RBDHA-300926
- Meer over dit onderwerp:
Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBDHA-300926
beschikking
RECHTBANK DEN HAAG
Civiel recht – Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
CK+NB/bc Zaaknummer / rekestnummer: 11499439 \ RP VERZ 25-50049
Beschikking (bij vervroeging) van 30 september 2025
in de zaak van
[verzoeker], te [woonplaats],
verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. Y. Bouyazdouzen.
tegen
de naamloze vennootschap ASR SCHADEVERZEKERING N.V., te Utrecht,
verwerende partij, hierna te noemen: ASR,
gemachtigde: mr. F. van Toorn.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingekomen op 16 januari 2025;
- de akte uitlaten over bevoegdheid kantonrechter, afkomstig van [verzoeker], ingekomen op 5 maart 2025;
- het verweerschrift met producties, ingekomen op 31 maart 2025;
- de bij brief van 11 september 2025 ingebrachte producties 6 tot en met 9 van ASR;
- de akte aanvulling op het verzoekschrift en akte van uitlating, afkomstig van [verzoeker], van 12 september 2025;
- de mondelinge behandeling van 16 september 2025, waar beide partijen en hun gemachtigden zijn verschenen en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2. De beschikking is bepaald op 14 oktober 2025 en bij vervroeging heden uitgesproken.
2. De rechtsoverwegingen
2.1. ASR betwist de absolute bevoegdheid van de kantonrechter om dit deelgeschil te behandelen en heeft daarbij onder andere verwezen naar uitspraken van andere kantonrechters. [Verzoeker] heeft verdedigd dat de kantonrechter wel bevoegd is, ondanks dat hij niet uitdrukkelijk en onvoorwaardelijk afstand heeft gedaan van zijn vordering voor zover die (een voorschot van) € 25.000 te boven gaat. Bovendien kunnen partijen op grond van artikel 96 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) er samen voor kiezen om deze zaak door de kantonrechter te laten behandelen.
2.2. Partijen hebben op de zitting gelegenheid gekregen om zich nader uit te laten over de bevoegdheid. Zij hebben hun standpunten gehandhaafd. ASR heeft niet ingestemd met behandeling door de kantonrechter op de voet van artikel 96 Rv.
2.3. De kantonrechter komt tot het oordeel dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het onderhavige verzoek. Dit licht zij als volgt toe.
2.4. Artikel 1019x Rv bepaalt dat het verzoek te beslissen over een deelgeschil wordt gedaan aan de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak, als die ten principale aanhangig wordt gemaakt, kennis te nemen. Als de (hoofd)zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist, wordt ook het verzoek in het kader van een deelgeschil gedaan aan de kantonrechter. De rechter beoordeelt summier of hij absoluut bevoegd is en of de zaak door de kantonrechter moet worden behandeld en beslist. Volgens artikel 93 Rv behandelt en beslist de kantonrechter zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist.
2.5. Op grond van de brief van de zijde van [verzoeker] aan ASR van 18 augustus 2025 met de bijgevoegde schadestaat, die sluit op een totaalbedrag van € 110.000, is duidelijk dat het beloop van de door [verzoeker] gestelde schade de competentiegrens van de kantonrechter te boven gaat. Hij heeft te kennen gegeven dat hij in deze procedure een (aanvullend) voorschot van ten hoogste € 25.000 verzoekt, maar heeft geen afstand gedaan van het meerdere. De vraag die in dat geval moet worden beantwoord is of de rechtstitel wordt betwist. ASR heeft de aansprakelijkheid voor het [verzoeker] overkomen ongeval erkend. Volgens [verzoeker] betekent dit dat de rechtstitel niet wordt betwist. Volgens ASR is dat wel het geval, nu zij het causale verband tussen het ongeval en de gestelde schade betwist; dit verband is ook een constitutief vereiste voor het aannemen van de door [verzoeker] gestelde verplichting tot schadevergoeding. De kantonrechter moet dus de vraag beantwoorden wat in dit geval onder 'de rechtstitel' dient te worden verstaan.
2.6. Aan de literatuur over artikel 93 Rv ontleent de kantonrechter de volgende passage:
"De hoofdregel dat zaken door de kantonrechter moeten worden behandeld en beslist indien zij vorderingen betreffen met een beloop van ten hoogste € 25.000, lijdt uitzondering wanneer voldaan is aan de tenzij-clausule. Deze clausule houdt in dat vorderingen waarvan de rechtstitel het bedrag van € 25.000 te boven gaan en de rechtstitel wordt betwist, niet bij de kantonrechter thuishoren. Met rechtstitel wordt bedoeld de grondslag van de vordering (vergelijk art. 111 lid 2 sub d Rv). Het criterium van betwisting is dat indien tussen partijen geschil bestaat over de vraag of de eisende partij een groter bedrag dan zij ten processe vorderde van de gedaagde te vorderen heeft, de rechter over de gehoudenheid van de gedaagde tot betaling van het ten processe gevorderde bedrag geen uitspraak zou kunnen doen zonder over het voormelde geschilpunt een beslissing te nemen. Wanneer bijvoorbeeld een vordering uit hoofde van een aannemingsovereenkomst een totaal beloop heeft van € 50.000, maar slechts € 25.000 wordt gevorderd, wordt de zaak door de kantonrechter behandeld als de titel, de aannemingsovereenkomst, niet wordt betwist. Als dat wel het geval is, geldt de tenzij-clausule en hoort de zaak niet bij de kantonrechter thuis. De bepaling heeft de strekking te voorkomen dat de kantonrechter in een zodanig geval een beslissing zou geven, omdat deze beslissing in verband met het haar toekomende gezag van gewijsde partijen zou binden in een volgende procedure (waarin mogelijk het restant van de vordering wordt opgeëist). Om te bepalen of de rechtstitel wordt betwist, moet het verweer van gedaagde worden beoordeeld."
Deze passage is gebaseerd op een tweetal uitspraken van de Hoge Raad, die in de voetnoten worden vermeld, te weten HR 28 januari 1972 (Salome/Wolfert), NJ 1972/146, en HR 15 mei 1992 (Udo/Toby), NJ 1993/201, met noot van H.J. Snijders.
2.7. In dit deelgeschil doet zich een vergelijkbare situatie voor als in de aangehaalde tekst beschreven: de kantonrechter kan niet over het in deze procedure verzochte voorschot beslissen zonder daarmee een beslissing te nemen over de causaliteit, terwijl daarmee dan ook wordt beslist over de verschuldigdheid van de door [verzoeker] gestelde hogere schade, als die zou komen vast te staan.
2.8. Dat brengt mee dat het onderhavige deelgeschil niet behoort tot de absolute bevoegdheid van de kantonrechter. Zij zal de zaak verwijzen naar Team Handel van deze rechtbank.
3. De beslissing
De kantonrechter
3.1. verwijst de zaak naar Team Handel van deze rechtbank;
3.2. wijst partijen erop dat zij bij Team Handel vertegenwoordigd door een advocaat dienen te verschijnen;
3.3. wijst partijen erop dat Team Handel zal beslissen over de proceskosten in deze procedure, waaronder het door de kantonrechter berekende griffierecht van € 90,00 voor verzoekende partij;
3.4. wijst partijen erop dat de verzoekende partij na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd kan zijn en dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen;
3.5. wijst partijen erop dat de verwerende partij na verwijzing griffierecht verschuldigd kan zijn en dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen;
3.6. wijst erop dat van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
- een afschrift van het besluit tot toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag om een toevoeging dan wel
- een inkomensverklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand ten behoeve van vermindering van griffierechten (zonder gebruikmaking van een toevoeging).
Deze beschikking is, bij vervroeging, gegeven door mr. N.B. Verkleij en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2025.
Met dank aan mr. Frank van Toorn, asr voor het inzenden van deze uitspraak.
Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBDHA-300926