Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBZWB 061120

citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2020/RBZWB-061120

 

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster II Handelszaken

Breda

zaaknummer / rekestnummer: C/02/371071 /HA RK 20-78

Beschikking van 6 november 2020

in de zaak van

[VERZOEKER],
wonende te [plaatsnaam],
verzoeker,
advocaat mr. S.A.W. Kerkhof te [plaatsnaam],

tegen

de naamloze vennootschap
TVM VERZEKERINGEN NV,
gevestigd te Hoogeveen, verweerster,
advocaat mr. R.H.J. Wildenburg te Amhem.

Partijen worden hierna [verzoeker] en [verweerster] genoemd.

1.
De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift tot beslissing in een deelgeschil met producties 1 tot en met 30,
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 10,
- de brief van de zijde van [verzoeker] met producties 31 tot en met 39, - de mondelinge behandeling op 30 oktober 2020 en de pleitnotitie van mr. Kerkhof

2.
Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te verklaren voor recht:
a. dat partijen niet gebonden zijn aan het expertiserapport van psychiater Koerselman van 6 juli 2019;
b. dat de door {verzoeker] ervaren gezondheidsklachten (beschreven op pagina's 3 en 4 van het onafhankelijk neurologische expertiserapport van [neuroloog] van 6 juni 2018) en de daaruit voortvloeiende beperkingen (die beschreven zijn op pagina 5
van dat rapport) in juridisch causaal verband staan met het verkeersongeval van 21 oktober 2013;
c. dat [ verzoeker] in de hypothetische situatie zonder verkeersongeval van 21 oktober 2013 rond medio het jaar 2014 (althans uiterlijk eind 2014, althans een in goede justitie te bepalen datum) zijn hbo-opleiding aan {opleidingsinstituut } met succes zou hebben afgerond,
d. dat [ verzoeker] aansluitend (althans een korte periode daarna, althans een in goede justitie te bepalen datum) na het succesvol behalen van zijn studie aan [ opleidingsinstituut ] een startersfunctie op hbo-niveau zou hebben aanvaard met bijbehorend salaris en promoties tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd,
e. dat [verweerster] gehouden is tot medewering en facilitering van onafhankelijke arbeidsdeskundige interventie, waarmee de rest verdiencapaciteit van [ verzoeker] zo goed mogelijk in kaart wordt gebracht en [ verzoeker] de nodige ondersteuning krijgt bij het zo goed mogelijk benutten van zijn restverdiencapaciteit, met begroting van de kosten van het deelgeschi l en veroordeling van [ verweerster] in deze kosten.

2.2.
[ verzoeker] legt aan zijn verzoeken ten grondslag dat hij op 21 oktober 2013 slachtoffer is geworden van een verkeersongeval waarbij hij als bestuurder van een personenauto van achteren werd aangereden toen hij stond te wachten voor een verkeerslicht . [ verweerster] heeft als WAM-verzekeraar van de achteroprijdende bestuurder aansprakelijkheid voor het ongeval erkend. Door het ongeval heeft [ verzoeker] verschillende aanhoudende lichamelijke en geestelijke klachten beperkingen, zoal pijn in de boven- en onderrug, nekklachten, hoofdpijn, uitstraling naar armen en benen, geheugen- en concentratieproblemen en psychische klachten. Voor zijn ongeval was er geen sprake van klachten en/ of beperkingen. Hij zat in de laatste fase van een HBO-opleiding aan [ opleidingsinstituut ] , werkte daarnaast als chauffeur bij een autobedrijf en onderhield een website over wintersport lifestyle. [ verzoeker] stelt dat hij door de klachten en beperkingen waarmee hij kampt, zijn studie niet heeft kunnen afronden, feitelijk zijn baan is verloren en er niet in geslaagd is met zijn eigen onderneming (de website over wintersport lifestyle) inkomsten te genereren.
Partijen hebben gezamenlijk besloten tot het laten verrichten van een expertise door neuroloog [ neuroloog] en vervolgens door psychiater Koerselman. Aan het expertiserapport van Koerselman kl even volgens [ verzoeker] emstige gebreken. Omdat het rapport niet voldoet aan de eisen van deskundigheid, zorgvuldigheid, toetsbaarheid en het hanteren van een al gemeen aanvaarde onderzoeksmethode en consistentie kan het niet gebruikt worden bij de verdere schaderegeling. De recht bank wordt verzocht om hierover een uitspraak te doen, alsrnede over het causaal verband tussen de klachten en beperkingen die [ neuroloog] beschrijf t en het ongeval en over de te hanteren scenario' s in de hypothetische situatie zonder ongeval . Tijdens de zitting heeft [ verzoeker] het verzoek geformuleerd onder e van randnumer 2. 1 niet gehandhaafd omdat hij zich kan vinden in het verweer van [ verweerster] daartegen en de verwachting bestaat dat partijen het over dit punt onderling eens zullen worden.

2.3.
[verweerster] voert verweer tegen de verzoeken. Zij voert als meest verstrekkende verweer aan dat de zaak zich niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure omdat door de omvang en aard van de geschilpunten feitelijk sprake is van een compleet geschil dat wordt voorgelegd, dat in een bodemprocedure thuis hoort. [verweerster] voert tevens inhoudelijk verweer tegen de verschillende verzoeken.

3.
De beoordeling

3.1.
[ verzoeker] heeft in zijn verzoekschrift de besloten vennootschap [ verweerster] Letsel - schaderegeling Nederland BV als verwerende partij aangemerkt . Tussen partijen is echt er niet in geschil dat niet deze vennootschap maar [ verweerster] Verzekeringen NV
in rechte had moeten worden betokken. Er is verweer gevoerd namens [ verweerster] Verzekeringen NV en [ verweerster] Verzekeringen NV is verschenen op de mondelinge behandeling. De rechtbank merkt daarom [ verweerster] Verzekeringen NV aan als verweerster, zoals ook weergegeven in de kop van deze beschikking.

3.2.
De rechtbank overweegt dat de deelgeschilprocedure tot doel heeft om de toegang tot de rechter door partijen te vereenvoudigen en versnellen door hen een extra instrument beschikbaar te stellen, om op die manier vastgelopen onderhandelingen weer op gang te kunnen brengen. Zowel geschillen van materieel rechtelijke aard als procedurele en praktische geschillen kunnen ter beoordeling worden voorgelegd. De rechter moet toetsen of een beslissing kan bijdragen aan de tot standkoming van een vaststellingsovereenkomst .

3.3.
De rechtbank overweegt dat [verzoeker] middels zijn verzoek meerdere inhoudelijke geschilpunten ter beoordeling voorlegt.

3.3.1.
Uit de toelichting van partijen volgt dat de onderhandelingen tussen hen zijn vastgelopen na het verschijnen van het expertiserapport van psychiater prof . dr. G. F. Koerselman. [ verzoeker] kan zich niet verenigen met de conclusies van Koerselman en verzoekt te bepalen dat partijen niet gebonden zijn aan deze expertise, [ verweerster] meent dat de expertise van Koerselman wel bindend moet zijn bij de verdere schadeafwikkeling. Beide partijen zijn in hun respectievelijke verzoek- en verweerschrift uitgebreid ingegaan op de totstandkoming, en inhoud van het rapport van Koerselman en op de argumenten voor hun eigen standpunt . Naar het oordeel van de rechtbank is een deelgeschilprocedure in beginsel geschikt voor het voorleggen van een dergelijk geschilpunt over een ingewonnen expertise. Zo' n expertise dient i mmers ertoe partijen duidelijkheid te verschaffen over een onderwerp dat hen verdeeld houdt , zodat een beslissing over de vraag of partijen, gelet op de specifieke omstandigheden van het geval , gebonden zijn aan de uitkomst en van het rapport , een bijdrage kan leveren aan de totstandkoming van een vaststeillingsovereenkomst .

3.3.2.
Het geschil ten aanzien van de rapportage van Koerselman heeft tevens gevolgen voor de interpretatie die partijen geven aan de bevindingen van neuroloog [neuro1oog]. [verweerster] stelt zich op het standpunt dat [neuroloog] geen beperkingen vaststelt en weliswaar spreekt van een chronisch pijnsyndroom, doch dat dit enkel een weergave van de anamnese betreft waarvoor geen objectivering bestaat omdat Koerselman inconsistenties constateert. [verzoeker] daarentegen betoogt in het verzoekschrift aanvankelijk dat een nieuwe psychiatrische expertise gelast moet worden, maar concludeert uiteindelijk dat de focus teruggelegd rnoet worden naar de door [neuroloog] gerapporteerde klachten en beperkingen en dat aan de hand daarvan de schade afgewildceld moet worden. Hij verzoekt daarom als tweede een beslissing over het causale verband tussen het ongeval en de klachten en beperkingen. De rechtbank merkt daarbij op dat uit de door partijen overgelegde correspondentie blijkt dat zij voorafgaand aan het aanhangig maken van het deelgeschil weliswaar hun standpunten over het bestaan ({verzoeker]) of ontbreken ([verweerster]) van dat causale verband hebben uitgewisseld, maar dat het pas in deze procedure tot een inhoudelijk debat is gekomen.

3.3.3.
[verzoeker] verzoekt voorts om beslissingen te nemen ten aanzien van uitgangspunten ter zake de hypothetische situatie waarin hij zou hebben verkeerd zonder het ongeval, namelijk dat hij binnen afzienbare tijd zijn opleiding aan [opleidingsinstituut] zou hebben afgerond en een functie op hbo-niveau zou hebben gevonden met - kon samengevat - een gebruikelijk carriéreverloop. Uit de door partijen overgelegde correspondentie blijkt niet dat de te hanteren uitgangspunten bij het bepalen van de hypothetische situatie tussen hen onderwerp van gesprek zijn geweest en dat daarover inhoudelijk debat is gevoerd waarna is gebleken van geschilpunten. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het geschil ten aanzien van het expertiserapport van Koerselman mogelijk ook doorwerkt in de vast te stellen hypothetische situatie zonder ongeval. [verweerster] stelt zich immers op het standpunt dat de door Koerselman vastgestelde persoonskenmerken naar verwachting ook in de situatie zonder ongeval op enig moment tot uiting waren gekomen.

3.4.
Zoals reeds overwogen is de vraag of partijen gebonden zijn aan een gezamenlijk ingewonnen expertise, in beginsel geschikt om in een deelgeschilprocedure ter beslissing voor te leggen. [verzoeker] heefi evenwel zijn verzoek niet tot die vraag beperkt, ook niet
nadat [vervveerster] verweer heeft gevoerd en nadat de omvang van het geschil nadrukkelijk tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is geweest en de vraag is gesteld of beperking niet aangewezen was.
Naar het oordeel van de rechtbank heefi [verzoeker] aldus een zaak voorgelegd als deelgeschil, die uit zoveel geschilpunten bestaat welke bovendien naar hun aard zodanig complex zijn en onderling op elkaar van invloed zijn, waarbij het debat tussen partijen onvoldoende is uitgekristalliseerd - op punten zelfs nog niet eens gevoerd - dat van een deelgeschil niet langer kan worden gesproken. Voor een dergelijk geschil is de deelgeschilprocedure niet bedoeld en ook niet geschikt. Een beslissing - voor zover die gelet op de bovenstaande beperkingen al op alle punten gegeven zou kunnen worden ._ kan onvoldoende bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereelNmmst als bedoeld in adikel lOl9z Rv. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

3.5.
Ingevolge artikel l0l9aa Rv moeten de kosten van de behandeling van het deelgeschil worden begroot. De rechtbank is van oordeel dat de afvvijzing van het verzoek op grond van artikel l0l9z Rv in dit geval zo voor de hand lag, dat het verzoek volstrekt onnodig en onterecht is ingediend. De kosten van behandeling van het verzoek komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking en begroting kan achterwege blijven.

4.
De beslissing

De rechtbank

wijst de verzoeken af

Deze beschilddng is gegeven door rnr. M.M. van 't Nedereind en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 6 november 2020.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2020/RBZWB-061120

Met dank aan stichtingpiv.nl/


De LSA op Vimeo

Deze website maakt gebruik van cookies