Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Utrecht 160610 AOV is sommenverzekering

Rb Utrecht 160610  AOV is sommenverzekering
2.17.  De rechtbank stelt voorop dat volgens artikel 7:925 lid 1 BW een verzekeringsovereenkomst hetzij schadeverzekering, hetzij sommenverzekering is. Uit de wetsgeschiedenis bij artikel 7:925 lid 2 BW kan worden opgemaakt dat arbeidsongeschiktheidsverzekeringen in beginsel strekken tot vergoeding van schade, maar de daarvoor uit te keren vergoeding vooraf in de overeenkomst is vastgelegd, ongeacht of het bedrag door op geld waardeerbare schade wordt gerechtvaardigd en dat daarom in het geval van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen sprake is van een sommenverzekering. Voor de beoordeling van onderhavige zaak is van belang wat de betekenis van artikel 3 van de aanvullende voorwaarden is.

2.18.  Bij de uitleg van bepalingen in de verzekeringsovereenkomst komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer op dit punt redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en wat partijen op dit punt redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Artikel 3 van de aanvullende voorwaarden bepaalt dat de verzekering tot doel heeft derving van inkomen als gevolg van arbeidsongeschiktheid te vergoeden. De rechtbank overweegt dat de formulering van artikel 3 de uitkering niet afhankelijk stelt van (de mate van) derving van inkomen nu noch uit de tekst van het artikel noch uit de overige artikelen van de aanvullende voorwaarden blijkt dat een koppeling is aangebracht tussen de uitkering enerzijds en de derving van inkomen, dan wel te lijden schade, door Gemcast anderzijds. In artikel 13.1 van de aanvullende voorwaarden is immers de hoogte van de uitkering vastgelegd en afhankelijk gesteld van de mate van arbeidsongeschiktheid en niet van de hoogte van het te derven inkomen of de te lijden schade. Gemcast hoefde er dan ook, gezien de formulering van artikel 3 en de aanvullende voorwaarden in zijn geheel bekeken, ten tijde van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst niet op bedacht te zijn dat uitkering eerst plaats zal vinden als sprake is van derving van inkomen.

2.19.  Nu dit verweer van De Amersfoortse op grond van voorgaande overwegingen niet opgaat zal de vraag naar inkomensderving niet worden opgenomen in de vraagstelling aan de arbeidsdeskundige.
LJN BM8006

Deze website maakt gebruik van cookies