Overslaan en naar de inhoud gaan

RBAMS 200324 regres WAM-verzekeraar op alcoholhoudende bestuurder; toegewezen € 41.870,91  afgewezen € 105.285,79

RBAMS 200324 regres WAM-verzekeraar op alcoholhoudende bestuurder; toegewezen € 41.870,91  afgewezen € 105.285,79
- polisvw niet aantoonbaar ontvangen, toch geldend

2De feiten

2.1.

[gedaagde partij 1] (gedaagde partij 2) was de gebuiker van een sportauto van BMW, type M3 Competition DCTA, met een motorvermogen van 450 pk. Op 25 augustus 2019 nam [gedaagde partij 1] met deze auto in de [straatnaam] in [plaatsnaam] deel aan een zogeheten carbecue, een evenement met eten en drinken waarop autobezitters hun voertuig laten bewonderen.

2.2.

Bij het wegrijden omstreeks 17:00 uur heeft [gedaagde partij 1] de tractiecontrole van de auto uitgeschakeld. Hij heeft de macht over het stuur verloren en een andere auto en omstanders geraakt. Drie omstanders zijn daarbij gewond geraakt: [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] . Om 17:44 uur heeft de politie gemeten dat de adem van [gedaagde partij 1] 215 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bevatte.

2.3.

[gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] (gedaagde partij 3) zijn de vennoten van [naam VOF] (gedaagde partij 1). [naam VOF] was eigenaar van de auto en had deze bij Allianz (eisende partij) verzekerd tegen onder andere aansprakelijkheid. Artikel 24 van de standaard polisvoorwaarden van Allianz bepaalt:

“In de volgende situaties betalen wij niet voor schade [...]:
Als u de schade met opzet heeft veroorzaakt of roekeloos bent geweest. […] Als de bestuurder: - niet mag rijden. Bijvoorbeeld omdat [...] hij meer alcohol [...] heeft genomen dan volgens de wet mag. [...] Hebben wij schade wel betaald? Dan hebben wij het recht om alle schade door u te laten terugbetalen”

2.4.

Allianz heeft uitbetaald aan de benadeelden.

3Het geschil

3.1.

Allianz wil in deze procedure de schade verhalen op [naam VOF] als verzekeringnemer, op [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] als de vennoten van [naam VOF] en daarnaast op [gedaagde partij 1] als bestuurder van de auto. Allianz vordert samengevat:

˗ een verklaring van recht dat [gedaagde partij 1] ten tijde van het ongeval in strijd met de geldende polisvoorwaarden meer alcohol had genomen dan volgens de wet was toegestaan en roekeloos is geweest;

˗ een verklaring van recht dat gedaagden alle schade die Allianz als gevolg van het ongeval dient te vergoeden, aan Allianz terug dienen te betalen, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan die van de terugbetaling;

˗ gedaagden te veroordelen tot betaling aan Allianz van € 147.156,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van betaling door Allianz;

˗ gedaagden te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Allianz vordert dat de rechtbank bepaalt dat het vonnis ook moet worden uitgevoerd als hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad).

3.3.

Volgens Allianz valt de vergoede schade niet onder de dekking van de verzekering van [naam VOF] , ten eerste omdat [gedaagde partij 1] roekeloos is geweest en ten tweede omdat hij meer alcohol had gedronken dan volgens de wet mag. Op grond van de polisvoorwaarden moet [naam VOF] als verzekeringnemer daarom aan Allianz de uitgekeerde schadevergoedingen terugbetalen.

3.4.

Haar vorderingen tegen [gedaagde partij 1] baseert Allianz daarnaast op artikel 15 lid 1 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM). De verzekeraar die ingevolge de WAM de schade van een benadeelde vergoedt, hoewel de aansprakelijkheid voor die schade niet door een met hem gesloten verzekering was gedekt, heeft voor het bedrag van de schadevergoeding verhaal op de aansprakelijke persoon.

3.5.

Gedaagden voeren verweer. Zij voeren ten eerste aan dat de verzekering telefonisch is afgesloten, dat toen niet is gesproken over een alcoholuitsluiting en dat zij nooit polisvoorwaarden hebben ontvangen. Het is volgens hen niet van algemene bekendheid dat daarin alcoholuitsluitingen voorkomen. Een alcoholuitsluiting is volgens gedaagden bovendien een kernbeding, dat niet geldig in algemene voorwaarden kan worden overeengekomen. Zelfs al zouden de polisvoorwaarden tegenover [naam VOF] gelden, dan stelt [gedaagde partij 1] dat hij daarvan niet op de hoogte was.

3.6.

Verder voeren gedaagden aan dat [gedaagde partij 1] niet roekeloos heeft gereden. De strafrechter heeft in hoger beroep geoordeeld dat [gedaagde partij 1] alleen aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld.

3.7.

[gedaagde partij 1] erkent dat hij twee glazen witte wijn had gedronken, maar de bij hem gemeten alcohol bleef onder het normale wettelijke maximum. Voor [gedaagde partij 1] gold weliswaar een lager maximum omdat zijn Nederlandse rijbewijs dateert van 22 november 2016, maar voordien had hij in India al tien jaar met een daar geldig rijbewijs auto gereden. Gedaagden vinden daarom dat Allianz de alcoholuitsluiting in redelijkheid niet kan tegenwerpen.

3.8.

Gedaagden voeren verder aan dat Allianz de gevorderde schadebedragen onvoldoende heeft toegelicht. Ook beroepen zij zich erop dat Allianz de schade kan verhalen op de organisatie van de carbecue en op de gemeente die daarvoor een vergunning heeft afgegeven. Ten slotte vinden zij volledige betaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

3.9.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4De beoordeling

Toepasselijkheid van de polisvoorwaarden

4.1.

De rechtbank zal eerst beoordelen wat de inhoud is van de verzekering. Partijen zijn het erover eens dat tussen Allianz en [naam VOF] een aansprakelijkheidsverzekering is gesloten en [naam VOF] heeft daarvoor ook steeds de premie betaald. Allianz stelt dat de inhoud van de verzekering wordt bepaald door de toegezonden polis met de daarbij behorende voorwaarden. Gedaagden stellen dat de verzekering namens [naam VOF] telefonisch is gesloten door garagebedrijf [naam 4] , maar dat er daarna nooit polisvoorwaarden zijn ontvangen.

4.2.

De rechtbank overweegt dat polisvoorwaarden alleen gelden als ze zijn overeengekomen. Daarvoor is in beginsel nodig dat ze aan de verzekeringnemer zijn toegezonden. De aanvaarding zal meestal stilzwijgend plaatsvinden, namelijk doordat de verzekeringnemer de door hem ontvangen polis zonder protest behoudt.1

4.3.

Allianz heeft niet aangetoond dat [naam VOF] de polis en de voorwaarden heeft ontvangen. Wel heeft Allianz kopieën overgelegd van brieven met bijlagen die zij aan [naam VOF] zou hebben gestuurd. Uit de inhoud daarvan blijkt dat het om elektronische toezending zou moeten gaan. Zo staan er in de brieven de oproep om het verzekeringsbewijs zelf uit te printen en de aankondiging dat wijzigingen per email zullen worden verstuurd. Uit het onderzoeksrapport van Allianz blijkt echter dat zij aanvankelijk niet over het juiste mailadres van [naam VOF] beschikte en dat een melding terugkwam dat verzending van de e-mails was mislukt. Het is niet duidelijk geworden wanneer hierin verandering is gekomen en welke mails [naam VOF] hebben bereikt. De rechtbank kan dus niet vaststellen dat [naam VOF] ooit polisvoorwaarden heeft ontvangen.

4.4.

Dat betekent echter niet dat er voor de telefonisch afgesloten verzekering geen voorwaarden zouden gelden. Voor de inhoud van de verzekering komt het aan op wat partijen bij het sluiten van de verzekering ten aanzien daarvan redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In aanvulling daarop heeft de verzekering de gevolgen die naar de aard van de verzekering voortvloeien uit de wet, de gewoonte en de eisen van redelijkheid en billijkheid.

4.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat telefonisch een verzekering van het type allrisk is afgesloten en geen van partijen heeft gesteld dat specifieke, afwijkende voorwaarden zouden zijn besproken. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat tussen partijen de gebruikelijke voorwaarden gelden die Allianz op dat moment aanbood onder de aanduiding allrisk. Dat zijn de polisvoorwaarden die Allianz in deze procedure heeft overgelegd. De rechtbank volgt daarmee de vaste rechtspraak over de voorwaarden die gelden als een verzekeraar alleen mondeling voorlopige dekking verleent.2

4.6.

De rechtbank verwerpt het argument van gedaagden dat de alcoholuitsluiting een kernbeding vormt en dat dit niet uitdrukkelijk is overeengekomen. Partijen hebben telefonisch wilsovereenstemming bereikt over de reikwijdte van de dekking van de verzekering, namelijk dekking overeenkomstig de gebruikelijke voorwaarden voor allriskverzekeringen van Allianz. De alcoholuitsluiting maakt deel uit van die dekkingsomschrijving en ook over de alcoholuitsluiting bestond daarom wilsovereenstemming.

Verhaalsrecht op [naam VOF]

4.7.

Op grond van artikel 24 van de polisvoorwaarden betaalt Allianz niet uit als de bestuurder niet mocht rijden, bijvoorbeeld omdat hij meer alcohol had genomen dan volgens de wet mag. Heeft Allianz schade wel betaald, dan heeft zij het recht om alle schade door [naam VOF] te laten terugbetalen. De rechtbank heeft hierboven geoordeeld dat de polisvoorwaarden van toepassing zijn, en dat geldt dus ook voor deze alcoholuitsluiting en het verhaalsrecht op [naam VOF] .

4.8.

Het is iemand verboden een motorrijtuig te besturen na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. Dat staat in artikel 8 lid 2 van de Wegenverkeerswet. De bovengrens is 88 microgram als iemand nog geen vijf jaar zijn rijbewijs heeft. Dat staat in artikel 8 lid 3 van de Wegenverkeerswet.

4.9.

Uit het overgelegde proces-verbaal van de politie blijkt dat de adem van [gedaagde partij 1] drie kwartier na het ongeluk 215 microgram alcohol per liter bevatte. Verder staat vast dat [gedaagde partij 1] op dat moment minder dan vijf jaar zijn Nederlandse rijbewijs had en dus voor de Nederlandse wet als beginnend bestuurder werd aangemerkt. De rechtbank concludeert daaruit dat [gedaagde partij 1] op het moment van het ongeluk te veel alcohol had gedronken om een motorrijtuig te mogen besturen en dat Allianz het recht heeft om alle door haar betaalde schade door [naam VOF] te laten terugbetalen.

4.10.

De rechtbank verwerpt het verweer van gedaagden dat Allianz de alcoholuitsluiting in redelijkheid niet mag tegenwerpen. Daarbij gaat de rechtbank ervan uit dat [gedaagde partij 1] , zoals hij stelt, voorafgaand aan het halen van zijn Nederlandse rijbewijs in India al meer dan tien jaar zijn rijbewijs had en gedeeltelijk ook professioneel auto reed. Die omstandigheid is inderdaad van belang voor de vraag of het tegenwerpen van de alcoholuitsluiting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarvoor spelen echter niet alleen deze maar alle omstandigheden van het geval een rol.

4.11.

Tegenover de omstandigheid dat [gedaagde partij 1] al vijftien jaar auto reed staan de omstandigheden waaronder het ongeval is gebeurd. Het ongeval is niet veroorzaakt door onoplettendheid tijdens het rijden maar na twee bewuste keuzen die [gedaagde partij 1] voorafgaand daaraan heeft gemaakt. Behalve het drinken van alcohol was dat het uitschakelen van de tractiecontrole van de auto, die bedoeld is om te voorkomen dat iemand de macht over het stuur verliest. Op de mondelinge behandeling heeft [gedaagde partij 1] gezegd dat hij al na 20 meter de macht over het stuur verloor en maar 50 meter heeft gereden voordat hij botste, terwijl uit de politierapporten blijkt dat hij toen een snelheid van ongeveer 50 kilometer per uur had bereikt. Hij heeft het gaspedaal dus diep ingetrapt. Onder die omstandigheden vindt de rechtbank het aanvaardbaar dat Allianz de alcoholuitsluiting tegenwerpt.

4.12.

Allianz vordert ook een verklaring van recht dat het ongeluk is veroorzaakt door roekeloosheid, wat op grond van de polisvoorwaarden en de wet ook een uitsluiting van de verzekering oplevert. Gezien het voorgaande heeft Allianz bij dat deel van haar vordering geen belang meer.

4.13.

De verzekeringsovereenkomst geeft Allianz dus een verhaalsrecht op de verzekeringnemer voor de schadevergoeding die Allianz heeft betaald. Die verzekeringnemer is de vennootschap onder firma [naam VOF] . In een vennootschap onder firma is elk van de vennoten hoofdelijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap, aldus artikel 18 van het Wetboek van Koophandel. Als vennoten zijn [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] daarom hoofdelijk verbonden tot terugbetaling van alle schade die Allianz uitbetaalt als gevolg van het ongeval.

Verhaalsrecht op [gedaagde partij 1]

4.14.

De verzekeraar die ingevolge de WAM de schade van een benadeelde geheel of ten dele vergoedt, hoewel de aansprakelijkheid voor die schade niet door een met hem gesloten verzekering was gedekt, heeft voor het bedrag van de schadevergoeding verhaal op de aansprakelijke persoon. Dat staat in de eerste zin van artikel 15 lid 1 van de WAM. Op grond van deze hoofdregel heeft Allianz dus een verhaalsrecht op [gedaagde partij 1] voor de schade die Allianz ingevolge de WAM vergoedt aan de benadeelden.

4.15.

[gedaagde partij 1] beroept zich op de uitzondering in de tweede zin van dit artikellid van de WAM. Eenvoudig gezegd staat daarin dat een verhaalsrecht ontbreekt als de aansprakelijke persoon niet de verzekeringnemer is en hij te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt. Daarbij wijst [gedaagde partij 1] erop dat de polisvoorwaarden nooit zijn ontvangen en dat het niet van algemene bekendheid is dat daarin vaak een alcoholuitsluiting staat.

4.16.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Ten eerste is de vennootschap onder firma [naam VOF] de verzekeringnemer en is [gedaagde partij 1] daarvan een van de vennoten. [gedaagde partij 1] heeft zelf de verzekering laten afsluiten en hierboven heeft de rechtbank al geoordeeld dat de alcoholuitsluiting daarvan deel uitmaakt. Voor de toepassing van artikel 15 lid 1 van de WAM kan [gedaagde partij 1] daarom gelijk worden gesteld met de verzekeringnemer.

4.17.

Ten tweede mocht [gedaagde partij 1] niet te goeder trouw aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt. Goede trouw ontbreekt niet alleen indien iemand de feiten of het recht, waarop zijn goede trouw betrekking moet hebben, kent, maar ook indien hij ze in de gegeven omstandigheden behoorde te kennen. Dat staat in artikel 3:11 van het Burgerlijk Wetboek. Daarbij is niet beslissend of die feiten van algemene bekendheid zijn.3 Omdat [gedaagde partij 1] vennoot was van de eigenaar van de auto en daarvoor de verzekering had laten afsluiten behoorde hij de voorwaarden van de verzekering te kennen.

4.18.

Allianz heeft dus een verhaalsrecht op [gedaagde partij 1] , niet alleen als vennoot van de verzekeringnemer maar ook als aansprakelijke persoon op grond van artikel 15 lid 1 van de WAM. Op grond van de WAM is [gedaagde partij 1] aansprakelijk voor het bedrag van de schade van benadeelden die Allianz ingevolge de WAM geheel of ten dele vergoedt.

De gevorderde bedragen

4.19.

Het door Allianz gevorderde totaalbedrag van € 147.156,70 bestaat uit 44 posten, die gedeeltelijk summier zijn toegelicht in productie 4 bij de dagvaarding en voorzien van een aantal documenten. Gedaagden hebben de posten stuk voor stuk betwist.

4.20.

De rechtbank geeft hieronder per post haar oordeel over de gevorderde bedragen. Het criterium voor het verhaalsrecht op [naam VOF] op grond van de polisvoorwaarden is of het gaat om schade die Allianz heeft betaald als gevolg van het ongeluk. Het criterium voor het verhaalsrecht op [gedaagde partij 1] is of het gaat om schade van benadeelden die Allianz ingevolge de WAM geheel of ten dele heeft vergoed. Die criteria vallen voor de beoordeling van de thans gevorderde bedragen samen.

4.21.

De rechtbank oordeelt dat Allianz de vrijheid en de verantwoordelijkheid had om zelf de schade af te wikkelen. Daarbij past dat zij benadeelden heeft gecompenseerd als vast stond dat zij schade hebben geleden en de gevraagde bedragen niet onaannemelijk zijn. Gezien de ernst van het door de aanrijding veroorzaakte letsel voldoen alle betaalde vergoedingen voor medische kosten aan die toets. Het was in die gevallen niet passend geweest verweer te voeren tegen de geclaimde bedragen, zoals gedaagden hebben bepleit. Hetzelfde geldt voor de schade aan de auto waartegen [gedaagde partij 1] is gebotst. De medische kosten en de schade aan de auto moeten gedaagden daarom aan Allianz vergoeden.

4.22.

Anders ligt dit voor de door Allianz betaalde immateriële schadevergoeding. Uit de door Allianz overgelegde stukken blijkt alleen dat zij deze bedragen heeft uitbetaald, maar bijvoorbeeld niet wat het letsel van de benadeelden was en hoe Allianz de hoogte van het bedrag heeft bepaald. Dat is te weinig om gedaagden te kunnen verplichten tot terugbetaling.

4.23.

Hetzelfde geldt voor de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (expertisekosten) en ter verkrijging van voldoening buiten rechte (incassokosten). Allianz heeft deze alleen hoeven vergoeden als de kosten in redelijkheid zijn gemaakt en als de hoogte redelijk is. Met de overgelegde facturen heeft Allianz niet duidelijk gemaakt dat aan deze dubbele toets is voldaan. Ook de kosten die Allianz zelf heeft gemaakt voor rechtsbijstand hoeven gedaagden niet te vergoeden. Dat is immers geen schadevergoeding die Allianz heeft betaald als gevolg van het ongeluk en ook geen schade van benadeelden die Allianz ingevolge de WAM heeft vergoed.

4.24.

De gevorderde loonschade heeft Allianz evenmin voldoende toegelicht. Het gaat hierbij om grote bedragen, die vragen om een uitleg over de duur en de mate van de arbeidsongeschiktheid. Het enkele feit dat Allianz heeft uitgekeerd volstaat niet om de kosten op gedaagden te verhalen. Tot slot heeft Allianz op een aantal schadeposten helemaal geen toelichting gegeven. Ook die delen van de vordering zal de rechtbank dus afwijzen.

4.25.

Dit brengt de rechtbank tot het volgende oordeel over de gevorderde schadeposten:

 

toewijzing:

afwijzing:

betaald aan:

motivering:

1

€ 1.000,00

 

voorschot [naam 2]

medische kosten

2

€ 78,53

 

[naam 5]

schade auto

3

€ 7.232,50

 

SRM Rechtsbijstand

schade auto

   

€ 253,97

SRM Rechtsbijstand

incassokosten

4

€ 3.200,00

 

[naam 2]

medische kosten

5

 

€ 1.225,13

[naam 5]

expertisekosten

6

€ 1.500,00

 

voorschot [naam 3]

medische kosten

7

 

€ 5.000,00

[naam 2]

immateriële schade

   

€ 2.500,00

[naam 6] Advocaten

incassokosten

8

€ 750,00

 

[naam 3]

medische kosten

9

 

€ 4.295,50

I-TEK

eigen kosten Allianz

10

 

€ 5.000,00

[naam 2]

zelfde als onder 7

11

 

€ 2.000,00

[naam 1]

immateriële schade

12

 

€ 707,85

[naam 7] Juridisch Bureau

incassokosten

13

 

€ 452,54

[naam 7] Juridisch Bureau

incassokosten

14

 

€ 5.000,00

[naam 3]

immateriële schade

15

 

€ 5.258,18

[naam 8] Advocaten

eigen kosten Allianz

16

€ 1.000,00

 

voorschot [naam 2]

medische kosten

17

 

€ 13.543,94

Gemeentelijke Dienst

loonschade

18

€ 8.500,00

 

regresvordering VGZ

medische kosten

19

€ 2.719,85

 

Zilveren Kruis

medische kosten

20

 

€ 2.500,00

[naam 6] Advocaten

niet toegelicht

21

 

€ 3.000,00

[naam 6] Advocaten

niet toegelicht

22

€ 4.000,00

 

[naam 2]

medische kosten

23

 

€ 2.348,26

[naam 9]

incassokosten

24

€ 8.890,03

 

Zilveren Kruis

medische kosten

25

 

€ 1.500,00

[naam 6] Advocaten

incassokosten

26

 

€ 1.114,47

[naam 9]

incassokosten

27

 

€ 6.799,01

[naam 8] Advocaten

eigen kosten Allianz

28

€ 3.000,00

 

[naam 1]

medische kosten

29

 

€ 1.463,87

[naam 6] Advocaten

incassokosten

30

 

€ 1.049,07

[naam 8] Advocaten

eigen kosten Allianz

31

 

€ 1.087,29

[naam 9]

incassokosten

32

 

€ 21.170,43

Gemeentelijke Dienst

loonschade

33

 

€ 2.965,95

[naam 8] Advocaten

eigen kosten Allianz

34

 

€ 6.050,00

[naam 8] Advocaten

eigen kosten Allianz

35

 

€ 763,86

[naam 9]

incassokosten

36

 

€ 1.040,59

[naam 9]

incassokosten

37

 

€ 361,19

[naam 8] Advocaten

eigen kosten Allianz

38

 

€ 377,52

[naam 8] Advocaten

eigen kosten Allianz

39

 

€ 231,84

[naam 8] Advocaten

eigen kosten Allianz

40

 

€ 2.500,00

[naam 6] Advocaten

incassokosten

41

 

€ 1.500,00

[naam 6] Advocaten

incassokosten

42

 

€ 814,57

[naam 8] Advocaten

eigen kosten Allianz

43

 

€ 1.163,92

[naam 9]

incassokosten

44

 

€ 246,84

[naam 8] Advocaten

eigen kosten Allianz

   

€ 1.114,47

 

niet toegelicht

 

€ 41.870,91

€ 105.285,79

totaal

 

4.26.

De rechtbank verwerpt het beroep dat gedaagden hebben gedaan op medeschuld van de organisatie van de carbecue en de gemeente. Eventuele medeschuld zou niet afdoen aan de aansprakelijkheid van [gedaagde partij 1] tegenover de benadeelden en dus ook niet aan de vorderingen die Allianz op grond van de WAM heeft op [gedaagde partij 1] en op grond van de polisvoorwaarden heeft op [naam VOF] , [gedaagde partij 1] en [gedaagde partij 2] .

Redelijkheid en billijkheid

4.27.

Op grond van artikel 6:2 van het Burgerlijk Wetboek is een wettelijke regel niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Op grond van artikel 6:248 lid 2 geldt hetzelfde voor een tussen partijen als gevolg van een overeenkomst geldende regel. Gedaagden hebben met een beroep daarop gevraagd hun betalingsverplichting te beperken.

4.28.

De rechtbank vindt het niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat gedaagden het hierboven genoemde totaalbedrag van € 41.870,91 moeten betalen. Allianz heeft tijdens de mondelinge behandeling gezegd dat zij bereid is een betalingsregeling te sluiten en het bedrag is niet zodanig hoog dat het nooit kan worden opgebracht. Verder weegt de rechtbank mee dat gedaagden in staat waren om op afbetaling € 124.900,00 aan de auto uit te geven. De rechtbank zal het totaalbedrag daarom toewijzen en ook de verklaring van recht geven. Als Allianz op grond daarvan opnieuw schadebedragen vordert zal echter opnieuw moeten worden beoordeeld of dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Rente en kosten

4.29.

Allianz heeft een verklaring van recht gevorderd dat gedaagden de wettelijke rente verschuldigd zijn vanaf de dag waarop Allianz bedragen aan benadeelden heeft uitbetaald. Zij heeft ook de wettelijke rente gevorderd over het gevorderde bedrag van € 147.156,70. De rechtbank zal deze vorderingen afwijzen. Wettelijke rente is alleen verschuldigd als een schuldenaar in verzuim verkeert en Allianz heeft niet duidelijk gemaakt waarom gedaagden in verzuim verkeren om aan hun verplichtingen te voldoen.

4.30.

Gedaagden worden grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen, inclusief nakosten. De proceskosten van Allianz worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

133,85

 

- griffierecht

5.737,00

 

- salaris advocaat

2.428,00

(2 punten × € 1.214,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

totaal

8.476,85

 

4.31.

De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één een deel betaalt, hoeft de ander dat deel van het bedrag niet meer te betalen. ECLI:NL:RBAMS:2024:1502

1Kamerstukken II 1985/86, 19529, 3, bladzijde 13.

2Zie Hof Den Haag 11 november 2003, ECLI:NL:GHSGR:2003:AP1868, Hof Arnhem 4 januari 2005, ECLI:NL:GHARN:2005:AS2304 en Hof Amsterdam 14 oktober 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BG2105.

3Zie Hoge Raad 8 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1164, en zeer duidelijk de conclusie van AG Hartlief voor die uitspraak, ECLI:NL:PHR:2023:90.