Overslaan en naar de inhoud gaan

RBMNE-110326

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBMNE-110326

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Civiel recht

Zittingsplaats Utrecht

Zaaknummer/rekestnummer: C/16/604205/HA RK 25-224

Beschikking van 11 maart 2026

in de zaak van

[verzoekster], in haar hoedanigheid van ouder en wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [dochter],
wonende te Utrecht,
verzoekster,
hierna respectievelijk te noemen: [verzoekster] en [dochter]
advocaat: mr. M.G.F. de Graaff-Bosch.

tegen

1. STICHTING AMERPOORT-SHERPA,
gevestigd te Baarn,
2. ASR SCHADEVERZEKERING NV,
gevestigd te Utrecht,
verweersters,
hierna afzonderlijk te noemen: Amerpoort en ASR,
en gezamenlijk te noemen: ASR c.s.,
advocaat: mr. F.W. Vergonet.

1. De procedure

1.1.
1.2. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met 5 producties, ingekomen op 16 december 2026;
- de brief van de griffier van 2 januari 2026;
- de e-mail met bijlage van de advocaat van ASR c.s. van 14 januari 2026;
- de e-mail van de advocaat van ASR c.s. van 9 februari 2026;
- de e-mail van de advocaat van [verzoekster] van 16 februari 2026.

Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden, omdat de opgeroepen wederpartij schriftelijk heeft meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek.

1.3. Ten slotte is bepaald dat een uitspraak zal worden gedaan.

2. De kern van de zaak

2.1. Tijdens een bezoek van een medewerkster van Amerpoort heeft [dochter] een kop hete thee over zich heen gekregen. Daarbij heeft [dochter] brandwonden opgelopen. Volgens [verzoekster] heeft de medewerkster haar kop thee omgestoten. Zij heeft daarom Amerpoort aansprakelijk gesteld. ASR heeft als aansprakelijkheidsverzekeraar van Amerpoort de aansprakelijkheid afgewezen.

2.2. Partijen verschillen van mening over de toedracht van het ongeval. Om daarover duidelijkheid te krijgen vraagt [verzoekster] - als wettelijk vertegenwoordiger van [dochter] - een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. De rechtbank wijst het verzoek toe.

3. De beoordeling

Wat de rechtbank moet beoordelen

3.1. Uitgangspunt is dat de rechtbank een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen toewijst indien verzoeker door het getuigenverhoor zekerheid of duidelijkheid wil krijgen over feiten en omstandigheden die voor de beslissing van een geschil van belang kunnen zijn dan wel daarmee (beter) inzicht wil krijgen of het beginnen van (of doorgaan met) een rechtszaak over het geschil wenselijk is.

3.2. De rechter moet het verzoek afwijzen als zich een of meer van de volgende redenen voordoen: (1)
a. de informatie die verlangd wordt is niet voldoende bepaald;
b. er is onvoldoende belang bij een voorlopig getuigenverhoor;
c. het verzoek is in strijd met de eisen van een goede procesorde;
d. de bevoegdheid om een voorlopig getuigenverhoor te verzoeken, wordt misbruikt;
e. er bestaat een ander belangrijk bezwaar tegen het houden van een voorlopig getuigenverhoor.

De rechtbank wijst het verzoek toe

3.3. [verzoekster] heeft goed uitgelegd waarom het voorlopig getuigenverhoor nodig is. ASR c.s. heeft er geen bezwaar tegen gemaakt. Voor de rechtbank zijn er ook geen redenen om het verzoek van [verzoekster] niet toe te staan.

3.4. ASR c.s. heeft wel bezwaar gemaakt tegen 2 van de door [verzoekster] genoemde getuigen. Deze getuigen, medewerkers van Amerpoort, waren niet bij het ongeval aanwezig, maar hebben meegereisd met [dochter] en haar ouders naar het Brandwondencentrum en hebben daar (vanwege de taalbarrière van de ouders) tegenover de zorgverleners verklaringen afgelegd over onder andere de toedracht van het ongeval. Volgens ASR c.s. hebben de medewerkers het ongeval niet waargenomen en kunnen hun verklaring niet als bewijs dienen. Volgens [verzoekster] kunnen de medewerkers wel verklaren over de verklaringen die door haar en de vader van de [dochter] zijn afgelegd tegen de zorgverleners. De rechtbank passeert het bezwaar van ASR c.s. Van belang is dat de opgeroepen getuigen uit eigen wetenschap iets relevants kunnen verklaren over de feiten. Onder 'uit eigen wetenschap' valt ook wat de getuige heeft horen zeggen. Genoegzaam is gebleken dat de twee medewerkers van Amerpoort iets relevants kunnen zeggen over wat zij hebben horen zeggen over de toedracht van het ongeval.

3.5. Het voorgaande betekent dat de rechtbank in deze uitspraak het gevraagde voorlopig getuigenverhoor zal bevelen.

Slotoverwegingen

3.6. De rechtbank geeft aan de advocaat van [verzoekster] mee dat bij het tijdstip van oproeping van de getuigen rekening wordt gehouden met de te verwachten duur van het verhoor per getuige en de nader te noemen beschikbare zittingstijd, waarbij als leidraad kan worden aangehouden dat doorgaans het verhoor van een partijgetuige 90 minuten en van een andere getuige 60 minuten duurt.

3.7. Partijen wordt verzocht uiterlijk twee weken voor de zittingsdatum aan de nader aan te wijzen rechter-commissaris en aan de advocaat van de wederpartij toe te zenden (afschriften van) de bescheiden waarvan kennisneming voor de rechter-commissaris van belang is.

3.8. Aangezien door de griffier aan ASR c.s. een afschrift van deze beschikking wordt toegezonden, is [verzoekster] niet gehouden een afschrift van deze beschikking toe te zenden. (2)

4. De beslissing

De rechtbank:

4.1. beveelt een voorlopig getuigenverhoor;

4.2. bepaalt dat het getuigenverhoor wordt gehouden door een nader aan te wijzen rechter-commissaris;

4.3. bepaalt dat het verhoor wordt gehouden in één van de gebouwen van deze rechtbank;

4.4. bepaalt dat [verzoekster] binnen twee weken na de datum van deze beschikking schriftelijk aan de rechtbank - ter attentie van de griffie (t.a.v. de zittingsplanner) - de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden april tot en met augustus moet opgeven waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;

4.5. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. O.P. van Tricht en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.

(1) Artikel 196 lid 2 Rv.
(2) Ex artikel 198 lid 2 Rv.


Met dank aan mw. mr. M.G.F. (Babette) de Graaff-Bosch, BAEN Advocatuur voor het inzenden van deze uitspraak.

Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBMNE-110326