Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Midden-NL 030314 RSI productiemedewerker; voor beroep op arbeidsrechtelijke omkeringsregel is verband met werk te onzeker en te onbepaald

Rb Midden-NL 030314 RSI productiemedewerker; rapport deskundigen gaat uit van onjuiste aannames mbt belasting; geen causaal verband;
- voor beroep op arbeidsrechtelijke omkeringsregel is verband met werk te onzeker en te onbepaald

4.10.

Op grond van het voorgaande is niet komen vast te staan dat [eiser] in de uitoefening van zijn werkzaamheden voor Begeer is blootgesteld aan zodanige fysiek belastende arbeidsomstandigheden dat zijn voortdurende en chronisch geworden armklachten daardoor zijn veroorzaakt. Voor zijn stelling bieden de bevindingen van Sorgdrager en Kuijer onvoldoende steun en is hun rapportage onvoldoende concludent. Vervolgens rijst de vraag of [eiser] kan profiteren van de in de rechtspraak, ter verlichting van de op hem rustende bewijslast, ontwikkelde regel. Deze regel houdt in dat wanneer een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden en schade aan zijn gezondheid heeft opgelopen, het door hem te bewijzen oorzakelijk verband tussen de werkzaamheden en die schade in beginsel moet worden aangenomen, indien de werkgever heeft nagelaten de maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden dergelijke schade lijdt. Voor de toepassing van deze regel is nodig dat de werknemer niet alleen stelt en zo nodig bewijst dat hij zijn werkzaamheden heeft moeten verrichten onder omstandigheden die schadelijk kunnen zijn voor zijn gezondheid, maar ook dat hij stelt en zo nodig aannemelijk maakt dat hij lijdt aan gezondheidsklachten die daardoor kunnen zijn veroorzaakt (HR 17 november 2000 NJ 2001/596, Unilever/[naam], HR 23 juni 2006 NJ 2006/354, [naam]/Luyckx, en HR 9 januari 2009 NJ 2011/252, [naam]/BAM). Deze in de rechtspraak ontwikkelde regel drukt het vermoeden uit dat de gezondheidsschade van de werknemer is veroorzaakt door de omstandigheden waarin deze zijn werkzaamheden heeft verricht. Dat vermoeden kan worden gerechtvaardigd door hetgeen in het algemeen bekend is omtrent de ziekte en haar oorzaken, alsook door de schending door de werkgever van de veiligheidsnorm die beoogt een en ander te voorkomen. Gelet daarop is voor dat vermoeden geen plaats in het geval het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. Verwezen wordt naar HR 7 juni 2013 (JAR 2013/177). De kantonrechter oordeelt op grond van hetgeen hierboven is overwogen dat bedoeld verband in dit geval te onzeker en te onbepaald is, wat toepassing van genoemde regel verhindert.

4.11.
Daar komt bij dat, wanneer aan een werkgever wordt verweten dat hij is tekortgeschoten in de verplichting om adequate maatregelen te nemen om te voork├│men dat zijn werknemer als RSI te duiden gezondheidsschade oploopt, maar wettelijke voorschriften die aan de werkgever specifieke verplichtingen opleggen (zoals bijvoorbeeld bij beeldschermwerk het geval is) ontbreken, de vraag rijst welke preventieve maatregelen de werkgever redelijkerwijs ter bescherming van de werknemer had kunnen en moeten nemen. De Gezondheidsraad heeft bij rapport van 27 november 2000 (publicatienummer 2000/22) geoordeeld dat de toenmalige stand van de wetenschap nog niet toereikend was om tot het stellen van normen te kunnen komen. Daarin is sindsdien, naar algemeen bekend mag worden verondersteld, geen wezenlijke verandering gekomen (vgl. de conclusie van Advocaat-Generaal Spier voor HR 7 juni 2013 JAR 2013/177). Waar in voorkomende gevallen een redelijke uitkomst van een geschil als het onderhavige kan worden bereikt door op grond van ongeschreven recht aan te nemen dat van de werkgever mag worden verlangd dat hij een werknemer die bij zijn werk hoogfrequent repeterende bewegingen moet uitvoeren gelegenheid geeft om zijn werkzaamheden te onderbreken met rustperiodes en om deze werkzaamheden af te wisselen met andersoortig werk dat niet met dezelfde belasting gepaard gaat, kan dat [eiser] niet baten. Vast staat dat hij door Begeer bij alle voorkomende productiewerkzaamheden werd ingezet, dat tot zijn taken ook werkzaamheden behoorden die geen gevaar op RSI opleverden, en dat - zoals [eiser] ter comparitie heeft beaamd - in de regel sprake was van afwisselend werk. Het gaat in algemene zin te ver om van een werkgever te verlangen dat hij ook bij piekdrukte van betrekkelijk korte duur zijn personeel geen fysiek zwaar belastende arbeid opdraagt. Dat Begeer [eiser] stelselmatig aan overbelasting heeft blootgesteld, is niet komen vast te staan. Dat [eiser] gedurende de piekdrukte in de winter van 1996/1997 en bij die in het najaar van 1997 (ten tijde van de productie van briefopeners) niet voldoende rust heeft kunnen nemen, is gesteld noch gebleken.

ECLI:NL:RBMNE:2014:815

Deze website maakt gebruik van cookies