Overslaan en naar de inhoud gaan

RBGEL-130526

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBGEL-130526
 

RECHTBANK GELDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: 11889473\CV EXPL 25-2564

Vonnis van 13 mei 2026

in de zaak van

BALANS LETSELSCHADE B.V.,
gevestigd in Laag-Keppel,
eisende partij,
hierna te noemen: Balans Letselschade,
gemachtigde: mr. Z.J. Rittersma,

tegen

ALDI DEVENTER B.V.,
gevestigd in Deventer,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Aldi,
gemachtigde: mr. J.J. Mussani.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het tussenvonnis van 17 december 2025, en de daarin genoemde processtukken,

  • de akte aanvullende producties van Balans Letselschade van 27 februari 2026,

  • de mondelinge behandeling van 12 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

  • de spreekaantekeningen van Balans Letselschade en Aldi.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 26 november 2018 is [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) gevallen in een filiaal van Aldi in Groenlo. Als gevolg daarvan heeft [slachtoffer] een heupfractuur opgelopen. Op [geboortedatum] 2026 werd een volledige heupprothese geplaatst. Op 8 januari 2019 stelde mr. Rittersma, een gespecialiseerde LSA-advocaat, Aldi namens [slachtoffer] aansprakelijk voor de door haar geleden schade.

2.2. Op 25 januari 2024 is tussen [slachtoffer] en Aldi een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen, waarin zij zijn overeengekomen dat de totale schade € 12.693,01 bedraagt. Na aftrek van de reeds aan [slachtoffer] betaalde voorschotten van € 2.000,00 zal Aldi een eindbetaling doen van € 10.639,01. In de overeenkomst is verder bepaald dat de redelijke kosten van de buitengerechtelijke rechtsbijstand zoals bedoeld in artikel 6:96 BW separaat worden vergoed.

2.3. Op 22 februari 2024 factureert Balans Letselschade een bedrag van € 8.424,22 (inclusief btw) aan buitengerechtelijke incassokosten. De specificatie omvatte de werkzaamheden voor [slachtoffer] uit de periode 2019 tot en met 2024, namelijk 24,42 uren, waarvan 21,42 uur door mr. Rittersma en 3 uur door andere medewerkers.

2.4. Op 23 februari 2024 heeft GRM namens Aldi aan Balans Letselschade laten weten dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten onredelijk hoog zijn gelet op de aard en complexiteit van de zaak en de verhouding ten aanzien van het bedrag aan betaalde schadevergoeding. Zij schrijft dat het gaat om een eenvoudig dossier, waarbij de schade overzichtelijk is. Om Balans Letselschade tegemoet te komen is aangeboden om een bedrag van € 6.000,00 te betalen ter vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten.

2.5. Op 19 maart 2024 laat Balans Letselschade weten dat zij haar vordering tot betaling van het gefactureerde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten handhaaft.

2.6. Op 23 september 2024 heeft HDI namens Aldi het aanbod verhoogd naar € 6.750,00. Ook dit aanbod is door Balans Letselschade afgewezen.

2.7. Op 10 november 2025 heeft Aldi een bedrag van € 5.000,00 aan Balans Letselschade betaald.

3. Het geschil

3.1. Balans Letselschade vordert - na vermindering van eis - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad Aldi te veroordelen tot betaling van € 3.424,22, te vermeerderen met de wettelijke rente. Zij vordert daarnaast de tot 5 september 2025 berekende wettelijke rente van € 795,00 en betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 263,18, te vermeerderen met de wettelijke rente. Tot slot vordert zij dat Aldi wordt veroordeeld in de proceskosten.

3.2. Balans Letselschade legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in de periode van 2019 tot en met 2024 buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van [slachtoffer], waarvoor zij een bedrag van € 8.424,22 bij Aldi heeft gedeclareerd. Volgens Balans Letselschade voldoen deze kosten aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 BW. Het gehanteerde uurtarief en het aantal bestede uren zijn volgens haar redelijk, mede gelet op de deskundigheid van een LSA-advocaat. Omdat Aldi op 10 november 2025 een bedrag van € 5.000,00 heeft betaald, resteert nog een bedrag van € 3.424,22, conform de vordering van Balans Letselschade.

3.3. Aldi concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Balans Letselschade, met veroordeling van Balans Letselschade in de kosten van deze procedure.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. In deze procedure staat de vraag centraal in welke mate de buitengerechtelijke incassokosten door Aldi dienen te worden vergoed. Vaststaat dat Balans Letselschade in opdracht van [slachtoffer] buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht in de periode van 2019 tot en met 2024 en daarvoor kosten in rekening heeft gebracht.

4.2. De kantonrechter overweegt als volgt. Buitengerechtelijke incassokosten moeten voldoen aan de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 BW. De eerste toets houdt in dat de kosten van rechtsbijstand in de gegeven omstandigheden in redelijkheid dienen te zijn gemaakt. De tweede toets houdt in dat de kosten naar omvang en aard redelijk moeten zijn. In dat kader is onder meer van belang de aard en omvang van de schade en de complexiteit van de zaak. De verhouding die verzekeraars als zijnde redelijk hanteren, de door Aldi genoemde PIV-staffel, vormt bij de beoordeling niet het uitgangspunt, maar wel één van de factoren. Ook in eenvoudige letselschadezaken kan namelijk aanspraak bestaan op vergoeding van kosten van professionele rechtsbijstand. Dat mag er evenwel niet toe leiden dat die belangenbehartiger dit uitgangspunt aangrijpt om de professionele wederpartij op kosten te jagen door, kort gezegd, onnodig veel correspondentie te voeren. Een efficiënte tijdsbesteding die leidt tot een redelijke verhouding tussen de schadeomvang en de gedeclareerde buitengerechtelijke kosten, moet voor ogen worden gehouden.

4.3. Aan de eerste redelijkheidstoets is voldaan. Bij letselschadezaken als de onderhavige is het naar vaste rechtspraak in het algemeen redelijk dat een benadeelde zich laat bijstaan door een gespecialiseerde belangenbehartiger. Dat is tussen partijen ook niet in geschil.

4.4. Partijen twisten daarmee in het bijzonder over de tweede redelijkheidstoets, te weten de vraag of de omvang van de gedeclareerde kosten redelijk is.

4.5. Aldi stelt allereerst dat het door Balans Letselschade in rekening gebrachte uurloon buitensporig hoog is. Zij wordt daarin niet gevolgd. Een uurtarief van € 240,00 (excl. btw) in 2020 en € 265,00,- (excl. btw) in 2024 voor een advocaat gespecialiseerd op het gebied van letselschade is op zichzelf genomen niet buitensporig en wordt aldus redelijk geacht.

4.6. Aldi heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de zaak eenvoudig van aard was, dat aansprakelijkheid en causaliteit niet ter discussie stonden en dat daarom slechts een beperkte tijdsbesteding gerechtvaardigd was.

4.7. De kantonrechter overweegt als volgt. Hoewel geen procedurele discussie heeft bestaan over aansprakelijkheid en causaliteit, volgt daaruit niet automatisch dat de afwikkeling van de schade eenvoudig was of weinig tijd in beslag nam. In letselschadezaken vergt ook een minnelijke afwikkeling doorgaans afstemming over medische informatie, schadeposten en voortgang, alsmede periodiek contact met de benadeelde. Dit geldt temeer als - zoals in het onderhavige geval - sprake is van restschade.

4.8. Aldi stelt zich voorts op het standpunt dat een deel van de werkzaamheden zien op administratieve handelingen, reistijd en contactmomenten met de benadeelde en daarom niet voor volledige vergoeding, althans tegen het uurloon van Rittersma, in aanmerking komt. Dit is door Balans Letselschade gemotiveerd betwist. Zij voert aan dat geen afzonderlijke uren zijn geschreven voor het aanmaken van het dossier, maar dat dit ziet op het intakebezoek aan [slachtoffer], waarbij slechts een deel van de reistijd (de helft) in rekening is gebracht. De vermelding 'dossier aanmaken' berust volgens haar op een administratieve registratiekwestie. Voorts is toegelicht dat waar mogelijk met kleinere tijdseenheden is gewerkt en dat geen onderscheid wordt gemaakt tussen administratieve en inhoudelijke werkzaamheden, nu het gehanteerde uurtarief de integrale dienstverlening betreft.

4.9. Overwogen wordt dat dergelijke werkzaamheden naar hun aard deel uitmaken van de gebruikelijke buitengerechtelijke belangenbehartiging in letselschadezaken. Onvoldoende is gebleken dat deze werkzaamheden onnodig of bovenmatig zijn verricht of niet in redelijke verhouding staan tot de aard en omvang van de zaak. Uit het overgelegde werkoverzicht blijkt niet van buitensporige of ongebruikelijke werkzaamheden. Zichtbaar is ook dat niet alle aan de zaak bestede uren zijn gedeclareerd.

4.10. Voorts volgt de kantonrechter Aldi niet in haar standpunt dat sprake is van een onevenredige verhouding tussen de kosten en de schadevergoeding. De enkele omstandigheid dat de kosten een aanzienlijk deel van de schadevergoeding uitmaken, maakt deze nog niet onredelijk. Gelet op de duur van de buitengerechtelijke afwikkeling en de aard van de werkzaamheden is de omvang van de kosten voldoende verklaarbaar en proportioneel.

4.11. De stelling van Aldi dat de PIV-staffel tot een aanzienlijk lager bedrag zou leiden en daarom richtinggevend moet zijn, wordt eveneens verworpen. De PIV-staffel heeft geen bindende werking en houdt geen rekening met de concrete werkwijze, specialisatie en omstandigheden van de individuele belangenbehartiger en benadeelde. Daaraan komt in het licht van de dubbele redelijkheidstoets slechts beperkte betekenis toe.

4.12. Uit het voorgaande volgt dat de door Balans Letselschade verrichte werkzaamheden, zowel naar aard als omvang, als redelijk in de zin van artikel 6:96 BW moeten worden aangemerkt. De gedeclareerde kosten van € 8.424,22 komen derhalve volledig voor vergoeding in aanmerking. Nu Aldi reeds een bedrag van € 5.000,00 heeft voldaan, resteert een toewijsbaar bedrag van € 3.424,22.

4.13. Balans Letselschade maakt aanspraak op vergoeding van reeds verschenen wettelijke rente (€ 795,00). Die vordering zal worden afgewezen nu Aldi, op 10 november 2025 een bedrag van € 5.000,00 op de vordering heeft betaald. Balans Letselschade heeft met de berekening van haar gevorderde rentebedrag geen rekening gehouden met de betaling van Aldi. De vordering tot betaling van de wettelijke rente zal dan ook worden toegewezen vanaf de datum van verzuim. Dat betekent het volgende. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen over een bedrag van € 8.424,22 vanaf 24 maart 2024 tot 10 november 2025 en vanaf 10 november 2025 wordt de wettelijke rente toegewezen over een bedrag van € 3.424,22 tot de dag van volledige betaling.

4.14. Balans Letselschade vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 263,18 in het kader van deze procedure. Balans Letselschade verwijst naar de als productie 8 door haar overgelegde declaratie van 21 augustus 2025.

4.15. Aldi voert aan dat de gevorderde € 263,18 aan buitengerechtelijke incassokosten niet voor vergoeding in aanmerking komt. Volgens Aldi blijkt uit de declaratiespecificatie dat deze kosten uitsluitend betrekking hebben op e-mailcorrespondentie over de betwisting van de oorspronkelijke factuur van € 8.424,22. Deze werkzaamheden houden verband met een geschil dat heeft geleid tot de onderhavige procedure. Aldus betreft het volgens Aldi kosten ter voorbereiding van gedingstukken en instructie van de zaak als bedoeld in artikel 241 Rv, zodat deze moeten worden aangemerkt als proceskosten in de zin van artikel 237 Rv.

4.16. Overwogen wordt dat uit de declaratie van 21 augustus 2025 volgt dat de werkzaamheden van 23 februari 2024, 14 juni 2024, 12 en 23 september 2024 door Balans Letselschade zijn verricht om betaling van de nog verschuldigde buitengerechtelijke werkzaamheden, die zijn verricht ten behoeve van [slachtoffer], te verkrijgen. Deze werkzaamheden hebben plaatsgevonden vóór het uitbrengen van de dagvaarding en waren aldus niet gericht op de inhoudelijke voorbereiding van de procedure zelf, maar op de gebruikelijke minnelijke incasso van een nog verschuldigde geldsom. Daaruit volgt dat deze werkzaamheden hun buitengerechtelijke karakter niet hebben verloren door het enkele feit dat uiteindelijk een procedure is gestart. De gevorderde kosten kunnen derhalve worden aangemerkt als buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet vervolgens worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 263,18 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarding en afgewezen voor zover die rente vanaf een eerdere datum is gevorderd, omdat niet is gesteld of gebleken dat Balans Letselschade deze schade (kosten) per een eerdere datum heeft geleden.

4.17. Aldi is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Balans Letselschade worden begroot op:

   
- kosten van de dagvaarding|€ 119,40
- griffierecht|€ 543,00
- salaris gemachtigde|€ 720,00 (2 punten × € 360,00)
- nakosten|€ 144,00 (plus de kosten van betekening
 |zoals vermeld in de beslissing)
Totaal|€ 1.526,40

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. veroordeelt Aldi om aan Balans Letselschade te betalen een bedrag van € 3.424,22, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW: over een bedrag van € 8.424,22 over de periode van 24 maart 2024, tot 10 november 2025, over een bedrag van € 3.424,22 met ingang van 10 november 2025 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Aldi om aan Balans Letselschade te betalen een bedrag van € 263,18 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt Aldi in de proceskosten van € 1.526,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Aldi niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026. (LL)

 

Met dank aan mr. Z.J. Rittersma, Balans Letselschade Advocaten, voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBGEL-130526