Overslaan en naar de inhoud gaan

OGEAM 280426 geen letsel; scooter haalt wachtende auto's links in en is aansprakelijk voor schade aan links afslaande auto;

OGEAM 280426 geen letsel; scooter haalt wachtende auto's links in en is aansprakelijk voor schade aan links afslaande auto;

4De beoordeling

4.1.

De vordering van [eiseres] is gegrond op onrechtmatige daad. Voor toewijzing daarvan moet worden vastgesteld dat sprake is van een onrechtmatige gedraging, toerekenbaarheid, schade, causaal verband en relativiteit.

4.2.

Vast staat dat [gedaagde] met een scooter tegen de auto van [eiseres] is aangereden. [eiseres] sloeg links af, nadat zij dat had aangegeven. Er stond een rijtje auto’s achter [eiseres] te wachten. [gedaagde] haalde deze auto’s met zijn scooter in en reed op de verkeerde weghelft. De aanrijding vond plaats op de linker weghelft. [gedaagde] had [eiseres] dus voor moeten laten gaan. Een dergelijke gedraging levert in beginsel een schending op van de zorgvuldigheidsnorm die in het maatschappelijk verkeer betaamt, nu van een verkeersdeelnemer mag worden verwacht dat hij voldoende afstand houdt en zijn voertuig zodanig onder controle heeft dat aanrijdingen worden voorkomen.

4.3.

Het Gerecht kwalificeert dit handelen als een onrechtmatige daad. Deze gedraging is [gedaagde] ook toe te rekenen, nu deze is te wijten aan zijn schuld, althans voor zijn risico komt.

4.4.

Ten aanzien van de schade overweegt het Gerecht dat [eiseres] voldoende heeft aangetoond dat haar auto als gevolg van de aanrijding is beschadigd. De door haar overgelegde facturen en betalingsbewijzen met betrekking tot de reparatiekosten onderbouwen de omvang van de schade voldoende.

4.5.

Het causaal verband tussen de onrechtmatige gedraging en de schade is gegeven, nu de schade een direct gevolg is van de aanrijding. Het betreft schade die naar haar aard voorzienbaar is als gevolg van een verkeersongeval. [eiseres] heeft de schade laten begroten door [naam bedrijf]. Deze begroting was USD 3.668,-. [eiseres] heeft ervoor gekozen de auto op een goedkopere manier te laten repareren voor USD 1.200,- en haar schade zo – ook in het belang van [gedaagde] – beperkt.

4.6. [

gedaagde] heeft weliswaar verweer gevoerd in de conclusie van antwoord, maar is niet ter comparitie verschenen om dit verweer nader toe te lichten of te onderbouwen.

4.7.

Vast staat voorts dat [gedaagde], ondanks aansprakelijkstelling, heeft geweigerd de schade te vergoeden of tot herstel over te gaan. Daarmee is [gedaagde] in verzuim geraakt, zodat hij ook de wettelijke rente over het schadebedrag verschuldigd is vanaf het moment dat betaling uitbleef.

4.8.

De door [eiseres] gevorderde schadevergoeding, zoals verminderd, komt het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als voldoende onderbouwd worden toegewezen.

4.9. [

gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op Cg 50,- aan griffierecht. Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 28 april 2026, ECLI:NL:OGEAM:2026:103