Overslaan en naar de inhoud gaan

Stappenplan medisch traject” door PIV Projectgroep Gedragscode verwerking persoonsgegevens

Stappenplan medisch traject” door PIV Projectgroep Gedragscode verwerking persoonsgegevens
Piv-site`

De multidisciplinaire PIV-projectgroep Gedragscode verwerking persoonsgegevens heeft in mei 2011 het ‘Stappenplan medisch traject’ opgesteld. De projectgroep heeft ervoor gekozen om het gehele medisch traject in beeld te brengen aan de hand van de te nemen stappen. Daarbij staan de schadebehandelaar en de medisch adviseur van de verzekeraar centraal. De directe aanleiding voor het instellen van deze projectgroep is de vernieuwde Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen die op 1 april 2010 in werking is getreden. (Zie ook artikel PIV-Bulletin 2011, nr 6.)

“Stappenplan medisch traject”

Stap

Leading

Toetsingskader/wetgeving/literatuur

1.

Eerste telefonisch contact met slachtoffer

SB

- Terughoudendheid betrachten wat betreft medische informatie.

- Wel vragen naar aard letsel/klachten. Ook vragen over behandelingen en over de prognose zijn mogelijk.

- Vooral terughoudendheid met vragen naar medische voorgeschiedenis. Wanneer slachtoffer daar zelf over begint, wijzen op mogelijkheid dit in gesloten couvert naar medisch adviseur te sturen.

2.

Wordt een medisch traject gestart?

Zo nee: handelen conform art. 6.1.8 sub b GVP

Zo ja ¯

SB

- DLR richtlijn licht letsel. Bijv. bij herstel binnen drie maanden na ongeval, geen medisch traject starten

- GBL beginsel 9

3.

Medisch adviesaanvraag door de SB aan MAA aan de hand van gerichte vragen. Ook moet de MAA worden voorzien van voldoende achtergrondinformatie

NB

- Van belang is dat de verzekeraar (als organisatie) randvoorwaarden moet scheppen, zodat de MAA’s hun centrale rol in volle omvang kunnen waarmaken, Zie Simons, PIV-Bulletin 2010, 6, p. 13/14

SB

- Wilken/Akkermans, PIV-Bulletin 2010, 1, p. 5

- In opdracht van DLR wordt door de VU een modelformulier ontwikkeld voor het aanvragen van een medisch advies

4.

Opstellen en verzending machtiging

NB

- De machtiging moet voorzien in (i) toestemming slachtoffer voor opvragen medische informatie uit behandelende sector en (ii) toestemming voor delen van door medisch adviseur relevant bevonden informatie met de schadebehandelaar en anderen

- Een WGBO machtiging voor opvragen medische informatie heeft een beperkte geldigheidsduur (max. 2 jaar). Toestemming voor het delen van medische informatie wordt geacht gegeven te zijn voor de hele duur van de schadeafwikkeling.

MAA/MD

- GBL beginsel 9

- Wilken: TVP 2010, 4, p. 101. Het moet gaan om relevante informatie: regels van proportionaliteit en subsidiariteit.

- Art. 6.1.5 GVP

- Art. 21 lid 1 en art. 23 lid 1 sub b Wbp

- WGBO (gerichte machtiging)

- In opdracht van DLR wordt door de VU een model medische machtiging ontwikkeld

5.

Het ontvangen van de getekende machtiging

MAA/MD

6.

Het opvragen van medische informatie bij behandelende sector.

NB

- Wanneer op dat moment door slachtoffer al een belangenbehartiger is ingeschakeld, zal de verzameling van medische informatie in de regel geschieden door hem dan wel zijn MAS

MD

- Art. 6.1.4 GVP

- § 3.12 KNMG richtlijnen betreffende het omgaan met medische gegevens

- DLR zal een modelformulier ontwikkelen voor het opvragen van medische informatie door de MAA bij de behandelende sector

7.

Het ontvangen van de medische informatie

NB

- Ex art. 7:457 lid 2 WGBO heeft de MAA hier een geheimhoudingsplicht.

- Op grond van art. 6.1.3 GVP mag deze informatie uitsluitend worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgevraagd en niet voor andere doeleinden. Dit sluit aan op het specifieke karakter van de machtiging.

- Wilken ziet hier nog een onduidelijke grondslag voor de verwerking van gezondheidsgegevens (art. 16 Wbp). Zie Wilken tap, p. 95/96.
Holvast ziet dat kennelijk niet zo, PIV-Bulletin 2011, 1

- Wanneer de machtiging echter voorziet in de beide toestemmingen als bedoeld in de NB bij stap 4, is het probleem van de onduidelijke grondslag opgelost.

MAA/MD

- Art. 6.1.3, 6.1.4, 6.1.6 en 6.1.9 GVP

8.

Het (als geheugensteun) maken van persoonlijke werkaantekeningen door de MAA e.a. die bij de schaderegeling betrokken zijn. Dit kan gedurende het gehele traject plaatsvinden. Zie ook Stap 12.

MAA

- Art. 6.1.6 GVP

- Zolang persoonlijke werkaantekeningen niet worden gedeeld met anderen, vallen zij buiten de werking van de Wbp (het zijn in dat geval geen persoonsgegevens in de zin van de Wbp)

9.

Het maken en uitwisselen van interne notities door de MAA e.a. die bij de schaderegeling betrokken zijn, bijv. na telefonisch contact met de SB, ten behoeve van de vertrouwelijke gedachtewisseling en de interne standpuntbepaling.

NB

− Het verdient aanbeveling iedere intern bedoelde notitie ook duidelijk te betitelen als ‘interne notitie’
De strekking is dat zowel onderlinge gedachtewisselingen en interne standpuntbepalingen niet zijn bedoeld om ter kennis te komen van het slachtoffer en/of diens belangenbehartiger

MAA/SB

- Art. 6.1.6 GVP

10.

Het t.b.v. de SB opstellen van het medisch advies waarin – voor zover noodzakelijk voor een goed begrip en/of het nemen van een beslissing – kan worden geciteerd uit de medische informatie

NB

- Wel moet er dan bij de citaten een goede toelichting zijn, zodat de SB een en ander op waarde kan schatten en niet verkeerd kan interpreteren

- De term functionele eenheid komt in de GVP niet meer voor, waardoor de SB niet meer automatisch valt onder degenen die toegang tot de medische informatie hebben.
Zie ook Holvast, tap; Wilken, TVP, p. 96; en Wervelman/De Jong,PIV-Bulletin 2010, 7, p. 7/8

MAA

- CTG 24-02-2009

- Art. 6.6 en 6.1.9. GVP

- Willen/Akkermans, tap, p. 5

- Geheimhoudingsplicht SB ex art. 21 lid 2 Wbp

- Simons, tap., p. 11

- Wilken c.s., p. 179 e.v. en (betreffende rapportage format) p. 218

11.

Het toezenden van medisch advies aan de SB en – voor zover strikt noodzakelijk voor het nemen van een beslissing door de SB – het bijvoegen van medische informatie bij het advies
Ook hier geldt de onder 10 bedoelde toelichting

NB

- Voor de volledigheid moet de machtiging voorzien in toestemming voor het delen van deze informatie (Zie stap 4)

- De voor de te nemen beslissing noodzakelijke gegevens worden verstrekt. In het kader van bijzondere persoonsgegevens is geheimhouding gewaarborgd. De arts geeft slechts die medische gegevens prijs waarvan hij denkt dat dit voor de uitoefening van de functie van de betreffende functionaris strikt noodzakelijk is. Hij moet dit goed kunnen onderbouwen. Mocht de grens zijn overschreden, dan wordt dit door het tuchtrecht gesanctioneerd.

MAA

- Toelichting GVP, p. 30: het criterium is strikt noodzakelijk.

- Zie Wilken, tap, p. 102; en De Vries, GAVscoop 2008, 3, p. 46/49, volgens De Vries zijn de belangrijkste criteria: (1) de relevantie van de gegevens, (2) de complexiteit van de zaak, (3) het (financiële) belang waarmee de claim gepaard gaat, (4) het doel waarvoor de medische informatie wordt opgetekend (een expertiserapport dat is vervaardigd in het kader van de claimbeoordeling zal eerder voor verstrekking in aanmerking komen dan de patiëntenkaart die werd vervaardigd in het kader van de algemene patiëntenzorg), (5) de mate van gevoeligheid van de gegevens, en (6) de kans dat anderen de gegevens op onjuiste wijze zullen interpreteren. Deze beginselen moeten nog nader vorm krijgen.

- CTG 11-05-2010

- WGBO

- Geheimhoudingsplicht SB ex art. 21 lid 2 Wbp

- Wilken, TVP, p. 100/101

- Proportionaliteit en subsidiariteit

12.

Het eventuele nader mondeling, telefonisch of schriftelijk overleg tussen SB en MAA. De weergave van dit overleg wordt als ‘interne notitie’ betiteld. Zie ook Stap 9.

NB

- Dit overleg kan overigens op meerdere momenten plaatsvinden, telkens wanneer dat als vertrouwelijke gedachtewisseling nodig is voor de interne standpuntbepaling

SB/MAA

- MAA; WGBO; tuchtrecht

- SB: geheimhoudingsplicht Wbp

13.

Het verwerken van het medisch advies in de externe standpuntbepaling door de SB (de ‘beslissing’)

NB

- Aanbevolen wordt het advies met de beslissing mee te zenden; in bevestigende zin; zie Simons, TVP 2010, 2 p. 46; en ook GBL (best practices bij) beginsel 12.

- In bevestigende zin ook Wilken c.s., § 12.4 en hoofdstuk 20; en de noot van Wilken in TVGR en noot Simons in JA.

- Wanneer er geen belangenbehartiger is, kan aan het slachtoffer worden meegedeeld dat hij desgewenst kan beschikken over het medisch advies.

SB

- GBL

- DLR richtlijn medisch traject

14.

Het verstrekken van het medisch advies door de SB aan bijv. schaderegelaar, advocaat en arbeidsdeskundige. (Zie echter de NB onder stappen 4 en 11.)

NB

- Externe deskundigen als advocaat, schaderegelingbureau en arbeidsdeskundige werden vroeger tot de functionele eenheid gerekend. Deze term wordt in de GVP echter niet meer gebruikt (art. 6.1.4 GVP). Zie ook Holvast, tap; CTG 11-05-2010; en Hof van Discipline 30-11-2009.

- De vraag kan ook nog worden gesteld of hier sprake is van aanvullend onderzoek in de zin van art. 6.1.7 GVP. Zie Wilken,TVP, p. 99/101. Art. 6.1.7 GVP slaat echter vooral op keuringssituaties.

SB

- Afgeleide geheimhouding ex art. 21 Wbp

15.

Het gedurende het medisch beoordelingstraject eventueel vragen van een of meerdere nadere (deel)adviezen aan de MAA

SB

- Zie onder stappen 10 en 11

16.

Het eventueel door de MAA vragen van een deeladvies of een aanvullend advies aan een externe deskundige over zaken die buiten zijn/haar deskundigheid liggen (bijv. inschakelen kaakchirurg bij tandletsel, naast andere letsels).

MAA

- WGBO (art. 457 lid 2)

17.

Het eventueel starten van een eenzijdige medische expertise

NB

− Zeker als de stukken worden geanonimiseerd, lijkt hiervoor geen machtiging nodig.

MAA/MD

DLR = De Letselschade Raad

GBL = Gedragscode Behandeling Letselschade

MAS = Medisch adviseur slachtoffer

GVP = Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen

SB = Schadebehandelaar

MAA = Medisch Adviseur aansprakelijkheidsverzekeraar

MD = Medische dienst/medische staf

Wilken c.s. = Wilken, Akkermans en Legamaate, Medisch beoordelingstraject bij letselschade, rapport t.b.v. DLR

 

  

"Toelichting op Stappenplan medisch

 

1 Inleiding

Bijgaand Stappenplan is ontwikkeld in een eind 2010 ingestelde multidisciplinaire Projectgroep bestaande uit:

Arno Akkermans – VU
Arie Jan Baanen – Nationale-Nederlanden
Henk Boersma – Univé
Jan van Duinkerken – Veduma
Henk van Katwijk – Assuraad Advocaten
Theo Kremer – voorzitter

Huib Lebbing – Houthoff
Jørgen Simons – Leijnse Artz Advocaten
Esther Post – Houthoff
Marco Speelmans – Delta Lloyd
Monique Volker – secretaris
Annelies Wilken – VU

Directe aanleiding voor het instellen van deze projectgroep was de inwerkingtreding per 1 april 2010 van de hernieuwde Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen (GVP) en de daardoor ontstane onzekerheden over de reikwijdte en impact daarvan op het medisch traject bij de afwikkeling van letselschaden, mede blijkende uit de nadien verschenen literatuur daarover.

2 Aanpak

Gekozen is om het gehele medisch traject in beeld te brengen aan de hand van de te nemen stappen door vooral de schadebehandelaar en de medisch adviseur (van de verzekeraar).

Het stappenplan is geschreven voor de afwikkeling van alle vormen van letselschaden, maar is uitdrukkelijk niet bedoeld voor medische aansprakelijkheidszaken. Bekeken wordt of daarvoor nog een apart stappenplan moet worden opgesteld.

Het stappenplan kan zowel toegepast worden in situaties waarin er geen belangenbehartiger aanwezig is als in situaties waarin er wel een belangenbehartiger optreedt; bij de verschillende stappen wordt dit onderscheid zoveel mogelijk nader uitgewerkt.

Vastgesteld moet worden dat bij de totstandkoming van de medische paragraaf in de GVP de first partyverzekering als uitgangspunt is genomen. Hierbij zijn er doorgaans (zowel als het gaat om acceptatie als om schaderegeling) maar een beperkt aantal contacten tussen de medisch adviseur en de acceptatie/schadeafdelingen. Hierdoor zijn de betrokken bepalingen niet altijd even helder bij de toepassing daarvan bij letselschaden, waar er doorgaans immers sprake is van een (veel) intensiever contact tussen de medisch adviseur en de schadebehandelaar.

Al onder de oude tekst van de GVP was dit het geval, maar door de hernieuwde tekst is dit alleen maar sterker naar voren gekomen.

Ook de problematiek van het inzagerecht ex art. 35 Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) heeft hieraan bijgedragen, vooral door de strekking van de uitspraken van Rechtbank Zutphen 8 oktober 2009 en 29 januari 2010 – LJN BK4206 en LJN BL1743. Aansprakelijkheidsverzekeraars moeten het slachtoffer hierdoor immers inzage te verschaffen door kopieën, afschriften of uittreksels te verstrekken van de door het slachtoffer geselecteerde informatiedragers. Uitdrukkelijk worden daaronder ook begrepen de adviezen van de medisch adviseur. Geen inzage hoeft slechts te worden verschaft in de werkaantekeningen van de medisch adviseur, in de interne notities die persoonlijke gedachten van betrokkenen bevatten en die uitsluitend bedoeld zijn voor intern overleg en beraad, en in de correspondentie tussen de verzekeraar en haar advocaat.

3 Verschillen tussen de oude en nieuwe tekst van de GVP

Zoals hiervoor al beschreven speelden vele onzekerheden over de vraag wat de medisch adviseur nu precies wel en niet in zijn advies mag opnemen dan wel meezenden ook al bij de oude tekst van de GVP.

Het is dus ook niet zo dat de nieuwe tekst zo veel veranderingen heeft veroorzaakt.

Twee zaken springen er echter uit in vergelijking met de oude tekst:

a. De medisch adviseur (en de medische dienst) is de centrale spil bij het medisch traject; en

b. De term functionele eenheid komt in de nieuwe GVP niet meer voor.

De centrale vraag zowel onder de oude tekst als de nieuwe blijft dan ook: welke informatie uit de via de machtiging binnengekomen medische stukken uit de behandelende sector mag de medisch adviseur doorspelen naar de schadebehandelaar (en deze dan weer op zijn beurt aan bijvoorbeeld de schaderegelaar en de arbeidsdeskundige).

4 Medisch advies

De claim van de benadeelde en de daaruit voortkomende vragen vormen het begin van het medische traject. Het medisch advies is de basis van de informatieverstrekking door de medisch adviseur aan de schadebehandelaar. Dat wordt onder de hernieuwde GVP ook niet anders.

Uit de hernieuwde GVP zou kunnen worden afgeleid dat de verantwoordelijkheid van de medisch adviseur voor het medisch traject eindigt na het verzenden van het advies aan de schadebehandelaar. Dat wordt veroorzaakt door het strikte onderscheid dat daarbij wordt gemaakt tussen het advies en de beslissing.

Het criterium voor het bijvoegen van medische informatie bij het advies (zowel in de vorm van citaten als bijlagen) is het ‘strikt noodzakelijk’ daarvan zijn. Dit is nader uitgewerkt in stap 11.

Volgens de projectgroep vormt een goede vraagstelling door de schadebehandelaar de basis voor de kwaliteit en bruikbaarheid van het medisch advies.

Er moet dus – ook nadat het advies is uitgebracht – sprake zijn van een goed samenspel tussen de medisch adviseur en de schadebehandelaar.

5 Opzet stappenplan

De volgorde van het stappenplan is eerder illustratief dan bindend bedoeld; vooral de contacten voor en/of na het opstellen van het medisch advies kunnen per geval zowel qua tijdstip als intensiteit verschillen.

Bij de verschillende stappen wordt zoveel mogelijk verwezen naar relevante wetgeving en literatuur.

De Letselschade Raad heeft de VU opdracht gegeven met betrekking tot het medische traject een nadere invulling te geven aan de in de GBL opgenomen beginselen. Daarvoor zal in de tweede helft van 2011 een aantal formats worden opgeleverd. Deze zullen in ieder geval bevatten:

1. Een modelformulier voor de medische adviesaanvraag door de schadebehandelaar;

2. Een modelformulier voor de medische machtiging;

3. Een modelformulier voor het opvragen voor medische informatie bij de behandelende sector; en

4. Een model voor een medisch advies.

In het stappenplan wordt al naar deze modelformulieren verwezen.

6 Inzagerecht ex art. 35 Wbp

Het staat vast dat er ten aanzien van de in de stappen 6, 7 en 13 bedoelde acties een inzagerecht voor het slachtoffer bestaat.

Dit zou – althans volgens de Rechtbank Zutphen – ook gelden voor de acties bedoeld in de stappen 3, 10, 11, 15 en 16. Het vonnis van Rechtbank Utrecht 17 november 2010 – LJN BO5222 – zou hier echter een ander licht op kunnen werpen, waar de rechter het beroep van de verzekeraar op de uitzondering van art. 43 sub e Wbp honoreert – Zie ook onder hoofdstuk 2, de laatste alinea.

Kortom, over deze stappen bestaat wat betreft het inzagerecht op dit moment nog onzekerheid. Zie de noot van Simons onder dit vonnis in JA 2011,50 en het artikel van Wilken in TvGR 2011, 3, p. 188/198.

Geen inzagerecht bestaat er – ook volgens Rb. Zutphen – ten aanzien van de acties bedoeld in de stappen 8, 9 en 12.

7 Definitie medische gegevens

In de projectgroep is ook gesproken over de reikwijdte van het begrip medisch gegeven; volgens de projectgroep moet dit ruim worden uitgelegd. Ook foto’s en stukken afkomstig van regresnemers (bijvoorbeeld zorgverzekeraars) moeten als medisch gegeven worden gezien.

Wel zouden de rechtstreeks van het slachtoffer of zijn belangenbehartiger afkomstige stukken op grond van art. 6.1.8 sub b GVP niet onder de verantwoordelijkheid van de medisch adviseur hoeven te vallen, als de schadebehandelaar op grond daarvan direct tot uitkering kan overgaan. In dat geval is er dus geen medisch traject nodig. Dit geldt ook voor medische stukken afkomstig vanuit regresnemers (bijvoorbeeld zorgverzekeraars).

Wel is het aan te bevelen deze stukken – bijvoorbeeld in een verzameldossier – toch te bewaren bij de medische dienst.

Wanneer er wel een medisch traject is gestart moeten eventueel rechtstreeks vanuit het slachtoffer dan wel zijn belangenbehartiger afkomstige medische stukken onverwijld door de schadebehandelaar aan de medisch adviseur worden gezonden.

8 Status stappenplan

Het PIV realiseert zich dat dit stappenplan een weergave is van de huidige stand van zaken (met ook nog een aantal onzekerheden).

Desondanks hoopt het PIV hiermee in een behoefte te voorzien.

Nieuwe rechterlijke uitspraken en/of jurisprudentie kunnen wijzigingen in het stappenplan noodzakelijk maken. Ook staat het PIV open voor suggesties voor aanpassingen aan en/of aanvullingen van de huidige opzet.

PIV Projectgroep verwerking persoonsgegevens medisch traject
Den Haag, 25 mei 2011

Zie ook:

Artikel in PIV-Bulletin 2011, 6: “Stappenplan medisch traject” door PIV Projectgroep Gedragscode verwerking persoonsgegevens: een stap in de goede richting, maar welke?