Zoeken

Inloggen

Artikelen

Rb Middelburg 030210 zelfwerkzaamheid naar billijkheid geschat en grotendeels afgewezen, met schuin oog op richtlijnen letselschaderaad

Rb Middelburg 030210 zelfwerkzaamheid naar billijkheid geschat en grotendeels afgewezen, met schuin oog op richtlijnen letselschaderaad

- zelfwerkzaamheid (2000/2005):
[eiser sub 1] en [eiser sub 2] vorderen een forfaitair vastgesteld bedrag van € 4.500,--. ZLM betwist deze post in zijn geheel. Zij stelt dat er geen ongevalsgerelateerde beperkingen zijn, die [eiser sub 1] en [eiser sub 2] beletten zelfwerkzaamheden in hun huurwoning te verrichten. De rechtbank stelt vast dat in de op 20 december 2004 gedateerde rapportage van prof.dr. E.Ch. Wolters – waarvan beide partijen uitgaan – van [eiser sub 2] wordt gezegd dat er:
“(…) op dit moment (…) geen relevante beperkingen meer (…) bestaan voor het verrichten van bovengenoemde activiteiten als rechtstreeks gevolg van het genoemde ongeval.”
Van [eiser sub 1] zegt de deskundige dat er:
“(…) op dit moment als rechtstreeks gevolg van het ongeval nog lichte beperkingen bestaan voor het verrichten van bovengenoemde activiteiten.”
In beide gevallen zijn “bovengenoemde activiteiten” blijkens het rapport: activiteiten van het dagelijks leven en de vrijetijdsbesteding, bij de beroepsuitoefening, inclusief huishoudelijke arbeid. Uit de formulering van dr. Wolters leidt de rechtbank af dat er bij [eiser sub 2] wel beperkingen zijn geweest en dat bij [eiser sub 1] de beperkingen ernstiger zijn geweest. Dat kan uit de door dr. Wolters gegeven samenvattingen van zijn onderzoeken ook worden afgeleid. De rechtbank is van oordeel dat onder die omstandigheden tot aan de vaststellingen van dr. Wolters mag worden aangenomen dat er voor [eiser sub 1] en [eiser sub 2] beperkingen waren voor het verrichten van werkzaamheden in en om hun huis. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] lichten niet toe waarom van een forfaitair bedrag van € 750,-- per jaar moet worden uitgegaan. ZLM heeft dat bedrag betwist. De rechtbank zal de schade in redelijkheid, daarbij rekening houdend met de ter zake bestaande Richtlijnen van De Letselschade Raad, vaststellen en deze voor genoemde 4 jaar – en in aanmerking nemend dat de schade van [eiser sub 2] voor 25% voor haar eigen rekening blijft – vaststellen op een bedrag van € 500,-- in totaal. 
LJN BL5565

Deze website maakt gebruik van cookies