Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBNHO 080519 kosten behandeling DBC komen, ongeclausuleerd, voor rekening aansprakelijke partij

RBNHO 080519 kosten behandeling DBC komen, ongeclausuleerd, voor rekening aansprakelijke partij
- bgk: verzocht € 7.800,69; toegewezen, gematigd met oog op overnamekosten van SRK en onduidelijkheid vervolgtraject, voorschot € 5.000,00 
- kosten deelgeschil verzocht en toegewezen 12 x € 255.- + 6% + 21% = € 3.924,76.


1.2. 

De zaak is op de mondelinge behandeling van 27 maart 2019 tegelijk behandeld met de verzoeken van [ verzoeker ] en X strekkende tot het gelasten van voorlopig deskundigenonderzoek. 

1.3. 
De beschikking is bepaald op heden. 

2. De feiten 

2.1. 
[ verzoeker ] was op 26 december 2017 betrokken bij een verkeersongeval op de Gooiseweg te Amsterdam. Hij zat als bijrijder in een door X bestuurde auto, die zijdeling werd aangereden door een auto met een Belgisch kenteken, verzekerd bij Baloise, 
Baloise heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. 

2.2. 
De Nederlandse correspondent van Baloise is DEKRA Claims Services Netherlands B.V. (hierna: DEKRA). 

2.3. 
[ verzoeker ] heeft aangegeven dat hij als gevolg van het ongeval last heeft van hoofdpijn, nekklachten, schouderklachten, rugklachten, tintelingen in de linkerarm en linkerhand, concentratieproblemen. slaapproblemen en psychische klachten. 

2.4. 
[ verzoeker ] heeft (net als zijn partner X die als bestuurster in de auto zat) na het ongeval medische hulp gezocht. Hij is behandeld door een fysiotherapeut. Verder heeft hij een neuroloog en een arbeidsdeskundige geraadpleegd. Daarnaast is hij gestart met een revalidatietraject bij Reade. Dit traject is op verzoek van [ verzoeker ] voortijdig gestopt. 

2.5. 
[ verzoeker ] wil nu starten met een multidisciplinair traject bij DBC Badhoevedorp (hierna: DBC). 

2.6. 
Arbeidsdeskundige D.H. Verhagen. verbonden aan Radar arbeidsdeskundig bureau, heeft in zijn - aan DEKRA/Baloise gerichte -. rapport van 5 november 2018 het volgende aangegeven: 
"Beschouwing en conclusie 
Op basis van mijn bevindingen en de ontwikkelingen. ben ik van mening dat het te lang heeft geduurd alvorens ik van betrokkene de gevraagde informatie ontving die nodig was om een gezamenlijke afspraak bij Securitas te kunnen maken. Ik begreep van betrokkene dat hij in de afgelopen weken inderdaad een 'mindere' periode heeji gehad door de volgende factoren: zijn negatieve ervaring bij Reade en de bedrukte sfeer thuis met zijn vriendin die in hetzelfde schuitje zit waardoor het naar verluidt bij momenten lastig bleek om de moed erin te houden. Daarnaast lukte het hem zelf niet om zijn leidinggevende bij Securitas te pakken te krijgen. ondanks diverse pogingen vanuit zijn kant. Deze laatste ervaring deel ik met hem. 

Betrokkene beseft mu echter dat hij zelf goed bereikbaar moet zijn en actief medewerking moet verlenen aan alle noodzakelijke acties/re-integratieactiviteiten om uit deze impasse te komen. Ik moet zeggen dat betrokkene na het bespreken van dit punt van aandacht, daadwerkelijk beter bereikbaar is en positief meewerkt. 

Ten aanzien van een alternatief mdt ben ik de volgende mening toegedaan: ik beoordeel het voorgestelde traject bij DBC Badhoevedorp als een beter alternatief dan het traject dat betrokkene bij Reade volgde. Over het algemeen ligt de nadruk bij DBC meer op terugkeer in het arbeidsproces, maar wordt er wel een grote en actieve bijdrage van betrokkene zelfgevraagd. Om die reden ben ik van mening dat betrokkene zelf nadrukkelijk achter het traject moet staan, zeker vanuit zijn negatieve ervaring bij Reade. Ik begreep van hem dat dit het geval is en dat hij graag voor het mdt bij DBC Badhoevedorp in aanmerking wil komen.

Derhalve leg ik dit traject positief aan u voor met de vraag of u de kosten hiervan voor uw rekening wilt nemen. Na het afronden van de multidisciplinaire intake zal het precieze bedrag bekend worden, vooralsnog ga ik op basis van andere vergelijkbare trajecten uit van een bedrag van rond de f 6.311,- (inclusief intake). 

2.7. 
[ verzoeker ] heeft van DEKRA/Baloise geen onvoorwaardelijk akkoord ontvangen om met het multidisciplinair traject bij DBC te starten. 

3. Het deelgeschil 

3.1. 
[ verzoeker ] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, 
I. Baloise te verplichten om binnen twee weken na de beschikking onvoorwaardelijk en op kosten van Baloise mee te werken aan het starten van een multidisciplinair traject bij DBC, waarbij gestreefd zal worden naar verder herstel en vergroting van belastbaarheid; 
II. Baloise te veroordelen om aan [ verzoeker ] de openstaande kosten buiten rechte van € 7.800,69 te voldoen; 
III. de kosten van deze procedure te begroten op € 3.924,76, vermeerderd met het griffierecht, en Baloise te veroordelen om die kosten aan [ verzoeker ] te betalen. 

3.2. 
Aan dit verzoek legt [ verzoeker ] , samengevat en voor zover van belang, het volgende ten grondslag. 
[ verzoeker ] zit tot op heden (zonder werk) thuis. Hij wil dat aan zijn herstel wordt gewerkt. Arbeidsdeskundige Verhagen heeft [ verzoeker ] gewezen op een traject bij DBC, waarbij hij baat kan hebben. Dit traject ziet op het vergroten van belastbaarheid en het terugkomen naar het gewone leven en werk. [ verzoeker ] heeft een kennismakingsgesprek bij DBC gehad en is enthousiast. Door het uitblijven van een inhoudelijke, positieve reactie van DEKRA/Beloise om te kunnen starten met dit traject stagneert zijn herstel, mede ook omdat DEKRA/Beloise maar mondjesmaat voorschiet en [ verzoeker ] steeds financiële nood heeft. De schade van [ verzoeker ] loopt hierdoor op. 

3.3. 
Baloise voert verweer. Baloise kan instemmen met het verzoek van [ verzoeker ] , zij het onder de volgende voorwaarden: 
a) Baloise betaalt de facturen van DBC direct aan DBC en niet via [ verzoeker ] ; 
b) indien [ verzoeker ] het behandelingstraject tussentijds staakt of indien de behandelaren constateren dat [ verzoeker ] zich (als voorheen) niet voldoende inzet voor zijn herstel, wordt het traject niet langer door Baloise vergoed en dient [ verzoeker ] de door Baloise aan DBC betaalde bedragen aan Baloise terug te betalen; 
c) Baloise vergoedt hoogstens een bedrag van €; 6.311,00 voor dit traject; 
d) er wordt hierna niet nogmaals op kosten van Baloise een (ander) multidisciplinair traject gestart. 

Onder deze voorwaarden wordt er meer financiële verantwoordelijkheid bij [ verzoeker ] gelegd. Dat creëert waarschijnlijk meer inzettingsvermogen voor zijn herstel en daarmee is het niet (langer) een loterij zonder nieten, aldus Baloise, 

3.4. 
Op de standpunten van parrijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 

4. De beoordeling 

4.1. 
De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over letsel- of overlijdensschade in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter ter bevordering van de totstandkoming van een minnelijke regeling. 
Gelet op dit doel dient de rechtbank allereerst te beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst dan wel, indien dat niet het geval is, het verzoek moet worden afgewezen (artikel 1019z Rv). 

4.2. 
In dit geval twisten partijen - kort gezegd - over de vraag of Baloise gehouden is onvoorwaardelijk en op haar kosten mee te werken aan het starten (en volgen, zo begrijpt de rechtbank) van een traject bij DBC. Met een oordeel daarover kán de thans ontstane impasse tussen partijen worden doorbroken en kunnen de onderhandelingen in principe worden voortgezet. Het verzoek van [ verzoeker ] leent zich dan ook voor behandeling in een deelgeschilprocedure. 

4.3. 
De rechtbank stelt vast dat Baloise geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd tegen het starten en volgen van een multidisciplinair traject bij DBC en het bekostigen daarvan, zij het dat Baloise hieraan voorwaarden zoals weergegeven onder r.o. 3.3. verbindt. [ verzoeker ] kan met deze voorwaarden niet, althans niet volledig instemmen. 

4.4. 
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank verwerpt het standpunt van Baloise dat er meer financiële verantwoordelijkheid bij [ verzoeker ] moet worden gelegd. Naar het oordeel van de rechtbank beeft [ verzoeker ] , onder verwijzing naar het rapport van arbeidsdeskundige Verhagen van 5 november 2018, voldoende onderbouwd gesteld dat hij wil werken aan zijn herstel. Uit dit rapport blijkt dat het traject bij DBC een beter alternatief is dan het traject dat [ verzoeker ] bij Reade volgde, omdat de nadruk bij DBC meer ligt op terugkeer in het arbeidsproces. [ verzoeker ] heeft tegenover Verhagen verklaard dat hij achter dit traject staat, waarna Verhagen het traject positief aan DEKRA/Baloise heeft voorgelegd. 
Ter zitting heeft [ verzoeker ] nogmaals zijn volledige inzet beloofd; hij is naar eigen zeggen het thuiszitten zat en wil weer kunnen leven en werken zoals het geval was vóór het ongeval. Op basis hiervan gaat de rechtbank ervan uit dat [ verzoeker ] zich serieus wil inzetten om het traject bij DBC tot een goed einde te brengen. 

4.5. 
Onder deze omstandigheden kan de door Baloise gestelde voorwaarde dat, als [ verzoeker ] het traject bij DBC tussentijds staakt of hij zich onvoldoende inzet, hij de kosten zelf moet betalen, niet worden gevolgd. Als [ verzoeker ] om enigerlei reden verweten zou kunnen worden dat hij niet goed meewerkt of heeft meegewerkt aan het traject bij DBC, kunnen daar mogelijk consequenties aan worden verbonden, maar de rechtbank acht het niet juist om bij voorbaat al als voorwaarde te stellen dat de kosten door [ verzoeker ] in dat geval moeten worden terugbetaald. De rechtbank wijst er in dit verband op dat de kosten voor het volgen van het traject bij DBC kunnen worden aangemerkt als schadepost. Tussen partijen staat immers niet ter discussie dat het traject is gericht op herstel van [ verzoeker ] . Dat brengt mee dat de aan het volgen van het traject verbonden kosten, voor zover redelijk, door Baloise als aansprakelijke partij dienen te worden vergoed. 
De rechtbank gaat verder voorbij aan de door Baloise voorgestelde maximale bijdrage van€ 6.311,00 voor het traject. Los van het feit dat dit bedrag een inschatting is van de arbeidsdeskundige en er nog geen factuur/offerte van DBC is, zou het stellen van een maximum bedrag als voorwaarde afbreuk doen aan het genoegzaam (kunnen) volgen van het traject. Daarbij komt dat over de lengte van het traject en een eventueel vervolgtraject op dit moment nog geen uitspraak kan worden gedaan. Als de behandelaren voortzetting van het traject noodzakelijk achten en daarmee dus de kosten hoger worden, ligt het in de rede dat Baloise deze kosten volledig voor haar rekening neemt. Daarbij spreekt voor zich dat de kosten wel redelijk dienen te zijn en passend bij hetgeen wordt geboden. 
De rechtbank acht het tenslotte voorbarig om als voorwaarde te stellen dat er na het traject bij DBC niet nogmaals op kosten van Baloise een (ander) multidisciplinair traject wordt gestart. 
Dat zonder nader te stellen voorwaarden sprake is van een loterij zonder nieten, volgt de rechtbank gelet op het voorgaande niet. 

4.6. 
De slotsom is dat het verzoek van [ verzoeker ] dat Baloise moet meewerken aan het traject bij DBC en de volledige kosten hiervoor moet dragen voor toewijzing in aanmerking komt, met inachtneming van het volgende. 

4.7. 
Baloise heeft verzocht dat zij de facturen van DBC direct aan DBC betaalt en niet via [ verzoeker ] . Ter zitting heeft [ verzoeker ] aangegeven hiermee te kunnen instemmen. De rechtbank gaat ervan uit dat de betaling van de facturen van DBC door Baloise aldus zal geschieden. 

Buitengerechtelijke kosten 

4.8. 
[ verzoeker ] stelt dat de totale kosten - advocaatkosten en verschotten - van de behandeling van de zaak in de periode mei 2018 - november 2018 € 12.438, 13 bedragen, waarbij wat betreft de advocaatkosten is gerekend met een uurtarief van € 255,- exclusief kantoorkosten en btw. Baloise heeft een totaalbedrag van € 4.637,44 voldaan, zodat tot en met 16 november 2018 een bedrag van € 7.800,69 openstaat. [ verzoeker ] heeft de hoogte van de genoemde bedragen onderbouwd met een eigen overzicht (productie 4), een factuur met specificatie (productie 5), een declaratieoverzicht (productie 5) en een urenoverzicht (productie 6). 

4.9. 
Baloise voert aan dat het opgevoerde bedrag de dubbele redelijkheidtoets van artikel 6:96 lid 6 BW niet kan doorstaan. Zij brengt in dat verband het volgende naar voren. 
Er worden te veel contactmomenten met [ verzoeker ] in rekening gebracht, terwijl ook geen rekening is gehouden met de overlap van de werkzaamheden die de advocaat van [ verzoeker ] voor X heeft verricht. Het is voorbarig om nu al zo'n groot bedrag aan buitengerechtelijke kosten toe te wijzen. Tot op heden is al op redelijke wijze op de buitengerechtelijke kosten bevoorschot.Het verzoek moet worden afgewezen, dan wel dient er een matiging te worden toegepast tot de helft van het bedrag. 

4.10. 
De rechtbank overweegt als volgt. Dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht door de advocaat van [ verzoeker ] wordt als zodanig niet bestreden. Vast staat dat Baloise op de voet van artikel 6:96 lid 2 BW de buitengerechtelijke kosten van [ verzoeker ] aan hem moet vergoeden, voor zover die kosten redelijk zijn en de verrichte werkzaamheden redelijkenvijs noodzakelijk waren om schadevergoeding te verkrijgen. Over de hier bedoelde redelijkheid is tussen partijen een geschil gerezen. De beslechting van dit geschilpunt kan aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkornst bijdragen, al was het maar omdat daarmee een belemmering kan worden weggenomen voor de voor een reële vaststellingsovereenkornst noodzakelijke verdere rechtshulpverlening. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de wetgever de weigering van de verzekeraar advocaatkosten tussentijds te betalen expliciet als voorbeeld van een deelgeschil heeft aangeduid (TK 2007-2008, 31 518 nr.3, pagina 16). 
Gelet hierop kan de rechtbank Baloise niet volgen in haar stelling dat voor (verdere) uitkering van de buitengerechtelijke kosten moet worden gewacht totdat duidelijk is welk schadebedrag wordt vergoed en er wordt overgegaan tot een eindbetaling. 

4.11. 
Uit de door [ verzoeker ] overgelegde urenspecificatie / declaratieadvies blijkt dat veelvuldig via de e-mail is gecorrespondeerd, niet alleen met [ verzoeker ] maar ook met de wederpartij en derden. Daaruit blijkt niet dat onevenredig of nutteloos contact met [ verzoeker ] heeft plaatsgevonden. Verder heeft de advocaat van [ verzoeker ] ter zitting betwist dat geen rekening is gehouden met de overlap van werkzaamheden die zij heeft verricht voor X . Zij heeft ter zitting aangegeven een splitsing in werkzaamheden te hebben gemaakt en de tijd die zij heeft verricht verdeeld te hebben over de twee (aparte) zaken. Tegenover deze betwisting heen Baloise onvoldoende gesteld (en dit is ook niet gebleken) dat sprake is van in rekening gebrachte dubbeltellingen. 

4.12. 
Wel is gebleken dat Baloise de aansprakelijkheid voor het ongeval reeds heeft erkend in de periode dat de belangen van [ verzoeker ] nog werden behartigd door zijn vorige belangen hartiger (SRK). De aansprakelijkheid vormde geen punt van discussie tussen Baloise en de huidige advocaat van [ verzoeker ] , Ter zake van de bemoeiingen van SRK heeft Baloise reeds een bedrag aan buitengerechtelijke kosten vergoed. Door SRK was dus al voorwerk gedaan. De advocaat van [ verzoeker ] heeft aangevoerd dat zij het dossier, zoals aan haar overhandigd door de vorige belangenbehartiger van [ verzoeker ] , heeft moeten ordenen en dat daarmee ook de nodige tijd gemoeid is geweest. Weliswaar staat het [ verzoeker ] vrij om zijn belangen te laten behartigen door een andere gemachtigde, maar dat betekent niet dat de tijd die is geïnvesteerd in het op orde brengen van het (niet ordentelijk aangebrachte) dossier aan Baloise in rekening kan worden gebracht. 

4.13. 
Om te kunnen beoordelen in hoeverre de in rekening gebrachte buitengerechtelijke kosten redelijk zijn, is inzicht in de aard en omvang van de schade en de complexiteit van de zaak van belang. Daarover bestaat thans nog de nodige onzekerheid. De omvang van de aan het ongeval toe te rekenen schade is op dit moment nog niet duidelijk. Er moeten nog nadere (medische) expeniseïs) plaatsvinden. 

4.14. 
De rechtbank ziet onder deze omstandigheden aanleiding de tot en met 16 november 2018 gemaakte kosten niet thans vast te stellen op het door [ verzoeker ] gestelde bedrag, maar om betaling van (een deel van) de opgevoerde kosten bij wege van voorschot toe te wijzen. De rechtbank acht ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten een nadere bevoorschotting van € 5.000,00 redelijk en zal het verzoek in die zin en tot dat bedrag toewijzen. 

Kosten van het deelgeschil 

4.15.
[ verzoeker ] verzoekt deze kosten te begroten op € 3.924,76, corresponderende met een tijdsbesteding van twaalf uren tegen een uurtarief van € 255.- en vermeerderd met 6% kantoorkosten en 21% btw. 
Baloise acht zes uren tegen een uurtarief van € 255,- gerechtvaardigd. 

4.16. 
De rechtbank dient op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de procedure te begroten en daarbij de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking te nemen, ook indien een verzoek niet. wordt toegewezen. Bij de begroting van de kosten dient de rechtbank de dubbele redelijkheidstoers te hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn. Dit betekent dat indien een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen. 

4.17. 
Hetgeen door [ verzoeker ] is begroot komt de rechtbank gelet op de complexiteit van de zaak niet onredelijk voor, althans hetgeen Baloise daartegen heeft aangevoerd is onvoldoende (concreet) om tot een ander oordeel te komen. Overeenkomstig het verzoek zullen de met de opstelling van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak gernoeide, redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW door de rechtbank worden begroot op € 3.924,76, te vermeerderen met het door [ verzoeker ] betaalde griffierecht van € 297,00. Baloise zal tot betaling daarvan aan [ verzoeker ] worden veroordeeld. 

Met dank aan mr. J. Roth, SAP Advocaten voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2019/RBNHO-080519  nu ook op rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBNHO:2019:4523

Deze website maakt gebruik van cookies