RBNHO 190325 Circusartiest val uit Rad des Doods; exploitant circus niet aansprakelijk o.g.v. 7:658 lid 4 BW; Geen materieel werkgeverschap
RBNHO 190325 Circusartiest val uit Rad des Doods; exploitant circus niet aansprakelijk o.g.v. 7:658 lid 4 BW; Geen materieel werkgeverschap
2De feiten
2.1.
Duursma is sinds een aantal jaren de initiatiefnemer en exploitant van het kerstcircus te Haarlem. Ook het kerstcircus dat liep van 22 december 2022 tot en met 8 januari 2023 was het initiatief van Duursma.
2.2.
Het Haarlemse kerstcircus komt tot stand doordat Duursma als risicodragend investeerder aan TT Circusproducties B.V. (hierna: TT) vraagt de gehele organisatie voor haar rekening te nemen. TT levert vervolgens niet alleen de tent met alle benodigdheden (zitplaatsen; toiletten; woonwagens voor de artiesten), maar ook de acts. Duursma bestelt bij TT kort gezegd 12 of 13 acts, waarvan er een aantal van ‘wereldklasse’ moeten zijn (het Haarlemse publiek stelt hoge eisen – aldus Duursma), maar Duursma zoekt deze niet zelf uit. TT boekt en betaalt vervolgens de acts. Deze acts worden voor TT door de hele wereld gescout door [scout] . Deze fungeert niet alleen als talentscout, maar dubbelt ook als cateraar – bleek ter zitting. Bij het kerstcircus Haarlem verzorgt hij voor eigen rekening en risico de catering, en draagt daarvoor van de omzet 25% af. Voor zijn scoutingwerkzaamheden wordt hij niet apart betaald.
2.3.
Duursma neemt vervolgens de promotie van het kerstcircus en de kaartverkoop voor haar rekening.
2.4.
Op 25 juli 2022 heeft TT een contract1 gesloten met de [tussenpersoon] (hierna [tussenpersoon] ). [tussenpersoon] – naar het zich laat aanzien geen rechtspersoon – is in Spanje gevestigd en treedt wereldwijd op als verkoper van circusacts. Bij deze overeenkomst boekte TT voor € 25.000,- bij [tussenpersoon] voor het kerstcircus te Haarlem:
“Name performer: [tussenpersoon]
Kind of act: Double Wheel of Death & high wire.”
[tussenpersoon] zou daarvoor leveren: “6 men and 2 women, (…) to be presented in the same form and with the same costumes the way [scout] saw it in Krone Bau in April 2022”.
Verder leverde [tussenpersoon] zijn eigen materiaal, waaronder twee Raderen des Doods.
2.5.
Bij het Rad des Doods lopen artiesten in en op een tweetal aan en om een as draaiende raderen tot wel 10 meter boven de grond, zonder veiligheidskabel en vangnet.2
2.6.
Op 4 januari 2023 is [eiser] tijdens de voorstelling in Haarlem uit het Rad des Doods gevallen. Hij is daarbij ernstig gewond geraakt.
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert - samengevat – dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Duursma jegens [eiser] aansprakelijk is op basis van het bepaalde in artikel 7:658 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voorts vordert hij een voorschot van € 5.000,-, en een schadevergoeding op te maken bij staat. Een en ander met veroordeling van Duursma in de kosten van het geding.
3.2.
Duursma voert verweer. Duursma concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Duursma voert aan dat zij niet kan worden aangesproken op grond van artikel 7:658 lid 4 BW, omdat zij – kort gezegd – niet als materieel werkgever kan worden beschouwd. Zij voert hiertoe het volgende aan:
- -
[tussenpersoon] is degene die [eiser] heeft ingehuurd en heeft betaald;
- -
TT boekte de act en niet Duursma en TT betaalde daarvoor [tussenpersoon] ;
- -
[tussenpersoon] leverde zelf het Rad des Doods waaruit haar eigen artiest [eiser] viel;
- -
Duursma treedt slechts op als kaartverkoper waarbij TT de feitelijke realisatie van het circus voor haar rekening neemt;
- -
Duursma heeft geen zeggenschap over de act en bemoeit zich daar ook niet mee.
Subsidiair voert Duursma aan dat zij niet vermag in te zien op welke wijze degene die het Rad des Doods inhuurt, kan instaan voor de veiligheid van de artiest die hierin plaatsneemt. De aard en vormgeving van de act maakt aanlijnen van de artiesten of het plaatsen van een vangnet onmogelijk. Overigens bepaalt de overeenkomst dat TT niet aansprakelijk is voor “injury caused to individuals, animals and materials” van [tussenpersoon] of derden, aldus Duursma.
4.2.
Het gaat in deze zaak om de reikwijdte van artikel 7:658 lid 4 BW. Hierin is, voor zover thans van belang, bepaald:
"Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt".
4.3.
Tussen partijen is niet in geschil dat Duursma en [eiser] geen arbeidsovereenkomst hadden. Het standaardarrest in deze is HR 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616, NJ 2014/414 ( [naam] ). Daarin is ten eerste beslist dat artikel 7:658 lid 4 BW van toepassing is als de persoon die buiten dienstbetrekking werkzaamheden verricht, voor de zorg voor zijn veiligheid (mede) afhankelijk is van degene voor wie hij die werkzaamheden verricht. Verder heeft de Hoge Raad overwogen dat de reikwijdte van de bepaling niet is beperkt tot werkzaamheden die tot het wezen van de beroeps- of bedrijfsuitoefening van de desbetreffende opdrachtgever kunnen worden gerekend of normaal gesproken in het verlengde daarvan liggen. Mede gelet op het beschermingskarakter van artikel 7:658 lid 4 BW kunnen daaronder ook andere werkzaamheden vallen, waarbij bepalend is of de verrichte werkzaamheden, gelet op de wijze waarop de desbetreffende opdrachtgever aan zijn beroep of bedrijf invulling pleegt te geven, feitelijk tot zijn beroeps- of bedrijfsuitoefening behoren.
De stelplicht en bewijslast ten aanzien van de omstandigheden die de toepasselijkheid van deze criteria onderbouwen, ligt bij degene die zich op artikel 7:658 lid 4 BW beroept.
4.4.
Wat beide criteria betreft schiet [eiser] tekort in de onderbouwing van zijn vordering. Bij dagvaarding heeft [eiser] namelijk volstaan met de stellingen dat Duursma het kerstcircus te Haarlem organiseert en dat [eiser] via een door Duursma ingeschakelde tussenpersoon (te weten: [tussenpersoon] ) was aangezocht werkzaamheden te verrichten. Volgens [eiser] is Duursma aldus voor de gevolgen van de val aansprakelijk omdat Duursma “in de uitoefening van haar beroep of bedrijf” arbeid heeft laten verrichten. Duursma moet daarom uiteen zetten welke veiligheidsmaatregelen zijn getroffen en welke instructies zijn gegeven.
4.5.
[eiser] lijkt hierbij ten eerste de (zakelijke) overeenkomst van opdracht op een lijn te stellen met het verrichten van arbeid in de uitoefening van beroep of bedrijf als bedoeld in artikel 7:658 lid 4 BW. Gelet voorts op hetgeen hierboven onder 2.1 t/m 2.4 is overwogen, is de enkele stelling dat Duursma [eiser] ‘in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf’ werkzaamheden heeft laten verrichten onvoldoende. Ten eerste wordt niet uiteengezet hoe het uitvoeren van een gevaarlijke circusact, gelet op de wijze waarop Duursma aan haar bedrijf invulling pleegt te geven (te weten: promotie en kaartverkoop), feitelijk tot de bedrijfsuitoefening van Duursma behoort (In deze gedachtegang is Mojo Concerts BV - als organisator van Lowlands - materieel werkgever van Charlie XCX, Dua Lipa en Chapell Roan.). [eiser] heeft voorts niets gesteld over de mate waarin Duursma, al dan niet door middel van hulppersonen, invloed had op de werkomstandigheden van [eiser] en op de daarmee verband houdende veiligheidsrisico's.3 De enkele (door Duursma betwiste) eerst ter zitting betrokken stelling dat er matten naast het Rad des Doods hadden moeten worden gelegd, is daarvoor onvoldoende. [eiser] heeft zijn vorderingen dus onvoldoende onderbouwd.
4.6.
Op grond van het voorgaande moeten de vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
1Productie 1 bij Conclusie van antwoord
2NOS Nieuws donderdag 5 januari 2023, 17:28: Rad des doods: stokoude act, 'maar wel een van de gevaarlijkste' Deze act, in de circuswereld bekend als het Wheel of Death, gaat al bijna een eeuw mee, maar is niet zonder gevaar. (…) Op een ronddraaiende constructie met aan beide uiteinden een rad doen acrobaten trucs aan de binnen- en buitenkant. Omdat ze dus aan alle kanten van het rad bewegen, is het niet mogelijk de acrobaten aan te lijnen, (…).
3[naam] , r.o. 3.6.2. en 3.6.3.
Rechtbank Noord-Holland 19 maart 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:3194