RBDHA 260826 ongeval glastuinbouw; komkommerblad in oog met latere schimmelinfectie zorgt voor verlies zicht; inlener aansprakelijk
- Meer over dit onderwerp:
RBDHA 260826 ongeval glastuinbouw; komkommerblad in oog met latere schimmelinfectie zorgt voor verlies zicht; inlener aansprakelijk
- verzocht, begroot en toegewezen € 4.569,96
2De feiten
2.1.
Via uitzendbureau [bedrijfsnaam] B.V. was [verzoeker] als inleenkracht op 6 augustus 2021 werkzaam bij [verweerders sub 1] . De werkzaamheden bestonden uit het oogsten van jonge komkommerplanten.
2.2.
Op 6 augustus 2021 is [verzoeker] tijdens het oogsten van de komkommerplanten slachtoffer geworden van een ongeval, waarbij de punt van een blad van een komkommerplant in zijn rechter oog terecht kwam. Als gevolg hiervan raakte zijn hoornvlies beschadigd. Later ontwikkelde zich een ernstige schimmelinfectie in dit oog. [verzoeker] is het zicht aan dit oog verloren.
2.3.
Op 12 augustus 2022 heeft [verzoeker] [verweerders sub 1] aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het arbeidsongeval. [verweerders] heeft de aansprakelijkheid afgewezen.
2.4.
De toenmalige gemachtigde van [verzoeker] heeft [naam 3] , medisch adviseur, om advies gevraagd over de medische situatie van [verzoeker] . In het rapport van [naam 3] van 15 mei 2023 staat, voor zover relevant, het volgende:
“(…)
- Wat is de aard en ernst van het letsel?
Ernstig letsel van het rechteroog waarbij het hoornvlies door een schimmelinfectie met zweervorming werd beschadigd. De beschikbare medische informatie is ontoereikend om de definitieve ongevalgevolgen te kunnen beoordelen.
- Acht u alle klachten en beperkingen in het bijzonder de “blootstelling” ongevalsgevolg?
Ik begrijp niet wat u met “blootstelling” bedoelt. Het genoemde letsel lijkt mij zonder enige twijfel gevolg te zijn van het ongeval tijdens zijn werk op de komkommer-kwekerij. Daarmee ook het medisch beloop en de daarmee samenhangende klachten.”
In het rapport van [naam 3] van 19 juli 2023 staat, voor zover relevant, het volgende:
“(…)
Met de correctie dat het in geval van client niet gaat om oogletsel door chemicaliën maar om een schimmelinfectie in het rechteroog, bestaat er naar mijn mening geen enkele twijfel dat deze schimmelinfectie, met het zeer vervelende gecompliceerde beloop, uitsluitend en volledig het gevolg is van “het krijgen van een blad in het oog”.
Een sluitende medische onderbouwing daarvoor heb ik echter niet. Ik baseer mij op zeggen van client dat hij op 6 augustus tijdens zijn werk in de komkommerkwekerij een blad in het rechteroog kreeg en het feit dat er op 13 augustus, een week later dus, door de oogarts een soort van zweer in het oog werd geconstateerd welke (later) bleek te berusten op een schimmelinfectie.
Het voorkomen van schimmels is heel normaal in de (glas)tuinbouw.”
2.5.
NN heeft een rapport laten opstellen door haar verzekeringsarts, [naam 4] . In het rapport van 8 januari 2024 staat, voor zover relevant, het volgende:
“Na het doornemen van alle beschikbare medische informatie blijkt het niet goed mogelijk om eindconclusies te trekken uit de nu beschikbare medische informatie. Ten eerste is het medisch dossier niet compleet en ten tweedeop sommige vlakken onduidelijk.
Bij betrokkene is er sprake van een infectie aan het rechteroog die het hoornvlies ernstig beschadigd heeft, waarvoor intensieve en uitgebreide medicamenteuze behandeling heeft plaatsgevonden in Nederland, met als vervolg in [land] een transplantatie van het hoornvlies en opvolging tot februari 2022.”
3Het geschil
3.1.
[verzoeker] heeft de kantonrechter verzocht bij beschikking, zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
te bepalen dat [verweerders sub 1] aansprakelijk is voor het ontstaan en de gevolgen van het [verzoeker] op 6 augustus 2021 overkomen arbeidsongeval;
[verweerders] hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van alle materiële en immateriële aan ongeval gerelateerde schade van [verzoeker] ;
de kosten van het deelgeschil te begroten en [verweerders] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van die kosten aan [verzoeker] .
3.2.
Aan zijn verzoeken legt [verzoeker] ten grondslag dat hij in de uitoefening van de werkzaamheden die hij voor [verweerders sub 1] verrichtte ernstige schade heeft opgelopen aan zijn rechter oog. Daardoor is hij het zicht aan dit oog verloren. [verweerders sub 1] is volgens [verzoeker] aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade nu zij niet heeft voldaan aan de op haar op rustende zorgplicht. Gelet op de geldende Arbo-normen had [verweerders sub 1] passende persoonlijke beschermingsmiddelen aan [verzoeker] ter beschikking moeten stellen, met name door het verstrekken van een veiligheidsbril en het geven van instructies aan [verzoeker] . Dit te meer aangezien het binnen de branche bekend is dat contact tussen komkommerplanten en het lichaam geregeld voorkomt en dus als werkrisico wordt gezien. Ook ten aanzien van de nazorg na het ongeval kan [verweerders sub 1] het nodige worden verweten. [verweerders sub 1] heeft nagelaten om [verzoeker] te instrueren om na het ongeval gebruik te maken van de spoelvoorziening.
3.3.
[verweerders] heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van [verzoeker] . [verweerders] betwist dat zij in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende zorgplicht. Het risico op oogletsel als gevolg van een blad van een komkommerplant in het oog bij het oogsten van komkommers is volgens [verweerders] zo gering dat niet redelijkerwijs van [verweerders sub 1] gevergd kon worden dat met het oog daarop een veiligheidsbril aan [verzoeker] werd verstrekt. Omdat de kans dat een blad in het oog van een werknemer zou komen zo gering is heeft de branchevereniging dit risico ook niet opgenomen in haar model RI&E. [verweerders sub 1] mocht er van uitgaan dat alle relevante risico’s hierin stonden opgenomen. Ook in de Arbocatalogus van Stigas stond voor dit soort werkzaamheden niets opgenomen over het dragen van een veiligheidsbril.
Verder betwist [verweerders] het causaal verband tussen het feit dat [verzoeker] een komkommerblad in zijn oog heeft gekregen en het ontstane letsel. Dit letsel is veroorzaakt door een lichaamseigen schimmel die in het oog een infectie heeft veroorzaakt. Ook kan [verweerders sub 1] niet worden verweten dat er geen nazorg zou zijn verleend.
3.4.
Bij voorwaardelijk tegenverzoek verzoekt [verweerders] om voor recht te verklaren dat de vergoedingsplicht van [verweerders] vanwege eigen schuld van [verzoeker] wordt vastgesteld op 50% dan wel een in goede justitie te bepalen percentage.
3.5.
Aan haar tegenverzoek legt [verweerders] het volgende ten grondslag. Nadat [verzoeker] een blad van een komkommerplant in zijn oog kreeg heeft hij nagelaten om zijn oog te spoelen met de aanwezige spoelflessen. Dit terwijl [verzoeker] wist, of moest weten, dat de spoelflessen aanwezig waren. Daarnaast heeft het bijna een week geduurd voordat [verzoeker] naar de huisarts is gegaan. Deze vertraging heeft een nadelige impact gehad op het herstel van het oog. Verder is niet gesteld of gebleken dat [verzoeker] de medische van de schimmelinfectie heeft voortgezet nadat hij vlak na het ongeval naar [land] is vertrokken. Dit alles betekent dat de vermeende ernst van zijn oogletsel is veroorzaakt door een aan [verzoeker] toe te rekenen oorzaak.
4De beoordeling
4.1.
Tussen partijen staat vast dat [verzoeker] als uitzendkracht op 6 augustus 2021 werkzaamheden heeft verricht bij [verweerders sub 1] als inlenende partij en dat hij die dag tijdens de werkzaamheden een blad van een komkommerplant in zijn oog kreeg. In verband met de klachten die hij daarvan ondervond is hij die dag vroegtijdig naar huis gegaan. Ook is niet in geschil dat [verzoeker] uiteindelijk het zicht in dit oog is verloren. Op grond van het vierde lid van artikel 7:658 lid 4 BW is [verweerders sub 1] , die [verzoeker] heeft ingezet bij werkzaamheden in de uitoefening van haar bedrijf aansprakelijk voor schade die [verzoeker] bij de uitoefening van die werkzaamheden lijdt, tenzij zij aantoont dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan dan wel er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van [verzoeker] .
Is er sprake van causaal verband tussen het incident en het letsel van [verzoeker] ?
4.2. Nu dit door [verweerders sub 1] wordt betwist dient allereerst te worden beoordeeld of er causaal verband bestaat tussen de schade die [verzoeker] heeft geleden (het verlies aan zicht aan een oog) en het contact met het komkommerblad. Dat dat het geval is wordt door [verweerders sub 1] namelijk betwist. Het is aan [verzoeker] om dit aan te tonen.
4.3.
Ter onderbouwing van zijn stelling dat de schade is ontstaan doordat een komkommerblad in zijn oog is gekomen, heeft [verzoeker] meerdere medische stukken overgelegd, te weten een patiëntendossier van de huisarts, een drietal brieven van het oogziekenhuis in Rotterdam en een medisch advies van Triage medisch adviesbureau. Uit de informatie van de huisarts volgt dat [verzoeker] op 13 augustus 2021 op het spreekuur is geweest in verband met klachten aan zijn oog na de aanraking met het komkommerblad. Hij is door de huisarts doorverwezen naar het oogziekenhuis. Daar is hij dezelfde dag gezien. In de informatie van de oogarts staat vermeld dat hij daar heeft aangegeven dat hij werkt op een komkommerkwekerij en een blad in het oog had gehad, dat dat hij daarna een paar dagen thuis heeft gezeten maar de klachten niet verbeterden. Nu had hij een zandkorrelgevoel en zag hij niets, zo vermeldt de informatie van de oogarts. Bij oogheelkundig onderzoek is een forse hyperaemie conjuctiva geconstateerd (roodheid van het oog), een milde chemosis (zwelling), cornea vrijwel volledig opaque (ondoorzichtig of troebel), irregulair epitheel (onregelmatig epitheelweefsel) met zwelling en verdunning en mucopurulente afscheiding (mengsel van slijm en pus). De conclusie was dat er sprake was van een hoornvlieszweer na een plantenblad in het oog waarschijnlijk veroorzaakt door een schimmel. Daarvoor is [verzoeker] opgenomen geweest in het oogziekenhuis waar hij is behandeld met speciale antibiotica en medicatie tegen de schimmelinfectie.
In het medisch advies van Triage staat vermeld dat [verzoeker] tijdens zijn werk in een komkommerkwekerij een blad in zijn rechteroog kreeg waarna zich in dat oog een ernstige schimmelinfectie met een zweer in het hoornvlies ontwikkelde. Op de vraag of alle klachten en beperkingen van [verzoeker] een gevolg van dit ongeval zijn antwoordt de medisch adviseur (die beschikte over alle medische informatie): “Het genoemde letsel lijkt mij zonder enige twijfel het gevolg te zijn van het ongeval tijdens zijn werk op de komkommerkwekerij. Daarmee ook het medisch beloop en de daarmee samenhangende klachten.”
Van relevantie pre-existente klachten en/of afwijkingen is de rapporteur niet gebleken.
4.4.
[verweerders sub 1] betwist op zich niet dat het letsel van [verzoeker] is veroorzaakt door een schimmelinfectie. Volgens [verweerders sub 1] betreft het hier echter een lichaamseigen schimmel (candida parapsilosis) die ter plaatse een ooginfectie heeft veroorzaakt. De ooginfectie is volgens [verweerders sub 1] niet veroorzaakt door het contact met het komkommerblad. Daarbij beroept zij zich op het rapport van haar eigen medisch adviseur [naam 4] , het rapport van CED en informatie over candida parapsilosis op de website van de Cleveland Clinic.
4.5.
De kantonrechter volgt [verweerders sub 1] hierin niet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [verzoeker] voldoende onderbouwd dat hij als gevolg van het contact met het komkommerblad een ernstige (schimmel)infectie in zijn rechter oog heeft opgelopen welke uiteindelijk heeft geleid tot het verlies van het zicht aan dit oog. Daarbij is minder relevant of de infectie die naar aanleiding van dit letsel is ontstaan is veroorzaakt door het contact met het komkommerblad dan wel (mede) is veroorzaakt door een lichaamseigen schimmel die kennelijk veel mensen bij zich dragen. Uit de door [verweerders sub 1] overgelegde informatie volgt namelijk dat deze schimmel meestal niet schadelijk is, maar dat deze door verwondingen (kantonrechter zoals bijvoorbeeld een verwonding door een komkommerblad in het oog) er voor kan zorgen dat deze in plaatsen groeit waar dat niet hoort. Niet uit te sluiten valt dat dat bij [verzoeker] is gebeurd. Dat is dan echter alsnog het gevolg van het krijgen van een komkommerblad in het oog van [verzoeker] . Daarmee is het causaal verband tussen het incident en het letsel van [verzoeker] gegeven.
Is [verweerders sub 1] aansprakelijk voor de schade van [verzoeker] ?
4.6.
Nu vaststaat dat er sprake is van causaal verband tussen het contact met het komkommerblad tijdens de werkzaamheden die [verzoeker] voor [verweerders sub 1] uitvoerde en het letsel van [verzoeker] is [verweerders sub 1] aansprakelijk voor de schade die [verzoeker] als gevolg van dit letsel lijdt en heeft geleden, tenzij [verweerders sub 1] aantoont dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan dan wel als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van [verzoeker] . Nu gesteld noch gebleken is dat er sprake is van opzet dan wel bewuste roekeloosheid aan de zijde van [verzoeker] zal hierna alleen worden ingegaan op de vraag of [verweerders sub 1] aan haar zorgplicht heeft voldaan.
4.7.
Vooropgesteld wordt dat de werkgever (en op grond van artikel 7:658 lid 4 BW ook [verweerders sub 1] ) een wettelijke zorgplicht heeft voor de veiligheid van de werknemer. Aan de werkgever worden hoge eisen gesteld aan de veiligheid van de werkplek en het gereedschap waarmee de werkgever de werknemers laat werken en de werkgever moet aanwijzingen geven die nodig zijn om het werk veilig te verrichten. Ook moet hij er op toezien dat die aanwijzingen worden nageleefd. Niet snel kan worden aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan en dus niet aansprakelijk is voor door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade. Niet beoogd is echter om een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen gevaar. Welke (veiligheids-)maatregelen van de werkgever mogen worden verlangd en op welke wijze hij de werknemer moet instrueren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
4.8.
[verweerders] stelt dat van [verweerders sub 1] , gelet op de aard van de werkzaamheden en de geringe kans op een ongeval, niet meer veiligheidsmaatregelen mocht worden verwacht dan de maatregelen die zij reeds had genomen. Die stelling volgt de kantonrechter niet. [verweerders] doet voorkomen alsof bij het oogsten van komkommers vrijwel geen risico op een ongeval bestaat, maar dat dat het geval is blijkt niet. Zo blijkt uit de verklaring die de heer [naam 1] (eigenaar van [verweerders sub 1] ) heeft afgelegd tegenover de rapporteur van CED dat het voorkomt dat mensen die in de komkommerkwekerij werken, met hun ogen in aanraking komen met de komkommerbladeren en daar last van hebben. De een heeft er geen last van, de andere even of een paar uur en soms duurt het een paar dagen, zo heeft hij verklaard. Dit wordt bevestigd door de heer [naam 5] , eveneens eigenaar van een komkommerkwekerij, die ook een verklaring heeft afgelegd aan de rapporteur van CED. Hij geeft daarbij aan dat de een er meer last van heeft dan de ander en dat de irritatie soms zodanig is dat men naar een dokter gaat. Dat het risico hierop zeer gering is blijkt niet.
[verweerders sub 1] heeft verklaard dat het voor de oogst van komkommers nodig is om met de armen tussen de gewassen op zoek te gaan naar komkommers. Dat betekent dat [verzoeker] voor de uitoefening van zijn werkzaamheden met zijn hoofd in de buurt van de bladeren van komkommerplanten kwam. Bladeren waarvan bekend is dat deze scherpe uiteinden kunnen hebben. Daar komt bij dat [verzoeker] onweersproken heeft gesteld dat jaarlijks ongeveer 50 mensen oogklachten krijgen tijdens het oogsten van komkommerplanten. Het is dus niet zo dat het oplopen van oogklachten zeldzaam is bij het oogsten van komkommers. Weliswaar zijn deze oogklachten niet altijd zo ernstig als in het geval van [verzoeker] , maar het betekent wel dat er een wezenlijk risico bestaat op het ontstaan van letsel (want dat zijn klachten als gevolg van een komkommerblad in het oog zeker als daarvoor doktersbehandeling nodig is).
Het enkele feit dat branchevereniging Stigas het risico niet in haar Risico-inventarisatie heeft opgenomen maakt dat niet anders, te meer niet nu het een inventarisatie betreft die door de branchevereniging zelf is opgesteld en die verder niet door een relevante onafhankelijke instantie is getoetst.
4.9.
Gelet op voornoemde omstandigheden had [verweerders sub 1] haar werknemers dienen te beschermen tegen mogelijk letsel als gevolg van het in aanraking komen van de ogen met een komkommerblad. Dat had [verweerders sub 1] in dit geval ook eenvoudig kunnen doen door een veiligheidsbril beschikbaar te stellen aan [verzoeker] en hem te instrueren om deze de veiligheidsbril tijdens het oogsten te dragen. Ook had [verweerders sub 1] [verzoeker] moeten wijzen op de aanwezigheid van spoelflessen, voor zover deze er waren, en hem na het ongeval moeten instrueren om van de spoelflessen gebruik te maken. Aangezien [verweerders sub 1] deze veiligheidsmaatregelen, gelet op het reële veiligheidsrisico, niet heeft genomen heeft zij niet voldaan aan de op haar rustende zorgplicht. Om die reden zal voor recht worden verklaard dat [verweerders sub 1] aansprakelijk is voor het ontstaan en de gevolgen van het ongeval dat [verzoeker] op 6 augustus 2021 is overkomen.
4.10.
Aangezien NN ten tijde van het ongeval de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van [verweerders sub 1] was, is zij op grond van artikel 7:954 BW eveneens gehouden om de schade van [verzoeker] te vergoeden. De verzochte veroordeling tot het vergoeden van de (im)materiele schade wordt dan ook tegen [verweerders sub 1] en NN toegewezen.
Eigen schuld [verzoeker]
4.11.
Nu is geoordeeld dat [verweerders sub 1] jegens [verzoeker] aansprakelijk is voor het ongeval van 6 augustus 2021 wordt toegekomen aan het voorwaardelijke tegenverzoek. [verweerders] doet een beroep op eigen schuld in de zin van artikel 6:101 lid 1 BW.
4.12.
Het beroep op artikel 6:101 lid 1 BW gaat echter niet op. In het geval van werkgeversaansprakelijkheid blijft namelijk het uitgangspunt dat schade die een werknemer in het kader van de uitvoering van de hem opgedragen werkzaamheden lijdt, waarvoor de werkgever op grond van artikel 7:658 lid 4 BW aansprakelijk is, geheel voor rekening van de werkgever komt, tenzij de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Aangezien het de werkgever is die (mede) de werkomstandigheden bepaalt, eist de in artikel 6:101 lid 1 BW bedoelde billijkheid om de schuld van de werknemer die niet bestaat in opzet of bewuste roekeloosheid, voor rekening van de ‘opdrachtgever’ te laten komen.
4.13.
Van opzet dan wel bewuste roekeloosheid van [verzoeker] is echter geen sprake. Het klopt dat [verzoeker] , zoals [verweerders sub 1] heeft gesteld, geen gebruik heeft gemaakt van de aanwezige spoelflessen. Dit valt hem echter niet te verwijten, nu [verweerders sub 1] hem niet heeft gewezen op de aanwezigheid van deze spoelflessen. Dat hij bewust roekeloos heeft gehandeld in de behandeling van zijn oogletsel, laat staan dat hij met opzet zijn behandeling zou hebben gefrustreerd is eveneens niet gebleken. Het klopt dat hij zich na het ontslag uit het ziekenhuis niet meer bij het oogziekenhuis in Rotterdam heeft gemeld. [verzoeker] heeft echter onbetwist verklaard dat hij zijn behandeling heeft voortgezet in [land] . Aangezien geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid wordt het beroep van [verweerders] op eigen schuld verworpen. Dat betekent dat [verweerders] verplicht is om de schade van [verzoeker] volledig te vergoeden.
Kosten deelgeschil
4.14.
[verzoeker] stelt dat de kosten die hij voor dit deelgeschil heeft moet maken in totaal € 4.568,96 bedragen. Aangezien door [verweerders] geen verweer tegen de kostenbegroting is gevoerd gaat de kantonrechter uit van de juistheid van dit bedrag. De kosten zullen worden begroot op een bedrag van € 4.569,96 en nu het verzoek wordt toegewezen zullen [verweerders] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling daarvan aan [verzoeker] . Rechtbank Den Haag 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27993