bijlage 2 een bouwtekening van de toekomstige woning van [eiseres] bij het rapport gevoegd. Daaruit blijkt zonneklaar dat het niet gaat om een gelijkvloerse woning. Bovendien schrijft Wouters in zijn rapport onder 5.4 dat het volledig in de lijn van de verwachting ligt dat er geen wijzigingen zullen zijn in de hoeveelheid uren die nodig is voor de huishoudelijke activiteiten.

2.10. Solmar Tours oppert ook nog de mogelijkheid dat [eiseres] gaat verhuizen naar een zorg- of aanleunwoning waardoor zij ook nauwelijks of geen huishoudelijke activiteiten meer hoeft te ontplooien. Voorts moet ervan worden uitgegaan dat [eiseres] gelet op haar leeftijd spoedig of althans over een aantal jaren naar een verzorgingshuis gaat en zij daar geen huishoudelijke werkzaamheden hoeft te verrichten. Allereerst sporen deze argumenten niet met het feit dat [eiseres] nog gaat verhuizen naar een nieuwe woning. Daarnaast is het argument met betrekking tot het verzorgingstehuis gelet op de leeftijd van [eiseres] – slechts 62 jaar – in een tijd waarin een maatschappelijk debat woedt over het verhogen van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, niet serieus te nemen.

2.11. De rechtbank is van oordeel dat het rapport van Wouters begrijpelijk en consistent is. Het is behoorlijk gemotiveerd en de conclusies vloeien logisch voort uit het rapport. De rechtbank neemt daarom de conclusies van Wouters, zoals hiervoor weergegeven onder 2.5 over. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat de reacties van partijen op het rapport van Wouters geen grond bieden tot twijfel aan de juistheid van zijn conclusies.

2.12. De rechtbank zal thans ingaan op de afzonderlijke door [eiseres] gevorderde schadeposten. Vooraf overweegt de rechtbank met betrekking tot de door [eiseres] gevorderde wettelijke rente als volgt. Solmar Tours stelt dat de rentevordering, nu deze is gebaseerd op samengestelde interesten, moet worden afgewezen. Slechts de wettelijke rente is toewijsbaar, primair vanaf 16 december 2008 (datum dagvaarding), subsidiair vanaf de datum dat Solmar Tours door [eiseres] werd aangesproken, aldus Solmar Tours. Dit verweer faalt. Het feit dat (mogelijk) sprake is van samengestelde interesten, levert gelet op het bepaalde in artikel 6:119 lid 2 BW geen grond op voor afwijzing van de gevorderde rente.
Voor wat betreft de ingangsdatum van de wettelijke rente geldt als uitgangspunt dat in het geval van een onrechtmatige daad (zoals hier) de schuldenaar in verzuim is met betaling zodra de schade wordt geleden en die schade niet terstond wordt vergoed. Dit uitgangspunt indachtig zal per schadepost worden vastgesteld wat de ingangsdatum van de wettelijke rente is.

Huishoudelijke hulp / verlies aan zelfwerkzaamheid

2.13. De behoefte aan huishoudelijke hulp is door Wouters vastgesteld op 3,2 uur per week. Wegens verlies aan zelfwerkzaamheid is sprake van een hulpbehoefte van 8 uur per jaar. Het verweer van Solmar Tours hiertegen komt erop neer dat dit aantal uren te hoog is ingeschat omdat ook van de echtgenoot van [eiseres] verwacht kan worden dat hij bepaalde taken in het huishouden verricht. Dat verweer is door de rechtbank hiervoor onder 2.8 al verworpen.

2.14. Aan de hand van de door Wouters vastgestelde hulpbehoefte kan thans de schade voor wat betreft huishoudelijke hulp worden begroot. Wouters hanteert daarvoor een uurtarief van EUR 10,00, wat de rechtbank niet onredelijk voorkomt.

Verschenen schade huishoudelijke hulp

2.15. De door [eiseres] overgelegde schadestaat betreft voor het verleden de periode tot en met 17 november 2008. Met de thans voorhanden gegevens kan echter de al geleden schade worden vastgesteld tot en met de datum van dit vonnis. De rechtbank gaat daarbij, net als [eiseres], uit van een hulpbehoefte gedurende 48 weken per jaar. Over de periode van 16 juli 2005 tot en met de datum van dit vonnis, 16 februari 2011, komt dat neer op een bedrag van (57/12 × 48 × 3,2 × 10) = EUR 8.576,00.

2.16. De rechtbank verwerpt het verweer van Solmar Tours dat bij gebrek aan bewijsstukken betreffende betalingen voor huishoudelijke hulp van daadwerkelijk geleden schade geen sprake is. De aard van schade ter zake verlies van vermogen om huishoudelijk werk te verrichten, brengt mee dat de al geleden schade in beginsel moet worden begroot aan de hand van de in het verleden concreet gemaakt kosten van huishoudelijke hulp. Thans staat vast dat [eiseres] als gevolg van het ongeval inderdaad behoefte aan 3,2 uren huishoudelijke hulp heeft gekregen omdat zij niet meer in staat is bepaalde werkzaamheden zelf te verrichten. Op grond van vaste rechtspraak (onder meer HR 5 december 2008, NJ 2009, 387) geldt dat de kosten van huishoudelijke hulp voor werkzaamheden die de benadeelde als gevolg van het opgelopen letsel niet meer zelf kan verrichten, moeten worden vergoed voor zover het gaat om werkzaamheden waarvan het normaal en gebruikelijk is dat zij worden verricht door professionele hulpverleners. Dat is niet anders als de kosten voor de vervangende professionele huishoudelijke hulp niet daadwerkelijk zijn of worden gemaakt.

2.17. De rechtbank verwerpt ook het verweer van Solmar Tours dat [eiseres] haar schade dient te beperken door gebruik te maken van de diensten van de Thuiszorg. De rechtbank overweegt dat [eiseres] weliswaar beschikte over een indicatie van de Thuiszorg voor 2-3,9 uur hulp per week, maar dat zij in de dagvaarding en ter comparitie gemotiveerd heeft aangegeven waarom zij daarvan geen gebruik wil maken. Solmar Tours heeft deze argumenten niet gemotiveerd weerlegd en niet aangevoerd waarom in weerwil van de door [eiseres] aangevoerde argumenten toch van haar verwacht mag worden dat zij een beroep doet op de Thuiszorg. Het verweer wordt daarom verworpen, zowel voor wat betreft de reeds verschenen als de toekomstige schade. Dit geldt ook voor zover dit verweer betrekking heeft op het verlies aan zelfwerkzaamheid.

2.18. De rechtbank zal het hiervoor genoemde schadebedrag ad EUR 8.576,00 toewijzen. Solmar Tours is daarover wettelijke rente verschuldigd. Nu de schade is geleden over een periode van meerdere jaren, acht de rechtbank het redelijk om voor wat betreft de ingangsdatum van de wettelijke rente uit te gaan van het midden van die periode, zijnde 1 april 2008.


Toekomstige schade huishoudelijke hulp

2.19. Voor wat betreft de toekomstige schade ter zake huishoudelijke hulp vanaf de datum van dit vonnis kan eveneens worden uitgegaan van een hulpbehoefte van 3,2 uur à EUR 10,00 per week gedurende 48 weken per jaar. [eiseres] hanteert een eindleeftijd van 75 jaar en zes maanden. [eiseres] onderbouwt deze eindleeftijd, die afwijkt van de in de letselschadepraktijk gebruikelijk gehanteerde eindleeftijd van 70 jaar, met statistische gegevens. [eiseres] verwijst naar de reeks Seniorenonderzoek 2004 van de GGD Zuid-Holland West, waaruit blijkt dat de meeste beperkingen bij senioren ondervonden worden rondom het bewegingsapparaat. In de leeftijdsgroep van 65 tot en met 74 jaar heeft slechts 18% van de senioren beperkingen. Pas boven de 85 jaar neemt dat percentage toe tot 65%. Voorts is de moeder van [eiseres] 84 jaar oud geworden en woonde zij tot nagenoeg het einde van haar leven zelfstandig. Solmar Tours heeft dit alles niet weersproken. De rechtbank zal daarom de eindleeftijd conform het standpunt van [eiseres] vaststellen op 75 jaar en zes maanden.

2.20. De rechtbank heeft met behulp van de online rekentool van het Nederlands Rekencentrum Letselschade (NRL, www.nrl.nl) de schade voor wat betreft de toekomstige behoefte aan huishoudelijke hulp aan de hand van de volgende uitgangspunten berekend:
- periode van 16 februari 2011 tot 7 september 2023,
- jaarlijkse sterftekanscorrectie,
- rekenrente 3%,
- rekening houdend met belastingschade,
- rekening houdend met heffingsvrij vermogen van [eiseres].
- kapitalisatiedatum 16 februari 2011.
Wanneer deze gegevens worden ingevoerd in de hiervoor bedoelde rekentool komt daaruit dat de gekapitaliseerde schade EUR 15.123,00 bedraagt. Over dit bedrag is wettelijke rente verschuldigd vanaf de datum van dit vonnis. Ter verduidelijking is hieronder de specificatie van de berekening opgenomen (overgenomen van de hiervoor genoemde website):

Jaar  Schade  Leeftijd  Sterfte Kans  Input Rend.  Input Infl.  Contante Waarde Factor  Contante Waarde Schade  Begin Kapitaal  Rente  Opname Schade  Opname Fisc. Comp.  Eind Kapitaal
2011  1342  63  0.9917  0.06  0.03  1.0000  1331  15123  0  1331  0  13792
2012  1536  64  0.9826  0.06  0.03  0.9750  1472  13792  723  1549  0  12967
2013  1536  65  0.9727  0.06  0.03  0.9474  1415  12967  778  1579  0  12165
2014  1536  66  0.9618  0.06  0.03  0.9206  1360  12165  730  1608  0  11287
2015  1536  67  0.9499  0.06  0.03  0.8946  1305  11287  677  1636  0  10328
2016  1536  68  0.9368  0.06  0.03  0.8693  1251  10328  620  1662  0  9286
2017  1536  69  0.9226  0.06  0.03  0.8447  1197  9286  557  1686  0  8158
2018  1536  70  0.9071  0.06  0.03  0.8207  1144  8158  489  1707  0  6940
2019  1536  71  0.8902  0.06  0.03  0.7975  1090  6940  416  1726  0  5631
2020  1536  72  0.8719  0.06  0.03  0.7749  1038  5631  338  1741  0  4227
2021  1536  73  0.8521  0.06  0.03  0.7530  986  4227  254  1752  0  2729
2022  1536  74  0.8305  0.06  0.03  0.7317  933  2729  164  1759  0  1133
2023  1048  75  0.8070  0.06  0.03  0.7110  601  1133  68  1201  0  0
LJN BP9059

Deze website maakt gebruik van cookies