Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Arnhem 170609 beter bed, med. en para.med behandelingen, reintegratie, schoolspullen etc.

Rb Arnhem 170609 beter bed, med. en para.med behandelingen, reintegratie, schoolspullen etc.
4.30.  Onder de noemer ‘materiële kosten’ heeft [eiseres] vergoeding gevorderd van de volgende kosten die zij stelt ten gevolge van het ongeval te hebben gemaakt: extra kosten voor de aanschaf van een geschikt bed, kosten van (para-)medische behandelingen, therapieën en reïntegratie (waaronder reiskosten), toekomstige therapiekosten, kosten (waaronder reiskosten) van omscholing, extra telefoon- en portokosten, kosten in verband met kinderopvang gedurende medische behandelingen en de reïntegratie/omscholing, de aanschaf van schoolspullen en leermiddelen in verband met de omscholing. TVM heeft voor een bedrag van € 6.000,-- deze schade erkend en vergoed, maar dat is onvoldoende aangezien haar eigen optelsom sluit op een bedrag van € 19.373,05, aldus [eiseres].

4.31.  Ook hier beroept TVM zich erop dat met de in het kader van de buitengerechtelijke afwikkeling gedane betalingen geen erkenning in houden. In geen geval overtreffen deze schadeposten het bedrag van € 6.688,-- dat zij ter zake daarvan heeft uitgekeerd, aldus TVM. Meer in het bijzonder heeft TVM nog betwist gehouden te zijn de toekomstige therapiekosten ad € 5.079,69 te voldoen, alsmede de kosten met betrekking tot ‘Cico Utrecht’, psychotherapie en ontspanningsmassages ad in totaal € 1.250,--, waarvan de medische zin niet vaststaat en het resultaat haar nooit is meegedeeld. Ook de in dit verband opgevoerd kosten van kinderopvang meent TVM niet aan [eiseres] verschuldigd te zijn.

4.32.  De rechtbank zal de door [eiseres] opgevoerde schadeposten in het navolgende één voor één beoordelen en daarbij de door [eiseres] in de dagvaarding (onder nr. 60) gehanteerde nummering volgen.

4.33.  In de (als onderdeel van productie 2 bij dagvaarding) overgelegde brief van de manueel therapeut Janssen van 20 augustus 2002 is vermeld dat [eiseres] op zijn aanraden een beter bed heeft aangeschaft. Op grond hiervan, in combinatie met de destijds bestaande klachten, acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat [eiseres] op een beter bed was aangewezen, temeer waar TVM dit ook niet heeft betwist. De - door TVM evenmin weersproken - extra kosten daarvan ad € 1.408,-- (post a.) komen voor vergoeding in aanmerking.

4.34.  Met betrekking tot de opgevoerde kosten van psychotherapie heeft TVM terecht gewezen op het ontbreken van een (voldoende duidelijke), ongevalsgerelateerde indicatie voor het ondergaan van die behandelingen. Enkel de (als onderdeel van productie 2) overgelegde, ongedateerde brief van E. Dalman - voor zover [eiseres] zich daarop wenst te beroepen ter onderbouwing van deze schadepost - is daarvoor onvoldoende. De met deze behandelingen samenhangende kosten (post b. i, b. v 2e bullet, post c. 3e bullet) komen niet voor vergoeding in aanmerking.

4.35.  De onder b. ii opgevoerde schadepost van € 2.500,-- is onderbouwd met de verwijzing ‘(zie brief HK 12/12/02) t/m juli 2002’. Die brief is niet in het dossier te traceren, terwijl een adequate omschrijving van de achterliggende kosten ontbreekt. Voor toewijzing van deze kosten is dan geen plaats.

4.36.  Wel voor vergoeding in aanmerking komen de kosten die verband houden met de manueel-therapeutische behandelingen die [eiseres] heeft ondergaan. De indicatie daarvoor blijkt genoegzaam uit de brief van de huisarts van [eiseres] van 18 januari 2000 (onderdeel van productie 2). Het betreft de - door TVM overigens niet bestreden - posten onder b. iii
(€ 55,--), c. 1e bullet (€ 618,24) en c. 2e bullet (€ 200,--), dus in totaal € 873,24.

4.37.  Met betrekking tot de onder b. iv opgevoerde geschatte kosten van toekomstige therapie ad € 5.079,69 is ter zitting door en namens [eiseres] aangegeven dat geen behandelingen meer hebben plaatsgevonden. Nu is gesteld noch gebleken dat daarvan in de toekomst wel weer sprake zal zijn, slaagt het verweer van TVM daartegen en is deze schadepost niet toewijsbaar.

4.38.  Welke behandelingen [eiseres] bij ‘Cico Utrecht’ (post b. v 1e bullet) in 2004-2005 heeft ondergaan en of daarvoor een medische indicatie bestond, is niet duidelijk. Gelet op het daartegen door TVM nu juist gevoerde verweer had het op de weg van [eiseres] gelegen deze schadepost nader te onderbouwen. Bij gebreke daarvan kunnen de met ‘Cico Utrecht’ verband houdende schadeposten niet worden toegewezen. Het betreft naast de behandelkosten de in dat verband opgevoerde reiskosten (sub c. 6e bullet).

4.39.  De vordering ter zake van ‘ontspanningsmassage’ (post b. v 3e bullet), die eveneens door TVM is betwist, deelt het lot van de vordering inzake ‘Cico Utrecht’.

4.40.  De posten die verband houden met de omscholing van [eiseres] in het kader van haar reïntegratie op de arbeidsmarkt die niet door het GAK of UWV zijn vergoed - en die overigens ook niet door TVM worden betwist - komen wel voor vergoeding in aanmerking. Het betreft de ‘reiskosten intake school’ ad € 20,-- (post c. 4e bullet) en de reiskosten in verband met school en stage in de tweede helft 2005 minus de van het stageadres ontvangen vergoeding, derhalve € 208,-- en € 957,60 (post c. 6e bullet). Ook de onder post c. 7e bullet opgenomen reiskosten in verband met de opleiding MBO en HBO in 2006 tot en met 2008 komen voor vergoeding in aanmerking, zij het dat voor het jaar 2008 de reiskosten voor slechts een half jaar (tot en met juni) voor vergoeding door TVM in aanmerking komen. Na aftrek van de reiskosten voor een half jaar (ad € 176,--) resteert een te vergoeden schadepost van € 880,--. Ook de op € 110,-- geschatte reiskosten van een stage (wederom post c. 7e bullet) behoren tot de te vergoeden schade. Voor de onder post d., 5e en 6e bullet genoemde kosten wegens de aanschaf van schoolspullen en leermiddelen ad € 150,-- en € 1.350,-- geldt hetzelfde. Het totale bedrag aan schade wegens niet door derden vergoede kosten van omscholing komt op € 3.675,60.

4.41.  De ‘reiskosten DBC’ ad in totaal € 310,-- (post c. 5e bullet) komen eveneens voor vergoeding in aanmerking. De indicatie voor dit trainingsprogramma volgt uit de rapportage van Padt.

4.42.  Waarmee de in 2006-2008 gemaakte en onder post c. 7e bullet opgevoerde reiskosten ‘besprekingen advocaat en zitting rechtbank’ verband houden, heeft [eiseres] niet toegelicht. Het ligt echter voor de hand dat deze kosten zijn gemaakt in het kader van het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht. Ambtshalve wordt overwogen dat vergoeding van dergelijke kosten is inbegrepen in een eventuele proceskostenveroordeling in de desbetreffende procedure. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is er geen grond voor toewijzing van deze schadepost.

4.43.  De onder post d., 2e tot en met 4e bullet gevordere kosten van kinderopvang tijdens de omscholing van [eiseres] vormen, op de eerder (in 4.24) al genoemde grond, geen door TVM te vergoeden schade.

4.44.  Dat [eiseres] in de jaren na het ongeval extra telefoon- en portokosten heeft gemaakt, is op zichzelf aannemelijk en wordt niet bestreden, ook niet de beweerde omvang van die extra kosten. Het bedrag van € 1.000,-- dat [eiseres] daarvoor heeft opgevoerd komt voor vergoeding in aanmerking.

4.45.  Opgeteld bij het hiervoor (onder 4.16) al genoemde bedrag van € 562,50 wegens in het studiejaar 2007-2008 niet door de werkgever vergoede studiekosten, komt het totale bedrag aan door TVM te vergoeden overige materiële schade op € 7.829,34. LJN BJ1757

Deze website maakt gebruik van cookies