Zoeken

Inloggen

Artikelen

RBGEL 160321

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2021/RBGEL-160321


beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zutphen

zaaknummer / rekestnummer: C/05/380644 / HZ RK 20-51

Beschikking van 16 maart 2021

in de zaak van

[ verzoekster ] .
wonende te [ woonplaats ] ,
verzoekster,
advocaat mr. J.H. Lefers te Eibergen.

tegen

1. de stichting ZIEKENHUISVOORZIENINGEN OOST-ACHTERHOEK.
gevestigd te Winterswijk,
2. de onderlinge waarborgmaatschappij OWM VOOR INSTELLINGEN GEZONDHEIDSZORG MEDIRISK B.A.,
gevestigd te Utrecht,
Verweersters.
advocaat mr. M.J.J. de Ridder te Utrecht.

1.
De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift,
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling, gehouden op 2 februari 2021.

2.
De feiten

2.1.
[ verzoekster ] , geboren op [ geboortedatum ] , lijdt aan een zeldzame vorm van het Syndroom van Ehlers-Danlos (hierna: EDS). EDS is - kort gezegd - een aandoening waarbij de bindweefsels ongewoon rekbaar en meegevend zijn. De zeldzame vorm die [ verzoekster ] heeft, leidt tot een toegenomen kwetsbaarheid van inwendige organen. Wereldwijd zijn er 50-60 mensen met dezelfde aandoening als [ verzoekster ] .

2.2.
Op 19 maart 2018 is [ verzoekster ] op de spoedeisende hulp van het SKB onderzocht. Er is een CT scan gemaakt, waarna is geconciudeerd dat sprake was van een gedekte perforatie van de dunne darm. [ verzoekster ] is opgenomen in het SKB, waarna is gestart met een conservatieve behandeling.

2.3.
Op 21 maart 2018 verslechterde de situatie van [ verzoekster ] zodanig dat zij moest worden geopereerd om de perforatie van de dunne darm te sluiten. Voorafgaand aan de operatie heeft overleg plaatsgevonden tussen [ verzoekster ] , haar echtgenoot en algemeen chirurg dr. [ K ] (hierna: dr. [ K ] ). In het versiag van dit gesprek is onder meer het volgende opgenomen:
"( ... )
Pte spreekt haar zorgen uit over ( ... ) de kwaliteit van haar weefsel ivm de Ehlers-Danlos. iom pte neem ik contact op met het Radboud-ziekenhuis (omdat zij daar "bekend" is) en ik zoek op internet na wat het subtype cl-EDS inhoudt.( ... ) 
"

2.4.
Voorafgaand aan de operatie heeft dr. [ K ] op het internet informatie gezocht over de specifieke EDS-variant waaraan [ verzoekster ] lijdt.

2.5.
Voor de ingreep heeft anesthesioloog dr. [ G ] (hierna: dr. [ G ] ) [ verzoekster ] geïntubeerd en een neusmaagsonde ingebracht. Het inbrengen van de sonde verliep moeizaam. Dr. [ G ] heeft geprobeerd de neusmaagsonde te herpositioneren, wat niet is gelukt. Bij de derde poging leeft dr. [ G ] de neusmaagsonde onder zicht ingebracht door middel van een laryngoscoop.

2.6.
Op 21 maart 2018 om 18.42 uur startte de operatie. De operatie werd verricht door dr. [ K ] en gastro-enterologisch chirurg dr. [ I ] . Bij aanvang van de ingreep hebben de chirurgen gecontroleerd of de maagneussonde goed lag. Zij konden de maagneussonde, met voorzichtig palperen van de maag, niet voelen.

2.7.
In het anesthesieverslag is door dr. [ G ] het volgende opgenomen:
( ... ) Opmerkingen: thorax AP en lab. controle direct postoperatief a.u.b.!!!!!!!! postoperatief gantagoneerd met neostigmine-atropine gedetubeerd, enkele minuten na de detubatie en overstappen naar bed dyspnoisch en hypoxigemisch (bronchospasme obstructieve capnografie) ~ treintubatie en nabeademing ( ... )"

2.8.
Na de operatie is [ verzoekster ] geïntubeerd overgebracht naar de intensive Care (IC). In het OK-verslag is het volgende opgenomen:
"( ... ) patiënte wordt gedetubeerd, maar al snel reïntubarie op OK bij hypotensie bij sepsis en stridor, mogelijk tgv bloeding in het oropharynxgebied na meerdere pogingen om een NMS te plaatsen. ( ... )"

2.9.
Op de IC is een X-thorax gemaakt, waaruit bleek dat de neusmaagsonde niet goed lag. De neusmaagsonde is daarop verwijderd, waarna de intensivist een nieuwe neusmaagsonde heeft ingebracht. Er is geprobeerd een pH-lakmoesproef te doen, wat niet is gelukt omdat er geen maagaspiraat kon worden opgetrokken. De intensivist heeft vervolgens geausculteerd. Omdat er een borrelend geluid werd gehoord, leek de sonde op de goede plek te liggen. Zekerheidshalve is de sonde niet gebruikt en heeft de intensivist voor de volgende ochtend een X-thorax aangevraagd.
Tegen middemacht is [ verzoekster ] hypotensief geworden en kwam er bloed uit de mond van [ verzoekster ] . Uit een laryngoscopisch onderzoek bleek dat de mond en de keelholte vol zaten met stolsels bloed. Nadat de bloedstolsels verwijderd zijn, werd een wond zichtbaar aan de achterzijde van de hypopharynx. [ verzoekster ] heeft een keeltampon ingebracht gekregen.

2.10.
Op 22 maart 2018 rond 9.00 uur is een X-thorax gemaakt, waarbij is geconstateerd dat er sprake lijkt van een "fausse route van de neusmaagsonde. De intensivist heeft ter controle een CT thorax abdomen aangevraagd. Deze CT-thorax is rond 15.00 uur gemaakt. Uit het verslag hiervan blijkt het volgende: "Thorax: "Youtieve positie van maagslang in de rechter pleuraholte, bij bestaande randpneumothorax en bij bovenste thoraxapertuur vrij lucht in de weke delen. Bilateraal basaal consolidatie aan de longvelden."

2.11.
Op 22 maart 2018 rond 17.00 uur is de sonde door de intensivist verwijderd.

2.12.
Op 23 maart 2018 is [ verzoekster ] met een MICU-ambulance overgebracht naar de IC van de Isala klinieken in Zwolle. Op 8 april 2018 is [ verzoekster ] ontslagen uit het ziekenhuis.

2.13.
Het SKB heeft op 30 maart 2018 melding gemaakt van het gecompliceerde postoperatieve verloop bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna te noemen: IGJ). De IGJ is daarop een onderzoek gestart. De conclusie van de IGJ luidt - voor zover in dit geding van belang - als volgt: "3.
Conclusies
In dit hoofdstuk staan de conclusies beschreven aan de hand van de volgende onderzoeksvragen.
( ... )
2.
Hebben de betrokken zorgverleners in de onderzochte casus gehandeld zoals mag worden verwacht van redelijk bekwaam en een redelijk handelend zorgprofessional?
( ... )
" .


3.2
De betrokken professionals in deze casus hebben zich niet gehouden aan het ziekenhuisprotocol 'inbrengen van een neus/maagsonde". Patiënte heeft een hevel gekregen zonder doorlichting, waardoor de kans op een aspiratie vergroot was en bij de derde interventie schade is ontstaan (fausse route)

De inspectie komt tot deze conclusie op basis van de volgende punten:
De anesthesioloog
Nadat het optrekken van het maagsap door de maaghevel niet lukte , heeft de anesthesioloog via ausculatie getracht aan te tonen dat de sonde in de maag lag. Hoewel hij zich er niet op de juiste wijze van vergewiste of de sonde goed lag, heeft hij de sonde in situ gelaten. Doordat deze verkeerd lag, was er in feite geen fimctionerende maaghevel aanwezig. De kans op een aspiratie per- en post-operatief werd hierdoor vergroot. Hierover verzuimde hij het operatieteam in te lichten.
Intensivist
De intensivist heeft in de avonddienst na geconstateerd te hebben dat de hevel/sonde niet goed gepositioneerd was, na deze vervijderd te hebben en een nieuwe sonde ie hebben ingebracht, niet de richtlijn gevolgd. Hij heeft na geconstateerd te hebben dat ook nu geen maagaspiraat verkregen kon worden, een extraprotocollaire handeling uitgevoerd (ausculatie). Geen van de betrokken specialisten heeft ingezien dat het inbrengen van sondes bij een patiënt met EDS beter via een scopie en/of doorlichting had moeten plaatsvinden. Dat uiteindelijk op de CT scan geconstateerd werd dat een fausse route was ontstaan. is met schadelijke gevolgen voor de patiënte, in dit geval dan ook niet aan te merken als een complicatie, maar als een calamiteit.
( ... )

2.14.
Bij brief van 12 november 2019 heeft [ verzoekster ] het SKB aansprakelijk gesteld. In de brief is onder meer het volgende opgenomen:
'" ( ... )
Blijkens het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ( ... ) heeft de inspectie niet kumen vaststellen dat alle voorzorgsmaatregelen zijn getroffen om deze operatie veilig te laten plaatsvinden, hebben de betrokken professionals zich niet gehouden aan het ziekenhuis protocol "inbrengen van een neus/maagsonde" en was er sprake van een calamiteit.

Naar de mening van mijn cliënte is bij de uitvoering van de behandeling geen goed hulpverlenerschap betracht. Hierbij wordt verwezen naar onder andere artikel 7:653 BW waarin deze verplichting is opgenomen."

2.15.
Bij brief van 26 augustus 2020 hebben SKB en MediRisk de aansprakelijkheid afgewezen. Zij zijn daarbij niet ingegaan op het rapport van de IGJ.

3.
Het verzoek en het verweer

3.1.
[ verzoekster ] verzoekt dat de rechtbank, bij beschikking, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
a. voor recht zal verklaren dat, op grond van de voorliggende rapportage van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd van september 2019, het SKB aan [ verzoekster ] niet de zorg heeft verleend die van het SKB in de gegeven omstandigheden had mogen worden verwacht en dat zij daarmee centraal aansprakelijk is, althans een beslissing zal nemen die de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren;
b. voor recht zal verklaren dat het SKB en MediRisk hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door [ verzoekster ] geleden schade en nog te lijden schade als gevolg van de fouten van het SKB, althans een beslissing zal nemen die de rechtbank in goede justitie vermeent te beloren;
c. het SKB en MediRisk hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander zal zijn bevrijd, zal veroordelen om de kosten van deze procedure te voldoen, begroot op € 7.108,15, te vermeerderen met het verschuldigde griffierecht.

3.2.
[ verzoekster ] legt aan haar verzoek, bezien tegen de achtergrond van de vastgestelde feiten, het volgende ten grondslag. Uit het rapport van de IGJ blijkt dat de hulpverleners van het SKB bij de uitvoering van de behandeling van [ verzoekster ] geen goed hulpverlenerschap hebben uitgeoefend. De inspectie heeft ten eerste niet kunnen vaststellen dat alle voorzorgsmaatregelen zijn getroffen om de operatie veilig te laten plaatsvinden. De optie voor overplaatsing van [ verzoekster ] had met de EDS deskundige van het Radboud UMC moeten worden besproken, hetgeen niet is gebeurd. Voorts hebben de anesthesioloog en de intensivist zich niet aan het protocol "inbrengen van een neus/maagsonde“ gehouden. Ten slotte is er tussen de verschillende artsen niet goed gecommuniceerd, waardoor [ verzoekster ] de hele nacht op de IC heeft gelegen met een verkeerd geplaatste sonde. [ verzoekster ] heeft hierdoor schade geleden. Het SKB is hiervoor op grond van het bepaalde in artikel 7:462 BW centraal aansprakelijk.

3.3.
Het SKB en MediRisk hebben geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek, kosten rechtens. Op de inhoud van het verweer zal hierna zo nodig nader worden ingegaan.

4.
De beoordeling

4.1.
[ verzoekster ] heeft aangevoerd dat door de hulpverleners van het SKB niet de zorg van goed hulpverlenerschap in acht is genomen, in die zin dat de optie van overplaatsing naar het RadboudUMC niet met de EDS deskundige van het Radboud UMC (dr. [ V ] ) is besproken en - voor zover overleg heeft plaatsgevonden - dat dit eerder had moeten gebeuren. Voorts hebben de hulpverleners zich niet gehouden aan het ziekenhuisprotocol "inbrengen van een neus/maagsonde" (hierna: het protocol), omdat de intensivist door middel van auscultatie heeft bepaald of de neusmaagsonde goed geplaatst was. Ten slotte verwijt [ verzoekster ] de anesthesioloog, de chirurgen en de intensivist dat zij gebrekkig met elkaar hebben gecommuniceerd. [ verzoekster ] heeft zich hierbij gebaseerd op de bevindingen van de IGJ.

4.2.
Het SKB heeft ten eerste aangevoerd dat aan het rapport van de IGJ geen conclusies kunnen worden verbonden, omdat niet duidelijk is wie het onderzoek hebben verricht. Met name is volgens SKB niet duidelijk of artsen deel hebben uitgemaakt van de onderzoekscommissie. Het SKB heeft de stelling ingenomen dat dat niet het geval is. [ verzoekster ] heeft deze stelling bij gebrek aan wetenschap betwist. Het SKB heeft op dit punt bewijs aangeboden. De rechtbank zal dit bewijsaanbod passeren, omdat de aard van de zaak en de aard van de deelgeschilprocedure, die uitgaat van een eenvoudige en snelle afhandeling, zich tegen bewijslevering verzet. Het rapport van de IGJ dateert van september 2019, zodat het SKB ruimschoots de tijd heeft gehad om te onderzoeken wie in welke hoedanigheid deel hebben uitgemaakt van de onderzoekscommissie. Dat zij dat niet eerder heeft gedaan, dient dan ook voor haar risico te komen.

Eerder overplaatsing naar gespecialiseerd centrum?

4.3.
[ verzoekster ] heeft zich op het standpunt gesteld dat de operatie van 21 maart 2018 vanwege EDS niet plaats had mogen vinden in het SKB en beroept zich onder meer op het standpunt van de IGJ dat de optie van overplaatsing met de EDS deskundige van het RadboudUMC besproken had moeten worden. Het SKB heeft aangevoerd dat de IGJ niet heeft onderbouwd dat een ander ziekenhuis over meer expertise en/of ervaring over EDS zou beschikken dan het SKB. Gelet op de zeldzaamheid van de variant van EDS die [ verzoekster ] had, is dat ook onaannemelijk. Er zijn volgens dr. [ V ] van het RadboudUMC in de wereld ongeveer 30-60 patiënten met deze vorm van EDS. Daarbij komt dat contact is gezocht met de dienstdoende chirurg van het Radboud UMC die de status van [ verzoekster ] heeft geraadpleegd. Verder heeft [ verzoekster ] eerder in het SKB zonder problemen een laparoscopische galblaasverwijdering ondergaan aldus het SKB.

4.4.
Uit het telefoongesprek van de IGJ met dr. [ V ] , neuroloog in Radboud UMC, vermeld in het IGJ rapport, blijkt dat er in Nederland geen specifiek expertisecentrum voor patiënten met EDS is. Voor zover zij het kon beoordelen heeft dr. [ V ] het niet verwijtbaar geoordeeld dat patiënte niet is doorverwezen naar het RadboudUMC. Zij heeft in het voorval wel aanleiding gezien om de haar bekende patiënten met dit type EDS een brief te sturen waarin staat dat voorzichtigheid geboden is bij het inbrengen van een sonde of beademingsbuis en bij endoscopisch onderzoek. Deze brief kan dan aan de behandelaar worden getoond. De extra kwetsbaarheid van de darmen was voorafgaand aan de operatie bij de chirurgen bekend. Onder deze omstandigheden is het niet overplaatsen van [ verzoekster ] pre-operatief niet aan te merken als toerekenbare tekortkoming.

Fausse route: complicatie of calamiteit?

4.5.
[ verzoekster ] heeft aangevoerd dat de hulpverleners van het SKB niet de zorg hebben betracht die redelijk bekwame en redelijk handelende vakgenoten in dezelfde omstandigheden zouden hebben betracht, omdat de hulpverleners van het SKB zich bij het inbrengen van de neusmaagsonde niet hebben gehouden aan het protocol. Dit blijkt uit het rapport van de IGJ. Het SKB heeft niet betwist dat het protocol als professionele standaard kan worden aangemerkt, maar heeft betwist dat de verleende zorg niet aan deze professionele standaard heeft voldaan.

4.6.
Het SKB heeft daartoe het volgende aangevoerd. Volgens het SKB hebben alle gebruikelijke controles bij het aanleggen van de sonde plaatsgevonden. Het is gebruikelijk dat de ligging van de sonde wordt gecontroleerd door een pH-lakmoesproef. Dat is geprobeerd, maar was bij [ verzoekster ] niet mogelijk omdat er geen maagvloeistof aanwezig was. Er heeft voorts, anders dan de IGJ kennelijk meent, wel röntgendiagnostiek plaatsgevonden met betrekking tot de positie van de sonde. De fausse route op zichzelf is evenmin verwijtbaar. Dat is volgens het SKB een inherente complicatie die gerelateerd is aan het onderliggend lijden van [ verzoekster ] (kwetsbare organen als gevolg van EDS) die kan optreden ook als de sonde met alle voorzichtigheid en zorgvuldigheid is ingevoerd. Er is geen richtlijn waaruit volgt dat de sonde met een scopie had moeten worden ingebracht. Bovendien brengt het inbrengen van de sonde met een scopie een verhoogd risico op perforatie mee. Voorts blijkt volgens het SKB uit het rapport van de IGJ niet dat de sonde onzorgvuldig is ingebracht. Als het gaat om de controle van de maaghevel, dan heeft de perforatie al plaatsgevonden. Het SKB heeft bewijs aangeboden van de feiten waaruit volgt dat het inbrengen van de neusmaagsonde aan de professionele standaard voldoet, met inachtneming van het klinische beeld van [ verzoekster ] .

4.7.
De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat er in opdracht van dr. [ G ] bij aankomst van [ verzoekster ] op de IC, ter bepaling van de positie van de neusmaagsonde, een X-thorax is gemaakt, waarop te zien was dat de sonde niet goed lag. Voorts staat vast dat de intensivist de sonde heeft verwijderd en een nieuwe sonde heeft geplaatst. Ter controle of de sonde goed lag, heeft de intensivist - overeenkomstig het protocol - geprobeerd een lakmoesproef te doen, hetgeen niet lukte omdat geen aspiraat werd verkregen. In het protocol is vermeld dat als geen aspiraat kan worden verkregen, advies moet worden gevraagd aan de aanvragend arts die, afhankelijk van de situatie van de patiënt beslist om de sonde te verwijderen en een nieuwe aan te brengen, dan wel om een röntgenfoto te laten maken. Vast staat dat de intensivist er op dat moment - in afwijking van het protocol - voor heeft gekozen door middel van auscultatie te achterhalen of de sonde goed geplaatst was. hetgeen het SKB niet heeft betwist. Omdat de intensivist op dat moment een borrelend geluid heeft gehoord, heeft hij vervolgens aangenomen dat de sonde op de goede plaats zat. Hij heeft besloten de sonde in situ te laten en op dat moment geen X-thorax te maken. Hiermee is de intensivist, die bovendien wist dat [ verzoekster ] aan EDS leed en dat eerdere pogingen tot het inbrengen van die sonde niet goed waren verlopen, zonder toelichting afgeweken van het protocol. Volgens het protocol had hij immers ter controle van de positie van de sonde een X-thorax moeten maken. In de loop van de nacht is [ verzoekster ] vervolgens hypotensief geworden en bleef een respons op vulling uit. Na laryngoscopisch onderzoek door de opgeroepen KNO-arts bleek dat de mond en de keelholte van [ verzoekster ] vol zaten met stolsels bloed en werd een wond zichtbaar in de achterwand van de lage keelholte. De IGJ concludeert in haar rapport dat er in het geval van [ verzoekster ] geen sprake is van een complicatie maar van een calamiteit. Indien overwogen was om de tweede maagsonde 'onder zicht' in te brengen had het ontstaan van een fausse route mogelijk voorkomen kunnen worden. Dat, zoals het SKB heeft betoogd, wel een X-thorax is gemaakt, is op zichzelf juist. Deze is echter niet direct na het inbrengen van de sonde gemaakt met de fausse route tot gevolg, waardoor fausse route met bloedstolsels langer in stand is gebleven. Dat de op zichzelf als complicatie aan te merken fausse route een calamiteit werd, had voorkomen kunnen worden door direct na het inbrengen. - overeenkomstig het protocol - door middel van een X-thorax te controleren of de neusmaagsonde goed zat. Het ontstaan van het septisch profiel kan deels veroorzaakt zijn door de ontstane complicatie. Dit leidt ertoe dat vast is komen te staan dat de intensivist niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot had mogen worden verwacht onder deze omstandigheden. Op grond van het bepaalde in artikel 7:462 BW is het SKB daarvoor aansprakelijk
Het SKB heeft nog betoogd dat ook als de controle direct na de plaatsing van de sonde door middel van X-thorax had plaatsgevonden, de perforatie al had plaatsgevonden. Dit is op zich juist, maar gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zou er dan slechts sprake zijn geweest van een complicatie en niet van een calamiteit. De duur van de onjuiste ligging in de rechterpleuraholte en de bloeding in de keelholte hebben de kans op het ontstaan van het septisch beeld mede veroorzaakt.

Gebrekkige communicatie?

4.8.
[ verzoekster ] heeft aangevoerd dat de artsen onderling onvoldoende overleg hebben gepleegd en onvoldoende hebben samengewerkt en gecommuniceerd. [ verzoekster ] heeft ter onderbouwing van haar stelling gewezen op een passage uit het rapport van de IGJ waarin is vermeld dat de chirurgen hebben aangegeven niet meer te weten wanneer de informatie over de mislukte plaatsing van de maaghevel hen bereikte.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [ verzoekster ] haar stelling op dit punt onvoldoende onderbouwd. De enkele door de chirurgen gedane mededeling tegenover de IGJ dat zij niet meer weten wanneer zij op de hoogte zijn geraakt van de mislukt plaatsing van de maaghevel, brengt niet mee dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de behandelingsovereenkomst. Daar komt bij dat zowel in het anesthesieverslag van dr. [ G ] als in het OK-verslag van dr. Inberg is opgenomen dat er sprake was van een moeizaam verloop van de plaatsing van de neusmaagsonde, zodat de intensivist hiervan op de hoogte was, of in ieder geval had kunnen zijn. Bovendien staat vast dat de intensivist op de hoogte was van het feit dat [ verzoekster ] leed aan EDS. Dat, zoals [ verzoekster ] ter zitting heeft aangevoerd, de hele nacht met een verkeerd geplaatste sonde op de IC heeft gelegen, is naar het oordeel van de rechtbank niet het gevolg van gebrekkige communicatie of samenwerking tussen de verschillende artsen, maar het gevolg van de hiervoor besproken beslissing van de intensivist om de neusmaagsonde na auscultatie in situ te laten en niet het protocol te volgen. Dit betekent dat er ten aanzien van de communicatie geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de behandelingsovereenkomst waarvoor het SKB aansprakelijk is.

4.9.
Het SKB heeft voorts betwist dat [ verzoekster ] schade heeft geleden als gevolg van het vastgestelde onzorgvuldig handelen. Indien de controle door middel van een X-thorax eerder had plaatsgevonden, had de fausse route niet voorkomen kunnen worden, aldus het SKB. Voorts heeft het SKB nog aangevoerd dat de IC-opname niet heeft plaatsgevonden als gevolg van de fausse route van de neusmaagsonde, maar als gevolg van de darmperforatie waarvoor [ verzoekster ] is opgenomen in het SKB. Dat blijkt volgens het SKB uit het feit dat [ verzoekster ] pre-operatief ook al op de IC lag. De vraag naar de schade en het causaal verband tussen de nomschending en de schade ligt in dit deelgeschil niet ter beoordeling voor. Uiteraard is het SKB slechts aansprakelijk voor zover [ verzoekster ] schade lijdt en voor zover de schade in causaal verband staat met de normschending. Op dat punt zullen de partijen de onderhandelingen moeten voortzetten en zal mogelijk nader onderzoek moeten plaatsvinden.

4.10.
Het voorgaande leidt ertoe dat de verzochte verklaringen voor recht zullen worden toegewezen als hierna vermeld. [ verzoekster ] heeft verzocht voor recht te verklaren dat het SKB en MediRisk hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. Dat verzoek zal worden afgewezen. MediRisk is op grond van de directe actie zoals bedoeld in artikel 7:954 BW in het geding betrokken. MediRisk is daardoor geen debiteur geworden van [ verzoekster ] . Dat is en blijft enkel het SKB. Van hoofdelijke verbondenheid van SKB en MediRisk is dan ook geen sprake.

4.11.
De rechtbank dient op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de procedure te begroten en daarbij de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6.96 lid 2 BW in aanmerking te nemen. Ook indien een verzoek niet wordt toegewezen. Bij de begroting van de kosten dient de rechtbank de dubbele redelijkheidstoets te hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn. Dit betekent dat indien een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen. Van dit laatste is, anders dan het SKB heeft aangevoerd, naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Voor beoordeling van het door [ verzoekster ] ingediende verzoek was, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, geen nadere expertise vereist.

4.12.
[ verzoekster ] heeft de kosten van het deelgeschil begroot op € 7.108,15 inclusief btw (8 uur en 48 minuten x € 255,00 te vermeerderen met 21% btw * 14 uur x € 260,00 te vermeerderen met btw). Daarbij komt ook nog een bedrag van € 304,00 aan griffierecht. Het SKB heeft aangevoerd het aantal uren voor het opstellen van het verzoekschrift te hoog te vinden. Daarnaast heeft het SKB bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het door mr. Lefers gehanteerde uurtarief. Het aantal uren dat mr. Lefers heeft besteed aan het opstellen van het verzoekschrift acht de rechtbank, aan de hoge kant. Het verzoekschrift bevat voornamelijk een feitelijke weergave van de gang van zaken. De rechtbank zal het aantal uren in redelijkheid vaststellen op 8. Het uurtarief van mr. Lefers wordt wel redelijk bevonden. Het betreft een acceptabel uurtarief voor een letselschadespecialist. Het voorgaande brengt mee dat de kosten van het deelgeschil zullen worden begroot op een bedrag van € 6.872,80, inclusief btw (8 x € 255,00, te vermeerderen met btw = 14x € 260.00, te vermeerderen met btw). Omdat de aansprakelijkheid is vast komen te staan, zullen SKB en MediRisk worden veroordeeld deze kosten aan [ verzoekster ] te betalen. Ook ten aanzien van de kostenveroordeling geldt dat slechts het SKB de debiteur van [ verzoekster ] is en dat SKB en MediRisk niet hoofdelijk zijn verbonden als gevolg van de directe actie.

4.13.
[ verzoekster ] heeft verzocht de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Alhoewel artikel 288 Rv bepaalt dat eindbeschikkingen uitvoerbaar bij voorraad kunnen worden verklaard, is de rechtbank van oordeel dat de aard van de deelgeschilprocedure zich verzet tegen het verzoek. Artikel 1019bb Rv bepaalt immers dat tegen de beschikking op het verzoek geen voorziening openstaat omdat het openstellen van zo'n voorziening niet strookt met de ratio van de deelgeschilprocedure, kort gezegd beslissen op een geschilpunt dat partijen verdeeld houdt om ze in staat te stellen de onderhandelingen weer op te pakken. Dat de mogelijkheid van hoger beroep feitelijk kan worden gecreëerd in een bodemprocedure, acht de rechtbank in dit verband onvoldoende. Het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van deze beschikking heeft in het licht van de doelstelling van deze procedure ook geen toegevoegde waarde zodat [ verzoekster ] daarbij geen (voldoende) belang heeft. Het verzoek van [ verzoekster ] wordt op dit punt dan ook afgewezen.

5.
De beslissing

De rechtbank

5.1.
verklaart voor recht dat het SKB aan [ verzoekster ] niet de zorg heeft verleend die van het SKB in de gegeven omstandigheden had mogen worden verwacht door in strijd met het protocol ‘inbrengen neus/maagsonde' niet direct na de plaatsing van de neusmaagsonde in de nacht van 21 op 22 maart 2018 een X-thorax te maken, maar in plaats daarvan extra protocollair een auscultatie te verrichten en de sonde in situ te laten en dat het SKB daarvoor centraal aansprakelijk is;

5.2.
verklaart voor recht dat het SKB en MediRisk aansprakelijk zijn voor de door [ verzoekster ] geleden en nog te lijden schade als gevolg van de in 5.1. vastgestelde tekortkoming in de behandelingsovereenkomst van het SKB;

5.3.
begroot de kosten van het deelgeschil op een bedrag van € 6.872,80. te vermeerderen met een bedrag van € 304,00 aan griffierecht en veroordeelt het SKB en MediRisk tot betaling van dit bedrag aan [ verzoekster ] ;

5.4.
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2021.

Met dank aan de heer mr. J.H. Lefers, Lefers Advocaten voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2021/RBGEL-160321


Deze website maakt gebruik van cookies