RBMNE 110326 dochter krijgt thuis hete thee over zich heen; Rb gelast getuigenverhoor; ook verklaringen van horen zeggen kunnen relevant zijn
- Meer over dit onderwerp:
RBMNE 110326 dochter krijgt thuis hete thee over zich heen; Rb gelast getuigenverhoor; ook verklaringen van horen zeggen kunnen relevant zijn
2. De kern van de zaak
2.1. Tijdens een bezoek van een medewerkster van Amerpoort heeft [dochter] een kop hete thee over zich heen gekregen. Daarbij heeft [dochter] brandwonden opgelopen. Volgens [verzoekster] heeft de medewerkster haar kop thee omgestoten. Zij heeft daarom Amerpoort aansprakelijk gesteld. ASR heeft als aansprakelijkheidsverzekeraar van Amerpoort de aansprakelijkheid afgewezen.
2.2. Partijen verschillen van mening over de toedracht van het ongeval. Om daarover duidelijkheid te krijgen vraagt [verzoekster] - als wettelijk vertegenwoordiger van [dochter] - een voorlopig getuigenverhoor te bevelen. De rechtbank wijst het verzoek toe.
3. De beoordeling
Wat de rechtbank moet beoordelen
3.1. Uitgangspunt is dat de rechtbank een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor te bevelen toewijst indien verzoeker door het getuigenverhoor zekerheid of duidelijkheid wil krijgen over feiten en omstandigheden die voor de beslissing van een geschil van belang kunnen zijn dan wel daarmee (beter) inzicht wil krijgen of het beginnen van (of doorgaan met) een rechtszaak over het geschil wenselijk is.
3.2. De rechter moet het verzoek afwijzen als zich een of meer van de volgende redenen voordoen: (1)
a. de informatie die verlangd wordt is niet voldoende bepaald;
b. er is onvoldoende belang bij een voorlopig getuigenverhoor;
c. het verzoek is in strijd met de eisen van een goede procesorde;
d. de bevoegdheid om een voorlopig getuigenverhoor te verzoeken, wordt misbruikt;
e. er bestaat een ander belangrijk bezwaar tegen het houden van een voorlopig getuigenverhoor.
De rechtbank wijst het verzoek toe
3.3. [verzoekster] heeft goed uitgelegd waarom het voorlopig getuigenverhoor nodig is. ASR c.s. heeft er geen bezwaar tegen gemaakt. Voor de rechtbank zijn er ook geen redenen om het verzoek van [verzoekster] niet toe te staan.
3.4. ASR c.s. heeft wel bezwaar gemaakt tegen 2 van de door [verzoekster] genoemde getuigen. Deze getuigen, medewerkers van Amerpoort, waren niet bij het ongeval aanwezig, maar hebben meegereisd met [dochter] en haar ouders naar het Brandwondencentrum en hebben daar (vanwege de taalbarrière van de ouders) tegenover de zorgverleners verklaringen afgelegd over onder andere de toedracht van het ongeval. Volgens ASR c.s. hebben de medewerkers het ongeval niet waargenomen en kunnen hun verklaring niet als bewijs dienen. Volgens [verzoekster] kunnen de medewerkers wel verklaren over de verklaringen die door haar en de vader van de [dochter] zijn afgelegd tegen de zorgverleners. De rechtbank passeert het bezwaar van ASR c.s. Van belang is dat de opgeroepen getuigen uit eigen wetenschap iets relevants kunnen verklaren over de feiten. Onder 'uit eigen wetenschap' valt ook wat de getuige heeft horen zeggen. Genoegzaam is gebleken dat de twee medewerkers van Amerpoort iets relevants kunnen zeggen over wat zij hebben horen zeggen over de toedracht van het ongeval.
3.5. Het voorgaande betekent dat de rechtbank in deze uitspraak het gevraagde voorlopig getuigenverhoor zal bevelen.
Slotoverwegingen
3.6. De rechtbank geeft aan de advocaat van [verzoekster] mee dat bij het tijdstip van oproeping van de getuigen rekening wordt gehouden met de te verwachten duur van het verhoor per getuige en de nader te noemen beschikbare zittingstijd, waarbij als leidraad kan worden aangehouden dat doorgaans het verhoor van een partijgetuige 90 minuten en van een andere getuige 60 minuten duurt.
3.7. Partijen wordt verzocht uiterlijk twee weken voor de zittingsdatum aan de nader aan te wijzen rechter-commissaris en aan de advocaat van de wederpartij toe te zenden (afschriften van) de bescheiden waarvan kennisneming voor de rechter-commissaris van belang is.
3.8. Aangezien door de griffier aan ASR c.s. een afschrift van deze beschikking wordt toegezonden, is [verzoekster] niet gehouden een afschrift van deze beschikking toe te zenden. (2)
(1) Artikel 196 lid 2 Rv.
(2) Ex artikel 198 lid 2 Rv.
Met dank aan mw. mr. M.G.F. (Babette) de Graaff-Bosch, BAEN Advocatuur voor het inzenden van deze uitspraak.
Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2025/RBMNE-110326
