RBMNE 220726 geen letsel; bestuurder (0,97-1,49 promille) en huurder hoofdelijk aansprakelijk t.o.v. Hertz voor cascoschade auto
- Meer over dit onderwerp:
RBMNE 220726 geen letsel; bestuurder (0,97-1,49 promille) en huurder hoofdelijk aansprakelijk t.o.v. Hertz voor cascoschade auto
2De kern van de zaak
2.1
[gedaagde sub 1] heeft op 26 september 2022 een auto met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) gehuurd van Hertz. Op 22 oktober 2022 zijn [gedaagde sub 2] en junior met de auto betrokken geraakt bij een verkeersongeval. [gedaagde sub 2] bestuurde op dit moment de auto en volgens een afgenomen blaastest had hij op dat moment een te hoog alcoholpercentage in zijn bloed. Hertz wil dat [gedaagde sub 2] en junior de schade aan de auto van € 6.501,41 aan haar vergoeden, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde sub 2] en junior zijn het hier niet mee eens. Volgens hen hebben zij het ongeval niet veroorzaakt en had Hertz de auto nooit aan [gedaagde sub 1] mogen verhuren omdat [gedaagde sub 1] in september 2022 onder bewind stond van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 2] nooit toestemming heeft gegeven voor het sluiten van de huurovereenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat zowel [gedaagde sub 2] als [gedaagde sub 1] een onrechtmatige daad hebben gepleegd en wijst de vorderingen van Hertz grotendeels toe.
3De beoordeling
De huurovereenkomst
3.1
Partijen verschillen van mening over de vraag of sprake is van een huurovereenkomst tussen Hertz en [gedaagde sub 1] . Hertz baseert haar vordering tegenover [gedaagde sub 1] namelijk onder andere op de algemene voorwaarden die horen bij de huurovereenkomst. Maar, volgens [gedaagde sub 2] en junior is deze huurovereenkomst niet geldig, omdat [gedaagde sub 1] op 26 september 2022 onder bewind stond van zijn vader en [gedaagde sub 2] nooit toestemming heeft gegeven voor het sluiten van de huurovereenkomst. De kantonrechter laat deze discussie voor wat het is, omdat dit geen verandering brengt in de uitkomst van deze zaak. Ook als geen sprake is van een huurovereenkomst, zullen [gedaagde sub 2] en junior de schade aan de auto aan Hertz moeten vergoeden. Zij hebben namelijk beiden een onrechtmatige daad1 gepleegd tegenover Hertz. Dit wordt hieronder toegelicht.
[gedaagde sub 2] en junior hebben een onrechtmatige daad gepleegd
3.2
De kantonrechter is van oordeel dat zowel [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2] onrechtmatig hebben gehandeld tegenover Hertz. [gedaagde sub 2] en junior hebben op de zitting verteld dat zij op 22 oktober 2022 de verjaardag van [gedaagde sub 1] vierden, waar zij beiden alcohol hebben genuttigd. [gedaagde sub 1] had te veel gedronken om te rijden en dat was de reden dat [gedaagde sub 2] na de verjaardag achter het stuur is gekropen. Volgens [gedaagde sub 2] had hij niet te veel gedronken om auto te kunnen rijden, maar dit heeft hij onvoldoende onderbouwd. Het staat namelijk vast dat [gedaagde sub 2] na het ongeval een blaastest heeft gedaan, waaruit bleek dat hij een te hoog alcoholpercentage in zijn bloed had. Hij blies ‘A/G’ wat betekent dat hij tussen de 0,97 en 1,49 promille blies. De regel is dat daarna een bloedtest wordt afgenomen, maar daarvan heeft [gedaagde sub 2] geen resultaten overgelegd. Daarbij vertelde [gedaagde sub 2] op de zitting dat het CBR zijn rijbewijs voor een jaar heeft ingevorderd, met als reden het rijden onder invloed op 22 oktober 2022. Tegen dit besluit van het CBR heeft [gedaagde sub 2] geen verdere actie ondernomen. Hiermee staat voldoende vast dat [gedaagde sub 2] met te veel alcohol is gaan rijden in de auto van Hertz. Dit is een onrechtmatige daad van [gedaagde sub 2] .
3.3
Ook [gedaagde sub 1] heeft zich onrechtmatig gedragen. Hij is met een auto waarvan hij had moeten weten dat hij die niet zonder toestemming van zijn vader had mogen lenen naar een verjaardagsfeest gegaan, waar hij een dusdanige hoeveelheid alcohol heeft genuttigd dat hij niet meer in staat was om de auto te besturen en vervolgens heeft hij een ander, die op diezelfde verjaardag ook alcohol heeft genuttigd – hetgeen [gedaagde sub 1] wist – in de geleende auto laten rijden. Ook dit levert een onrechtmatige daad op.
Door dat handelen heeft Hertz schade geleden
3.4
Door de onrechtmatige daden van [gedaagde sub 2] en junior heeft Hertz schade geleden. Het is een feit van algemene bekendheid dat het nuttigen van alcohol de rijvaardigheid beïnvloedt en je sneller een verkeersongeval kan veroorzaken. Daarom is het rijden onder invloed van alcohol verboden. Op het moment dat je tóch met te veel alcohol op gaat rijden, en je raakt betrokken bij een verkeersongeval, dan mag ervan uit worden gegaan dat het verkeersongeval het gevolg is van de onrechtmatige gedraging (het rijden onder invloed van alcohol). Dit heet de omkeringsregel.2 Het is aan [gedaagde sub 2] en junior om voldoende onderbouwd te stellen dat het verkeersongeval niet komt door hun onrechtmatige gedraging. Dit hebben zij onvoldoende gedaan.
3.5
Ter zitting heeft [gedaagde sub 2] uitgelegd hoe het ongeval was ontstaan. Volgens hem reed hij op de snelweg en reden links van hem (hierna: auto C) en rechts van hem (hierna: auto B) een auto. Zowel auto C als auto B zouden van rijbaan verwisseld zijn, waardoor deze beiden op de rijbaan van [gedaagde sub 2] kwamen. [gedaagde sub 2] kon daardoor auto B niet meer ontwijken. De kantonrechter stelt echter vast dat het aanrijdingsformulier3 (dat [gedaagde sub 2] heeft ondertekend) en het proces-verbaal4 een ander beeld laten zien, waarbij [gedaagde sub 2] auto B wilde inhalen en daarbij tegen de linker achterzijde van auto B is aangereden. [gedaagde sub 2] heeft geen verklaring gegeven voor het verschil in verklaringen en kan daarom niet worden gevolgd in zijn stelling dat het ongeval niet aan hem te wijten is.
3.6
Verder stellen [gedaagde sub 2] en junior dat Hertz de auto niet aan [gedaagde sub 1] had mogen meegeven, omdat [gedaagde sub 1] op dat moment onder bewind stond. Als Hertz dit niet had gedaan, dan was het ongeluk volgens hen ook niet gebeurd. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter echter een te ver verwijderd verband; het lenen van de auto is immers niet de oorzaak van het verkeersongeval op 22 oktober 2022, maar het (laten) berijden van de auto door [gedaagde sub 2] onder invloed van alcohol.
De hoogte van de schade is € 6.501,41
3.7
Hertz stelt dat de schade aan de auto € 6.501,41 bedraagt. Dit heeft zij onderbouwd met een schaderapport.5[gedaagde sub 2] en junior betwisten de hoogte van de schade door te stellen dat de auto wellicht ook al schade had vóór het ongeval. Dit hebben zij echter op geen enkele manier onderbouwd. Daarbij vragen [gedaagde sub 2] en junior zich af of Hertz de schade niet al vergoed heeft gekregen van een verzekeraar, maar Hertz heeft voldoende inzichtelijk gemaakt dat dit niet het geval is. De gevorderde schadevergoeding van € 6.501,41 zal daarom worden toegewezen.
3.8
Ook als de kantonrechter zou uitgaan van het bestaan van een huurovereenkomst tussen Hertz en [gedaagde sub 1] zou de gevorderde schade worden toegewezen. In dat geval zou [gedaagde sub 1] een beroep kunnen doen op de afgesloten SuperCover en/of Collision Damage Waiver verzekering, waarbij de aansprakelijkheid van de huurder voor schade aan de huurauto is gemaximeerd tot € 850,00. Maar, de gedragingen zoals beschreven onder overweging 3.2 en 3.3 van dit vonnis gelden als grove nalatigheid. Dekking onder deze verzekeringen zou daarmee komen te zijn vervallen.
3.9
Hertz vordert € 713,89 aan ontstane wettelijke rente vanaf de datum van het ongeval, 22 oktober 2022, tot de datum van de dagvaarding, 18 november 2024. Daarnaast vordert zij de wettelijke rente vanaf 18 november 2024 tot het moment dat [gedaagde sub 2] en junior het volledige bedrag hebben betaald. [gedaagde sub 2] en junior hebben deze vorderingen niet betwist en deze zullen dan ook worden toegewezen.
[gedaagde sub 2] en junior moeten de buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.10
Hertz vordert € 700,07 aan buitengerechtelijke incassokosten. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-Integraal 2013, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Hertz heeft gesteld buitengerechtelijke kosten gemaakt te hebben en heeft daarvan vergoeding gevorderd. De kantonrechter is van oordeel dat zij deze kosten in redelijkheid heeft gemaakt. Daarbij is de gevorderde hoogte in overeenstemming met het tarief in het Besluit. De vordering zal daarom worden toegewezen.
1Als bedoeld in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek.
2Zie Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2005:AR8876, r.o. 3.3.3.
3Productie 4 bij dagvaarding.
4Productie 5 bij dagvaarding.
5Productie 8 bij dagvaarding.
Rechtbank Midden-Nederland 22 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5067