Overslaan en naar de inhoud gaan

GHARL 010425 Verkeersongeval in Polen; is vordering naar Pools recht verjaard; is beroep op verjaring naar Pools recht aanvaardbaar?

GHARL 010425 Verkeersongeval in Polen; is vordering naar Pools recht verjaard; is beroep op verjaring naar Pools recht aanvaardbaar?

in vervolg  op:
RBOVE 291123 vorderingen tzv verkeersongeval in 2008 in Polen verjaard naar Pools recht, NL rechter bevoegd vanwege woonplaats eiser ttv dagvaarding

2De kern van de zaak en de beslissing van het hof

2.1.

[appellant] is op 18 juni 2008 betrokken geweest bij een verkeersongeval op de autosnelweg in Polen. Allianz is de WAM-verzekeraar van de aansprakelijke bestuurder. In deze procedure vordert [appellant] in de kern dat voor recht wordt verklaard dat alle (letsel)schade die hij als gevolg van het ongeval lijdt en heeft geleden in causaal verband staat met het ongeval en dat Allianz wordt veroordeeld tot vergoeding van die schade, op te maken bij staat.

2.2.

Allianz heeft zich (onder andere) op het standpunt gesteld dat de vorderingen van [appellant] zijn verjaard.

2.3.

De rechtbank heeft geoordeeld dat zij bevoegd is om van het geschil kennis te nemen en dat het Pools recht van toepassing is op de vorderingen van [appellant] . De rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] vervolgens afgewezen omdat de vorderingen van [appellant] naar Pools recht zijn verjaard.1

2.4.

Met zijn grieven bestrijdt [appellant] dat zijn vorderingen zijn verjaard en legt hij opnieuw zijn vorderingen aan het hof voor. Het hof oordeelt daarover als volgt.

3De beoordeling door het hof


rechtsmacht en toepasselijk recht
3.1. Het geschil heeft een internationaal karakter omdat [appellant] ten tijde van het ongeval in [land1] woonde, hij in ieder geval vanaf het moment van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding in Nederland woont en Allianz in Polen is gevestigd. Het hof dient ambtshalve vast te stellen of de Nederlandse rechter bevoegd is. Het hof is net als de rechtbank van oordeel dat de Nederlandse rechter bevoegd is. Het hof verwijst naar de motivering die de rechtbank heeft gegeven en neemt deze over. Over het toepasselijk recht zijn partijen het eens en er zijn ook geen grieven gericht tegen het oordeel van de rechtbank op dit punt. Het hof gaat daarom ook uit van de toepasselijkheid van Pools recht.

verjaring

de feiten

3.2.

Op 18 juni 2008 is op de autosnelweg in Polen een aanhanger van een vrachtwagen op de auto gevallen waarin [appellant] reed. Bij dit ongeval was ook een andere weggebruiker en vriend van [appellant] , [naam1] , betrokken. Hij is, gezeten in een andere auto, door dezelfde vrachtauto aangereden.

3.3.

In een brief (met kenmerk [kenmerk] – [naam1].) van 19 januari 2009 heeft
mr. Camps aan Allianz geschreven:
“(…) Bij mij is gekomen de heer [naam1] wonende te [woonplaats] (…) in verband met het ernstige auto-ongeval dat hem overkwam in Polen op 18 juni 2008. (…) De wederpartij is (…), de vermoedelijke dader. Ik verzoek u deze aansprakelijkheid te erkennen en met mij de schade te regelen. Client reed een [merk] met kenteken [kenteken] . Tevens is ook betrokken geweest zijn broer [bedoeld is: vriend; hof], de heer [appellant] , wonende te [woonplaats] (…). Client is ook eigenaar van deze laatste auto, maar deze stond tijdelijk op naam van zijn broer. (…)’
3.4. In een brief van 30 januari 2009 onder vermelding van ‘Uw referentie [kenmerk] [naam1] ’ heeft Allianz hierop gereageerd:
“Wij bevestigen de ontvangst van uw brief van 19 januari 2009 (…). U treft hierbij het expertiserapport aan waaruit blijkt dat de totale schade (…) bedraagt. Wij vernamen telefonisch van de heer [naam1] dat hij en zijn broer [bedoeld is: vriend; hof] bij dit ongeval gewond zijn geraakt. Neemt u ook de belangen waar in zake de letselschade of dienen wij hiertoe rechtstreeks contact met beide betrokkenen op te nemen?’

3.5.

In een emailbericht van Allianz aan mr. Camps met kenmerk ‘[kenmerk] [naam1]’ staat: ‘Hierbij bevestigen wij ons telefoongesprek van 31 augustus 2010. In bovengenoemd dossier is aansprakelijkheid door Allianz Polen erkend.’
3.6. Allianz en [naam1] hebben in oktober/november 2011 een vaststellingsovereenkomst gesloten met betrekking tot de door [naam1] als gevolg van het ongeval geleden schade.

3.7.

In een brief van Allianz aan mr. Camps van 29 november 2011 onder vermelding van “uw referentie [kenmerk] [naam1] ” staat:
‘(…) Het bedrag van EUR 25.000,00 wordt overgeschreven naar bankrekening (…). Dit betreft een slotuitkering. (…)”

3.8.

[appellant] heeft op 2 januari 2012 telefonisch contact opgenomen met Allianz waarbij hij Allianz heeft laten weten een claim te zullen indienen.

3.9.

In een emailbericht van Allianz aan mr. Camps van 20 januari 2012 met als onderwerp ‘[kenmerk] [naam1] staat: ‘(….) De vordering is volgens Pools recht niet verjaard. Kunt u ons informeren over het letsel? Indien u niet op de hoogte bent over het letsel en dergelijke lijkt het ons een goed idee om een gezamenlijk bezoek te brengen? (…)”

3.10.

Op 28 februari 2012 is er telefonisch contact geweest tussen mr. Camps en Allianz. In de telefoonnotitie van Allianz staat:
“Wat ik wil weten? Nou of er nog een claim komt wat de svz is, of er een bezoek dient plaats te vinden? Hij weet het niet. hij heeft de passagier nog niet gesproken en ook nog geen opdracht gegeven om het in behandeling te nemen. hij gaat hem bellen en med info verzamelen en dan komt hij op de zaak terug
oke ik wacht het af’

3.11.

In een brief van 1 maart 2012 heeft mr. Camps aan Allianz geschreven:
“In aansluiting op uw e-mail van 28 februari jl. heb ik een gesprek gehad met client, [appellant] . Hij verblijft thans in Nederland bij zijn vriend, de heer [naam1] , u bekend. Hij is voornemens zich in Nederland te vestigen in plaats van [land1] . (…) Ik liet client een lijst invullen met al zijn klachten sinds het ongeval, deze treft u hierbij aan. (…) Ik neem aan u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en bericht u nader.’

3.12.

Allianz heeft in de eerste helft van 2012 aansprakelijkheid voor de gevolgen van het [appellant] overkomen ongeval erkend. Iteb Schadeservices heeft namens Allianz in het voorjaar van 2012 de schadeafwikkeling ter hand genomen.
3.13. Op 4 juli 2012 heeft Allianz aan mr. Camps geschreven:
“(…) Via onze schaderegelaar ontvingen wij het bezoekrapport. Wij ontvangen graag een lastgeving zodat wij het voorschot kunnen overmaken. De medische informatie van de neuroloog zien wij graag op zeer korte termijn tegemoet, zodat een medisch advies kan worden aangevraagd. (…)”. Allianz heeft zowel een voorschot onder algemene titel betaald als een voorschot op de buitengerechtelijke kosten.

3.14.

In een email van 17 december 2012 schrijft Allianz aan mr. Camps:
“Hierbij berichten wij u dat de behandeling van bovengenoemd schadegeval is overgenomen door ondergetekende. (…) Voor zover wij kunnen nagaan, ontvingen wij nog geen reactie op onze e-mail van 17 oktober 2012. Graag ziet onze medisch adviseur de medische informatie vanuit de behandelend sector over de periode van september 2008 tot het voorjaar van 2012 tegemoet. Wilt u ons met betrekking tot het gestelde inkomensverlies van uw client in bezit stellen van de relevante bewijsstukken? (…)
Partijen zijn daarna blijven corresponderen over de medische informatie die Allianz wenste te ontvangen.

3.15.

De medisch adviseur van Allianz heeft medisch adviezen gegeven op 10 oktober 2012, 6 januari 2014, 7 juni 2019 en 3 mei 2022 waarbij het advies steeds luidt dat er geen medische indicatie is om over te gaan tot een expertisetraject.

het wettelijk kader naar Pools recht

3.16.

Bij de beoordeling van het beroep op verjaring zijn de volgende (in het Engels weergegeven) bepalingen uit het Pools Burgerlijk Wetboek (hierna: PBW) van belang.

Artikel 442
Limitation of claims for damages and interruption of the limitation period
1) A claim for compensation for damage caused by a tort shall become time-barred after three years from the date on which the aggrieved party learned or with due diligence could learn about the damage and about the person obliged to repair it, but this period may not be longer than ten years from the date of the event causing the damage.
2) If the damage resulted from a crime or misdemeanor, a claim for damages shall be statute-barred after twenty years from the date on which the offense was committed, irrespective of when the aggrieved party learned about the damage and about the person obliged to repair it.
3) In the event of damage to a person, the limitation period may not end earlier than three years from the date on which the aggrieved party learned about the damage and about the person obliged to repair it.
Artikel 123
The limitation period is interrupted:
1) by any action before a court or other body appointed to hear cases or enforce claims of a given type, or before an arbitration court, undertaken directly for the purpose of pursuing or establishing or satisfying or securing the claim,
2) by recognition of the claim by the person against whom the claim is entitled or
3) by commencement of mediation.

Artikel 819
1) Claims under an insurance contract become barred by a statute of limitations after three years.
(…)
3) In the case of a third party liability insurance, the aggrieved party’s claims against the insurer for compensation or recompense become barred by the statute of limitations after the period provided for such a claim in the provisions on liability for damage caused by tort or arising from non-performance or improper performance of an obligation.
4) The running of the limitations period of a claim for a performance against an insurer is also interrupted by a claim being filed with the insurer or by an event covered by the insurance being reported. The limitations period starts running anew from the day on which the party filing the claim or reporting the event receives a written declaration form the insurer according or refusing the performance.

3.17.

Uit deze bepalingen volgt dat een vordering tot vergoeding van schade verjaart na drie jaar vanaf het moment dat de schadelijdende partij bekend was of kon zijn met de schade en de aansprakelijke partij maar de termijn mag niet langer zijn dan tien jaar gerekend vanaf de schadeveroorzakende gebeurtenis. Hetzelfde geldt voor een rechtstreekse vordering op een verzekering tegen schade toegebracht aan derden. Als de schade het gevolg is van een strafbaar feit, verjaart de vordering tot vergoeding van schade twintig jaar na de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

de beoordeling van het beroep op verjaring

3.18.

Allianz heeft (voor het eerst) in de conclusie van antwoord van 30 november 2022 het standpunt ingenomen dat de vorderingen van [appellant] zijn verjaard. Volgens Allianz was [appellant] op 18 juni 2008 (datum ongeval) dan wel op 24 juni 2008 (datum ontslag ziekenhuis) bekend met de schade. Ook wist hij wie de aansprakelijke persoon was omdat op het aanrijdingsformulier dat na het ongeval is ingevuld Allianz Polska als verzekeraar van de aansprakelijke bestuurder staat. De vorderingen zijn dus uiterlijk op 24 juni 2011 verjaard. Voor die tijd heeft [appellant] de verjaring niet gestuit. Dat heeft hij pas op 2 januari 2012 gedaan toen hij telefonisch aan Allianz heeft medegedeeld een claim te zullen indienen maar toen was de termijn van drie jaar reeds verstreken. De rechtbank heeft Allianz hierin gevolgd.

3.19.

Bij de beoordeling van de grieven die [appellant] tegen het vonnis heeft gericht, zal het hof de legal opinions betrekken die beide partijen hebben overgelegd. Het gaat daarbij om door Allianz overgelegde legal opinions van K. Siwek, attorney at law, van 10 oktober 2022, 13 februari 2023, 22 maart 2013 en 2 september 2024. [appellant] heeft een legal opinion van J. Budzowksa, attorney at law, van 31 mei 2024 overgelegd.

3.20.

Net als de rechtbank oordeelt het hof dat in dit geval een verjaringstermijn van drie jaar geldt vanaf het moment waarop [appellant] bekend was met de aansprakelijke persoon en de schade. [appellant] heeft in de memorie van grieven aangevoerd dat op grond van artikel 442 lid 1 PBW een verjaringstermijn van 10 jaar geldt vanaf de bekendheid met de aansprakelijke bestuurders en de rechtspersoon van de Poolse verzekeraar maar dat standpunt berust, zoals uit de tekst van de wettelijke bepaling volgt, op een onjuiste lezing van artikel 442 lid 1 PBW. [appellant] heeft ook nog aangevoerd dat het hem niet bekend is of de aansprakelijke bestuurders strafrechtelijk zijn veroordeeld, in welk geval op grond van artikel 442 lid 2 PBW een verjaringstermijn van 20 jaar vanaf het strafbare feit geldt. Volgens [appellant] is het aan Allianz om dat uit te zoeken. Allianz is er niet mee bekend dat de aansprakelijke bestuurder strafrechtelijk is veroordeeld. Er zijn ook verder geen aanknopingspunten dat het ongeval kwalificeert als een strafbaar feit. De verjaringstermijn van 20 jaar is daarom in deze zaak niet aan de orde.

3.21.

[appellant] heeft in hoger beroep bestreden dat hij op 18 of 24 juni 2008 bekend was of had moeten zijn met de (verzekeraar van de) aansprakelijke persoon. Hij heeft aangevoerd dat hij pas bekend werd met Allianz als aansprakelijke verzekeraar in 2009 nadat [naam1] hem bij de raadsman had aangemeld (memorie van grieven onder 36) dan wel dat hij met de aansprakelijke verzekeraar bekend werd vanaf 1 augustus 2010 (memorie van grieven onder 24) omdat hij daarop toen attent werd gemaakt door [naam1] .
Allianz heeft onder verwijzing naar het aanrijdingsformulier haar standpunt gehandhaafd dat [appellant] op de genoemde data bekend was met de aansprakelijke verzekeraar.
3.22. [appellant] heeft gelet op het voorgaande gemotiveerd betwist dat hij op 18 of 24 juni 2008 al bekend was met de (verzekeraar van de) aansprakelijke persoon. In dat kader stelt het hof vast dat op het aanrijdingsformulier waarop Allianz zich ter onderbouwing van de gestelde bekendheid met de aansprakelijke persoon beroept (productie 3 bij conclusie van antwoord) geen datum staat althans dat het hof die niet heeft aangetroffen. Daarmee rijst de vraag wanneer [appellant] het aanrijdingsformulier heeft ingevuld en heeft kennisgenomen van de vermelding daarop van de aansprakelijke verzekeraar.
Allianz krijgt de gelegenheid zich hierover uit te laten, waarna [appellant] daarop mag reageren. Allianz wordt eveneens gevraagd zich uit te laten over de bewijsmiddelen waarover zij beschikt ten aanzien van de stelling dat [appellant] op 18 dan wel 24 juni 2008 kennis heeft genomen van het aanrijdingsformulier c.q. dat hij dat formulier toen heeft ingevuld.
3.23. Vooruitlopend op de verdere beoordeling van de vraag naar het aanvangsmoment van de verjaring, oordeelt het hof over de door [appellant] gestelde stuitingshandelingen als volgt. Uit artikelen 123 PBW volgt dat de verjaring van een rechtsvordering kan worden gestuit door iedere handeling voor een gerecht of voor een scheidsgerecht die rechtstreeks strekt tot het geldend maken, het vaststellen of het verzekeren van een vordering, dan wel door erkenning van de vordering door de persoon tegen wie de vordering is gericht. Uit artikel 819 PBW volgt dat de verjaring ook wordt gestuit door het indienen van een vordering tegen de verzekeraar of door het melden van een gebeurtenis die door de verzekering wordt gedekt.
3.24. Er is geen sprake van een handeling van [appellant] voor een gerecht of scheidsgerecht voor het verstrijken van de termijn van drie jaar. [appellant] heeft aangevoerd dat de verjaring is gestuit met de erkenning van aansprakelijkheid op 31 augustus 2010. Dat gaat niet op. De erkenning van aansprakelijkheid in de brief van 31 augustus 2010 heeft uitsluitend betrekking op de schade van [naam1] . Dat volgt niet alleen uit de inhoud van de erkenning, waarin wordt gerefereerd aan ‘bovengenoemd dossier’ te weten ‘[kenmerk] [naam1]’ maar ook uit het feit dat mr. Camps op dat moment nog niet optrad voor [appellant] . Allianz heeft dat expliciet aan mr. Camps gevraagd op 30 januari 2009 en daarop is geen bevestigend antwoord gevolgd. [appellant] heeft pas op 2 januari 2012 telefonisch melding gemaakt bij Allianz van een claim die hij zal indienen en vlak daarna is mr. Camps zijn belangenbehartiger geworden.

3.25.

[appellant] heeft aangevoerd dat de vordering is gestuit met de onderhandelingen tussen Allianz en [appellant] . Zonder nadere toelichting en verwijzing naar specifieke correspondentie oordeelt het hof dat niet is gebleken dat de verjaring hierdoor is gestuit.

3.26.

[appellant] heeft onder verwijzing naar het advies van J. Budzowska aangevoerd dat de verjaring is gestuit op grond van artikel 819 lid 4 PBW doordat in de brief van 19 januari 2009 aan Allianz is gemeld dat een verzekerde gebeurtenis heeft plaatsgevonden (het ongeval op 18 juni 2008) en dat [appellant] daarbij betrokken was. Allianz heeft hier, onder verwijzing naar de laatste legal opinion van Siwek, tegenin gebracht dat uit die brief slechts terloops volgt dat [appellant] volgens [naam1] bij het ongeval betrokken was en dat de brief onvoldoende is voor een rechtsgeldige stuiting in de zin van artikel 819 lid 4 PBW. Volgens Allianz moet de melding van de verzekerde gebeurtenis worden gedaan door degene die rechten kan ontlenen aan de verzekering. [naam1] had weliswaar als slachtoffer van het ongeval een wettelijk en reëel belang ten aanzien van het melden van de verzekerde gebeurtenis maar daarmee vertegenwoordigde hij nog niet mede de belangen van [appellant] .

3.27.

Het hof volgt Allianz in haar verweer. Een melding van een verzekerde gebeurtenis in de zin van artikel 819 lid 4 PBW moet worden gedaan door of namens degene die rechten kan ontlenen aan de verzekering. De brief van mr. Camps van 19 januari 2009 kwalificeert niet als een mededeling van [appellant] aan Allianz van een verzekerde gebeurtenis. In de brief van 19 januari 2009 introduceert mr. Camps zich als advocaat van [naam1] , beschrijft hij dat [naam1] een ongeval is overkomen en verzoekt hij Allianz aansprakelijkheid te erkennen en de schade te regelen. Mr. Camps besluit de brief met de mededeling dat [appellant] ook betrokken was bij het ongeval. Mr. Camps trad op dat moment echter niet op voor [appellant] . Op 30 januari 2009 heeft [naam1] telefonisch aan Allianz medegedeeld dat hij en [appellant] betrokken waren bij het ongeval en dat zij schade hebben geleden. Ook van deze mededeling van [naam1] kan niet worden gezegd dat deze namens [appellant] is gedaan. Dat wordt nog eens onderstreept door de expliciete vraag van Allianz op 30 januari 2009 aan mr. Camps of hij voor zowel [naam1] als [appellant] optreedt, waarop mr. Camps kennelijk niet instemmend heeft gereageerd.

3.28.

De conclusie luidt dat niet is gebleken van eerdere stuitingshandelingen dan de telefonische mededeling van [appellant] aan Allianz op 2 januari 2012 dat hij een claim zal indienen. De vraag of [appellant] de verjaring daarmee heeft gestuit voor het verstrijken van de termijn van drie jaar, hangt af van het aanvangsmoment van de verjaring waarover het hof na uitlating van partijen verder zal oordelen.

3.29.

[appellant] heeft het ten slotte het standpunt ingenomen dat het beroep op verjaring van Allianz in strijd is met de redelijkheid en billijkheid dan wel dat Allianz haar recht heeft verwerkt om een beroep op verjaring te mogen doen. Het hof zal dit verweer om proceseconomische redenen – vooruitlopend op de nog verder te beoordelen verjaringsvraag en veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat de verjaring niet tijdig is gestuit – nu beoordelen. Het hof begrijpt het standpunt van [appellant] aldus dat hij ter onderbouwing daarvan zich op de volgende feiten en omstandigheden beroept:
- de erkenning van aansprakelijkheid door Allianz voor de schade die [appellant] als gevolg van het ongeval heeft geleden in de eerste helft van 2012 (dus nadat de vordering volgens Allianz was verjaard);
- de schriftelijke mededeling van Allianz aan mr. Camps in de brief van 20 november 2012 (dus nadat de vordering volgens Allianz was verjaard) dat de vorderingen van [appellant] naar Pools recht niet zijn verjaard. Daarbij stelt het hof vast dat Allianz niet heeft bestreden dat deze mededeling betrekking heeft op [appellant] , hetgeen ook strookt met het feit dat er op dat moment met [naam1] al een vaststellingsovereenkomst was gesloten;
- het inschakelen door Allianz van schaderegelaar Iteb die de schaderegeling ter hand heeft genomen in welk kader jarenlang is gecorrespondeerd;
- het betalen door Allianz van voorschotten.
In dat kader stelt het hof vast dat, uitgaande van het door Allianz gestelde aanvangsmoment, in welk geval de stuiting op 2 januari 2012 ongeveer een half jaar na het verstrijken van de verjaringstermijn heeft plaatsgevonden, er sprake is van een geringe overschrijding van de verjaringstermijn.

3.30.

In de door beide partijen overgelegde legal opinions is niet ingegaan op de vraag of er naar Pools recht een wettelijke grondslag is (zoals we naar Nederlands recht een beroep op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid, rechtsverwerking, afstand van recht of misbruik van recht kennen) om onder de hiervoor geschetste omstandigheden een beroep op verjaring te passeren. Het hof verzoekt partijen om met legal opinions hun standpunt hierover te onderbouwen en daarbij uitdrukkelijk de hiervoor geschetste omstandigheden te (laten) betrekken. Als het naar Pools recht zo is dat, zoals Allianz lijkt te stellen, pas in een proces(stuk) een beroep op verjaring kan worden gedaan, dan rijst de vraag of betekenis toekomt aan de onder 3.29. genoemde omstandigheden. Ook daarop zal in de legal opinions zo nodig moeten worden ingegaan.

3.31.

De zaak wordt verwezen naar de rol voor akte uitlating aan de zijde van Allianz als bedoeld in 3.22. en 3.30., gevolgd door een antwoordakte aan de zijde van [appellant] . Indien en voor zover naar het oordeel van het hof aangewezen, zal Allianz op de antwoordakte van [appellant] mogen reageren en [appellant] tot slot daar weer op. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 april 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:1939