Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBROT 040322 voorlopig deskundigenonderzoek psychiater toegewezen

RBROT 040322 voorlopig deskundigenonderzoek psychiater toegewezen
- verzoeker is, m.h.o. blokkeringsrecht, in principe niet verplicht de medische gegevens aan wederpartij zonder medisch adviseur te verstrekken

in vervolg op
RBROT 110621 stuurman valt tussen onverlicht ponton en sleepboot; wg aansprakelijk; verweer in algemene termen faalt
verzocht, onbestreden & toegewezen
 € 6.240,49 inclusief btw en kantoorkosten

2.
Het verzoek

2.1.
[verzoeker] verzoekt om bij beschikking:
I. een deskundigenonderzoek te bepalen door dr. J.L.M. Schoutrop, binnen welk onderzoek door deze deskundige na onderzoek van [verzoeker] en zijn medische dossier de vragen moeten worden beantwoord zoals vermeld in productie 3 bij het verzoekschrift en deze antwoorden moeten worden vermeld in een schriftelijke rapportage aan de kantonrechter;
II. MOT aan te wijzen als de partij die de kosten van de deskundige en zijn expertise/rapportage zal dragen;
III. MOT aan te wijzen als de daartoe meest aangewezen partij, indien er ten behoeve van de aan te stellen deskundige een voorschot moet worden gestort.

2.2.
[verzoeker] legt aan zijn verzoek - zakelijk weergegeven en voor zover van belang - het volgende ten grondslag.

2.2.1.
[verzoeker] is op 23 maart 2018, terwijl hij op een sleepboot van MOT werkzaam was, tussen de sleepboot en de ponton - waaraan die boot afgemeerd lag - geraakt. Door de zuigende werking van de schroef en de werking van een tweede sleepboot die langszij de eerste sleepboot lag, is [verzoeker] - ondanks een zwemvest - meerdere malen onder water gezogen. [verzoeker] dacht dat hij zou verdrinken en zag de dood in de ogen. [verzoeker] heeft daarbij ook nog grote angst gehad om in de draaiende schroef terecht te komen.

2.2.2.
Als gevolg van de angstige momenten in het water heeft [verzoeker] een PTSS opgelopen en als gevolg daarvan schade geleden. MOT betwist dit. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter daarom om een psychiater, dr. J.L.M. Schoutrop, aan te wijzen die omtrent de ongevalsklachten en daaruit voortvloeiende beperkingen van [verzoeker] binnen een deskundigenbericht als bedoeld in artikel 202 lid 1 Rv aan de kantonrechter en partijen kan rapporteren. Aan de deskundige moet de IWMD-vraagstelling causaal verband na ongeval worden voorgelegd.

2.2.3.
Bij beschikking in deelgeschil van 11 juni 2021 van de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam is voor recht verklaard dat MOT aansprakelijk is voor de schade van [verzoeker] ten gevolge van het hem op 23 maart 2018 overkomen arbeidsongeval. De kosten voor het deskundigenbericht buiten rechte kwalificeren op grond van artikel 6:96 lid 2 BW als schadepost, zodat het voor de hand ligt dat MOT de kosten van het voorlopig deskundigenbericht en het voorschot voor haar rekening neemt.

3.
Het verweer

3.1.
Het verweer van MOT strekt tot afwijzing van het verzoek van [verzoeker] .

3.2.
Op hetgeen MOT aan haar verweer ten grondslag heeft gelegd, wordt hierna - voor zover dat voor de beoordeling van belang is - ingegaan.

4.
De beoordeling

4.1.
Bij de beoordeling van het verzoek stelt de kantonrechter het volgende voorop. Op grond van artikel 202 lid 1 Rv kan de rechter op verzoek van een belanghebbende en voordat een zaak aanhangig is, een voorlopig bericht of verhoor van deskundigen bevelen. Een voorlopig deskundigenonderzoek kan ertoe dienen een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen omtrent de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden en aldus beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen of voort te zetten. Aan de rechter die heeft te oordelen over het verzoek een dergelijk onderzoek te gelasten, komt geen discretionaire bevoegdheid toe. Zij dient het onderzoek in principe te gelasten, als het daartoe strekkende verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden (HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:482, rov. 3.3.2). Dit is echter anders indien de rechter op grond van in haar beslissing te vermelden feiten en omstandigheden van oordeel is dat het verzoek in strijd is met de goede procesorde, dat van de bevoegdheid toepassing van dit middel te verlangen misbruik wordt gemaakt of dat het verzoek moet afstuiten wegens een ander zwaarwichtig geoordeeld bezwaar (HR 19 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL8610).

4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek om een voorlopig deskundigenonderzoek moet worden toegewezen. Daartoe overweegt de kantonrechter als volgt.

4.3.
Het verweer van MOT dat de vordering van [verzoeker] , in strijd met artikel 203 lid 2 onder a Rv, niet met enige mate van concreetheid en specificatie is vermeld, kan niet tot afwijzing van het verzoek leiden. Het vereiste van artikel 203 lid 2 onder a Rv is immers bedoeld om de rechter in staat de stellen om de relatieve en absolute bevoegdheid te toetsen. Het geschil tussen partijen heeft echter betrekking op een arbeidsongeval, zodat de bevoegdheid van de kantonrechter is gegeven. Daarnaast heeft [verzoeker] de aard en het beloop van zijn schade summier omschreven. Een nadere specificatie van de vordering is in dit stadium niet noodzakelijk.

4.4.
[verzoeker] wil dat een psychiater rapporteert omtrent de klachten en daaruit voortvloeiende beperkingen van [verzoeker] ten gevolge van het hem op 23 maart 2018 overkomen arbeidsongeval, aangezien MOT betwist dat [verzoeker] een PTSS aan het arbeidsongeval heeft overgehouden. Het verzoek is daarmee ter zake dienend en voldoende concreet. Bovendien is sprake van feiten die met het verzochte deskundigenonderzoek kunnen worden bewezen, aangezien het diagnosticeren van een PTSS en de vraag wat de oorzaak daarvan is aan een psychiater is voorbehouden.

4.5.
MOT heeft op geen enkele (objectieve) wijze onderbouwd dat het verzoek door [verzoeker] alleen is ingesteld om MOT onder druk te zetten en tot een schikking te bewegen, zodat hieraan - mede gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door [verzoeker] - voorbij wordt gegaan.

4.6.
De kantonrechter volgt MOT niet in haar stelling dat het verzoek prematuur is. Het ongeval heeft op 23 maart 2018 plaatsgevonden en de beschikking in het deelgeschil dateert van 11 juni 2021. Partijen zijn ondanks het tijdsverloop echter nog niet nader tot elkaar gekomen. Onder deze omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat het verzoek prematuur is ingesteld.

4.7.
Het verweer van MOT dat [verzoeker] haar te weinig informatie verstrekt en dat de gemachtigde van MOT zelf in staat moet worden gesteld om de medische stukken van [verzoeker] in te zien en te beoordelen, wordt verworpen. Het uitgangspunt dat gegevens die door de ene partij aan de deskundige worden verschaft, tegelijkertijd in afschrift of ter inzage worden verstrekt aan de wederpartij, geldt niet onverkort voor medische gegevens die aan de deskundige worden verstrekt door de partij die eventueel gebruik kan maken van het blokkeringsrecht als bedoeld in artikel 7:464 lid 2, aanhef en onder b, BW. Deze partij is, met het oog op de eventuele uitoefening van haar blokkeringsrecht, in principe niet verplicht de door haar aan de deskundige verschafte medische gegevens tegelijkertijd aan de wederpartij in afschrift of ter inzage te verstrekken. Dit lijdt uitzondering in het geval dat de wederpartij een verzekeraar is die beschikt over een medisch adviseur; in dat geval moeten ook en tegelijkertijd aan de medisch adviseur van de verzekeraar alle aan de deskundige verschafte medische gegevens in afschrift of ter inzage worden verstrekt. Aangenomen moet immers worden dat de medisch adviseur, ook ten opzichte van de verzekeraar, de aldus verkregen medische informatie als hem onder zijn geheimhoudingsplicht toevertrouwd zal beschouwen en behandelen. Nu (de verzekeraar van) MOT pas recent een medisch adviseur heeft ingeschakeld, kan niet aan [verzoeker] worden tegengeworpen dat hij MOT daarvoor geen medische stukken/informatie heeft verstrekt. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de gemachtigde (advocaat) van MOT gelijk te stellen aan een medisch adviseur.

4.8.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is er geen sprake van strijd met de goede procesorde, misbruik van bevoegdheid of een ander zwaarwichtig geoordeeld bezwaar waarop het verzoek moet afstuiten. De overige stellingen van partijen leiden niet tot een ander oordeel en kunnen daarom onbesproken blijven.

4.9.
Nu MOT haar bezwaar tegen de door [verzoeker] voorgestelde deskundige tijdens de mondelinge behandeling heeft ingetrokken, zal de kantonrechter de door [verzoeker] voorgestelde deskundige, dr. J.L.M. Schoutrop, benoemen. De deskundige heeft aangegeven bereid en in staat te zijn om het onderzoek te verrichten.

4.10.
Bij de vraagstelling die ter beantwoording aan de deskundige zal worden voorgelegd, zal de kantonrechter aansluiting zoeken bij de IWMD-vraagstelling causaal verband na ongeval. Het bezwaar van MOT tegen deze vraagstelling wordt verworpen. De vraagstelling is toegesneden op een situatie als de onderhavige, waarbij sprake is van gestelde klachten naar aanleiding van een (arbeids)ongeval. De vraagstelling biedt de deskundige bovendien de ruimte om rekening te houden met eventuele andere gebeurtenissen die (psychische) klachten en afwijkingen bij [verzoeker] hebben kunnen veroorzaken. Verder is het aan de deskundige om te beoordelen of hij over voldoende (medische) informatie beschikt en, zo dit niet het geval is, nadere (medische) informatie op te vragen. Partijen zijn wettelijk verplicht om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige en derhalve ook om de gevraagde (medische) informatie te verstrekken. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing staat omschreven. Wordt aan deze verplichting niet voldaan, dan kan de rechter in een eventuele bodemprocedure daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

4.11.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet daarvan direct een afschrift aan de wederpartij worden verstrekt.

4.12.
Nu de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam bij beschikking in deelgeschil van 11 juni 2021 voor recht heeft verklaard dat MOT aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] als gevolg van het aan hem op 23 maart 2018 overkomen arbeidsongeval en het onderhavige deskundigenonderzoek betrekking heeft op het uitbrengen van een rapportage met betrekking tot de ongevalsklachten en de daaruit voortvloeiende beperkingen van [verzoeker] , kunnen de kosten die zijn verbonden aan het inschakelen van de deskundige worden gekwalificeerd als kosten ter vaststelling van de omvang van de schade. MOT zal derhalve het voorschot voor deze kosten dienen te betalen.

4.13.
De deskundige heeft deze kosten begroot op € 5.045,70 inclusief btw. De begroting van de deskundige vermeldt - voor zover van belang - het volgende:

Ten aanzien van uw verzoek om een offerte op te stellen kan ik u het volgende meedelen. Het opstellen van een offerte voor de expertise is niet erg exact, omdat ik nog weinig weet van deze casus. Daardoor is het moeilijk om een beeld te vormen van de uitgebreidheid van de werkzaamheden. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de volgende zaken:
 Ik ken de omvang van het dossier niet. Ik ga er van uit dat het ongeveer vier uur zal duren om het dossier te bestuderen.
 Ik hoop dat het dossier dat ik van de betrokken partijen zal ontvangen, volledig is en het niet nodig zal zijn om informatie op te vragen. Het opvragen van informatie kost vaak veel tijd, leidt tot vertraging en brengt extra kosten met zich mee.
 Ik weet op dit moment niet of het noodzakelijk zal zijn om een heteroanamnese te verrichten, bijvoorbeeld van familieleden van betrokkene.
 Ik kan op dit moment nog niet beoordelen of er een indicatie is voor aanvullend onderzoek, zoals een neuropsychologisch en/of psychodiagnostisch onderzoek. Aanvullend onderzoek wordt door mij altijd uitbesteed aan een neuropsycholoog of klinisch psycholoog.

Meestal is aanvullend onderzoek niet geïndiceerd. Mocht aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn, dan zal dit pas gebeuren na overleg en met instemming van de Rechtbank.

Onderstaande opgave is indicatief. De opgegeven kosten zijn waarschijnlijk te hoog geschat. Ik denk dat het verstandig is om de kosten te hoog te begroten, dan valt het later altijd mee. Ik verwacht dat de factuur lager uit zal vallen.

Ik werk met een uurtarief van 210,-/uur. Voor secretariële werkzaamheden is het uurtarief van € 60,-/uur. Deze bedragen zijn exclusief btw.

Werkzaamheden psychiater
 bestudering dossier 4.00 uur
 anamnese/onderzoek betrokkene 3.00 uur
 heteroanamnese 1.00 uur
 opstellen rapport, beantwoording van de vraagstelling 6.00 uur
 werkzaamheden m.b.t. correcties, aanvullende vragen 2.00 uur
 overleg 1.00 uur

Totaal psychiater 17.00 uur à € 210,00/uur € 3570,00

Werkzaamheden secretariaat
 administratieve werkzaamheden 3.00 uur
 typewerk 7.00 uur

Totaal secretariaat 10.00 uur à € 60,00/uur € 600,00

Totaal exclusief BTW € 4170,00

BTW 21 % € 875,70

Totaal inclusief BTW € 5045,70

Ik kan mijn werkzaamheden pas aanvangen nadat ik de formele opdracht van de Rechtbank heb gekregen en ik de beschikking heb over het dossier.

Na bestudering van het dossier wordt betrokkene uitgenodigd voor het onderzoek. De wachttijd voor een onderzoek bedraagt op dit moment 6-8 weken. Na het onderzoek wordt het conceptrapport opgesteld. Dat duurt ongeveer 4 weken. Het conceptrapport wordt verzonden naar betrokkene, zodat hij gebruik kan maken van het hem toekomende inzage-, correctie- en blokkeringsrecht. Hiervoor geldt een termijn van 2 weken. In de praktijk duurt dit soms langer. Vervolgens gaat het conceptrapport naar de partijen. Meestal wordt voor deze fase 4-6 weken gerekend. Het komt regelmatig voor dat de partijen meer tijd vragen. Het is reëel om ervan uit te gaan dat, nadat ik groen licht heb gekregen om te starten met het onderzoek, er 4-5 maanden zullen verstrijken voordat het rapport klaar kan zijn.”.

4.14.
Aangezien partijen zich nog niet over de hoogte van het voorschot hebben uitgelaten, zullen partijen hiertoe nog in de gelegenheid worden gesteld. Indien en voor zover zij bezwaar hebben tegen de hoogte van het voorschot, dienen partijen dit gemotiveerd binnen twee weken na deze beschikking aan de wederpartij en de kantonrechter laten weten. Als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot worden vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag. Als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot nader door de kantonrechter worden vastgesteld.

5.
De beslissing

De kantonrechter:

5.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:

1.|
DE SITUATIE MET ONGEVAL

Anamnese

a. Hoe luidt de anamnese voor wat betreft de aard en de ernst van het psychisch letsel, het verloop van de klachten, de toegepaste behandelingen en het resultaat van deze behandelingen? Welke overige klachten en beperkingen op uw vakgebied worden desgevraagd gemeld? Wilt u in uw anamnese vermelden welke beperkingen op uw vakgebied de onderzochte aangeeft in relatie tot de activiteiten van het algemene dagelijkse leven (ADL), loonvormende arbeid en het uitoefenen van hobby’s, bezigheden in recreatieve sfeer en zelfwerkzaamheid?

Aanbeveling 2.2.4. Richtlijn Medisch Specialistische Rapportage (hierna: RMSR):

De beschrijving van de anamnese is deugdelijk en compleet, en beperkt zich tot de relevante gegevens. De beschrijving van de anamnese bevat uitsluitend het verhaal van de onderzochte in diens bewoordingen. Er worden daarbij geen termen gebezigd of feiten vermeld die uitsluitend kunnen zijn ontleend aan aangeleverde of verkregen medische gegevens of een interpretatie daarvan. Als hieraan wordt voldaan, dan verwoordt de anamnese per definitie het subjectieve verhaal van de onderzochte. Termen als “betrokkene zou ( ... )” worden vermeden. Ook voegt de expert bij de beschrijving van de anamnese geen voorlopige conclusies of eigen interpretaties toe. Auto-anamnese en hetero-anamnese worden gescheiden en als zodanig genoemd weergegeven.

Medische gegevens

Wilt u op basis van het medisch dossier van de onderzochte een beschrijving geven van:
- de medische voorgeschiedenis van de onderzochte op uw vakgebied;
- de medische behandeling van het letsel van de onderzochte en het resultaat daarvan.

Aanbeveling 2.2.6 RMSR:

Uit het rapport blijkt van welke van de meegestuurde gegevens kennis werd genomen en op welke wijze de daaraan ontleende feiten zijn meegewogen in het eindoordeel. Bij voorkeur wordt in het rapport een samenvatting opgenomen van de aan de meegestuurde gegevens ontleende feiten.

Medisch onderzoek

Wilt u een beschrijving geven van uw bevindingen bij psychisch en eventueel hulponderzoek?

Aanbeveling 2.2.5 RMSR:

Er wordt een adequaat psychiatrisch onderzoek verricht, maar slechts voorzover dat relevant is voor de beantwoording van de vraagstelling. Niet relevant onderzoek blijft uitdrukkelijk achterwege. Indien mogelijk worden de resultaten in kwantitatieve vorm weergegeven. Bij de beschrijving van de onderzoeksresultaten kan medisch jargon uiteraard niet worden vermeden.

Aanbeveling 2.2.7 RMSR:

Indien de expert aanvullend hulponderzoek (radiologisch, neuropsychologisch of anderszins) laat verrichten en de uitkomsten daarvan in zijn conclusies betrekt, dan dienen de verslagleggingen van deze onderzoeken bij het expertiserapport gevoegd te worden.

Consistentie

Is naar uw oordeel sprake van een onderlinge samenhang als het gaat om de informatie die is verkregen van de onderzochte zelf, de feiten zoals die uit het medisch dossier naar voren komen en uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek?

Voor zover u de vorige vraag ontkennend beantwoordt, wilt u dan aangeven wat de reactie was van de onderzochte op de door u geconstateerde inconsistenties en welke conclusies u daaruit trekt?

Aanbeveling 2.2.8 RMSR:

Als de anamnese niet overeenkomt met de feiten zoals die uit de stukken naar voren komen, dan dient uit het rapport te blijken dat de onderzochte, voor zover dat medisch verantwoord is, met deze discrepantie werd geconfronteerd. Vermeld wordt, wat zijn reactie daarop was en wat daaruit kan worden geconcludeerd.

Diagnose

Wat is de diagnose op uw vakgebied? Wilt u daarbij uw differentiaaldiagnostische overweging geven?

Aanbeveling 2.2.15 RMSR:

Waar nodig wordt een differentiaaldiagnostische overweging gegeven.

Beperkingen

Welke beperkingen op uw vakgebied bestaan naar uw oordeel bij de onderzochte in zijn huidige toestand, ongeacht of de beperkingen voortvloeien uit het ongeval? Wilt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk beschrijven, op semi-kwantitatieve wijze weergeven en zo nodig toelichten ten behoeve van een eventueel in te schakelen arbeidsdeskundige?

Aanbeveling 2.2.17 RMSR :

Uit het rapport blijkt dat de expert de beperkingen van de onderzochte baseert op zijn eigen professionele oordeel en dat hij niet klakkeloos de door de onderzochte genoemde beperkingen heeft overgenomen.

Aanbeveling 2.2.18 RMSR:

De eventuele beperkingen van de onderzochte worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De expert zal zelf geen gekwantificeerde belastbaarheidsprofielen opstellen (bijvoorbeeld volgens de FIS- of FML-methodiek).

Medische eindsituatie

Acht u de huidige toestand van de onderzochte zodanig dat een beoordeling van de blijvende gevolgen van het ongeval mogelijk is, of verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van het op uw vakgebied geconstateerde psychische letsel?

i. Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 1g)?

Aanbeveling 2.2.14 RMSR:

Als de expert om een inschatting wordt gevraagd en hij zich competent acht deze inschatting te maken, dan zorgt hij ervoor dat duidelijk wordt op welke wijze deze inschatting tot stand is gekomen. Hij geeft aan wat daarbij heeft meegewogen en wat van doorslaggevende betekenis is geweest.

2.
DE SITUATIE ZONDER ONGEVAL

Meestal zal het niet mogelijk zijn om onderstaande vragen (met name de vragen 2c - 2e) met zekerheid te beantwoorden. Van u wordt ook niet gevraagd zekerheid te bieden. Wel wordt gevraagd of u vanuit uw kennis en ervaring op uw vakgebied uw mening wilt geven over kansen en waarschijnlijkheden. Het is dus de bedoeling dat u aangeeft wat u op grond van uw deskundigheid op uw vakgebied op deze vragen kunt antwoorden.

Aanbeveling 2.2.14 RMSR:

Als de expert om een inschatting wordt gevraagd en hij zich competent acht deze inschatting te maken, dan zorgt hij ervoor dat duidelijk wordt op welke wijze deze inschatting tot stand is gekomen. Hij geeft aan wat daarbij heeft meegewogen en wat van doorslaggevende betekenis is geweest.

Aanbeveling 2.2.16 RMSR:

Een eventuele causaliteitsvraag wordt uitsluitend beantwoord vanuit de medische causaliteitsgedachte, dat wil zeggen op grond van datgene wat bekend en herkenbaar is met betrekking tot het ontstaan en het beloop van de onderhavige klachten en verschijnselen. Deze vraagstelling geschiedt in overeenstemming met de gangbare inzichten dan wel richtlijnen van de desbetreffende wetenschappelijke vereniging. De expert zal nimmer klachten aan een ongeval “toerekenen” of de causaliteit ervan louter baseren op het feit dat ze pas na het ongeval debuteerden.

Klachten, afwijkingen en beperkingen voor ongeval

a. Bestonden voor het ongeval bij de onderzochte reeds klachten en afwijkingen op uw vakgebied die de onderzochte thans nog steeds heeft?

Zo ja, kunt u dan aangeven welke beperkingen voor het ongeval uit deze klachten en afwijkingen voortvloeiden en thans nog steeds uit deze klachten en afwijkingen voortvloeien?

Aanbeveling 2.2.17 RMSR :

Uit het rapport blijkt dat de expert de beperkingen van de onderzochte baseert op zijn eigen professionele oordeel en dat hij niet klakkeloos de door de onderzochte genoemde beperkingen heeft overgenomen.

Aanbeveling 2.2.18 RMSR:

De eventuele beperkingen van de onderzochte worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De expert zal zelf geen gekwantificeerde belastbaarheidsprofielen opstellen (bijvoorbeeld volgens de FIS- of FML-methodiek).

Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongeval

Zijn er daarnaast op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval de onderzochte niet was overkomen?

Zo ja (dus zonder ongeval ook klachten), kunt u dan een indicatie geven met welke mate van waarschijnlijkheid, op welke termijn en in welke omvang de klachten en afwijkingen dan hadden kunnen ontstaan?

Kunt u aangeven welke beperkingen uit deze klachten en afwijkingen zouden zijn voortgevloeid?

Verwacht u in de toekomst nog een belangrijke verbetering of verslechtering van de op uw vakgebied geconstateerde niet ongevalgerelateerde klachten en afwijkingen?

Zo ja, welke verbetering of verslechtering verwacht u?

Kunt u aangeven op welke termijn en in welke mate u die verbetering dan wel verslechtering verwacht?

i. Kunt u aangeven welke gevolgen deze verbetering dan wel verslechtering zal hebben voor de beperkingen (als bedoeld in vraag 2e)?

Aanbeveling 2.2.17 RMSR :

Uit het rapport blijkt dat de expert de beperkingen van de onderzochte baseert op zijn eigen professionele oordeel en dat hij niet klakkeloos de door de onderzochte genoemde beperkingen heeft overgenomen.

Aanbeveling 2.2.18 RMSR:

De eventuele beperkingen van de onderzochte worden zo nauwkeurig mogelijk beschreven en slechts in semi-kwantitatieve vorm weergegeven. De expert zal zelf geen gekwantificeerde belastbaarheidsprofielen opstellen (bijvoorbeeld volgens de FIS- of FML-methodiek).

3.
OVERIG

Aanbeveling 2.2.11 RMSR:

Indien de expert bevindingen doet waar niet naar wordt gevraagd maar die hij terzake relevant vindt, dan vermeldt hij deze in het rapport.

a. Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?;

5.2.
benoemt tot deskundige: (etc...) ECLI:NL:RBROT:2022:3378

 

Deze website maakt gebruik van cookies