RBGEL-190526
- Meer over dit onderwerp:
Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBGEL-190526
Beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer/rekestnummer: 12093091 \ AZ VERZ 26-4
Beschikking van 19 mei 2026
in de zaak van
[VERZOEKER],
te [woonplaats], verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. S.B.W. du Plessis,
tegen
1. TIELS SCHOONMAAKBEDRIJF B.V.,
te Tiel,
hierna te noemen: TSB,
gemachtigde: mr. M.H. Meij,
2. ESBRO B.V.,
te Wehl,
hierna te noemen: Esbro,
gemachtigde: mr. J. Kruijswijk Jansen,
3. HDI GLOBAL S.E.,
te Rotterdam,
hierna te noemen: HDI,
gemachtigde: mr. J. Kruijswijk Jansen,
verwerende partijen.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties
- de e-mail van mr. Du Plessis van 20 februari 2026 met productie
- het verweerschrift van TSB met producties
- het verweerschrift van Esbro en HDI met producties
- de mondelinge behandeling van 13 april 2026, waar door mr. Du Plessis en mr. Meij spreekaantekeningen zijn voorgedragen en door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de per e-mail van mr. Du Plessis van 2 mei 2026 overgelegde factuur van de tolk.
1.2. De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1. Op 1 oktober 2024 is [verzoeker] op basis van een uitzendovereenkomst fase A in dienst getreden bij Maestro Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: Maestro).
2.2. Op 1 oktober 2024 hebben Maestro en [verzoeker] een uitzendovereenkomst ondertekend, waarin staat dat Maestro [verzoeker] per diezelfde datum ter beschikking stelt aan een inlener, te weten: "Esbro (TSB)".
2.3. TSB verricht in opdracht van Esbro schoonmaakwerkzaamheden bij Esbro. De schoonmaakwerkzaamheden bestaan onder meer uit het reinigen van grote vleesverwerkende machines met behulp van hogedrukreinigers.
2.4. Esbro is een pluimveeslachterij waar overdag kippen worden geslacht. Van 22.00 uur tot ongeveer 5.00 uur verricht TSB vervolgens schoonmaakwerkzaamheden in de slachterij.
2.5. In de in 2023 door TSB voor Esbro opgestelde Risico Inventarisatie & Evaluatie (hierna: de RI&E) is - voor zover van belang - het volgende opgenomen: "In principe worden de productiemiddelen alleen schoongemaakt in stilstand. Alleen medewerkers die instructie hebben gehad mogen de productiemiddelen in schoonmaakstand schoonmaken. (...)"
2.6. Op 18 april 2024 was [verzoeker] als schoonmaker aan het werk in de pluimveeslachterij van Esbro. Tijdens het uitvoeren van de schoonmaakwerkzaamheden is [verzoeker] een ongeval overkomen, waarbij hij met zijn linkerhand in een fileermachine is terechtgekomen. Hij heeft daarbij letsel aan zijn linkerhand opgelopen. De fileermachine draaide ten tijde van het uitvoeren van de schoonmaakwerkzaamheden in de schoonmaakstand.
3. Het verzoek en het verweer
3.1. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv):
I. voor recht te verklaren dat [verzoeker] tijdens het verrichten van zijn werkzaamheden schade heeft geleden en dat Esbro en TSB daarvoor aansprakelijk zijn op grond van het bepaalde in artikel 7:658 BW en/of artikel 7:658 lid 4 BW en Esbro en/of TSB en/of HDI (hoofdelijk) gehouden zijn de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade aan [verzoeker] te vergoeden;
II. de kosten van het deelgeschil te begroten, met (hoofdelijke) en uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Esbro en/of TSB en/of HDI om deze kosten binnen veertien dagen te voldoen en voor recht te verklaren dat de wettelijke rente zonder aanzegging verschuldigd zal zijn als niet binnen deze termijn is betaald.
3.2. Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. [verzoeker] stelt primair dat TSB en/of Esbro op grond van artikel 7:658 lid 2 BW aansprakelijk zijn voor de door hem ten gevolge van het arbeidsongeval geleden schade, omdat zij in strijd met de op hen rustende zorgplicht hebben gehandeld. Subsidiair stelt [verzoeker] dat TSB en/of Esbro op grond van 7:658 lid 4 BW voor de door hem geleden schade aansprakelijk kan worden gehouden. HDI is de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraar van Esbro en wordt aangesproken op grond van artikel 7:954 BW.
3.3. TSB voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, dan wel tot afwijzing van de verzoeken van [verzoeker], met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van deze procedure.
3.4. Esbro en HDI voeren verweer en verzoeken de kantonrechter zich onbevoegd te verklaren, dan wel [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren, althans zijn verzoeken af te wijzen.
3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Geschikt voor deelgeschil
4.1. [verzoeker] heeft zich tot de kantonrechter gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. De kantonrechter moet beoordelen of er sprake is van schade die wordt geleden door dood of letsel. Ook moet de kantonrechter beoordelen of sprake is van een geschil omtrent een deel van wat partijen verdeeld houdt.
4.2. De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over schade als gevolg van dood of letsel in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een minnelijke regeling te bevorderen. In verband hiermee moet de kantonrechter eerst beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Als dit onvoldoende het geval is, moet het verzoek worden afgewezen (artikel 1019z Rv).
4.3. In dit geval verschillen partijen - kort gezegd - van mening over de aansprakelijkheid. Met een oordeel hierover kan de ontstane impasse tussen partijen worden doorbroken en kunnen de onderhandelingen in principe worden voortgezet, zodat dit verzoek in deelgeschil kan worden behandeld.
4.4. Verweerders stellen zich op het standpunt dat onduidelijkheid bestaat over de toedracht van het ongeval en voeren aan dat de zaak daarom niet geschikt is voor een deelgeschil. De kantonrechter zal het verzoek toch behandelen, omdat de toedracht voldoende vaststaat, zoals hierna zal blijken.
Inhoudelijke beoordeling
4.5. Niet in geschil is dat [verzoeker] tijdens het uitvoeren van de aan hem opgedragen schoonmaakwerkzaamheden met zijn linkerhand in een fileermachine is terecht gekomen en als gevolg daarvan letsel heeft opgelopen.
4.6. Op grond van artikel 7:658 lid 2 BW is de werkgever aansprakelijk voor de schade die [verzoeker] daardoor heeft geleden, tenzij de werkgever aantoont dat hij heeft voldaan aan zijn zorgplicht of de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van [verzoeker].
4.7. Vaststaat dat [verzoeker] met Maestro een arbeidsovereenkomst heeft gesloten, zodat Maestro de werkgever van [verzoeker] is. Dit maakt dat zowel ten aanzien van Esbro als ten aanzien van TSB van aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 lid 2 BW geen sprake kan zijn.
4.7.1 [verzoeker] stelt subsidiair dat TSB en Esbro aansprakelijk zijn op grond van artikel 7:658 lid 4 BW. Esbro betwist dat zij aansprakelijk is op grond van lid 4 BW en stelt daartoe dat niet zij, maar TSB de inlenende partij is.
4.8. In artikel 7:658 lid 4 BW is bepaald dat degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk is voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. Dit betekent dat aan de hand van de feitelijke omstandigheden van het geval moet worden beoordeeld bij wie [verzoeker] tewerk is gesteld en of diegene onder het bereik van artikel 7:658 lid 4 BW valt. Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting is voldoende komen vast te staan dat [verzoeker] de schoonmaakwerkzaamheden heeft verricht in het kader van de uitoefening van het schoonmaakbedrijf van TSB. TSB verricht specialistische schoonmaakwerkzaamheden die zij volledig onder eigen regie uitvoert. In dit geval zijn die schoonmaakwerkzaamheden feitelijk uitgevoerd bij de kippenslachterij van Esbro, maar dat maakt Esbro niet de inlener. Door Esbro is voldoende gesteld en onderbouwd dat zij niet bij de uitvoering van de schoonmaakwerkzaamheden betrokken is. TSB voert de werkzaamheden uit tussen 22:00 uur 's avonds en 5:00 uur 's ochtends, nadat al het personeel van Esbro is vertrokken. Dit doet TSB geheel zelfstandig met haar eigen personeel. Daarbij maakt TSB gebruik van haar eigen schoonmaakmaterialen, beschermingsmiddelen en hanteert zij haar eigen werkprocessen. De conclusie is dat de werkzaamheden die [verzoeker] heeft verricht, feitelijk tot de bedrijfsuitoefening van TSB behoren. Daarnaast is vast komen te staan dat [verzoeker] voor de zorg voor zijn veiligheid afhankelijk was van TSB. TSB bepaalt de werkomstandigheden waaronder de schoonwerkzaamheden worden verricht en heeft zodoende invloed op de daarmee gepaard gaande veiligheidsrisico's. Dit alles maakt dat TSB als inlener te gelden heeft waarop artikel 7:658 lid 4 BW van toepassing is.
4.9. De conclusie is dat van aansprakelijkheid van Esbro op basis van artikel 7:658 BW geen sprake is. De verzoeken tegen Esbro en HDI worden daarom afgewezen.
4.10. TSB is als inlener aansprakelijk voor de door [verzoeker] geleden schade, tenzij zij aantoont dat zij heeft voldaan aan haar zorgplicht of de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van [verzoeker].
4.11. De stelplicht en bewijslast ten aanzien van het al dan niet nakomen van de zorgplicht rusten op TSB.
4.12. Weliswaar is met de zorgplicht van de werkgever/inlener niet beoogd een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van arbeidsongevallen, ook niet ten aanzien van werknemers wier werkzaamheden bijzondere risico's van ongevallen meebrengen, maar gelet op de ruime strekking van de zorgplicht kan niet snel worden aangenomen dat de werkgever/inlener daaraan heeft voldaan en niet aansprakelijk is voor door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade (Hoge Raad 12 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3129). Artikel 7:658 lid 1 BW vereist een hoog veiligheidsniveau van de betrokken werkruimte, werktuigen en gereedschappen, alsmede van de organisatie van de betrokken werkzaamheden. Ook dient de werkgever/inlener het op de omstandigheden van het geval toegesneden toezicht te houden op behoorlijke naleving van de door hem gegeven instructies. Het gaat erom of de werkgever/inlener voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen heeft getroffen en aanwijzingen heeft gegeven als - in verband met de aard van de arbeid - redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.
4.12.1. TSB stelt dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan en voert daartoe het volgende aan. Er is binnen het bedrijf sprake van een bovengemiddelde focus op veiligheid. Zij is in het bezit van een geactualiseerde RI&E en er bestaat voor alle (gevaarzettende) machines een "beschrijving activiteit". Verder worden er periodieke toolboxmeetings gehouden met de objectleider en vinden er periodiek risico-inventarisaties plaats met de opdrachtgever. TSB beschikt over een op haar schoonmaakmedewerkers toegespitste werkinstructie en een arbo-beleidsplan. Daarnaast worden alle werknemers, en dus ook [verzoeker], zorgvuldig geïnstrueerd over de veiligheidsregels op de werkvloer. Belangrijk is dat 1 meter afstand moet worden gehouden tot de machines, dat de machine niet met de handen mag worden aangeraakt en dat er geen vlees uit de machines mag worden gepakt. In de tweede helft van het jaar 2023 zijn alle medewerkers van de fileerlijnen bijeen geroepen en zijn deze veiligheidsinstructies herhaald. Bij indiensttreding ontvangt iedere medewerker van TSB een veiligheidsreglement, een basisinstructie, de noodzakelijke persoonlijke beschermingsmiddelen en een introductietraining. Bij cursussen/trainingen zijn altijd tolken aanwezig en de veiligheidsinstructies zijn vertaald in meerdere talen. Nieuwe medewerkers worden bovendien gedegen ingewerkt. Pas nadat zij de nodige ervaring hebben opgedaan, worden zij ingezet op schoonwerkzaamheden bij units met draaiende delen. Het personeel wordt permanent geschoold en permanent gewezen - en aangesproken op de in acht te nemen veiligheidsmaatregelen en er wordt opgetreden tegen medewerkers die in strijd met de veiligheidsvoorschriften handelen. Als [verzoeker] zich aan de veiligheidsinstructies had gehouden, dan was het ongeval niet gebeurd, aldus TSB.
4.12.2. [verzoeker] heeft een en ander gemotiveerd weersproken. Hij betwist dat hij zorgvuldig is geïnstrueerd. Bij indiensttreding heeft [verzoeker] één in zijn eigen taal opgesteld document gekregen. Dit betrof een werkinstructie, bestaande uit één A4 papier met daarop een aantal pictogrammen, een paar onduidelijke zinnen en een paar onduidelijke foto's. De rest van de documenten (te weten een Formulier start nieuwe medewerker Food, een Veiligheidsreglement en een Formulier persoonlijke beschermingsmiddelen) die hij heeft moeten ondertekenen, zijn in het Nederlands opgesteld. [verzoeker] is de Nederlandse taal niet machtig en heeft van de inhoud daarvan geen kennis kunnen nemen. TSB verwijst naar toolboxmeetings, maar de laatste toolboxmeeting is op 3 mei 2024 geweest. Op dat moment werkte [verzoeker] nog niet bij TSB. Hetzelfde geldt voor het informeren van de werknemers over de werkinstructies in 2023. [verzoeker] is evenmin gedegen ingewerkt. Hij heeft één dag meegelopen met een directe collega. Die heeft niet met [verzoeker] over veiligheidsrisico's en of veiligheidsmaatregelen gesproken. Er is niet gepraat over het houden van afstand tot de machines. Na die ene meeloopdag moest [verzoeker] de werkzaamheden al zelfstandig gaan uitvoeren. De conclusie is dat hij nimmer in eigen taal begrijpelijke instructies heeft gekregen hoe om te gaan met de machines en hoeveel afstand hij in acht moest nemen tot de machines tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Er is evenmin voldoende toezicht gehouden op naleving van de veiligheidsmaatregelen. TSB is aldus tekort geschoten in de op haar rustende zorgplicht.
4.12.3. Het lag na deze gemotiveerde betwisting op de weg van TSB om haar stelling dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan, nader te onderbouwen. Daarin is zij niet geslaagd. Het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden in een hal met industriële elektrische installaties kan op zichzelf al gevaarlijke situaties met zich meebrengen. Dit geldt in nog grotere mate op het moment dat die installaties worden schoongemaakt terwijl deze in de schoonmaakstand draaien. Dit risico is onderkend in de op de locatie Esbro toegespitste RI&E van TSB. Daarin is als uitgangspunt opgenomen dat machines alleen worden schoongemaakt als zij stilstaan. Alleen medewerkers die instructie hebben gehad mogen de machines schoonmaken, terwijl zij in de schoonmaakstand draaien. Op TSB rustte dan ook een expliciete instructieplicht ten aanzien van het schoonmaken van de in de schoonmaakstand draaiende fileermachine. TSB heeft niet onderbouwd dat zij daaraan heeft voldaan.
4.13. Het grootste gedeelte van de informatie die bij indiensttreding aan [verzoeker] is verstrekt, is opgesteld in het Nederlands. [verzoeker] is de Nederlandse taal niet machtig. Dat hij die informatie niet begrijpt, is een omstandigheid die voor rekening en risico van TSB dient te komen. Zij kiest er immers voor om een Syrische werknemer in dienst te nemen en hem te laten werken bij een draaiende machine, zodat een taalbarrière niet aan die werknemer mag worden tegengeworpen. Zeker niet nu het gaat om waarschuwings- en instructieverplichtingen die op TSB rusten in het kader van haar zorgplicht. De werkinstructie die wel aan [verzoeker] in zijn eigen taal is verstrekt, omvat niet meer dan één A4- tje met een aantal pictogrammen, wat steekwoorden en twee onduidelijke foto's. Er staat weliswaar de zin "1 meter afstand" op vermeld, maar die zin is zonder verdere uitleg onvoldoende om te kunnen dienen als onderbouwing van de stelling dat TSB aan de op haar rustende instructieplicht voor het schoonmaken van een in de schoonmaakstand draaiende fileermachine heeft voldaan.
4.14. TSB heeft ter zitting verklaard dat zij "ervan uitgaat" dat degene die [verzoeker] heeft ingewerkt, hem in zijn eigen taal de veiligheidsinformatie heeft doorgegeven en dat dit "ongetwijfeld zo zal zijn gegaan", maar na de betwisting door [verzoeker] had TSB haar stellingen op dit punt van een onderbouwing moeten voorzien. Dit heeft zij niet gedaan. De conclusie is dat niet is vast komen te staan dat [verzoeker] zorgvuldig is geïnstrueerd over de veiligheidsrisico's die gepaard gaan met het schoonmaken van een fileermachine die in de schoonmaakstand draait.
4.15. Voor zover TSB heeft gesteld dat de hand van [verzoeker] in de machine terecht is gekomen, doordat hij kipresten uit de machine heeft willen halen, geldt dat die stelling is weersproken en daartegenover niet door TSB is onderbouwd, zodat daaraan om die reden voorbij moet worden gegaan.
4.16. De conclusie is dat TSB tekort is geschoten in haar zorgplicht. Nu de schade niet het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van [verzoeker], leidt het voorgaande tot de slotsom dat TSB aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] als gevolg van het ongeval geleden heeft, lijdt en nog zal lijden. De gevorderde verklaring voor recht is in zoverre toewijsbaar.
Kosten deelgeschil
4.17. De kantonrechter moet op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure begroten. Dat geldt ook als een verzoek in deelgeschil gedeeltelijk wordt afgewezen. Alleen als de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, hoeven de kosten van de procedure niet te worden begroot. Van deze laatste situatie is in dit geval geen sprake.
4.18. Bij de begroting van de kosten moet de kantonrechter de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) in aanmerking nemen. Daarbij moet de kantonrechter de dubbele redelijkheidstoets hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn.
4.19. [verzoeker] maakt aanspraak op € 8.745,28 inclusief btw, te vermeerderen met het griffierecht. Uit de overgelegde specificatie blijkt dat dit bedrag is gebaseerd op 29,5 uur á € 245,00 inclusief kantoorkosten, exclusief 21% btw. De hoogte van het uurloon wordt door de kantonrechter redelijk geacht. Op dit punt is ook geen verweer gevoerd. Met betrekking tot de omvang van de bestede tijd is wel verweer gevoerd. Een urenaantal van 29,5 wordt door verweerders bovenmatig geacht. Deze zaak betreft een voor wat betreft de omvang en complexiteit ervan relatief overzichtelijk deelgeschil. Naar het oordeel van de kantonrechter rechtvaardigt dit bij het specialistentarief van € 245,00 niet een tijdsbesteding van 29,5 uren. Al met al wordt een totale tijdbesteding van 22 uur redelijk geacht. Dat betekent dat de kosten van het deelgeschil zullen worden begroot op € 6.521,90 (22 uur x € 245,00 vermeerderd met 21% btw). Verder maakt [verzoeker] aanspraak op de kosten voor een tolk voor (het voorbereiden van) de zitting. Daartegen is door verweerders geen verweer gevoerd. Na afloop van de mondelinge behandeling is de factuur van de tolk overgelegd. Het gefactureerde bedrag van € 531,58 inclusief btw wordt redelijk geacht. Ten slotte zal een bedrag van € 93,00 aan griffierecht in aanmerking worden genomen, zodat het totaal aan kosten voor het deelgeschil uitkomt op een bedrag van € 7.146,48. TSB zal tot betaling daarvan aan [verzoeker] worden veroordeeld. Aangezien de aansprakelijkheid van Esbro niet is komen vast te staan, is de verzochte veroordeling van Esbro en HDI tot voldoening van deze kosten niet toewijsbaar.
4.20. TSB dient de kosten binnen veertien dagen na deze beschikking te voldoen aan de gemachtigde van [verzoeker]. De rente over de kosten wordt toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van deze beschikking.
4.21. De kantonrechter zal de veroordeling van TSB tot betaling van de kosten niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals [verzoeker] vraagt, omdat niet rechtstreeks tegen een beschikking in een deelgeschilprocedure kan worden opgekomen. Dit volgt uit artikel 1019bb Rv.
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1. verklaart voor recht dat [verzoeker] tijdens het verrichten van de werkzaamheden schade heeft geleden en dat TSB daarvoor aansprakelijk is op grond van het bepaalde in artikel 7:658 lid 4 BW en dat TSB gehouden is de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade aan [verzoeker] te vergoeden,
5.2. begroot de kosten van dit deelgeschil op € 7.053,48 inclusief btw, te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 93,00,
5.3. veroordeelt TSB om de onder 5.2. genoemde bedragen binnen 14 dagen na deze beschikking te betalen door overmaking op rekening (bankrekening)te name van Du Plessis Letselschade en te vermeerderen met de wettelijke rente als voormelde bedragen niet binnen deze termijn zijn betaald,
5.4. wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.M.C. Boesberg en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.
(mk)
Met dank aan mw. mr. Susan du Plessis, Du Plessis Letselschade voor het inzenden van deze uitspraak.
Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBGEL-190526