Overslaan en naar de inhoud gaan

RBNNE 100418 kapitalisatie bij statistische levensverwachting van een 65 jarige man in België

RBNNE 100418 zenuwletsel met nek- en schouder- en armklachten 68 jarige man, begroot op € 7.500,00, met toelichting. 
- causaal verband tussen ongeval en levenslange fysiotherapie en acupunctuur; kosten daarvan bij voorbaat begroot. 
- kapitalisatie bij statistische levensverwachting van een 65 jarige man in België

Hoogte materiële schade

4.12.
[eiser] vordert als materiële schadevergoeding de kosten van levenslange fysiotherapie. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 4.7 en 4.8 is overwogen, merkt de rechtbank deze kosten aan als schade die het gevolg is van het verkeersongeval en zal TVM deze kosten moeten vergoeden. De primaire vordering houdt in dat deze kosten, die voor een deel nog moeten worden gemaakt, reeds nu worden begroot en vergoed. Ter comparitie heeft TVM aangegeven dat als zij de fysiotherapie moet betalen, de voorkeur uitgaat naar een periodieke uitkering.

4.13.
De rechtbank overweegt dat op grond van art. 6:105 BW de begroting van nog niet ingetreden schade kan worden uitgesteld of na afweging van goede en kwade kansen bij voorbaat kan geschieden. Ook bij een begroting bij voorbaat blijft uitgangspunt - net als bij een begroting van schade achteraf - dat, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, de werkelijk te lijden schade wordt begroot. Daartoe dient de feitelijke situatie vergeleken te worden met de hypothetische situatie zonder het verkeersongeval. Bij deze vergelijking komt het aan op de redelijke verwachting van de rechter omtrent toekomstige ontwikkelingen (zie HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3145).

4.14.
De rechtbank is van oordeel dat bij afweging van goede en kwade kansen de begroting van de schade in dit geval bij voorbaat kan worden gemaakt. Een begroting op deze wijze impliceert aannames over de levensverwachting van [eiser] , over de kosten van fysiotherapie en over de hoogte van de vergoeding daarvan door de ziektekostenverzekering van [eiser] . Het aldus begrote bedrag zal meer of minder kunnen zijn dan de uiteindelijke schade en impliceert dus een risico voor beide partijen. Anderzijds heeft een begroting op deze wijze het voordeel dat de schade nu in een keer kan worden afgewikkeld. De rechtbank vindt dat dit voordeel in dit geval prevaleert.

4.15.
Partijen twisten over de levensverwachting van [eiser] . TVM stelt dat de levensverwachting van een man in België 79 jaar. Ter onderbouwing heeft zij een tabel overgelegd, waarin staat dat de levensverwachting van een man bij de geboorte in België in 2016 78,78 was. [eiser] daarentegen gaat uit van een statistische levensverwachting van 84 jaar. Hij stelt dat je niet moet uitgaan van de levensverwachting bij de geboorte, maar van de levensverwachting van een persoon die een bepaalde leeftijd heeft bereikt. [eiser] heeft een rapport overgelegd van EHLEIS (European Health & Life Expectency) van september 2015 getiteld Gezonde levensverwachting. In dit rapport staat dat in 2013 de levensverwachting op 65 jarige leeftijd in België voor een man 17,8 jaar was. Gelet op de trend die telkens een stijging laat zien, meent [eiser] dat zijn levensverwachting thans 84 jaar is. TVM heeft daarop opgemerkt dat de door haar overgelegde tabel afkomstig is van een officiële bron van de Vlaams-Belgische overheid (de Algemene Directie Statistiek), terwijl [eiser] een uittreksel van de Rekenkeizer heeft overgelegd die zich zou baseren op statistieken van het Nederlandse CBS. De rechtbank merkt op dat TVM daarbij voorbij gaat aan het voornoemde rapport van EHLEIS. TVM heeft niet betwist dat dit rapport van een betrouwbare instantie afkomstig is. De verwijzing van [eiser] naar de Rekenkeizer is door [eiser] alleen gedaan om te motiveren waarom de levensverwachting bij geboorte lager is dan de levensverwachting op een bepaalde leeftijd. Uitgelegd wordt dat een 40 jarige de 40 levensjaren al heeft volgemaakt, terwijl een 0 jarige de leeftijd van 40 jaar nog moet zien te bereiken. Deze kan ook eerder overlijden. TVM heeft deze redenering, die de rechtbank logisch voorkomt, niet gemotiveerd betwist. Op basis van het rapport van EHLEIS gaat de rechtbank daarom uit van een levensverwachting van [eiser] van 83 jaar. De rechtbank merkt daarbij op dat weliswaar aangenomen mag worden dat sinds 2013 de levensverwachting verder is gestegen, maar dat deze zo ver is gestegen dat uitgegaan mag worden van een leeftijd van 84 jaar, is door [eiser] niet met objectieve gegevens onderbouwd.

4.16.
In de akte uitlating na comparitie heeft [eiser] de kosten van fysiotherapie als volgt berekend. Op basis van de kosten over 2017 stelt hij dat zijn jaarlijkse kosten aan fysiotherapie (inclusief dry needling en tape) gerelateerd aan het letsel door het verkeersongeval € 1.446,72 zijn. Geëxtrapoleerd naar 13 jaar komt het totaalbedrag uit op € 18.807,36. De 13 jaar heeft [eiser] ontleend aan zijn leeftijd ten tijde van de dagvaarding (15 oktober 2017) van 71 jaar en de verwachte levensduur volgens hem van 84 jaar.

TVM heeft aangevoerd dat het opvallend is dat [eiser] tot een hoger bedrag komt dan hij ter comparitie had genoemd en met facturen had onderbouwd. De rechtbank merkt hierover op dat het bedrag lager is dan het bedrag dat in dagvaarding was genoemd. [eiser] heeft zowel bij dagvaarding (productie 8) als ten behoeve van de comparitie (productie 10) stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn kosten. In de akte uitlating na comparitie heeft [eiser] gemotiveerd aangegeven op grond waarvan hij thans tot een ander (lager) jaarlijks bedrag komt dan in dagvaarding was gevorderd. Deze redenering is door TVM niet gemotiveerd betwist en zal de rechtbank als uitgangspunt nemen.

4.17.
Bij antwoordakte tevens houdende akte wijziging (vermeerdering) van eis heeft [eiser] aangevoerd dat de kosten van fysiotherapie sinds juni 2018 met € 1,00 per behandeling is gestegen, terwijl [eiser] € 1,45 minder terugkrijgt van de ziektekostenverzekering. Hierdoor is hij vanaf medio 2018 € 2,45 per behandeling duurder uit. Het totaalbedrag per jaar komt daarmee uit op € 1.657,42. Hij vordert daarom thans:
2017 € 1.446,72
2018 € 1.552,07 (€ 1.446,72 /2 = 723,36 + € 1.657,42/2)
Resterende 11,5 jaar € 19.060,33

Totaal € 22.059,12.

Ter onderbouwing heeft hij een nota van de fysiotherapeut overgelegd van 15 juni 2018 en een uittreksel van zijn bankoverschrijvingen waarop een bedrag staat van € 55,50 met als mededeling: "( ... ) Prest kine 27/04/18 basis terugbetal. 222,60 eur ( ... )"

4.18.
TVM betwist deze eisvermeerdering en voert aan dat [eiser] niet onderbouwt waarom de behandelingen duurder zijn geworden en waarom hij minder terugkrijgt van de zorgverzekering. TVM merkt op dat zij bij voorbeeld niet kan uitsluiten dat de lagere vergoeding verband houdt met een gewijzigde dekking waarvoor [eiser] minder premie betaalt. Hoewel het om relatief kleine bedragen per behandeling gaat, is het geëxtrapoleerd een eisvermeerdering van bijna 20%. Bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing houdt TVM vast aan de kosten die door [eiser] ter comparitie zijn toegelicht en onderbouwd.

4.19.
De rechtbank acht de prijsstijging van de fysiotherapie behandelingen sinds juni 2018 niet opmerkelijk en acht deze door [eiser] voldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt. Dit geldt echter niet voor de vermindering van de vergoeding van de ziektekostenverzekering. Gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door TVM is de vermindering van de vergoeding van de ziektekostenverzekering onvoldoende onderbouwd en toegelicht. De rechtbank gaat daarom alleen uit van een verhoging van de kosten van € 1,00 per behandeling. Het totaalbedrag per jaar komt daardoor uit op € 1.532,72 (€ 1.446,72 + 86 x € 1,00)).

4.20.
Resumerend komt de rechtbank tot de volgende begroting van de materiële schade.
2017 € 1.446,72
2018 € 1.489,72 (€ 723,36 + € 1.532,72/2)
10,5 jaar € 16.093,56 (10,5 x € 1.532,72)

Totaal € 19.030,00

Slotsom

4.21.
TVM zal worden veroordeeld tot betaling aan [eiser] uit hoofde van immateriële schade een bedrag van € 2.500,00 en uit hoofde van materiële schade een bedrag van € 19.030,00. Als niet betwist zal TVM ook de wettelijke rente over de immateriële schade moeten betalen. ECLI:NL:RBNNE:2018:5615