Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Middelburg 270906 gedaagde betwist stelling eiser dat hij niet meer kan werken; desk.bericht

Rb Middelburg 27-09-06 eiser stelt niet meer te kunnen werken, gedaagde onderbouwt betwisting in voldoende mate, Rb schakelt arbeidsdeskundige in
4.7. De belangrijkste schadepost betreft het verlies aan verdienvermogen. Daarbij gaat het erom het verschil vast te stellen tussen wat feitelijk sinds het ongeval aan inkomsten uit arbeid is en zal (kunnen) worden verworven en wat dat zou zijn geweest als het ongeval niet was geschied. Hiertoe zal een vergelijking moeten worden gemaakt van de hypothetische arbeids- en inkomenssituatie van [eiser] zoals die zich zonder het ongeval redelijkerwijs zou hebben ontwikkeld en de situatie waarin hij door het ongeval is komen te verkeren. Bij de bepaling van de schade wegens verlies verdienvermogen is [eiser] uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
- [eiser] is thans (volledig) arbeidsongeschikt;
- Hij zou in de zomer van 1997 zou aanvangen met de koksopleiding (niveau 2);
- hij zou medio 1999 aanvangen als kok;
- hij zou een vervolgopleiding volgen tot zelfstandig werkend kok (niveau 3);
- hij heeft de arbeidsovereenkomst met De Bonte Wever niet kunnen nakomen.

4.8. OVZ betwist dat [eiser] niet meer in staat is om te werken. Zij legt daartoe het volgende ten grondslag. [eiser] volgde ten tijde van het ongeval een vooropleiding VBO, afdeling horeca en zou voornemens zijn geweest de koksopleiding te gaan volgen. Zij ziet niet in waarom [eiser] enige tijd na het ongeval niet met deze opleiding heeft kunnen aanvangen, nu hij wel een aanvang heeft genomen met het behalen van zijn middenstandsdiploma. Dat hij deze niet heeft gehaald, heeft niet te maken met het ongeval, maar omdat het laatste vak te hoog gegrepen was. Hij heeft voorts zijn autorijbewijs gehaald. Volgens dr. [M.] heeft [eiser] enkel zware rugbelastende werkzaamheden als beperking. Werkzaamheden als kok lijken daarmee niet per definitie onmogelijk. Daarnaast uit OVZ twijfels bij de vraag of [eiser] zonder ongeval de opleiding tot kok succesvol had kunnen afronden en of hij een aanstelling als kok had kunnen krijgen gelet op het feit dat hij geen werkervaring had. Gelet op de beschreven persoonlijkheid van [eiser] is volgens OVZ de vraag gerechtvaardigd of [eiser] daadwerkelijk na voltooiing van een koksopleiding in die hoedanigheid aan het werk zou zijn gegaan. Ook zijn overgewicht zou kunnen leiden tot arbeidsongeschiktheid.

4.9. OVZ heeft de betwisting van de stelling van [eiser] dat hij (volledig) arbeidsongeschikt is, met de hiervoor aangehaalde gegevens voldoende onderbouwd. Om te kunnen bepalen of [eiser] (volledig) arbeidsongeschikt is, dient een onderzoek door een arbeidsdeskundige te worden verricht. De deskundige dient allereerst na te gaan of [eiser] gelet op de door dr. [Z.] en dr. [M.] vastgestelde beperkingen en rekening houdend met zijn opleiding, belangstelling en werkervaring, passend werk zou kunnen verrichten dan wel nog een opleiding zou kunnen volgen als door hem was gewenst. Indien dat het geval is dient hij na te gaan wat de kans is of het (op termijn) vinden van dat werk en welk inkomen hij daarmee zou kunnen verwerven. Ook dient hij na te gaan of [eiser] zijn kansen op de arbeidsmarkt kan vergroten door het volgen van een opleiding of cursus, en zo ja welke. Indien de arbeidsdeskundige mogelijkheden ziet, dient wellicht een reintegratietraject te worden ingezet.
LJN AY9298

De LSA op Vimeo

Deze website maakt gebruik van cookies