Overslaan en naar de inhoud gaan

RBNHO 191218 geen letsel, wel omvallende boom; nadere vragen voor partijdeskundigen

RBNHO 191218 geen letsel, wel omvallende boom; nadere vragen voor partijdeskundigen

De feiten 

2.1.
[eisers] exploiteren een bloemenstal op het adres [adres] .

2.2.
Op het [adres] stond achter de bloemenstal van [eisers] een drieënzestig jarige Ulmus Hollandica Vegeta, ofwel Hollandse iep (hierna: de boom). De gemeente was eigenaar van de boom.

2.3.
Op 25 juli 2015 is er sprake geweest van een storm.

2.4.
Op 6 oktober 2015 heeft een VTA-controle (Virtual Tree Assessment) van de boom door [naam 3] , boomveiligheidscontroleur van de Nationale Bomenbank, plaatsgevonden. Hierbij is vastgesteld dat de kroon van de boom dood hout vertoonde. De stam en de stamvoet vertoonden geen visuele afwijkingen. Het advies luidde snoeien binnen één jaar. De boom is aangemerkt als risicoboom. De snoei heeft plaatsgevonden. Het boombeeld is daarna gewijzigd naar “aanvaardbaar”.

2.5.
De volgende controle van de boom stond gepland in het najaar van 2018.

2.6.
Op 18 januari 2018 was er sprake van een westerstorm. De boom is die dag op de bloemenstal van [eisers] terecht gekomen waardoor deze bloemenstal totaal is vernield.

2.7.
De boom bleek witrot te hebben.

2.8.
Tot 15 april 2018 hebben [eisers] geen bedrijfsactiviteiten kunnen uitoefenen.

De vordering

3.1.
[eisers] vorderen dat de kantonrechter primair de gemeente tegen behoorlijk bewijs van kwijting veroordeelt tot betaling van € 11.200,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2018 en € 887,00 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding.

3.2.
Subsidiair vorderen [eisers] te verklaren voor recht dat de gemeente jegens [eisers] een onrechtmatige daad heeft gepleegd door de onderhavige boom niet, althans niet deugdelijk te laten inspecteren en/of te onderhouden op zo een wijze dat deze niet op de bloemenstal kon vallen zoals is gebeurd, en dat de gemeente als gevolg daarvan door [eisers] geleden schade aan hen dient te vergoeden en hiertoe de gemeente te veroordelen, welke schadevergoeding nader opgemaakt dient te worden bij staat en de zaak hiervoor te verwijzen naar de schadestaatprocedure.

3.3.
Primair en subsidiair wordt verzocht de gemeente te veroordelen in de kosten van de procedure waaronder nakosten.

3.4.
[eisers] leggen aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gemeente nalatig is gebleven in het treffen van maatregelen, waardoor het omvallen van de boom voorkomen had kunnen worden. De gemeente heeft op grond van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW) haar zorgplicht jegens [eisers] geschonden en zich hierdoor schuldig gemaakt aan een onrechtmatige daad. Het onderzoek op 6 oktober 2015 is uiterst onzorgvuldig geweest. De aantasting van de boom was toen al in gang gezet. Een specialist had dat gezien.

4 Het verweer
4.1.
De gemeente betwist de vordering. Zij bestrijdt dat zij haar zorgplicht niet is nagekomen. Zij voert aan dat er geen wettelijke termijn is voor de frequentie voor het uitvoeren van een boomcontrole. De algemene zorgplicht volgens diverse publicaties is eens per gemiddeld drie jaar, afhankelijk van de leeftijd en locatie van de boom. De inspectie van de boom in oktober 2015 is uitgevoerd door een erkend instituut. Er waren geen aanwijzingen dat de boom was aangetast. De witrot was niet aan de buitenkant van de boom te zien. Wel werd dood hout in de kroon geconstateerd. Dit hout is in 2016 gesnoeid. Als deze boomsoort zwaar in de bloesem heeft gezeten, komt het vaak voor dat er na de bloei sprake is van verminderde bladzetting. Dit is geen aanwijzing dat de boom rot van binnen zou zijn geweest. Gezien het aantal bomen – 62.000 – binnen de gemeente en de financiële middelen van de gemeente kan niet van de gemeente verwacht worden dat zij alle bomen waar publiek voorbij loopt verankert vanwege een geringe kans dat deze bomen kunnen omvallen. De gemeente verweert zich verder tegen de hoogte van het gevorderde bedrag. Toewijzing van het gehele gevorderde bedrag zou ertoe leiden dat [eisers] na het schade incident in een voordeliger positie komen dan ervoor.

De beoordeling

5.1.
Aan de orde is de vraag of de gemeente aansprakelijk is voor de schade die [eisers] door het omwaaien van de boom hebben geleden. Deze vraag dient te worden beantwoord aan de hand van artikel 6:162 BW, zoals partijen ook doen.

5.2.
De kantonrechter stelt voorop dat niet geheel kan worden uitgesloten dat bomen omwaaien. Op de gemeente rust als eigenaar van bomen een zorgplicht om het risico van omwaaien te beperken, en zij dient daartoe maatregelen te treffen die van haar als zorgvuldig handelend eigenaar redelijkerwijs mogen worden verlangd. Of de gemeente in dit geval voldoende maatregelen heeft getroffen, hangt af van de concrete omstandigheden van het geval, en meer in het bijzonder van: de mate van waarschijnlijkheid dat een boom zal omwaaien en de kans dat daardoor ongevallen ontstaan, de aard en de ernst van de eventuele schade en de mate van bezwaarlijkheid en de gebruikelijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen.

5.3.
[eisers] hebben aangevoerd dat de gemeente na de storm in 2015 niet had kunnen volstaan met de bij de gemeente gebruikelijke driejaarlijkse visuele veiligheidscontrole van de boom op grond van de volgende omstandigheden:
- tijdens de storm in 2015 stond de boom duidelijk en zichtbaar te wankelen;
- door het wankelen kwamen de stoeptegels achter de boom omhoog;
- er bevond zich dood hout in de kroon van de boom;
- de boom zat in de zomer van 2017 bovenin erg dun in zijn blad.

De gemeente wist of had dan ook behoren te weten van dusdanige gebreken aan de boom dat het risico op omvallen/omwaaien hierdoor (aanzienlijk) werd vergroot. De gemeente heeft dit gemotiveerd betwist. Zij betwist dat dit aanwijzingen waren dat de boom rot van binnen was. De storm in 2015 was zo heftig dat het kon gebeuren dat de boom bewoog. Het omhoog komen van tegels door worteldruk in de loop der tijd komt vaak voor. Verminderde bladzetting na bloei komt eveneens vaker voor als deze boomsoort zwaar in de bloesem heeft gezeten.

5.4.
De kantonrechter heeft bij deze stand van zaken deskundige voorlichting nodig of de gemeente op grond van de door [eisers] gestelde indicaties en de ouderdom van de boom had kunnen volstaan met een driejaarlijkse visuele controle, waarbij de laatste controle nog na de storm in 2015 heeft plaatsgevonden.

5.5.
Hoewel aangekondigd was de door [eisers] ingeschakelde boomexpert [naam 1] ter zitting niet aanwezig om een nadere toelichting te geven. Wel was aanwezig de door de gemeente ingeschakelde boomdeskundige, de heer [naam 2] , werkzaam bij Spaarnelanden. In overleg met partijen zijn hem ter zitting geen vragen gesteld, omdat de heer [naam 1] afwezig was.

5.6.
Bij deze stand van zaken ziet de kantonrechter daarom aanleiding om een voortzetting van de behandeling te bepalen, zoals ook door partijen is verzocht, waarbij door partijen ingeschakelde deskundigen kunnen worden gehoord waarvan verwacht wordt dat deze de deskundigheid hebben om in elk geval de volgende vragen te beantwoorden:
1. Was de boom een risicoboom, althans waren er signalen die vroegen om meer dan een driejaarlijkse visuele inspectie na de storm in juli 2015?
Zo, ja waaruit had die controle dan bestaan en hoe vaak had die moeten plaatsvinden?
2. Als er een extra controle was uitgevoerd, was dan opgevallen dat:
het om een zwakke boom met (een verhoogd) risico van omwaaien ging? en/of
bij de boom sprake was of kon zijn van witrot?
3. Welke maatregelen hadden na deze controle getroffen moeten worden? En wat was dan de meest waarschijnlijke situatie geweest in 2018 ten aanzien van de boom?

En eventueel andere vragen die kunnen opkomen.

Partijen wordt opgedragen dit vonnis tijdig voorafgaand aan de zitting kenbaar te maken aan hun deskundigen en hen daarbij (in elk geval) de foto’s te overhandigen die partijen tot hun beschikking hebben en die voor de deskundigen relevant kunnen zijn. Partijen moeten in onderling overleg ervoor zorgen dat beide deskundigen hun oordeel kunnen geven aan de hand van dezelfde documenten. Daarbij wordt partijen verzocht de kantonrechter van deze stukken tijdig voorafgaand aan de volgende zitting een goed leesbare kopie te verstrekken. ECLI:NL:RBNHO:2018:11065