Overslaan en naar de inhoud gaan

RBROT 231222 voorlopig getuigenverhoor toegewezen; verzoek verweerders om standpunt schriftelijk toe te lichten vóór getuigenverhoor afgewezen

RBROT 231222 voorlopig getuigenverhoor toegewezen; verzoek verweerders om standpunt schriftelijk toe te lichten vóór getuigenverhoor afgewezen

2.
Het verzoek en de beoordeling daarvan

2.1.
Het verzoek van [verzoekster01] strekt tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor.

2.2.
[verweerster01] , [verweerster02] , Achmea en Allianz hebben te kennen gegeven hiertegen geen bezwaar te hebben en [verweerder01] heeft geen bezwaar kenbaar gemaakt.

2.3.
Het verzoek van [verzoekster01] is als niet weersproken en op de wet gegrond toewijsbaar.

2.4.
Het verzoek van [verweerster01] en Allianz om in de gelegenheid te worden gesteld om hun standpunt schriftelijk toe te lichten, wordt afgewezen. Dit voorlopig getuigenverhoor is enkel bedoeld om [verzoekster01] in de gelegenheid te stellen personen als getuige te laten horen en aan de hand van de afgelegde getuigenverklaringen te bepalen of zij al dan niet een bodemprocedure wil opstarten. De getuigen (en dus ook [verweerster01] ) kunnen tijdens het voorlopig getuigenverhoor in reactie op de vragen van de kantonrechter en de gemachtigden van partijen hun versie van de gebeurtenissen vertellen. Daarnaast staat het hen vrij om in een eventuele bodemprocedure verweer te voeren en daar hun versie van de gebeurtenissen (nogmaals) toe te lichten.

2.5.
Voordat een datum voor het te houden voorlopig getuigenverhoor wordt bepaald, worden partijen in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 13 januari 2023 hun verhinderdata voor de maanden februari, maart, april en mei 2023 op te geven. Vervolgens wordt aan de hand van de verhinderdata die dan zijn ontvangen een datum en tijdstip voor het te houden voorlopig getuigenverhoor bepaald. Deze datum wordt per brief aan partijen medegedeeld.

2.6.
Aangezien [verweerster01] , [verweerster02] , [verweerder01] , Achmea en Allianz al over het verzoekschrift beschikken en zij van de griffie een afschrift van deze beschikking ontvangen, bestaat er geen aanleiding om te bepalen dat [verzoekster01] deze stukken - gelet op het bepaalde in artikel 188 lid 1 in verbinding met artikel 190 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering - bij deurwaardersexploot aan [verweerster01] , [verweerster02] , [verweerder01] , Achmea en Allianz moet betekenen, dan wel per aangetekende post aan hen moet toesturen.ECLI:NL:RBROT:2022:11344