Overslaan en naar de inhoud gaan

RBGEL 090726 dumbbell op gezicht bij leg-raise oefening; fysiotherapie-praktijk aansprakelijk; 50% ES; geen bill. corr.

RBGEL 090726 dumbbell op gezicht bij leg-raise oefening; fysiotherapie-praktijk aansprakelijk; 50% ES; geen bill. corr.
- begroot conform verzoek, 25 uur x (gemiddeld) € 216,29 + 21% = € 6534; geen korting vanwege ES nu dat juist de inzet was van de procedure
 

2De feiten

2.1.

Medi Fit is een onderneming die een fysiotherapiepraktijk exploiteert en daarnaast medische fitness aanbiedt, waaronder personal trainingen.

2.2.

[de verzoeker] is in 2022 klant geworden bij Medi Fit. Zij sportte zowel zelfstandig als onder begeleiding van de heer [de personal trainer] (hierna: [de personal trainer] ), personal trainer bij Medi Fit.

2.3.

Op 12 februari 2025 heeft [de verzoeker] bij een leg-raise oefening tijdens een persoonlijke trainingssessie onder begeleiding van [de personal trainer] een dumbbell op haar gezicht en borst gekregen waardoor zij letsel heeft opgelopen.

2.4.

Op 6 mei 2025 heeft de advocaat van [de verzoeker] aan Medi Fit bericht (productie 2 van [de verzoeker] ) dat de leg-raise oefening onveilig was en dat [de verzoeker] inadequaat werd begeleid. Namens [de verzoeker] is gesteld dat [de personal trainer] niet aan zijn zorgplicht als personal trainer heeft voldaan door [de verzoeker] de oefening te laten uitvoeren en door niet (tijdig) in te grijpen ter voorkoming van gevaar. Medegedeeld is dat [de verzoeker] zwaar gewond is geraakt door het ongeval, als gevolg waarvan zij vier tanden verloor, een hersenschudding en borstletsel opliep, neurologische klachten ontwikkelde en rolstoelafhankelijk is geworden. De advocaat van [de verzoeker] stelt zich op het standpunt dat Medi Fit aansprakelijk is voor alle schade die [de verzoeker] als gevolg van het ongeval op 12 februari 2025 heeft geleden en nog zal lijden.

2.5.

De Goudse heeft vervolgens als verzekeringsmaatschappij van Medi Fit opdracht gegeven aan [expertisebureau] om onderzoek te doen naar de toedracht van het ongeval op 12 februari 2025 en de letselschade in kaart te brengen.

2.6.

Op 3 juni 2025 heeft [de verzoeker] een vragenlijst van [expertisebureau] ingevuld (productie 6 van [de verzoeker] ). Daarin heeft zij op hierna volgende vragen het volgende geantwoord:

“1. Wat gebeurde er op 12 februari 2025?

Ik had mijn wekelijkse PT sessie met [de personal trainer] ( [de personal trainer] , rb). In de tweede of derde ronde van de set met oefeningen die we uitvoerden, viel er een dumbell van 3 kilo op mijn hoofd tijdens leg raises. Direct zichtbaar was de zware verwonding aan mijn gebit. Ik ben toen door [de personal trainer] en [de praktijkeigenaar] (praktijkeigenaar) naar een andere ruimte begeleid, om daar tot rust te komen. Mijn gebit was er echter slecht aan toe en dus heb ik zelf direct de tandarts gebeld. Daar kon ik direct terecht (snelheid was geboden) en ben ik vervolgens zonder begeleiding naartoe vertrokken. Begeleiding werd niet aangeboden en “ze hebben me gewoon laten gaan”.

(…)

3. Sinds wanneer ben u bekend bij Medi Fit?

November of december 2022

4. Hoe lang komt u bij Medi Fit en voor welke sportlessen? Doet u ook aan wedstrijdsport en zo ja welke?

Elke week een uurtje voor PT, op woensdag om 09.00 uur. Af en toe ben ik zelf in de fitness. Ik doe niet aan wedstrijdsport.

5. Bij welke oefening ging het mis?

Leg raises, waarbij je plat op de grond ligt en je benen naar boven beweegt voor het trainen van je buikspieren.

6. Heeft u deze oefening vaker gedaan?

Zonder gewicht talloze keren, met gewicht zelden (op één hand te tellen).

7. Welke instructies hebt u gekregen, wanneer, hoe vaak en van wie?

Instructies gekregen van [de personal trainer] , voorafgaand aan de set met +- 3 oefeningen. Hij deed het voor. Ik kreeg instructie om de leg raises uit te voeren en een ijzeren dumbell van 3 kilo tussen mijn voeten te klemmen. Omdat we de oefening zelf eindeloze keren hebben gedaan (zonder gewicht) was er weinig context.

8. Welke ervaring heeft u met fitness en fitness apparaten?

Zeer ervaren. Ik sport al wel 15 jaar in de sportschool en inmiddels al 3 jaar onder begeleiding van [de personal trainer] .

(…)

11. Wie hield er toezicht op de doen van de oefening en op welke wijze?

[de personal trainer] staat er altijd naast om toezicht te houden. Soms geeft hij tips over het beter uitvoeren van de oefening.

12. Wat er is er op 12 februari 2025 verkeerd gegaan en door wie komt dat?

Het gewicht tussen mijn voeten is losgeschoten, boven mijn hoofd. Dat had [de personal trainer] moeten voorkomen. Hij is mijn personal trainer en ik betaal hem (naast garantie op afwisseling in trainingen) om toe te zien op de juiste uitvoering van en begeleiding bij de oefeningen die hij mij opdraagt te doen.

13. Hoe had het ongeluk wellicht voorkomen kunnen worden?

Als [de personal trainer] mijn houding tijdelijk had gecorrigeerd (door tips te geven of met zijn handen aan te geven tot waar ik mijn benen mocht bewegen), was het gewicht bij loskomen op andere plekken gevallen. Hij had uit veiligheidsoverwegingen ook op voorhand al met enkelgewichten mogen/moeten werken, omdat een dumbell tussen je voeten klemmen niet stabiel is.

(…)”

2.7.

Op 10 juli 2025 heeft mevrouw [medewerker expertisebureau] van [expertisebureau] [de verzoeker] bezocht in aanwezigheid van de vader en advocaat van [de verzoeker] .

2.8.

In het (definitieve) rapport Letselschade van 4 augustus 2025 (productie 4 van [de verzoeker] ) heeft [medewerker expertisebureau] op basis wat zij van [de verzoeker] heeft vernomen onder VI. Medisch bij Letsel melding gemaakt van letsel aan het gebit, een hersenschudding, een gekneusd of gebroken borstbeen en een Functionele Neurologische Stoornis (FNS). Verder is onder meer opgenomen dat het denkvermogen van [de verzoeker] op een lager niveau staat en dat sprake is van vermoeidheid en concentratieproblemen. Onder Ervaren beperkingen is vermeld dat [de verzoeker] rolstoelafhankelijk is en niet kan fietsen, autorijden, lopen, rennen, knielen of hurken, dat zij wél weer kan praten en ook haar armen en handen kan gebruiken, maar niet zelfstandig naar het toilet kan of kan douchen. Ten slotte is onder IX. Verloop schadeafwikkeling en behoeften betrokkene opgenomen dat [de verzoeker] ervan overtuigd is dat de FNS door het ongeval is ontstaan en dat zij behoefte heeft aan financiële ondersteuning, met name voor zorgkosten en in verband met verlies aan arbeidsvermogen.

2.9.

Op 11 september 2025 heeft [de personal trainer] op de volgende vragen van [medewerker expertisebureau] het volgende verklaard (productie 5 van Medi Fit):

“(…)

4. Wat gebeurde er op 12 februari 2025?

(…) De training begint altijd eerst met een warming up op de loopband of op de crosstrainer. Vanuit daar heb ik een mini circuit van drie oefeningen in elkaar gezet om de hartslag omhoog te krijgen. (…) Een van de oefeningen waren buikspieroefeningen. Deze oefening heet leg raise. (…)

We hebben deze oefening al heel vaak gedaan. Mevrouw [de verzoeker] kent de oefening dus. Zonder gewicht bleek te makkelijk te gaan, dus hebben we gewicht er aan toegevoegd om het doel te bereiken. Ik heb de oefening met een dumbell van een kilo voor gedaan en uitleg gegeven. Het is een kleine zilverkleurige dumbell, een staaf met twee ronde gewichten aan de zijkanten. Dat was al enige weken terug. Ik meen dat we in november, december en januari deze oefening al gedaan hebben. We hebben zelfs geprobeerd om zwaardere gewichten te proberen, maar dan kwam de rug omhoog, dus we zijn teruggegaan naar een kilo. (…)

6. Wie hield er toezicht op de doen van de oefening en op welke wijze?

Ik stond naast mevrouw [de verzoeker] toen zij de oefening van een kilo tussen de voeten deed. Nogmaals, zij is een gevorderde sporter, ik vertrouwde haar inzicht en stond er niet zo dichtbij dat bij het uitsteken van mijn hand de dumbell had kunnen opvangen.

7. Wat is er op 12 februari 2025 verkeerd gegaan en door wie komt dat?

De oefening is goed uitgevoerd. Ik vermoed dat zij haar benen te hoog heeft gehad, of door het bewegen dat de dumbell op haar mond viel. Het is geen gekke oefening, het is een algemene oefening in de fitness.

8. Hoe had het ongeval voorkomen kunnen worden?

Mevrouw [de verzoeker] had haar benen niet zo hoog moeten doen, dan was het niet gebeurd. Of als de dumbell toch zou vallen, zou deze niet op haar lichaam zijn gevallen. Zij is zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de oefeningen, ik kan daar niets aan doen. We hebben nog vaak daarna via de app contact gehad. Ik heb vaak gevraagd hoe het met haar ging. Zij gaf ook later aan dat het haar eigen schuld was. (…)”.

2.10.

In het (definitieve) rapport Toedrachtonderzoek Arbeidsongeval van 17 september 2025 (productie 1 van Medi Fit) heeft [medewerker expertisebureau] op basis van het gesprek met [de verzoeker] , en interviews met twee eigenaren van Medi Fit, een getuige en [de personal trainer] onder III. Samenvatting onder meer het volgende heeft opgenomen:

“Tijdens een training in de sportschool is een dumbell op de mond van betrokkene gevallen Daarbij ontstond letsel.

Betrokkene is op 25 maart in het ziekenhuis opgenomen omdat zij niet meer kon lopen en praten.

Momenteel verblijft zij in een 24-uurs zorginstelling en is zij rolstoelafhankelijk.

(…)

Het wordt verzekerde verweten dat de oefening waarbij het ongeval gebeurde onveilig was en dat er sprake was van inadequate begeleiding.

(…)

De oefening die de personal trainer voorlegde was bekend, zowel met als zonder gewicht. Zowel betrokkene als de personal trainer waren ervaren sporters en bekend met de oefening. Met materiaal was niet defect.

(…)”

Onder XII. Verklaring verzekerde is het volgende opgenomen:

“Verzekerde verklaart dat de oefening een veilige en gebruikelijke oefening was, die vaak met betrokkene is gedaan met en zonder dumbell. Hoe de dumbell is gevallen is niet duidelijk. (…)”

2.11.

Bij brief van 8 oktober 2025 (productie 3 van [de verzoeker] ) heeft [expertisebureau] namens De Goudse de aansprakelijkheid van Medi Fit voor de causale en toerekenbare gevolgen van het ongeval van 12 februari 2025 ten dele erkend. De advocaat van [de verzoeker] is medegedeeld is dat De Goudse zich met een beroep op eigen schuld op het standpunt stelt dat een deel van de schade voor rekening van [de verzoeker] komt waardoor Medi Fit haar aansprakelijkheid met 50% begrenst. Ten slotte is [de verzoeker] medegedeeld dat er nog veel werk te verrichten is om te onderzoeken welke schade het gevolg is van het ongeval en dat [expertisebureau] aan De Goudse zal adviseren om vooruitlopend daarop een voorschot van € 20.000,00 te verstrekken, vooralsnog uitgaande van een schade van € 40.000,00.

2.12.

Bij e-mailbericht van 27 januari 2026 10:51 uur (productie 6 van [de verzoeker] ) heeft de advocaat van [de verzoeker] aan [medewerker expertisebureau] bericht dat zij het niet eens is met het standpunt van De Goudse dat [de verzoeker] zelf invloed heeft gehad op het ontstaan van het ongeval doordat zij de oefening verkeerd heeft uitgevoerd. Namens [de verzoeker] is gesteld dat een en ander niet kan leiden tot vermindering van de schadevergoeding aan haar en is verzocht om het beroep op eigen schuld te laten vallen en de aansprakelijkheid volledig te erkennen.

2.13.

De Goudse heeft haar standpunt gehandhaafd en partijen hebben dan ook geen overeenstemming bereikt over de omvang van de schadevergoedingsplicht.

3. Het verzoek en het verweer

3.1.

[de verzoeker] verzoekt de rechtbank bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat geen sprake is van eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 BW aan de zijde van [de verzoeker] en dat Medi Fit c.s. jegens [de verzoeker] gehouden is de volledige schade te vergoeden die [de verzoeker] lijdt en heeft geleden als gevolg van het incident in de sportschool op 12 februari 2025, althans (subsidiair) een door de rechtbank te bepalen deel van die schade dat groter is dan 50%;

II. Medi Fit c.s. te veroordelen in de kosten van het geding (griffierechten en advocaatkosten), met het verzoek het honorarium van de advocaat van [de verzoeker] als kosten aan de zijde van [de verzoeker] te begroten op een bedrag van € 6.534,00 inclusief btw.

3.2.

[de verzoeker] legt samengevat aan haar verzoek ten grondslag dat zij door het ongeval letsel heeft opgelopen en dat zich vervolgens FNS bij haar heeft ontwikkeld. Als gevolg daarvan is zij rolstoelafhankelijk geworden en niet in staat om zelfstandig te lopen. Daarnaast ondervindt zij cognitieve klachten, waaronder concentratieproblemen en vermoeidheidsklachten. Zij is daardoor volledig arbeidsongeschikt geworden terwijl zij vóór het ongeval gezond en zelfstandig was en fulltime werkte als zelfstandig ondernemer. [de verzoeker] betwist dat Medi Fit c.s. een beroep op eigen schuld kan doen. De personal trainer – en daarmee Medi Fit – heeft de zorgplicht onvoldoende nageleefd door [de verzoeker] een gevaarlijke oefening te laten uitvoeren zonder de juiste veiligheidsmaatregelen te treffen en daarbij onvoldoende toezicht te houden. [de verzoeker] betwist dat zij een ervaren sporter is. Juist daarom koos zij voor persoonlijke begeleiding. Zij had de leg-raise oefening slechts een aantal keer met gewicht tussen de voeten uitgevoerd en is niet roekeloos of onvoorzichtig geweest. Zij heeft de oefening uitgevoerd conform de instructies en voor zover zij dat niet heeft gedaan lag het op de weg van de personal trainer om direct in te grijpen.

3.3.

Medi Fit c.s. verzet zich tegen toewijzing van het verzoek. Zij concludeert tot afwijzing van het verzoek van [de verzoeker]

4De beoordeling

Ontvankelijkheid

4.1.

[de verzoeker] heeft zich tot de rechtbank gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. De rechtbank moet beoordelen of er sprake is van schade die wordt geleden door letsel en of daarover een geschil is of over een deel van wat tussen partijen geldt.

4.2.

De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over schade als gevolg van dood of letsel in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een minnelijke regeling te bevorderen. In verband hiermee moet de rechtbank eerst beoordelen of de verzochte beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Als dit onvoldoende het geval is, moet het verzoek worden afgewezen (artikel 1019z Rv).

4.3.

Partijen zijn verdeeld over de vraag of Medi Fit c.s. een beroep kan doen op eigen schuld van [de verzoeker] voor het ongeval op 12 februari 2025 en de door haar als gevolg daarvan geleden letselschade en over de vraag of er op grond daarvan aanleiding is om de vergoedingsplicht van Medi Fit c.s. aan [de verzoeker] te verminderen. Met een oordeel daarover kan de ontstane impasse tussen partijen worden doorbroken en kunnen de onderhandelingen in principe worden voortgezet. Dat valt binnen de beschrijving van artikel 1019w Rv. De rechtbank zal het verzoek dan ook inhoudelijk beoordelen.

Inhoudelijke beoordeling

4.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat tussen hen een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW bestond met [de verzoeker] als opdrachtgever en Medi Fit als opdrachtnemer. Op grond van artikel 7:401 geldt dat een opdrachtnemer bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen. [de verzoeker] stelt zich op het standpunt dat Medi Fit onvoldoende aan die zorgplicht heeft voldaan doordat [de personal trainer] , als personal trainer in dienst van Medi Fit, tekort is geschoten en aldus sprake is van wanprestatie door Medi Fit.

Aansprakelijkheid

4.5.

Niet in geschil is dat Medi Fit als werkgever van [de personal trainer] aansprakelijk is voor schade die ontstaat door fouten van [de personal trainer] die hij in zijn werk als personal trainer van Medi Fit maakt en dat [de personal trainer] op 12 februari 2025 als personal trainer van [de verzoeker] voor Medi Fit aan het werk was. Hoewel de precieze toedracht van het ongeval (de vraag hoe het kan dat de dumbbell van de voeten van [de verzoeker] naar haar gezicht en borst heeft kunnen bewegen) volgens Medi Fit c.s. niet duidelijk is, heeft zij erkend dat Medi Fit aansprakelijk is voor schade van [de verzoeker] als gevolg van het ongeval op 12 februari 2025. Medi Fit c.s. stelt zich echter op het standpunt dat het ongeval het gevolg is van de eigen fout van [de verzoeker] (eigen schuld) en de schadevergoedingsplicht van Medi Fit daardoor is beperkt tot 50%. Medi Fit c.s. betwist kennelijk niet dat Medi Fit is tekortgeschoten in de op haar als opdrachtnemer rustende zorgplicht, maar stelt dat haar schadevergoedingsplicht beperkt is omdat het ongeval deels ook aan [de verzoeker] zelf te wijten is. De rechtbank overweegt als volgt over het beroep op eigen schuld van Medi Fit c.s.

Eigen schuld

4.6.

Artikel 6:101 lid 1 BW bepaalt dat wanneer schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend, de vergoedingsplicht wordt verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft indien de billijkheid dit vanwege de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist.

4.7.

Beoordeeld dient dus te worden of sprake is van een omstandigheid die [de verzoeker] kan worden toegerekend en die leidt tot vermindering van de vergoedingsplicht van Medi Fit. Hoe het ongeval precies heeft kunnen gebeuren is niet duidelijk. Wél is duidelijk dat [de verzoeker] een oefening deed met een dumbbell tussen haar voeten waarbij zij haar benen en voeten omhoog moest bewegen. Verder staat vast dat de dumbbell op haar gezicht en borst is gevallen. Gelet op de verklaringen van de betrokkenen kan het niet anders dan dat de dumbbell is gevallen doordat deze niet meer werd ingeklemd tussen de voeten van [de verzoeker] . De dumbbell moet door de wijze van bewegen door [de verzoeker] en/of de stand van haar benen (recht omhoog) op haar gezicht en borst terecht zijn gekomen.

4.8.

Medi Fit c.s. vindt dat [de verzoeker] eigen schuld heeft aan het ontstaan van het ongeval, omdat de schade het gevolg is van de onvoorzichtigheid, dan wel onoplettendheid, van [de verzoeker] . [de personal trainer] heeft ter zitting verklaard dat hij de oefening met de dumbbell al vaker, zeker één of twee keer, met [de verzoeker] had gedaan en dat hij in ieder geval de eerste keer tegen [de verzoeker] had gezegd dat zij haar benen niet te ver omhoog mocht bewegen en dat zij haar voeten bij elkaar moest houden omdat de dumbbell anders kon gaan schuiven. [de personal trainer] stelt bovendien dat hij er aanvankelijk met zijn hand voor zorgde dat [de verzoeker] niet te ver omhoog kon gaan met haar benen. Omdat de uitvoering van de oefening goed ging, was dat daarna niet meer nodig. Op de dag van het ongeval had [de verzoeker] de oefening al tenminste twaalf keer goed uitgevoerd (in de eerste sessie want het ongeluk gebeurde in de tweede sessie), aldus de verklaring van [de personal trainer] ter zitting. Een fout in de uitvoering van een oefening kan voorkomen bij het sporten met gewichten en daarvan zou een ervaren sporter als [de verzoeker] zich bewust moeten zijn, volgens Medi Fit c.s.

4.9.

De rechtbank is het met Medi Fit c.s. eens dat [de verzoeker] eigen schuld heeft aan het ongeval. Of, in de bewoordingen van artikel 6:101 BW, dat de schade ook een gevolg is van omstandigheden die aan [de verzoeker] kunnen worden toegerekend. De rechtbank wijst op de volgende omstandigheden. [de verzoeker] stelt dat zij niet goed geïnstrueerd is door [de personal trainer] tijdens de training. Ter zitting heeft [de verzoeker] de verklaring van [de personal trainer] , ten aanzien van de wijze waarop hij [de verzoeker] de oefening heeft aangeleerd en in het begin zijn hand ervoor heeft gehouden, bevestigd. Ook heeft [de verzoeker] verklaard dat zij de oefening al op eerdere momenten had uitgevoerd. Daaruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat [de verzoeker] dus bekend was met de wijze waarop de oefening moest worden uitgevoerd en zij die al vaker goed had uitgevoerd, zelfs nog op 12 februari 2025 tijdens de eerste sessie oefeningen, net voorafgaand aan het ongeval. [de verzoeker] stelt verder dat de leg-raise oefening met een dumbbell tussen de voeten een gevaarlijke oefening is. Volgens Medi Fit c.s. is de leg-raise een normale fitnessoefening die meestal door sporters zonder begeleiding van een personal trainer wordt uitgevoerd en op zichzelf niet gevaarlijk is. Medi Fit c.s. betwist dat de oefening voor iemand als [de verzoeker] , die de oefening goed beheerste en de instructies volgde, een reëel risico op een ongeval met zich meebrengt. Bovendien is evident dat de voeten de dumbbell voldoende moeten vastklemmen om te voorkomen dat deze valt. Nu [de verzoeker] was geïnstrueerd door [de personal trainer] over de oefening en deze al meerdere keren conform die instructie had uitgevoerd, was geen sprake van een gevaarlijke oefening. De rechtbank is van oordeel dat het voor rekening van [de verzoeker] zelf komt dat zij de oefening tijdens de tweede sessie op beide genoemde punten (benen niet te hoog én vastklemmen van de dumbbell met voeten) niet juist heeft uitgevoerd en de oefening daardoor gevaarlijk werd. Van belang is hierbij dat van een ervaren sporter in algemene zin de nodige oplettendheid en voorzichtigheid mag worden verlangd – óók als deze een personal trainer heeft – en dat de sporter zelf ook rekening houdt met het (te voorziene) gevaar van het niet goed uitvoeren van een oefening. [de verzoeker] heeft in haar verzoekschrift en ter zitting betwist dat zij een ervaren sporter is. Medi Fit c.s. heeft echter onbetwist gesteld dat [de verzoeker] in de jaren 2022 tot en met 2025 regelmatig (bijna wekelijks volgens eigen verklaring van [de verzoeker] ) bij haar heeft getraind. Voor de beoordeling van de vraag of sprake was van een gevaarlijke oefening is zij daarom aan te merken als een ervaren sporter. Dat [de personal trainer] – die kennelijk op het moment van het ongeval wél naast [de verzoeker] stond maar even een andere kant op keek – niet onafgebroken toezicht hield op de uitvoering van de oefening door [de verzoeker] en zijn hand niet meer bij haar benen hield om te voorkomen dat die te veel omhoog zouden bewegen, valt hem dan ook niet te verwijten.

4.10.

Uit het voorgaande vloeit voort dat het eigen handelen van [de verzoeker] , ook al is er geen sprake van roekeloosheid of laakbaar handelen aan de zijde van [de verzoeker] , toerekenbaar heeft bijgedragen aan haar letsel. Medi Fit c.s. heeft dan ook terecht een beroep gedaan op eigen schuld van [de verzoeker] . Met Medi Fit c.s. is de rechtbank daarom van oordeel dat de omstandigheid dat [de verzoeker] door haar handelen zelf heeft bijgedragen aan haar letsel reden is om de schadevergoedingsplicht van Medi Fit c.s. te verminderen op grond van artikel 6:101 lid 1 BW. De rechtbank acht de beperking van de schadevergoedingsplicht tot 50% niet onredelijk. [de verzoeker] heeft zich nog op het standpunt gesteld dat, voor zover de rechtbank tot het oordeel komt dat sprake is van enige mate van eigen schuld, de billijkheidscorrectie van artikel 6:101 lid 1 BW meebrengt dat geen vermindering van de schadevergoedingsplicht kan plaatsvinden. [de verzoeker] heeft dat beroep op de billijkheidscorrectie onvoldoende onderbouwd. [de verzoeker] noemt in dat kader de ernst van de normschending door een professionele trainer, de afhankelijke positie die zij heeft en de ernstige en levensveranderende gevolgen van het letsel. Hoewel duidelijk is dat het leven van [de verzoeker] sinds het ongeval ingrijpend is veranderd, is onvoldoende gebleken van omstandigheden die moeten leiden tot een andere (verdeling van de) vergoedingsplicht. Daarbij is met name van belang dat gelet in r.o. 4.9 overwogene juist geen sprake is van een ernstige normschending door Medi Fit. De door [de verzoeker] verzochte verklaring voor recht zal daarom worden afgewezen.

Kosten deelgeschil

4.11.

De rechtbank moet op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure begroten. Dat geldt ook als een verzoek in deelgeschil wordt afgewezen. Alleen als de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, hoeven de kosten van de procedure niet te worden begroot. Van deze laatste situatie is in dit geval geen sprake.

4.12.

Bij de begroting van de kosten moet de rechtbank de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) in aanmerking nemen. Daarbij moet de rechtbank de dubbele redelijkheidstoets hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn.

4.13.

[de verzoeker] maakt aanspraak op € 6.534,00 inclusief btw, te vermeerderen met het griffierecht. Medi Fit c.s. maakt geen bezwaar tegen de aan dat bedrag ten grondslag liggende uurtarieven, noch tegen de gestelde tijdsbesteding van 25 uur, maar heeft gewezen op de mogelijkheid voor de rechtbank om de kosten te matigen op de voet van de redelijkheidstoets.

4.14.

De rechtbank is van oordeel dat de door [de verzoeker] gevorderde kosten redelijk zijn.

De redelijke kosten voor het opstellen van het verzoekschrift en de verdere behandeling van de zaak als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen door de rechtbank dan ook worden begroot op € 6.534,00 inclusief btw te vermeerderen met het door [de verzoeker] betaalde griffierecht van € 341,00.

4.15.

Als uitgangspunt geldt dat het percentage eigen schuld ook wordt toegepast op de kosten van het deelgeschil. In dit geval ziet de rechtbank echter aanleiding om daarvan af te wijken omdat het percentage eigen schuld nu juist de inzet van deze procedure is. De rechtbank is van oordeel dat het in dit geval billijk is om af te wijken van de schulddelingsfactor en te bepalen dat de kosten van het deelgeschil voor 100 % door Medi Fit c.s. vergoed moeten worden.

4.16.

Nu de aansprakelijkheid van Medi Fit c.s. vast staat, zal Medi Fit c.s. worden veroordeeld tot betaling van de deelgeschilkosten Rechtbank Gelderland 9 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5665