Overslaan en naar de inhoud gaan

RBDHA-111225

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2025/RBDHA-111225

beschikking


 

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zaaknummer/ rekestnummer: C/09/662962/HA RK 24-135

Beschikking van 11 december 2025

in de zaak van

1. STICHTING GROENE HART ZIEKENHUIS te Gouda,

2. ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CENTRAMED B.A. te Den Haag, verzoekers,
hierna te noemen: 'Centramed c.s.",
advocaat: mr. M.L. Jinkes de Jong te Zoetermeer,

tegen

[verweerder] te X,
verweerder.
hierna te noemen: '[verweerder]',
advocaat: mr. M.G.F. de Graaff-Bosch te Utrecht.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 27 november 2024 en de daarin genoemde stukken:
- de brief van dr. Zwartelé van 18 december 2024;
- de e-mail van de zijde van Centramed c.s. van 1 april 2025;
- de e-mail van de zijde van Centramed c.s. van 14 augustus 2025;
- de e-mail van de zijde van [verweerder] van 14 augustus 2025;
- de e-mail van de rechtbank van 2 september 2025 aan partijen;
- de e-mail van de zijde van Centramed c.s. van 3 september 2025;
- de e-mail van de zijde van [verweerder] van 12 september 2025;
- de e-mail van de rechtbank van 26 september 2025 aan partijen;
- de e-mail van de zijde van [verweerder] van 10 oktober 2025;
- de e-mail van de zijde van Centramed c.s. van 16 oktober 2025.

1.2.  De beschikking is bepaald op vandaag.

2. De verdere beoordeling

2.1. Bij beschikking van 27 november 2024 heeft de rechtbank een voorlopig deskundigenonderzoek gelast met benoeming van dr. R.E.A.M. Zwartelé, aan wie de vraagstelling is voorgelegd zoals weergegeven onder rechtsoverweging 4.14. De hoogte van het voorschot op de kosten is vastgesteld op € 2.722,50, inclusief btw. Centramed c.s. dienen het voorschot te betalen. Centramed c.s. heeft dit voorschot voldaan.

2.2.  Bij brief van 18 december 2024 heeft dr. Zwartelé kenbaar gemaakt niet meer vrij te staan en genoodzaakt te zijn om zijn benoeming terug te trekken.

2.3. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te reageren op de brief van dr. Zwartelé. Partijen hebben hierop aangegeven dat zij het wenselijk achten dat een nieuwe deskundige wordt benoemd, namelijk dr. Heeg. Dr. Heeg heeft desgevraagd aan de rechtbank kenbaar gemaakt de benoeming niet te kunnen aanvaarden. Hierop hebben partijen vervolgens gezamenlijk dr. Mutsaerts voorgedragen als de te benoemen deskundige.

2.4. Dr. Mutsaerts heeft bij e-mail van 11 augustus 2025 kenbaar gemaakt vrij te staan ten opzichte van partijen, het onderzoek te kunnen uitvoeren en zijn voorschot begroot op € 10.890,00, inclusief btw.

2.5. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op het voorgestelde voorschot. [verweerder] heeft ingestemd met het voorschot, maar heeft aangegeven dat het voorschot erg hoog is en dit een probleem zou zijn, mochten de kosten ooit voor haar rekening komen. Centramed c.s. hebben aangegeven in te stemmen met het gevraagde voorschot, en daarbij opgemerkt dat dit niet betekent dat zij instemmen met de begroting ervan. Centramed c.s. hebben toegezegd het gevraagde voorschot te deponeren onder de voorwaarde dat een gespecifieerde eindnota wordt ontvangen bij een definitief rapport. Voorts hebben Centramed c.s. aan deze rechtbank verzocht om kritisch te kijken naar de hoogte van de kosten.

2.6. De rechtbank overweegt ten aanzien van het voorschot op de kosten van dr. Mutsaerts als volgt. De rechtbank ziet op dit moment geen aanleiding om de hoogte van het voorschot anders te begroten dan zoals begroot door dr. Mutsaerts. Het voorschot komt de rechtbank, ondanks de summiere specificatie ervan, weliswaar hoog maar niet exorbitant hoog voor. Conform de Leidraad deskundigen in civiele zaken dient bij het eindrapport een eindnota te zijn gevoegd, waarin de kosten, het salaris en de btw afzonderlijk worden vermeld. Ook dient daarin melding te worden gemaakt van het eigen uurtarief en het aantal uren dat aan het onderzoek en de verslaglegging is besteed. Omdat dr. Mutsaerts conform de Leidraad dient te handelen gaat de rechtbank ervan uit dat aan het verzoek van Centramed c.s. tegemoet zal worden gekomen. Nu Centramed reeds een voorschot heeft voldaan van € 2.722,50 inclusief btw dienen Centramed c.s. een aanvullend voorschot te betalen van € 8.167,50 inclusief btw.

2.7. Aan dr. Mutsaerts zal de vraagstelling worden voorgelegd zoals reeds opgenomen in de beschikking van 27 november 2024.

2.8. De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.9. Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

3.  De beslissing

De rechtbank:

3.1. beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

ALGEMEEN
1. Staat het u vrij om deze expertise te verrichten, in die zin dat u niet in een persoonlijke of zakelijke relatie staat tot de bij deze expertise betrokken patiënt, de zorgverleners en het ziekenhuis?
2. Beschikt u over voldoende gegevens om deze casus te kunnen beoordelen? Zo nee, wilt  u aangeven welke gegevens u graag nog zou ontvangen alvorens te rapporteren?
3. Welke zijn uw bevindingen na opname van de anamnese, bestudering van het medisch dossier en het lichamelijk onderzoek van betrokkene?

HOE HOORT HET IN HET ALGEMEEN TE GAAN?
4. Kunt u voor de verschillende stadia van de geneeskundige behandeling waar het hier over gaat (namelijk: het verkrijgen van informed consent, de uitvoering van de operatie op 10 januari 2019 en het stellen van een diagnose ten aanzien van de persisterende klachten nadien) aangeven waaruit deze moet bestaan volgens de binnen de beroepsgroep bestaande professionele standaard? Wilt u daarbij zoveel mogelijk verwijzen naar richtlijnen, protocollen en literatuur, en de (digitale) vindplaats daarvan vermelden?

5. Zijn er volgens de binnen de beroepsgroep bestaande professionele standaard meerdere mogelijkheden van behandeling? Zo ja, kunt u deze beschrijven?

6. (afhankelijk van het antwoord op vraag 5) Kunt u aangeven of er binnen de beroepsgroep bestaande medisch professionele standaard iets bekend is over het verschil in resultaat van de behandelingen?

HOE IS HET IN DIT GEVAL GEGAAN EN WAS DAT CONFORM DE PROFESSIONELE STANDAARD?

7. Kunt u op basis van het medisch dossier een beschrijving geven van de in vraag 4 genoemde stadia van de geneeskundige behandeling zoals verricht bij betrokkene in het Groene Hart Ziekenhuis?

8. Is betrokkene voldoende geïnformeerd over de voorgestelde behandeling, de alternatieven en de risico's en complicaties? Zo nee, waarover is betrokkene onvoldoende geïnformeerd?

9. Is de operatie op 10 januari 2019 uitgevoerd in overeenstemming met de geldende professionele standaard, rekening houdend met de geldende richtlijnen op uw vakgebied? Zo ja, was het toepassen van de geldende standaard in casu ook geïndiceerd? Zo nee, hoe had de operateur in de gegeven omstandigheden dan anders moeten handelen en op grond waarvan? Kunt u in dit verband aandacht besteden aan de locatie van de femurtunnel en de anatomische positionering ten behoeve van het functioneren van de kruisband.
Graag uw antwoord toelichten.

10. Heeft de diagnostiek van drs. Poelman na de operatie voldaan aan de professionele standaard? Zo nee, hoe had de diagnostiek in de gegeven omstandigheden dan wel moeten verlopen en in welk opzicht zou dat dan tot een andere uitkomst hebben geleid?

11. Voldoet de dossiervorming uit het Groene Hart Ziekenhuis aan de daarvoor geldende standaard? Zo nee, waarom niet?

Onderstaande vragen behoeven alleen beantwoord te worden indien het antwoord op een of meerdere vragen van de vragen 8 tot en met 11 ontkennend is.

12. Kunt u aangeven wat het onzorgvuldig handelen voor gevolgen heeft gehad op het ziektebeloop, het behandelingsresultaat en de prognose? Wilt u uw overwegingen zo duidelijk en uitvoerig mogelijk weergeven?

13. Is er naar uw mening sprake van een medische eindtoestand? Zo neen, is er een toename te verwachten van het huidige functieverlies en beperkingen in het dagelijks leven? Indien er nog een behandeling kan plaatsvinden, wat kan dit betekenen voor de aanwezige klachten c.q. beperkingen?

14. Zijn de door u gevonden afwijkingen geheel, gedeeltelijk of geheel niet te zien als gevolg van de niet-correcte behandeling? Kunt u dit toelichten?

15. Welke beperkingen ondervindt betrokkene in het dagelijks leven (desgewenst tijdens hobby's en recreatie)?

16. Welke beperkingen zouden er zijn geweest bij een wél medisch zorgvuldige behandeling?

17. Hoe hoog schat u het percentage blijvende invaliditeit, rekening houdend met de AMA normen (laatste editie)?

18. Hoe hoog zou dit percentage zijn geweest bij een wél medisch zorgvuldige behandeling?

19. Heeft u nog therapeutische suggesties voor betrokkene of andere opmerkingen die voor deze casus van belang zouden kunnen zijn?

3.2. ontslaat dr. Zwartelé van zijn benoeming als deskundige in onderhavige zaak;

3.3. benoemt tot deskundige:

Dr. E.L.A.R. Mutsaerts
Orthopedisch Expertise Centrum
Postbus 250
1400 AG Bussum
06 46 839 600

het voorschot

3.4. bepaalt het voorschot van de kosten van de deskundige op een bedrag van € 10.890,00 inclusief btw:

3.5. bepaalt dat Centramed c.s. in aanvulling op het reeds betaalde voorschot een bedrag van € 8.167,50 inclusief btw dienen over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak;

3.6. draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot:

het onderzoek

3.7. bepaalt dat Centramed c.s. hun procesdossier in afschrift aan de deskundige dienen te doen toekomen;

3.8. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats:

3.9. wijst de deskundige er op dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn:

3.10. bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;

het schriftelijk rapport

3.11. draagt de deskundige op om uiterlijk twee maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;

3.12. wijst de deskundige er op dat:
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden:

3.13. bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept- rapport te reageren.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.

Met dank aan mw. mr. M.G.F. (Babette) de Graaff-Bosch, BAEN Advocatuur voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2025/RBDHA-111225