Overslaan en naar de inhoud gaan

RBAMS 290622 vanwege aard van de zaak zal procesdossier niet aan deskundige worden verstrekt

RBAMS 290622 benoeming traumachirurg en neurochirurg tzv beoordeling letsel en toedracht fietsongeval;
- vanwege aard van de zaak zal procesdossier niet aan deskundige worden verstrekt

2
De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenvonnis (geen publicatie bekend, red. LSA LM) is overwogen dat een deskundigenbericht een bijdrage kan leveren aan het complementeren van het feitencomplex en dat de rechtbank een deskundige of deskundigen zal benoemen. Beide partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het aantal, het specialisme van de te benoemen deskundige(n), over de persoon van de deskundige(n) en over de vraagstelling. Partijen hebben zich op die punten bij akte uitgelaten.

Deskundigen

2.2.
Partijen hebben overeenstemming bereikt over de benoeming van een traumachirurg. Zij zijn het niet eens over de benoeming van een tweede deskundige. [eisers] . staan voor tevens een neurochirurg te benoemen die met de traumachirurg het deskundigenonderzoek kan verrichten. [eisers] . achten een mede beoordeling door een neurochirurg van belang, omdat bij de eerste opvang van [minderjarige] in het ziekenhuis na het ongeval ook een neurochirurg betrokken was en vanuit het specialisme van de neurochirurg meer kennis en ervaring aanwezig is op het gebied van ernstig traumatisch letsel.

Volgens VGA kan worden volstaan met de benoeming van enkel een traumachirurg. Die chirurg heeft de meeste ervaring met de opvang van trauma’s. Indien een multidisciplinair onderzoek wordt gelast, dient de tweede deskundige een neuroloog te zijn. De neuroloog, aldus VGA, is deskundig op het gebied van neurologisch trauma. Een neurochirurg ziet slechts een selectie van patiënten. De betrokkenheid van een neurochirurg bij de opvang van [minderjarige] na het ongeval heeft destijds een organisatorische reden gehad.

2.3.
Nu partijen daarover overeenstemmen, zal de rechtbank overgaan tot de benoeming van een traumachirurg. Partijen zijn het ook eens over de persoon van de deskundige: prof. dr. M.H.J. Verhofstad van het Erasmus MC.

Daarnaast zal de rechtbank een neurochirurg tot deskundige benoemen. De stelplicht en de bewijslast rusten op [eisers] . Het staat [eisers] . vrij om haar bewijsvoering in te vullen, ook voor wat betreft het deskundigenonderzoek. [eisers] . achten een onderzoek door twee deskundigen wenselijk en zij zullen daarin in beginsel worden gevolgd, tenzij van bezwaren blijkt of een gezamenlijke expertise evident geen meerwaarde heeft ten opzichte van een eenzijdig onderzoek. Dat is in dit geval niet gebleken.

Daarnaast is niet concreet bestreden dat (ook) de neurochirurg gespecialiseerd is op het gebied van een neurologisch trauma. De rechtbank ziet dan ook geen gronden aanwezig om in plaats van een neurochirurg een neuroloog als deskundige aan te wijzen. Partijen zijn het eens over de persoon van de te benoemen neurochirurg, te weten prof. dr. C.M.F Dirven van het Erasmus MC.

2.4.
Beide deskundigen hebben aan de griffier bericht ertoe bereid te zijn een deskundigenonderzoek uit te voeren en dat zij daarin vrij staan.

Vraagstelling

2.5.
Partijen hebben een voorstel gedaan voor de aan de deskundigen te stellen vragen. Zij zijn het niet eens geworden over de vraagstelling.

2.6.
Voorop staat dat in deze specifieke zaak de vragen aan de deskundigen ten aanzien van de oorzaak/de oorzaken van het letsel van [minderjarige] niet (te) sturend mogen zijn. Dat in aanmerking genomen, zal de eerste zin van Vraag 1a van [eisers] . om een nauwkeurige beschrijving te geven van het bij het ongeval opgelopen letsel aan de deskundigen worden voorgelegd. De overige onder Vraag 1 geformuleerde vragen, kort weergegeven over de aard en de ernst van specifieke letsels/beschadigingen, de situatie van [minderjarige] bij binnenkomst op de SEH en over de oorzaak van specifiek(e) letsel(s) moeten worden geacht te zijn verwerkt in de eerste zin van Vraag 1a dan wel zijn te sturend. Vraag 2 van [eisers] . over de ontstaansoorzaken van het letsel wordt eveneens als te sturend achterwege gelaten. Naast de genoemde eerste zin van Vraag 1a van [eisers] . zal de rechtbank de vraagstelling en de door VGA weergegeven context als meest neutrale optie volgen, met een toevoeging over de plek waar [minderjarige] is gevallen (‘het stuk trottoir tussen het fietspad en de rijbaan’) om de context te verduidelijken.

Slotopmerkingen

2.7.
De rechtbank zal de onder de beslissing vermelde deskundigen benoemen.

2.8.
Uitgangspunt is dat het voorschot op de kosten van de deskundigen door de eisende partij wordt gedeponeerd. Dit voorschot zal daarom door [eisers] . moeten worden betaald.

2.9.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundigen. Daaronder behoort het verstrekken van het medisch dossier. De beoordeling welke medische gegevens en informatie de deskundigen (verder) voor hun onderzoek noodzakelijk achten, zal de rechtbank aan de deskundigen overlaten.

Doorgaans geeft de eisende partij een afschrift van het procesdossier aan de deskundigen. Gezien de aard van de zaak en de door de deskundigen te beantwoorden vraagstelling, zal in deze zaak het procesdossier niet worden verstrekt, met uitzondering van deze beslissing die door de griffier aan de deskundigen zal worden gestuurd.

2.10.
De rechtbank zal de verplichtingen van partijen uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.11.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundigen doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.12.
De rechtbank zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

3
De beslissing

De rechtbank

3.1.
beveelt een onderzoek door deskundigen ter beantwoording van de volgende vragen:

Context

[minderjarige] reed op 19 juni 2018 met haar fiets op het fietspad van de [adres] te Amsterdam. Zij is links ingehaald door een andere fietser. Deze fietser is na het inhalen te snel naar rechts gegaan en heeft de fiets van [minderjarige] geraakt. [minderjarige] is uit balans geraakt, is gaan slingeren en ten val gekomen, waarbij zij met haar hoofd op de straatstenen (het stuk trottoir tussen het fietspad en de rijbaan) is gevallen.

Vragen

Kunt u een nauwkeurige beschrijving geven op uw vakgebied van het bij het ongeval in kwestie opgelopen letsel?

Kan het letsel van [minderjarige] , nadat zij is aangereden door een andere fietser, veroorzaakt zijn door sec een val van de fiets met haar hoofd op de straatstenen (het stuk trottoir tussen het fietspad en de rijbaan), of moet [minderjarige] - gezien het letsel - vóórdat zij met haar hoofd op de straatstenen belandde eerst in contact zijn geweest met een voertuig? Kunt u uw antwoord motiveren/onderbouwen.

Heeft u naar aanleiding van uw bevindingen nog opmerkingen die relevant kunnen zijn voor het verdere verloop van deze zaak?

3.2.
benoemt tot deskundigen: (etc. red. LSA LM)

ECLI:NL:RBAMS:2022:3862