RBDHA 161225 door gemeente afgewezen claim; beroep niet gericht tegen voor beroep vatbaar besluit; rechtbank onbevoegd
- Meer over dit onderwerp:
RBDHA 161225 door gemeente afgewezen claim; beroep niet gericht tegen voor beroep vatbaar besluit; rechtbank onbevoegd
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
2. Eiser heeft op 31 januari 2025 een online formulier ingevuld waarin hij de gemeente aansprakelijk stelt voor opgelopen letselschade. Langdurige werkzaamheden in zijn buurt hebben volgens hem geleid tot een ongeval waarbij hij gewond is geraakt. De verzekeraar van de gemeente heeft eiser op 29 april 2025, 14 mei 2025 en 3 juli 2025 laten weten dat de gemeente alle aansprakelijkheid voor de gestelde schade van de hand wijst. Hierop heeft eiser een beroepschrift ingediend bij de rechtbank.
3. Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank. Dit staat in artikel 8:1 van de Awb. In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb staat uitgelegd wat onder een besluit wordt verstaan. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. In het derde lid van dat artikel staat daarnaast uitgelegd wat onder een aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.
4. De rechtbank stelt vast dat het gestelde onrechtmatig handelen van verweerder geen besluit betreft zoals bedoeld in de Awb. Het gaat om feitelijk handelen. De afhandeling van het schademeldingsformulier over de gestelde onrechtmatige daad (artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek) ziet ook niet op een aanvraag als bedoeld in de Awb en kan niet leiden tot een besluit waartegen beroep openstaat bij de bestuursrechter. Voor procedures over schadevergoeding op grond van het Burgerlijk Wetboek is de bestuursrechter onbevoegd. Eiser kan daarvoor wel een procedure bij de burgerlijke rechter starten. Op de website van de rechtspraak (www.rechtspraak.nl) is te lezen hoe een procedure bij de burgerlijke rechter kan worden gestart.
5. Omdat het beroep van eiser niet is gericht tegen een voor beroep vatbaar besluit in de zin van de Awb, is de bestuursrechter kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het beroep. Zij mag de zaak dus niet behandelen. Eiser krijgt daarom het griffierecht van de rechtbank terug.1 Hij krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Rechtbank Den Haag 16 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:24176
