Overslaan en naar de inhoud gaan

RBNHO 250226 geen letsel; gemeente niet aansprakelijk voor schade aan auto door botsing tegen scheefstaand paaltje; paaltje is niet gebrekkig

RBNHO 250226 geen letsel; gemeente niet aansprakelijk voor schade aan auto door botsing tegen scheefstaand paaltje; paaltje is niet gebrekkig

2De feiten

2.1.

[eiser] is op 14 december 2024 omstreeks 19:00 een (particuliere) parkeergarage aan Het Krom te Haarlem uitgereden en rechtsaf geslagen. Omdat tegenover de uitgang van de parkeergarage een auto (fout)geparkeerd stond, heeft [eiser] de bocht krap genomen. Zij heeft daarbij met haar auto een paaltje geraakt dat vlak naast de uitgang van de parkeergarage op de straat staat.

2.2.

Het paaltje stond ten tijde van de botsing scheef, in de richting van de muur. Het paaltje was, anders dan de vele andere paaltjes die zich in de nabije omgeving bevinden, door de gemeente wit geschilderd. Boven de uitgang van de parkeergarage is straatverlichting aanwezig. De uitgang van de parkeergarage, de straatverlichting en het paaltje zijn zichtbaar op de onderstaande afbeelding (bron: Google Maps).

2.3.

CED Nederland B.V. heeft de schade aan de auto van [eiser] vastgesteld op € 1.951,73. De gemeente heeft het verzoek van [eiser] om de schade te vergoeden afgewezen.

3Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – samengevat – veroordeling van de gemeente tot betaling van € 1.951,73, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Het paaltje voldoet niet aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld. Het paaltje staat namelijk scheef en is voor bestuurders die de parkeergarage uitrijden niet zichtbaar. De gemeente had het paaltje moeten verplaatsen, verwijderen of ervoor moeten waarschuwen. De gemeente is daarom als wegbeheerder aansprakelijk.

3.3.

De gemeente voert verweer. De gemeente concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiser].

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4De beoordeling

4.1.

De gemeente is als wegbeheerder aansprakelijk voor de schade van [eiser] als het paaltje niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden (gebrekkigheid) en de schade daarvan het gevolg is.1 Of het paaltje gebrekkig is, hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder de functie en de fysieke toestand van het paaltje, de kans op schade en de mogelijkheid en bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen.2

4.2.

Omdat het paaltje scheef stond, kan worden aangenomen dat er eerder een voertuig tegenaan is gebotst. Uit het feit dat de gemeente in de nabije omgeving alleen dit paaltje wit heeft geschilderd, kan bovendien worden afgeleid dat ook de gemeente vindt dat dit paaltje gemakkelijker over het hoofd kan worden gezien dan andere paaltjes. De kantonrechter is niettemin van oordeel dat het paaltje niet gebrekkig is. Dit oordeel is gegrond op de volgende omstandigheden:

  • -

    Het paaltje staat er volgens de gemeente om foutparkeren tegen te gaan. Dit is een legitiem doel. Het staat de gemeente in beginsel vrij om om deze reden paaltjes te plaatsen. Volgens [eiser] had de gemeente het paaltje ook dichterbij de muur kunnen plaatsen, maar het paaltje zou daardoor minder effectief worden.

  • -

    Omdat het paaltje wit is geschilderd en vlakbij het paaltje straatverlichting aanwezig is, is het paaltje (‘s avonds) beter zichtbaar.

  • -

    Een automobilist die richting de parkeergarage rijdt, komt veel vergelijkbare paaltjes tegen. Bij het uitrijden van de parkeergarage moet een automobilist daarom eerder bedacht zijn op de aanwezigheid van paaltjes.

  • -

    Zelfs als een automobilist het paaltje bij het uitrijden van de parkeergarage over het hoofd ziet, is geen ernstige schade te verwachten. Een redelijk handelend automobilist neemt de bocht naar rechts namelijk op lage snelheid. De uitgang van de garage is bovendien zodanig breed dat het in de meeste van de denkbare omstandigheden mogelijk is om een ruime bocht te maken.

  • -

    Van de gemeente kon niet worden verwacht dat zij meer veiligheidsmaatregelen zou nemen. Het plaatsen van een waarschuwing binnen de parkeergarage is niet aan de gemeente, maar aan de eigenaar van de parkeergarage. Anders dan [eiser] betoogt, hoefde de gemeente ook geen spiegel schuin tegenover de uitgang van de parkeergarage te bevestigen. Zelfs als het plaatsen van een spiegel effectief zou zijn (hetgeen de gemeente betwist), geldt dat het paaltje niet zodanig gevaarlijk is dat de gemeente deze maatregel moest nemen.

4.3.

De volgende omstandigheden leiden niet tot een ander oordeel:

  • -

    [eiser] voert aan dat, omdat het paaltje scheef stond in de richting van de muur, de onderkant van het paaltje omhoog is gekomen. De kans om het paaltje met een auto te raken is daardoor echter niet of amper groter geworden. [eiser] heeft het paaltje geraakt met de rechteronderkant van haar auto. Als het paaltje recht had gestaan, had [eiser] het paaltje zeer waarschijnlijk alsnog geraakt, maar was het raakpunt met de auto misschien anders geweest.

  • -

    Het feit dat tegenover de uitgang van de parkeergarage een auto (fout)geparkeerd stond en [eiser] de bocht daardoor krap heeft genomen, leidt niet tot aansprakelijkheid. Dit komt namelijk niet voor risico van de gemeente.

  • -

    Volgens [eiser] is het paaltje tijdens het uitrijden van de parkeergarage vanuit de auto niet zichtbaar. De gemeente betwist dit. Aannemelijk is dat het van de lengte van de bestuurder, het type auto en de wijze waarop de bocht wordt genomen afhangt of het paaltje zichtbaar is. Zelfs als het paaltje (onder omstandigheden) vanuit een auto niet of nauwelijks zichtbaar is, betekent dat niet dat het paaltje gebrekkig is. Een automobilist die een parkeergarage uitrijdt en een deel van de weg niet kan zien, mag er namelijk niet zonder meer van uitgaan dat daar geen obstakels aanwezig zijn.

4.4.

Uit het voorgaande volgt dat ook van onrechtmatig handelen van de gemeente, anders dan [eiser] betoogt, geen sprake is.

4.5.

De gemeente is niet aansprakelijk voor de schade van [eiser]. De vordering van [eiser] wordt daarom afgewezen. Rechtbank Noord-Holland 25 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2267