Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Midden-Nederland 110915 Rb in kort geding: ernstige twijfel of sprake is van authentieke aanrijding, vordering afgewezen

Rb Midden-Nederland 110915 Rb in kort geding: ernstige twijfel of sprake is van authentieke aanrijding, vordering afgewezen

samenvatting PIV:
Eiser stelt schade te hebben geleden door achterop aanrijding (whiplash). Door verzekeraar is aanvankelijk aansprakelijkheid erkend, maar later ontstaat gerede twijfel over de aanrijding (onduidelijke aanduiding op saf, weigering mee te werken, vermoeden dat partijen elkaar voor de aanrijding kenden, niet kloppende verklaringen omtrent weer en snelheid, niet objectiveerbaar letsel, twijfel omtrent loongegevens). De rechtbank oordeelt dat op basis van de nu voorliggende feiten in ernstige mate wordt getwijfeld over de vraag of wel sprake is van een authentieke aanrijding. In ieder geval is het zeer voorstelbaar dat verzekeraar nader onderzoek wil instellen en valt niet goed in te zien op grond waarvan partijen daaraan slechts met moeite bereid zijn medewerking te verlenen. Zij versterken daarmee de twijfel over het bestaan van een authentieke aanrijding. De vordering van benadeelden staat daarom op dit moment onvoldoende vast en het voorschot op schadevergoeding zal derhalve worden afgewezen.

Opmerking PIV:

NB: Het betreft 2 uitspraken tegen verschillende eisers (bestuurder en inzittende). De uitspraken zijn gelijkluidend.

De feiten

2.1. 
Op 1 december 2014 heeft Allianz een tweetal e-mails ontvangen, enkele minuten na elkaar. De eerste e-mail was van [Bestuurder 1]. Hij maakte daarin melding van een aanrijding op 30 november 2014 tussen hem en een verzekerde van Allianz, [Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz]. Hij heeft het aanrijdingsformulier met voornoemde e-mail meegezonden. De tweede e-mail is van [Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz]. Ook bij deze e-mail, die geen verdere toelichting bevatte, is het aanrijdingsformulier meegestuurd.

2.2. 
Op het aanrijdingsformulier is aangegeven dat op 30 november 2014 een aanrijding heeft plaatsgevonden op een afslag van de A2 te Utrecht, om 22.00 uur tussen de Volkswagen Lupo, kenteken 96-DZ-VH van [Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz] en de Volkswagen Polo, kenteken 66-JZ-SL van [Bestuurder 1]. In de Polo zat [Bestuurder 1] als bestuurder en [Eiser] als passagier. Op het formulier is aangekruist dat het wegdek nat was. Op de tekening wordt een rijbaan weergegeven met twee rijstroken. Voorts wordt melding gemaakt van een (rood) stoplicht. Er is volgens het formulier geen politie ter plaatse geweest en ook geen ambulance. Bij alle betrokkenen wordt op het formulier melding gemaakt van nekklachten. Op het formulier is aangegeven dat de Lupo naar schatting met 50 kilometer per uur tegen de voor het stoplicht stilstaande Polo is aangebotst.

2.3.
Allianz heeft bij brief van 16 december 2014 aan de advocaat van [Bestuurder 1] en [Eiser] laten weten de aansprakelijkheid te erkennen en heeft verzocht om nadere informatie, met name het formulier met letselinformatie, een beschrijving van de arbeidsomstandigheden en de thuissituatie voor en na het ongeval, verwachting voor herstel, informatie over de stappen die zijn en worden genomen om het herstel te bevorderen en de gegevens van de medisch adviseur.

2.4.
Allianz heeft het bureau Iteb Schadeservices ingeschakeld. Op 21 januari 2015 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen de heer R.F. Bertling van dit bureau en [Bestuurder 1], [Eiser] en hun belangenbehartiger, mr. Van Haren.

2.5. 
Aan [Eiser] is een voorschot betaald van in totaal € 7.000,=. Aan [Bestuurder 1 ]een voorschot van € 2.000,=.

2.6. 
Uit de gegevens van het KNMI volgt dat in de periode 29 november- 2 december 2014 geen regen is gevallen.

2.7. 
Allianz heeft aanleiding gezien voor een nader onderzoek naar de toedracht van de aanrijding, de arbeidssituatie van [Bestuurder 1] en de bedrijfssituatie van [Eiser].

2.8. 
Bij van e-mailbericht van 4 maart 2015 heeft Allianz onder meer aan de advocaat van [Bestuurder 1]en [Eiser] laten weten: “Naar aanleiding van het bezoek van de heer Bertling en u aan uw beide cliënten hebben wij toch nog enkele vragen op het schade-technische vlak.”

2.9. 
[Bestuurder 1] was ten tijde van het vermeende ongeval in loondienst werkzaam bij de firma Aspider, welk contract inmiddels geëindigd is. [Bestuurder 1] heeft een arbeidsovereenkomst overgelegd met eetcafé Baraka in Amsterdam op grond waarvan hij daar per 1 februari 2015 in dienst zou treden tegen een salaris van € 2.240,00. In dit contract is geen proeftijd opgenomen. [Eiser] is werkzaam als zelfstandig ondernemer en drijft een eenmanszaak met de naam Autodeals.nl, waarin hij auto’s aankocht (al dan niet via het internet), zorgde dat deze auto’s werden opgeknapt en deze vervolgens (al dan niet via het internet) doorverkocht.

2.10. 
Op 20 april 2015 heeft Iteb een nader rapport uitgebracht. In het rapport staat onder meer:

SLOTOPMERKINGEN

Naar aanleiding van het door mij ingestelde onderzoek heb ik vooralsnog reden te twijfelen aan de door K. [Bestuurder 1] en A. [Eiser] af gelegde verklaringen met betrekking tot het ontstaan van de aanrijding en de daardoor ontstane (letsel)schade.

Alle betrokken partijen, in dezelfde leeftijdscategorie, zijn woonachtig in Woerden en zijn betrokken bij een aanrijding ergens ”in Utrecht. Opmerkelijk is dat de exacte locatie niet bekend is.

[Bestuurder 1] en [Eiser] zijn niet bereid exact te verklaren waarom zij op dat moment op die betreffende locatie aanwezig waren.

[Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz] is überhaupt niet bereid enige medewerking aan het onderzoek te verlenen waardoor van hem geen informatie is te verkrijgen.

Ik sluit niet uit dat alle betrokken partijen bekenden zijn van elkaar waardoor zou kunnen worden afgevraagd of er sprake is geweest van een onzeker voorval.

Bij het uitspreken van het vermoeden van bekendheid van de betrokken partijen weigeren [Bestuurder 1] en [Eiser] een telefoonspecificatie te verstrekken waaruit hun gelijk zou kunnen blijken (of niet) over de bekendheid met de tegenpartij.

Na de aanrijding is [Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz] met zijn auto bij het autobedrijf van [Eiser] langs geweest om ten behoeve van de verzekeringmaatschappij foto ’s te laten vervaardigen van de voorschade aan zijn auto(?). Na het opvragen van deze foto ’s werd door [Eiser] meegedeeld dat de foto ’s er niet meer zijn. Ik vind dit opmerkelijk temeer omdat deze foto ’s kennelijk waren genomen als bewijs bij de afhandeling van de schade. Ook bij dit gegeven is er dus geen controle mogelijkheid meer.

Blijkens de verklaring [Getuige 1] heeft [Bestuurder 1] zich op 28 november 2014 ziek gemeld. Kennelijk was hij dus op 30 november 2014 beter (?).

Verder blijkt uit de verklaring van [Getuige 1] dat op 2 december 2014 schriftelijk het arbeidscontract is opgezegd en dat er eerder niet over opzegging van het contract is gesproken.

Opmerkelijk is te noemen dat [Bestuurder 1] op 3 november 2013 een nieuw arbeidscontract heeft getekend bij eetcafé Baraka om per 1 februari 2015 in vaste dienst te treden.

Nog opmerkelijker is het salaris dat is gesteld op €2.240,00 (was voorheen 1.568,00)

Ook dit arbeidscontract en de procedure rond de sollicitatie is niet te controleren omdat de eigenaar van Baraka op geen enkele manier reageert op brieven en ingesproken voicemail berichten. Het café bleek tijdens 2 verschillende bezoeken (en op verschillende tijden) gesloten.

In eerste instantie werd door [Eiser] verklaard dat zij beide vervangende medewerkers al salaris van hem hadden ontvangen. Eerst nadat ik om een salarisstrook had gevraagd werd meegedeeld dat zij broer pas in maart 2015 salaris had ontvangen en niet eerder omdat er geen geld was om het loon uit te betalen. Ook dit gegeven is niet volledig controleerbaar.

Gezien het vorenstaande kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de eigenaar van eetcafé Baraka en met name verzekeringnemer [Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz] bewust geen medewerking willen verlenen teneinde tegenstrijdigheden in de door [Bestuurder 1] en [Eiser] afgelegde verklaringen te voorkomen. ”

2.11. 
Allianz heeft het onderzoeksbureau OAN nader onderzoek laten verrichten naar de toedracht van de gestelde aanrijding. OAN concludeert in haar onderzoek d.d. 22 juli 2015 dat de snelheid waarmee het ene voertuig op het andere is gebotst aanzienlijk lager zou hebben gelegen. In het rapport staat daarover: “Aan de hand van de beschikbare informatie kan niet worden gereconstrueerd wat de precieze (absolute) botssnelheden van de voertuigen waren. Uit de analyse van de schadebeelden en daarbij behorende berekeningen volgt wel wat de onderlinge verschilsnelheid (relatieve botssnelheid) is geweest; deze bedraagt 16 tot 23 km/uur. ”

2.12. 
[Bestuurder 1] en [Eiser] hebben tijdens de mondelinge behandeling op vragen van de voorzieningenrechter aangegeven dat de aanrijding heeft plaatsgevonden bij een afslag van de A2, bij het Lage Weide viaduct. Zij reden vanuit Woerden in de richting van Maarssen (A2 richting Amsterdam) en namen één afslag te vroeg, waardoor zij direct terug naar de snelweg moesten.

geschil

3.1.
[Eiser] vordert – samengevat – veroordeling van Allianz Benelux NV tot betaling van € 50.000,= dan wel zodanig bedrag als het de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren en gedaagde voorts te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris van de advocaat van eiser, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.
[Eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat op 30 november 2014 een aanrijding heeft plaatsgevonden, waar hij al inzittende van de van achter aan gereden auto slachtoffer is geweest. De bestuurder van de schadeveroorzakende auto was verzekerd bij Allianz, die op 16 december 2014 de aansprakelijkheid heeft erkend. [Eiser] heeft een voorschot ontvangen van € 7.000,=, hetgeen niet voldoende is om zijn kosten – [Eiser] kan door tijdens het ongeval opgelopen letsel niet werken en heeft daardoor personeel in moeten schakelen – te dekken. [Eiser] wil daarom een nader voorschot ontvangen. Hij stelt dat Allianz ten onrechte en zonder nadere verklaring niet tot uitkering overgaat.

3.3. 
Allianz Benelux NV voert verweer.

3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

4.1. 
Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar – kort gezegd – het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.2.
[Bestuurder 1] en [Eiser] doen conform artikel 6 van de WAM een beroep op de tussen [Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz] en Allianz gesloten verzekeringsovereenkomst. Dit betreft een verzekeringsovereenkomst in de zin van artikel 7:925 BW. De kern van een dergelijke verzekeringsovereenkomst is dat sprake moet zijn van een zogenaamd “onzeker voorval” waarvoor de verzekering dekking biedt. Indien een beroep wordt gedaan op de verzekeringsovereenkomst, dan zal dienen te worden gesteld en bewezen dat sprake is van een onzeker voorval waarvoor dekking bestaat. Dit geldt ook met betrekking tot aanrijdingen. Er is slechts aanleiding tot betaling indien sprake is van een “authentieke aanrijding”. De bewijslast van het plaatshebben van een dergelijke “authentieke aanrijding” ligt naar vaste jurisprudentie bij eisers, in dit geval [Bestuurder 1] en [Eiser].

4.3.
Hoewel Allianz aanvankelijk aansprakelijkheid heeft geaccepteerd, stelt zij thans naar aanleiding van verder onderzoek gerede twijfel te hebben bij de vraag of sprake is van een authentieke aanrijding, of dat wellicht sprake is van een vooropgezet plan dan wel de intentie om op onjuiste gronden te profiteren van de aanrijding.

De vraag die aldus in dit kort geding voorligt is of thans voldoende aannemelijk is dat sprake is van een authentieke aanrijding, in welk geval Allianz tot betaling van een nader voorschot gehouden kan zijn, namelijk in het geval dat door het uitblijven van verdere bevoorschotting problemen voor [Bestuurder 1] ontstaan. In dat geval is ook sprake van een voldoende spoedeisend belang.

4.4. 
Slechts wanneer in hoge mate aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden vastgesteld dat sprake is van een authentieke aanrijding, kan de vordering worden toegewezen. De voorzieningenrechter zal daarbij een inschatting moeten maken op basis van de thans bekende feiten en omstandigheden, alsmede de rapportages die tot op heden zijn gemaakt en overgelegd. Gelet op de aard van de procedure, een voorlopige voorziening, is daarbij geen ruimte voor nadere bewijslevering, zoals dat in een bodemprocedure wel het geval zal zijn.

4.5. 
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat er thans onvoldoende zekerheid dat Allianz uiteindelijk tot betaling verplicht zal worden. Daartoe zijn de volgende feiten en omstandigheden redengevend.

4.6. 
Het is lange tijd onduidelijk geweest waar de aanrijding volgens [Bestuurder 1] en [Eiser] heeft plaatsgevonden. De aanduiding op het schadeaangifteformulier is zodanig vaag, dat de exacte locatie daaruit niet is af te leiden. Pas tijdens de mondelinge behandeling hebben [Bestuurder 1] en [Eiser] verklaard wat naar hun mening de exacte locatie van de aanrijding was. Hoewel dat niet hoeft af te doen aan de juistheid, is het feit dat daarover zolang onduidelijkheid is blijven bestaan opmerkelijk.

Zowel [Bestuurder 1] en [Eiser] als [Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz], formeel de tegenpartij, zijn afkomstig uit Woerden. De aanrijding vond plaats nabij Maarssen. Op vragen aan [Bestuurder 1] en [Eiser] wat zij daar op zondagavond laat deden, wat hun vertrekpunt en eindbestemming was en of zij elkaar kenden, werd aanvankelijk afwijzend gereageerd, op zodanige wijze dat Allianz daaromtrent nader onderzoek wilde doen. [Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz] wilde aanvankelijk nergens aan mee werken. [Bestuurder 1] en [Eiser] weigerden aanvankelijk hun telefoongegevens te verstrekken, terwijl hiermee op eenvoudige wijze gecontroleerd had kunnen worden of zij en [Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz] al voor het ongeval telefonisch contact hebben gehad met elkaar, hetgeen een indicatie voor onderlinge bekendheid kan zijn.

Zowel [Bestuurder 1] als [Eiser] hebben verklaard dat het wegdek nat was, terwijl het volgens de gegevens van het KNMI niet geregend had in de voorliggende periode.

Er bestaat dus een discrepantie tussen de objectief vast te stellen gegevens en de omstandigheden die door [Bestuurder 1] en [Eiser] zijn genoemd.

[Bestuurder 1] en [Eiser] hebben verklaard dat de auto van [Bestuurder 1] met 50 km/uur is aangereden. Echter, het op verzoek van Allianz opgestelde technisch rapport geeft aan dat de auto van [Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz] tussen de 16 en 23 km/uur moet hebben gereden. Ook dat is een behoorlijk verschil.

[Bestuurder 1] en [Eiser] stellen dat zij foto’s hebben gemaakt van het voertuig van [Bestuurder 2/verzekerd bij Allianz] om de schade aan te tonen. Na het verzoek aan hen om deze foto’s ter beschikking te stellen hebben zij echter aangegeven dat deze foto’s per ongeluk van de sd-kaart gewist zijn, en nergens anders waren opgeslagen. Deze plotselinge afwezigheid van kennelijk gemaakte foto’s maakt controle op de stellingen van [Bestuurder 1] en [Eiser] moeilijk.

4.7. 
De gestelde medische klachten kunnen niet geobjectiveerd worden, althans op foto’s is geen verklaring voor de klachten te vinden.

4.8. 
Er is verder twijfel ontstaan over de relatie van [Bestuurder 1] en zijn nieuwe werkgever eetcafé Baraka. Vast staat dat [Bestuurder 1] thans een Ziektewetuitkering ontvangt. Dat betekent dat de betreffende arbeidsovereenkomst vermoedelijk niet is gemeld bij het UWV. Het is niet waarschijnlijk dat het UWV tot uitkering overgaat als er aanspraak bestaat op loon en die situatie doet zich voor. Er is immers geen proeftijd overeengekomen. Verder is sprake van een forse salarisstijging bij [Bestuurder 1]. Allianz heeft nader onderzoek naar deze feiten willen verrichten, maar krijgt op geen enkele wijze contact met het betreffende eetcafé. [Bestuurder 1] heeft aangegeven daarin geen bemiddelende rol te willen spelen, omdat hij hoopt nog steeds bij het eetcafé in dienst te kunnen treden indien hij zich beter gaat voelen, en hij de bang is dat zijn bemiddelingspoging tot gevolg heeft dat hij niet mag komen werken. Verder zegt [Bestuurder 1] wel contact te hebben gehad met de eigenaar van het eetcafé, maar dit blijkt nergens uit.

4.9. 
Ten aanzien van [Eiser] zijn vragen gerezen omtrent de gestelde loonkosten van het door hem ingehuurde personeel in verband met zijn vervanging en de bedrijfsresultaten. Hij heeft ondanks herhaalde verzoeken aanvankelijk nagelaten Allianz te voorzien van bedrijfsgegevens zoals bijvoorbeeld de jaarcijfers, de kwartaalaangiften btw, de aangiften omzetbelasting en de aangiften inkomstenbelasting. Ook loonstroken waren aanvankelijk niet beschikbaar, noch de betalingsbewijzen van de salarissen die zouden zijn uitbetaald. Bovendien heeft [Eiser] reeds twee weken na de gestelde klachten een tweetal werknemers aangenomen voor de periode van een heel jaar, met alle risico’s van dien terwijl geenszins vaststaat dat hij die hele periode arbeidsongeschikt zal blijven.

4.10. 
Op basis van de nu voorliggende feiten kan in ernstige mate getwijfeld worden over de vraag of wel sprake is van een authentieke aanrijding. In ieder geval is het op basis van hetgeen nu bekend is zeer voorstelbaar dat Allianz nader onderzoek wil instellen en valt niet goed in te zien op grond waarvan [Bestuurder 1] en [Eiser] daaraan, zo lijkt het, slechts met moeite bereid zijn medewerking te verlenen. Zij versterken daarmee de twijfel over het bestaan van een authentieke aanrijding. De vordering van [Eiser] en [Bestuurder 1] staat daarom op dit moment onvoldoende vast en het voorschot op schadevergoeding, zoals in deze procedure gevorderd, zal derhalve worden afgewezen. Stichtingpiv.nl