RBROT 230726 schuldsanering beëindigd: schulden niet te goeder trouw onbetaald gelaten; € 193.500 letselschade-uitkering besteed aan drugs, gokken en levensonderhoud
- Meer over dit onderwerp:
RBROT 230726 schuldsanering beëindigd: schulden niet te goeder trouw onbetaald gelaten; € 193.500 letselschade-uitkering besteed aan drugs, gokken en levensonderhoud
2De standpunten
Standpunt bewindvoerder
De bewindvoerder heeft geconstateerd dat schuldenaar in de periode tussen 4 februari 2022 en 1 december 2023 in totaal € 193.500,-- heeft ontvangen van een verzekeraar in verband met een letselschade-uitkering. Dat schuldenaar deze letselschade-uitkering heeft ontvangen was niet bekend bij de toelatingszitting, zodat de behandelend rechter niet heeft kunnen toetsen of de schulden te goeder trouw onbetaald zijn gelaten. Schuldenaar heeft de uitkering van € 193.500,-- volledig opgemaakt. De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat schuldenaar de verplichtingen, voortvloeiend uit de schuldsaneringsregeling, is nagekomen.
Standpunt schuldenaar
Schuldenaar heeft ter zitting verklaard dat hij het bedrag van € 193.500,-- heeft ontvangen in verband met een bedrijfsongeval dat hij heeft gehad. Schuldenaar stelt dat hij door het bedrijfsongeval in een ernstige depressie is geraakt. Hij was verslaafd aan drank en drugs en kreeg verslavende medicijnen tegen zijn lichamelijke klachten. Schuldenaar kan zich niet precies herinneren waarvoor hij het bedrag van € 193.500,-- heeft aangewend. Een groot deel is opgegaan aan drugs en gokken. Daarnaast heeft hij met het bedrag van € 193.500,-- voorzien in zijn levensonderhoud. Schuldenaar heeft niet bewust de vermelding van de letselschade-uitkering achtergehouden. Schuldenaar heeft melding gemaakt bij de schuldhulpverlenende instantie, Pameijer en overige instanties dat hij de letselschade-uitkering heeft ontvangen. Schuldenaar hield zich door zijn depressie niet met de schulden bezig en wist niet dat met het geld zijn schulden moest afbetalen. Als schuldenaar wist wat hij nu weet, dan had hij het anders aangepakt.
Standpunt wooncoach
De wooncoach heeft ter zitting verklaard dat het voor schuldenaar van groot belang is dat zijn schuldentraject goed wordt afgerond. Als de schuldsaneringsregeling tussentijds wordt beëindigd dan wordt er geen zorgindicatie meer afgegeven en raakt schuldenaar zijn urgentieverklaring voor een zelfstandige woonruimte kwijt. Bovendien zal de zorg met onmiddellijke ingang staken en wordt schuldenaar wederom dakloos.
Standpunt rechter-commissaris
Na de toelatingszitting is gebleken dat schuldenaar in de periode maart 2022 tot en met 17 november 2022 een letselschade-uitkering heeft ontvangen van € 193.500,-- in verband met een bedrijfsongeval. Dit bedrag is in de 20 daaropvolgende maanden uitgegeven. Uit een verklaring van schuldenaar van 20 mei 2026 blijkt dat voornoemd bedrag niet is besteed aan de op dat moment al bestaande schulden, maar onder meer aan drugs en overbesteding. Dit is niet gemeld tijdens de toelatingszitting. Het verzoekschrift is door schuldenaar ingediend op 4 februari 2025, zodat deze gedragingen volledig binnen de driejaarstermijn vallen. De rechter-commissaris ondersteunt de voordracht van de bewindvoerder.
3De beoordeling
De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na achttien maanden een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 73.349,78 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen.
Goede trouw-toets
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest en dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een schuldenaar dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de schuldenaar kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van schuldenaar voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
De rechtbank stelt vast dat schuldenaar in de periode 4 februari 2022 tot en met 17 november 2022 in totaal een bedrag van € 193.500,-- heeft ontvangen in verband met een letselschade-uitkering. Schuldenaar heeft voornoemd bedrag aangewend om zijn verslavingen te bekostigen en voor overbesteding. Hij heeft met voornoemd bedrag niet zijn op dat moment bestaande schulden afgelost. Schuldenaar wist, althans behoorde te weten, dat hij met het bedrag van € 193.500,-- zijn schulden diende te betalen. Dat schuldenaar aan diverse instanties heeft meegedeeld dat hij het bedrag van €193.500,-- heeft ontvangen, maakt dit niet anders. Schuldenaar heeft een eigen verantwoordelijkheid. De rechtbank stelt vast dat schuldenaar zijn schulden niet te goeder trouw onbetaald heeft gelaten en acht de handelwijze van schuldenaar verwijtbaar. De gedragingen van schuldenaar vallen binnen de driejaarstermijn. Als deze feiten bekend waren geweest ten tijde van de toelatingszitting, dan hadden die aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg gestaan.
De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder f, Faillissementswet. Rechtbank Rotterdam 23 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9989
