Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBLIM 180719 rb benoemd psychiater, aansluitend vza en daarop aansluitend arbeidsdeskundige, vraagstelling psychiater

RBLIM 180719rb benoemd psychiater, aansluitend vza en daarop aansluitend arbeidsdeskundige 
- patiëntenkaart over 5 jaar voor het ongeval, ter inzage van verzekeraar, doch uitsluitend voor medisch adviseur

4. De beslissing 

De rechtbank 

4.1. 
beveelt een onderzoek door deskundigen, waarbij de deskundigen achtereenvolgens hun rapport dienen uit te brengen. 

4.2. 
benoemt tot deskundigen: 
1. drs. F.A.M. Klijn, 
(psychiater) 
verbonden aan het UMC Utrecht, HP (Huispost) A 00241, 
Postbus 85500, 
3508 GA Utrecht, 
2. M.M.F. Timmerhuis, 
(verzekeringsgeneeskundige) 
verbonden aan MD.Avis, 
Officiersvliet 12-14, 
3331 KM Zwijndrecht, 
3. P.L. van der Ham, 
(arbeidsdeskundige) 
verbonden aan ArtoosVanderHemRaijmakers Arbeidsdeskundigen & Gerechtelijkdeskundigen, 
Postbus 112, 
5060 AC Oisterwijk, 

4.3. 
Aan drs. Klijn worden de navolgende vragen ter beantwoording voorgelegd. 

Wilt u betrokkene, [ [ verzoekster ] , geboren op [ gebvoortedatum ] , uitnodigen voor onderzoek om onderstaande vragen te beantwoorden? 

Algemene toelichting 

De vraagstelling is bedoeld om niet-medici die zich bezighouden met de afwikkeling van letselschade inzicht te geven in de medische uitgangspunten die van belang zijn bij het bepalen van de omvang van de schade die de onderzochte heeft geleden (en in de toekomst 
mogelijk zal lijden) als gevolg van een ongevaL Deze schade wordt in het civiele aansprakelijkheidsrecht vastgesteld aan de hand van een vergelijking tussen de gezondheidstoestand van de onderzochte zoals die na het ongeval is ontstaan en zich waarschijnlijk in de toekomst zal voortzetten (de situatie met ongeval) en de hypothetische situatie waarin de onderzochte zich zou hebben bevonden als het ongeval nooit had plaatsgevonden (de situatie zonder ongeval). 

Deze systematiek vormt de grondslag van deze vraagstelling. Onderdeel 1 heeft betrekking op de gezondheidstoestand en het functioneren van de onderzochte in de situatie met ongeval. In onderdeel 2 wordt aan de deskundige gevraagd zo nauwkeurig mogelijk te 
beschrijven hoe de gezondheidstoestand en het functioneren van de onderzochte in de hypothetische situatie zonder ongeval zouden zijn geweest. De gezondheidssituatie van de onderzochte voorafgaand aan het ongeval is relevant voor de beoordeling van beide 
situaties. 

Bij het opstellen van deze vraagstelling is aansluiting gezocht bij de Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage (RMSR).In deze richtlijn is geformuleerd aan welke eisen een deskundige en diens rapportage moeten voldoen. De richtlijn is bedoeld als hulpmiddel voor 
deskundigen bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. De deskundige wordt verzocht de aanbevelingen en bepalingen in de richtlijn - zo veel als mogelijk - in acht te nemen. 

1. DE SITUATIE MET ONGEVAL 
Anamnese (aanbeveling 2.2.4 RMSR) 
a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van de klachten op uw vakgebied, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied de onderzochte aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby's, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid? 

Medische gegevens (aanbeveling 2.2.6 RMSR) 
b. Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van: 
- de medische voorgeschiedenis van de onderzochte op uw vakgebied; 
- de medische behandeling van zijn psychische klachten en het resultaat daarvan. 

Medisch onderzoek (aanbeveling 2.2.5 en aanbeveling 2.2.7 RMSR) 
c. Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij psychiatrisch en eventueel hulponderzoek? 

Consistentie (aanbeveling 2.2.8 RMSR) 
d. Is naar uw oordeel sprake. van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek? 
e. Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt? 

Diagnose (aanbeveling 2.2.15 RMSR) 
f. Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven? 

Functionele invaliditeit 
g. Welke huidige mate van functieverlies (impairment) kunt u vaststellen op uw vakgebied? Wilt u dit uitdrukken in een percentage volgens de richtlijnen van de American Medical Association (AMA Guides, 6e editie), aangevuld met de eventuele richtlijnen van uw eigen beroepsvereniging? 

Beperkingen (aanbeveling 2.217 en aanbeveling 2.2.18 RMSR) 
h. Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in haar huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het ongeval? 
Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige? 

Medische eindsituatie (aanbeveling 2.2.14 RMSR) 
i. Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde klachtenpatroon? 
J. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u? 
k. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht? 
I. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag l h)? 

2. DE SITUATIE ZONDER ONGEVAL 
Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en 

waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden (aanbeveling 2.2.14 en aanbeveling 2.2.16 RMSR). 

Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongeval 
a. Bestonden voor het ongeval bij de onderzochte reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft? 

b. Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen (aanbeveling 2.2.17 en aanbeveling 2.2.18 RMSR) voor het ongeval uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien? 

Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongeval 
c. Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval de onderzochte niet was overkomen? 

d. Zo ja (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan? 
e. Kunt u aangeven welk percentage functieverlies uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid? 
f. Kunt u aangeven welke beperkingen (aanbeveling 2.2.17 en aanbeveling 2.2.18 RMSR) uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid? 
g. Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalgerelateerde klachten en afwijkingen? 
h. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u? 
1. Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht? 
J. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor het percentage functieverlies en voor de beperkingen (als bedoeld in de vragen 2e en 2f)? 

3. OVERIG 
a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak? 

Met dank aan mr. H. van Velde, Slot Letselschade voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2019/RBLIM-180719

Deze website maakt gebruik van cookies