Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Limburg 190417 na getuigenbewijs blijkt: bus op busbaan reed door rood

Rb Limburg 190417 na getuigenbewijs blijkt: bus op busbaan reed door rood 

2 De feiten
2.1.
In de ochtend van 25 oktober 2012 heeft in de gemeente Leudal op de Napoleonsweg ter hoogte van Ittervoort op een kruising een aanrijding plaats gevonden. De aanrijding vond plaats tussen een door mevrouw [bestuurster lijnbus] bestuurde lijnbus met kenteken [kenteken lijnbus] , eigendom van Veolia en een Volkswagen Transporter met Belgisch kenteken [kenteken volkswagen transporter] , eigendom van [eiser 2] . De Volkswagen Transporter werd bestuurd door [eiser 1] . De lijnbus was bij de bushalte “Ittervoort Kerk” (zone 6840), die voor de kruising ligt gestopt om passagiers in te laten stappen en reed op de busbaan komende vanuit Ittervoort de kruising op in de richting van Thorn. De kruising van wegen werd voor alle richtingen gereguleerd met verkeerslichten. Deze kruising van wegen is voor de lijnbussen met een speciaal zogenaamd buslicht uitgevoerd. De Napoleonsweg waarop [eiser 1] reed is een voorrangsweg. [eiser 1] kwam vanuit de richting Kessenich (België) en reed in de richting van Roermond. De lijnbus kwam uit de richting Ittervoort om de Napoleonsweg over te steken in de richting van Thorn.

3 Het geschil
3.1.
Eisende partij vordert – na wijziging van eis samengevat – te verklaren voor recht dat Nationale Nederlanden en Veolia hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [eiser 1] en [eiser 2] hebben geleden en lijden door het verkeersongeval van 25 oktober 2012 met hoofdelijke veroordeling van Nationale Nederlanden en Veolia tot betaling aan [eiser 2] van een bedrag van € 8.347,94, vermeerderd met rente, aan [eiser 1] een bedrag van € 3.000,00 en aan eisende partij een bedrag van € 792,00, alsmede veroordeling in de proceskosten.

3.2.
Gedaagde partij voert verweer.

3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling
4.1.
Eisende partij stelt zich op het standpunt dat uit het voorlopig getuigenverhoor, dat voor deze procedure is gehouden, blijkt dat [eiser 1] groen licht had en de buschauffeur [bestuurster lijnbus] de kruising is opgereden terwijl haar dat niet was toegestaan. Eisende partij acht gedaagde partij hoofdelijk aansprakelijk voor de schade als gevolg van de aanrijding en verwijst naar het schaderapport van CED Automotive B.V. wat betreft de schade van [eiser 2] . Ten aanzien van de schade van [eiser 1] is deze bij akte uitlating 13 juli 2016 door [eiser 1] begroot op € 3.000,00 vanwege tijdelijk nek- en knieletsel. [eiser 1] verwijst naar een volgens haar vergelijkbaar geval in de Smartengeldgids 2016 nummer 388 en acht een bedrag van € 3.000,00 in haar geval redelijk.

4.2.
Gedaagde partij betwist dat zij aansprakelijk kan worden gehouden voor de aanrijding. Gedaagde partij is van mening dat primair geen sprake is van schending van artikel 70 RVV, noch van subsidiair schending van artikel 5 WVW, noch meer subsidiair sprake kan zijn van eigen schuld bij gedaagde partij.

4.3.
De kantonrechter stelt vast dat uit de verklaringen van de in het kader van het voorlopig getuigen verhoor gehoorde getuigen blijkt dat [eiser 1] groen licht had toen zij de kruising op reed en de lijnbus de kruising is opgereden toen het buslicht het stoplicht uitstraalde.

De heer [X] verklaart: “Ik reed als chauffeur van een vrachtwagen over de Napoleonsweg, komende vanuit de richting Maaseik en ik wilde bij de stoplichten bij Ittervoort linksaf slaan in de richting van Hunsel. Daar ter plaatse is een afzonderlijke baan met stoplicht voor linksaf. Voor mij reed een Volkswagen Transporter, donkerblauw. Voor het Volkswagen busje reden nog een aantal auto’s en die hadden allemaal groen. Wij reden allemaal 60 km per uur. Ik moest linksaf en moest met mijn vrachtwagen tijdig afremmen. Het vak voor linksaf was leeg en het licht voor linksaf stond op rood. Het Volkswagen busje reed ongeveer 30 meter voor mij en ik zag dat zij groen had. Ik heb de aanrijding met de Veolia bus daadwerkelijk zien gebeuren. De bus kwam met een snelheid van ongeveer 20 â 25 km het kruisingsvlak oprijden, vanaf de linkerkant. Er is daar een bushalte met speciale buslichten en de bus heeft daar altijd rood. De bus moet dan ook vanuit stilstand zijn
weggereden.”
De heer [Y] verklaart: “Op 25 oktober 2012, om ongeveer 08.50 uur, zat ik als passagier in de bus. Ik zat halverwege de bus aan de rechterkant. Ik zag dat de bus opreed. Op het moment dat we het kruisingsvlak aan het oprijden waren schoot er nog een auto voor de bus langs van rechts naar links, komende vanuit België. Dat trok mijn aandacht en ik heb toen ook het VW busje zien aankomen waar de aanrijding mee heeft plaatsgevonden. Het speelde zich allemaal af als een soort vertraagde film. Over de snelheid kan ik zeggen dat deze de normale snelheid was van het verkeer dat over de Napoleonsweg met groen licht over de kruising rijdt. Je mag daar 80, dus ik neem ook aan dat dat 80 geweest is. Exact kan ik dat niet zeggen. De snelheid van de bus zal ongeveer 20 km per uur geweest zijn. We reden weg vanuit stilstand. Het VW busje raakte de Veolia bus in de rechter zijkant, voor bij de deur. De bus is tot stilstand gekomen tegen een verkeerszuil en volgens mij is dit gekomen door de impact van de aanrijding. De vrouwelijke chauffeur was uit de stoel geslingerd en lag op de grond. Het deurtje van de cabine lag ook op haar of naast haar. Ikzelf heb de deur opengemaakt en alle passagiers zijn naar buiten gegaan. Ik heb vervolgens 112 gebeld. De chauffeuse is vervolgens ook de bus uitgekomen en heeft nog een tijdje op het treetje bij de deur gezeten. De chauffeuse van het VW busje kwam meteen naar ons toe en zei dat ze groen had. Over de stoplichten kan ik zeggen dat ik mij al een tijd geërgerd had aan de bus lichten. Dat zijn 4 kleine lichtjes, 2 rode en 2 witte. Deze lichtjes staan in een ruit geplaatst en de horizontale lichtjes zijn rood en de verticale lichtjes zijn wit. De rode lichtjes leken kapot, in die zin dat de rode kapjes stuk waren. Het ging hier dus om de horizontale lichtjes. Als de rode lichtjes aan zijn, zijn de witte uit, en andersom. Toen de bus opreed, vlak voor de aanrijding, brandden de horizontale lichtjes, die normaal gesproken rood zijn.”
De kantonrechter is van oordeel dat de buschauffeur moet worden aangemerkt als de veroorzaker van de aanrijding. Het verweer van gedaagde partij wordt daarom in alle varianten gepasseerd. De gevorderde verklaring voor recht voor wat betreft de geleden schade, evenals de schade aan het voertuig van [eiser 2] en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten liggen daarmee voor toewijzing gereed. [eiser 1] vordert een bedrag van € 3.000,00 aan immateriële schadevergoeding onder verwijzing naar de Smartengeld gids 2016 nummer 388 en het medisch journaal van de huisarts van [eiser 1] . Gedaagde partij stelt, mocht al sprake zijn van causaal verband, eerder aansluiting gezocht kan worden bij nummer 1 en 384 van de Smarten geld gids 2016. De immateriële schade kan volgens gedaagde partij ten hoogste worden begroot op € 500,00. De kantonrechter is van oordeel dat het causale verband voldoende aannemelijk is gemaakt. Gelet op de gestelde klachten en het overgelegde medische journaal van de huisarts acht de kantonrechter een bedrag van € 1.000,00 aan immateriële schadevergoeding passend en zal dit bedrag toewijzen. ECLI:NL:RBLIM:2017:3513

 

De LSA op Vimeo

Deze website maakt gebruik van cookies