RBOVE 120526 monteur komt onder stroom; onvoldoende toezicht en opvolging waarschuwingen; wg-er moet rekening houden met onoplettendheid wn-er
- Meer over dit onderwerp:
RBOVE 120526 monteur komt onder stroom; onvoldoende toezicht en opvolging waarschuwingen; wg-er moet rekening houden met onoplettendheid wn-er
3De feiten
3.1
[eiser] is per 1 september 2022 in dienst getreden bij BAM in de functie van monteur Laagspanning.
3.2
BAM is een bouwbedrijf, gespecialiseerd in het transport en de opslag van energie en water.
3.3
BAM heeft in november 2022 signalen van collega’s ontvangen over [eiser]. Deze signalen gingen over onveilig werkgedrag van [eiser] en over de houding van [eiser] ten opzichte van collega’s.
3.4
BAM heeft met [eiser] gesprekken gevoerd op 11 november 2022 en op 20 december 2022. Van deze gesprekken zijn verslagen gemaakt. Tijdens deze gesprekken is er gesproken over het onveilige werkgedrag van [eiser] en over zijn werkhouding. In het verslag van 20 december 2022 is onder meer opgenomen:
-Vanuit [naam 1] en [naam 2] [kantonrechter: [naam 1] en [naam 2] , assistent- en hoofduitvoerder bij BAM] komt de terugkoppeling dat er momenteel weinig verbetering is geweest wbt [eiser] zijn houding en werkzaamheden.
-28-02-23 staat er weer een nieuwe afspraak gepland. Wel met de verstandhouding dat er verbetering moet zijn op bovenstaande punten.
3.5
Op 20 januari 2023 heeft [eiser] de definitieve aanwijzing “VP LS Netten” gekregen. Deze aanwijzing hield in dat (in dit geval) [eiser] zelfstandig werkzaamheden aan laagspanningsnetten en aansluitingen mocht uitvoeren.
3.6
BAM en [eiser] hebben op 28 februari 2023 nogmaals met elkaar gesproken. Tijdens dit gesprek, waarvan een verslag is gemaakt, is geconstateerd dat het beter ging met [eiser] en dat [eiser] positieve feedback kreeg vanuit zijn leidinggevenden. Besloten is dat er eerst geen vervolggesprek nodig is.
3.7
Op 30 mei 2023 heeft BAM een werkplekinspectie uitgevoerd. Van deze inspectie is een verslag opgesteld. In dit verslag staat onder meer dat [eiser] onzorgvuldig omging met gereedschap en andere materialen. Met betrekking tot het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en de bekendheid met de veiligheidsprocedures heeft [eiser] tijdens deze inspectie een goede beoordeling gekregen.
3.8
BAM heeft op 1 juni 2023 aan [eiser] medegedeeld dat zij de aflopende arbeidsovereenkomst met [eiser] niet zal gaan verlengen.
3.9
Op 19 juni 2023 is [eiser] met een ingehuurde kraanmachinist, de heer [naam 3], naar een bouwproject in Emmen gegaan om nieuwbouwwoningen aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk. Tijdens het aanleggen van een zogeheten elektramof, een beschermende behuizing voor het verbinden van twee of meer elektrakabels, heeft [eiser] zonder veiligheidshandschoenen te dragen een kabel vastgepakt die onder stroom stond. Hierdoor is [eiser] onder stroom komen te staan (hierna: het ongeval). Aan het ongeval heeft [eiser] een gescheurde kruisband en handletsel overgehouden.
3.10
Na het ongeval is [eiser] naar het ziekenhuis gebracht door een collega. [eiser] heeft een nacht in het ziekenhuis verbleven.
3.11
BAM heeft het ongeval gemeld bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Door de Nederlandse Arbeidsinspectie is met betrekking tot het ongeval geen overtreding van Arbowet en regelgeving geconstateerd.
3.12
BAM heeft naar aanleiding van het ongeval een onderzoek naar de toedracht ingesteld, en op basis daarvan een onderzoeksrapport laten opstellen (hierna: het onderzoeksrapport). Ook heeft BAM betrokken collega’s gevraagd een verklaring af te leggen over het ongeval.
3.13
In het onderzoeksrapport zijn onder meer verklaringen van betrokkenen opgenomen, de uitkomsten van een technisch onderzoek bij de woning waar het ongeval heeft plaatsgevonden en de maatregelen die BAM heeft genomen ten aanzien van [eiser] in het kader van haar zorgplicht. Hoofdstuk 10 van het onderzoeksrapport bevat een tijdlijn van instructies en signalen met betrekking tot (het functioneren van) [eiser].
3.14
Bij brief van 7 juli 2023 heeft (de toenmalige gemachtigde van) [eiser] BAM aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het ongeval. BAM heeft aansprakelijkheid voor het ongeval niet erkend.
4Het geschil
4.1
[eiser] vordert – samengevat – een verklaring voor recht dat BAM voor het ontstaan en de gevolgen van het door hem overkomen arbeidsongeval aansprakelijk is, met veroordeling van BAM tot betaling van zijn door dat arbeidsongeval geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat. Tot slot vraagt [eiser] om veroordeling van BAM in de proceskosten.
4.2
BAM voert verweer.
4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling
5.1
Het gaat in deze zaak om de vraag of BAM aansprakelijk is voor de schade die [eiser] heeft geleden (en nog zal lijden) als gevolg van het ongeval dat op 19 juni 2023 heeft plaatsgevonden. Voor de beantwoording van die vraag geldt het volgende op de wet en de rechtspraak gebaseerde toetsingskader.
Het toetsingskader
5.2
Artikel 7:658 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) eist een hoog veiligheidsniveau van de werkruimte, werktuigen en gereedschappen én van de organisatie van de betrokken werkzaamheden. Een werkgever moet die maatregelen nemen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om te voorkomen dat een werknemer schade lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Als een werknemer schade lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden is de werkgever daarvoor aansprakelijk, tenzij de werkgever aantoont dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer (lid 2). Artikel 7:658 BW houdt dus een ruime zorgplicht in. Niet snel kan worden aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan en dus niet aansprakelijk is voor door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade. Artikel 7:658 BW beoogt echter niet een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen gevaar. Welke (veiligheids-)maatregelen van de werkgever mogen worden verlangd en op welke wijze hij de werknemer moet instrueren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
Het oordeel van de kantonrechter
5.3
BAM betwist niet dat [eiser] een bedrijfsongeval is overkomen, maar heeft ook aangegeven dat zij de door [eiser] gestelde toedracht van het ongeval in twijfel trekt en er belang bij heeft de precieze toedracht van het ongeval te achterhalen. Zij wil vaststellen welke maatregelen mogelijk zijn om te voorkomen dat een dergelijk ongeval nog eens gebeurt. De kantonrechter stelt voorop dat het aan [eiser] is om te stellen en te bewijzen dat hij schade heeft opgelopen tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden, maar dat op hem geen gemotiveerde stelplicht rust wat betreft de precieze toedracht van het ongeval.1 Wanneer die toedracht onduidelijk blijft, komt dat niet voor rekening en risico van de werknemer, maar van de werkgever.
5.4
Tussen partijen is zoals gezegd niet in geschil dat het ongeval met [eiser] heeft plaatsgevonden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Door BAM is daarnaast niet gesteld dat het ongeval is veroorzaakt door opzet of bewuste roekeloosheid van [eiser]. Verder heeft [eiser] tijdens de zitting voldoende nader onderbouwd dat hij (tenminste enige) schade heeft geleden als gevolg van het ongeval, en heeft BAM dit niet (verder) weersproken. Gelet hierop draait deze zaak (alleen) om de vraag of BAM aan haar zorgplicht heeft voldaan.
BAM heeft ten aanzien van [eiser] niet aan haar zorgplicht voldaan
5.5
De kantonrechter is allereerst van oordeel dat BAM voldoende heeft onderbouwd dat zij in algemene zin voldoende invulling geeft aan haar zorgplicht ten aanzien van haar medewerkers. Zo heeft BAM gesteld dat nieuwe medewerkers een veiligheidsintroductie moeten volgen, en dat tijdens die presentatie wordt gewezen op de verschillende werkinstructies die medewerkers krijgen, waarbij op verschillende veiligheidsaspecten wordt ingegaan. BAM beschikt verder over een Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en een veiligheidsinstructie Bedrijfsvoering van Elektrische Installaties Branche Laagspanning (BEI-BLS). In het kader van de BEI-BLS volgen medewerkers van BAM een opleiding, om zo met de inhoud daarvan bekend te raken. Bij goed gevolg ontvangt de betreffende medewerker een “Certificaat Vakbekwaamheid”. Na het verkrijgen van dit certificaat wordt een “Aanvraagformulier aanwijzing” ingevuld, waarmee het traject wordt gestart voor het verkrijgen van een (definitieve) aanwijzing voor het zelfstandig werken aan laagspanningsnetten en aansluitingen. Als aan alle vereisten is voldaan, ontvangt de medewerker zijn of haar definitieve aanwijzing. Daarnaast krijgen medewerkers aan het begin van een klus een raamopdracht, waarin de werkzaamheden genoemd staan en waarin wordt verwezen naar de van toepassing zijnde veiligheidsvoorschriften, en zijn er maandelijks zogeheten toolbox meetings waarin veiligheidsrisico’s besproken worden. Ook hanteert BAM een zogeheten handschoenenkaart, waarop staat in welke situaties een werknemer bepaalde handschoenen moet dragen.
5.6
In deze zaak gaat het echter om de vraag of BAM in het specifieke geval van [eiser] aan haar zorgplicht heeft voldaan. Dit heeft BAM naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Voor dit oordeel is het volgende van belang.
5.7
In november 2022 kwamen er signalen vanuit het werkveld dat [eiser] onveilig te werk ging en onzorgvuldig met bedrijfseigendommen omging. Tijdens het gesprek van 11 november 2022 tussen BAM en [eiser] zijn deze signalen besproken en zijn het onveilig werken en de houding van [eiser] aan de orde geweest. Uit het betreffende gespreksverslag volgt dat BAM aan [eiser] heeft meegedeeld: “Hebben wij het vertrouwen in je dat je veilig je werkzaamheden uit kan voeren, dan kan er een aanwijzing gemaakt worden. Zodat je alleen op pad kan gaan. Tot die tijd zal je extra in een ploeg komen.” Tijdens het gesprek van 20 december 2022 is aan [eiser] meegedeeld dat er weinig verbetering is geweest ten aanzien van zijn houding en werkzaamheden en dat er op 28 februari 2023 een nieuwe afspraak is gepland, “wel met de verstandhouding dat er verbetering moet zijn op bovenstaande punten”. Vervolgens heeft BAM op 11 januari 2023 de aanwijzing VP LS Netten ondertekend en heeft [eiser] deze op 19 januari 2023 ontvangen, waarna hij zelfstandig werkzaamheden aan laagspanningsnetten en aansluitingen mocht uitvoeren.
5.8
Ter zitting is namens BAM verklaard dat er in de periode tussen 20 december 2022 en het ondertekenen van de aanwijzing op 11 januari 2023 geen nieuw gesprek met [eiser] heeft plaatsgevonden over de aandachtspunten die in november en december 2022 met [eiser] zijn besproken. Door BAM is wel gesteld dat [eiser] aan alle vereisten voor het verkrijgen van de definitieve aanwijzing voldeed, maar het verstrekken van de aanwijzing lijkt met name een administratieve handeling te zijn geweest. BAM heeft niet aangevoerd, en dus ook niet concreet kunnen maken, dat de eerdere signalen en gesprekken over het onveilig werken van [eiser] bij de beslissing tot het afgeven van de aanwijzing zijn betrokken. Gelet op inhoud van het gespreksverslag van 11 november 2022, waaruit volgt dat pas een aanwijzing zou worden afgegeven als er vertrouwen bestond dat [eiser] veilig kan werken, en het verslag van 20 december 2022, waarin staat dat er weinig verbetering is geweest, had dat wel op de weg van BAM gelegen. Evenmin heeft BAM gemotiveerd aangevoerd dat zij vanaf het moment dat [eiser] zelfstandig werkzaamheden mocht verrichten en alleen op pad mocht gaan, adequaat toezicht heeft gehouden op [eiser]. Zo kan slechts één inspectiebezoek (op 30 mei 2023) worden vastgesteld. BAM heeft wel gesteld dat er wat betreft het gedrag en de houding van [eiser] sprake was van een stijgende lijn, en dat zij in de maanden voorafgaand aan het ongeval geen signalen meer over [eiser] met betrekking tot onveilig werken heeft ontvangen, maar zij heeft dit onvoldoende concreet onderbouwd. Uit het gespreksverslag van 28 februari 2023 kan weliswaar worden afgeleid dat het op dat moment beter ging met [eiser], maar dit was nadat [eiser] de definitieve aanwijzing had gekregen. Verder kreeg [eiser] naar aanleiding van de werkplekinspectie op 30 mei 2023 een goede beoordeling voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en de bekendheid de veiligheidsprocedures, maar daar staat tegenover dat in hoofdstuk 10 van het onderzoeksrapport, “Tijdlijn instructies en signalen” bij het gesprek van 28 februari 2023 wordt vermeld dat “onveilig werken” ook op dat moment nog een aandachtspunt was. Daarnaast wordt in ditzelfde overzicht bij 1 juni 2023 “onveilig werken” genoemd als reden voor het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst met [eiser].
5.9
Gelet op de omstandigheden vóór 19 januari 2023, bestaande uit de signalen over het onveilig werken door [eiser], de gesprekken die zijn gevoerd, de waarschuwingen die zijn gegeven en het ontbreken van een adequate opvolging daarvan, kunnen vraagtekens worden gezet bij afgeven van de aanwijzing. Dit had immers tot gevolg dat [eiser] alleen op pad kon gaan (zie het verslag van 11 november 2022 en de verklaringen ter zitting van partijen) en dat er dus sprake zou zijn van geen of minder toezicht door collega’s. In dat licht heeft BAM onvoldoende onderbouwd dat de aanwijzing zorgvuldig en op goede gronden is afgegeven. Daarnaast heeft BAM onvoldoende onderbouwd dat zij na het verstrekken van de aanwijzing op andere wijze voldoende toezicht heeft gehouden op het functioneren van [eiser]. Onder de gegeven omstandigheden mocht van BAM een zekere mate van toezicht worden verwacht op de daadwerkelijke naleving in de praktijk van haar algemene instructies, waarschuwingen, richtlijnen en veiligheidsnormen. Door BAM is wel gesteld dat zij dat toezicht hield, door te stellen dat er bijvoorbeeld (onverwacht) toezicht plaatsvond in de vorm van een inspectie, maar dit is door [eiser] betwist. Hij heeft aangevoerd dat hij de door BAM genoemde persoon, de heer [naam 4], gedurende de tijd dat hij voor BAM werkte nooit tijdens zijn werkzaamheden is tegengekomen. BAM heeft hier niet meer op gereageerd. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat in dit specifieke geval niet is komen vast te staan dat BAM aan haar zorgplicht heeft voldaan als bedoeld in artikel 6:758 BW.
5.10
Dat [eiser] tijdens zijn werkzaamheden op 19 juni 2023 zelf een fout heeft gemaakt door een kabel vast te pakken zonder dat hij zijn veiligheidshandschoenen aan had, leidt niet tot een ander oordeel. [eiser] heeft verklaard dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de situatie veilig was en de kabel die hij vastpakte niet onder stroom stond. BAM heeft een andere toedracht niet voldoende aannemelijk gemaakt zodat de kantonrechter het door [eiser] geschetste scenario tot uitgangspunt zal nemen. Maar ook als zou komen vast te staan dat [eiser] een andere fout heeft gemaakt, volgt daaruit nog niet dat BAM wel aan haar zorgplicht heeft voldaan. Een werkgever mag er immers niet zonder meer op vertrouwen dat de werknemer zelf goed oppast, maar moet rekening houden met een zekere mate van onoplettendheid, hetgeen ook geldt voor ervaren medewerkers (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 7 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX7590).
5.11
Ten aanzien van de nemen maatregelen heeft [eiser] nog aangevoerd dat zijn aanwijzing per 1 juni 2023 ingetrokken had moeten worden. BAM heeft dat betwist en aangevoerd dat zij een dergelijke maatregel niet zomaar kan nemen en daartoe volgens BAM in het geval van [eiser] geen aanleiding bestond. [eiser] heeft vervolgens aangevoerd dat er voor BAM ook minder vergaande maatregelen dan het intrekken van zijn aanzegging voorhanden waren om invulling te geven aan haar zorgplicht. Als voorbeeld heeft [eiser] genoemd het niet meer zelfstandig werken, maar in een groep en dus onder toezicht. Hier heeft BAM niet meer op gereageerd. BAM heeft niet aangevoerd dat van haar in redelijkheid niet kon worden verwacht dergelijke maatregelen te nemen en evenmin dat deze maatregelen zo bezwaarlijk waren dat deze niet van haar gevergd mochten worden in dit specifieke geval. De kantonrechter volgt BAM weliswaar in haar stelling dat zij niet voortdurend toezicht kan houden bij iedere werknemer, maar dat neemt niet weg dat er in specifieke gevallen aanleiding kan bestaan voor een meer strikte opvolging van eerder geconstateerde veiligheidsrisico’s en om de werknemer zijn werkzaamheden niet meer zelfstandig te laten verrichten.
5.12
De slotsom is gelet op het voorgaande dat BAM onvoldoende heeft onderbouwd dat zij ten aanzien van [eiser] aan haar zorgplicht heeft voldaan. De gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden toegewezen.
Verwijzing naar de schadestaatprocedure
5.13
De gevorderde verwijzing naar de schadestaatprocedure is ook toewijsbaar. [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd gesteld dat hij als gevolg van het ongeval schade heeft geleden, en nog zal lijden, en BAM heeft dit niet (voldoende) weersproken. Daarmee is voldoende aannemelijk dat [eiser] als gevolg van het ongeval mogelijk schade heeft geleden, zodat aan het vereiste voor verwijzing naar de schadestaatprocedure is voldaan.
1zie de arresten van de Hoge Raad van 4 mei 2001, ECLI:NL:HR2001:AB1430, en van 29 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2432.