Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Den Haag 190515 civiele rechter is bevoegd, omdat bestuursrechtelijke weg niet is benut, verwijzing van kanton naar handel omdat geen sprake is van arbeidsrechtelijk geschil

Rb Den Haag 190515 agente heeft letsel opgelopen tijdens training in sporthal; deelgeschil afgewezen; beoordeling geschiktheid sporthal vereist deskundige voorlichting;
- civiele rechter is bevoegd, omdat bestuursrechtelijke weg niet is benut, verwijzing van kanton naar handel omdat geen sprake is van arbeidsrechtelijk geschil;
- gevorderd obv 24 x € 240; begroot obv 14 x € 240 + 6% + 21% + griffierecht, totaal € 4.594,54

4 De beoordeling

Ontvankelijkheid

4.1.
De rechtbank volgt de politie c.s. niet in haar standpunt dat – gelet op de aanstelling van [verzoekster] als ambtenaar – de bestuursrechter in plaats van de civiele rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. Vast staat dat er door de politie geen besluit ten aanzien van de aansprakelijkheid is genomen, althans dat [verzoekster] de bestuursrechtelijke rechtsgang niet (tijdig) heeft benut. Daarmee staat voor [verzoekster] de civiele weg open. Immers, bij arrest van 30 oktober 2009(ECLI:NL:HR:BJ6020) heeft de Hoge Raad in een vergelijkbare zaak het ontvankelijkheidsverweer van de werkgever verworpen en geoordeeld dat een benadeelde werknemer/ambtenaar het recht heeft na afwijzing van de aansprakelijkheid zijn vordering aan de civiele rechter voor te leggen, zolang de bestuursrechter nog geen oordeel over de gevorderde schadevergoeding heeft gegeven. De omstandigheid dat het in die zaak aansprakelijkheid uit hoofde van artikel 6:170 BW betrof, doet hier niet aan af.

Verwijzing naar team handel

4.2.
Zoals ter zitting al met partijen is besproken, is de zaak door de kantonrechter verwezen naar team handel. Ingevolge artikel 7:615 BW en gelet op de aanstelling van [verzoekster] als ambtenaar is er immers geen sprake van een arbeidsrechtelijk geschil (of een van de andere aardvorderingen als bedoeld in artikel 93, aanhef en onder c Rv), maar van een verzoek uit hoofde van onrechtmatige daad. Nu tussen partijen niet in geschil is dat het verzoek een hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000, betreft de zaak indien deze ten principale aanhangig wordt gemaakt niet een zaak die door de kantonrechter wordt behandeld en beslist. Ingevolge artikel 1019x Rv is de kantonrechter ten aanzien van het onderhavige deelgeschil dan niet bevoegd, maar is een rechter van team handel bevoegd. De rechter die de zaak – voorafgaand aan de verwijzing – ter zitting heeft behandeld is zowel kantonrechter-plaatsvervanger als rechter in het team handel, zodat deze beschikking wordt gegeven door dezelfde rechter als de zittingsrechter.

ECLI:NL:RBDHA:2015:5715