Overslaan en naar de inhoud gaan

RBROT 180226 motor trekt op bij groen en botst op auto die door (donker) oranje reed; Auto aansprakelijk; geen ambtshalve toepassing ES verweer

RBROT 180226 motor trekt op bij groen en botst op auto die door (donker) oranje reed; Auto aansprakelijk; geen ambtshalve toepassing ES verweer

1De zaak in het kort

1.1.

[eiser] heeft schade opgelopen door een verkeersongeluk waarbij een verzekerde van Allianz betrokken was. In deze zaak staat de vraag centraal of Allianz als verzekeraar gehouden is de schade die [eiser] als gevolg van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden, te vergoeden. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend, omdat de verzekerde van Allianz niet behoorlijk oplettend is geweest bij het oprijden van het kruispunt waar het ongeval plaatsvond, en een onnodig risico heeft genomen door niet te stoppen voor het oranje verkeersplicht.

2De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties 1 t/m 7,
- de conclusie van antwoord, met producties 1 en 2,
- de akte van eiswijziging aan de zijde van [eiser] ,

- de mondelinge behandeling van 12 augustus 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

3Wat is er gebeurd?

3.1.

Op 30 maart 2023 was [eiser] betrokken bij een verkeersongeluk. Hij stond naar eigen zeggen vooraan stil voor een rood verkeerslicht. Toen het verkeerslicht groen werd, trok hij op en reed rechtdoor om zijn weg te vervolgen. Een verzekerde van Allianz (hierna: de automobilist) reed op dat moment op de afrit van de snelweg en kwam voor [eiser] van rechts. De automobilist was naar eigen zeggen van plan om rechtdoor te rijden op het kruispunt, maar belandde per abuis op de meest linkerrijstrook. Hij reed naar eigen zeggen door een oranje verkeerslicht. Kort daarna botste [eiser] met de voorkant van zijn motor op de linker achterdeur van de auto. [eiser] is daarbij bewusteloos geraakt en heeft letsel opgelopen.

3.2.

De politie heeft een proces-verbaal van het ongeluk gemaakt. Daaruit blijkt onder andere het volgende:

“Entiteit en relaties

[automobilist]: verdachte

[ [eiser] ]: slachtoffer

Toedracht BE 1 reed op motor met kenteken [kenteken 1] . Deze stond stil voor het rode verkeerslicht. Deze werd groen. En wilde zijn weg vervolgen over de [automobilist] in de richting van de Hoofdweg. BE 2 reed in zijn Toyota Prius [kenteken 2] . Deze kwam de afrit a10, [automobilist] gereden. Deze reed naar eigen zeggen door het oranje verkeerslicht. Hier was ineens de motor, en kwamen in botsing op de kruising afrit a10 met de [automobilist] .”

3.3.

[eiser] en de automobilist zijn als getuige gehoord door de rechtbank Amsterdam. Uit het proces-verbaal van dit getuigenverhoor blijkt dat [eiser] en de automobilist het volgende hebben verklaard:

[de automobilist]
Ik herinner me dat ik op 30 maart 2023 betrokken ben geweest bij een ongeval. Ik reed in een auto Toyota Prius met het kenteken [kenteken 2] en ik ben tegen een motorfiets aangereden, waarvan ik het merk niet weet. U houdt mij voor afbeelding 1 bij het verzoekschrift voorlopig getuigenverhoor. Als ik het mij goed herinner staat daar een groene pijl ingetekend, dat was ik met mijn auto. De motor is aangegeven met een roze pijl.

Ik reed op de AIO West toen heb ik de afslag genomen. Ik denk dat de afslag is genummerd 5. Toen ik de afslag had genomen wilde ik rechtdoor rijden, maar dat heb ik niet gedaan. Ik was van plan om rechtdoor te rijden, maar ik kon de situatie niet goed overzien. Op een gegeven moment was ik beland op de rijstrook waar later op de weg pijlen naar links waren aangegeven. Toen ik op de rijstrook voor linksaf stond heb ik mijn plan veranderd en wilde ik links afslaan. Toen ik voor het laatst naar het stoplicht keek was het oranje. Ik ben niet door rood gereden. Mijn snelheid op het moment dat ik het stoplicht passeerde was 40 a 50 km/uur. De situatie was aldus op het moment dat ik aan kwam rijden het stoplicht lichtgroen was en op een gegeven moment was het oranje geworden en toen ik onder het stoplicht reed was het nog steeds oranje. Ik ben dus niet door rood gereden. U vraagt mij of ik een verklaring voor het ongeval kan geven. Dat kan ik niet echt. Wel weet ik dat het een grote klap was waarbij mijn auto een aantal centimeters opschoof. Het lijkt mij niet dat er zo een klap plaatsvind als de motor bij het stoplicht vanaf stilstand is opgetrokken toen het stoplicht groen voor hem werd. Voor zover ik mij kan herinneren heb ik wel een schadeformulier ingevuld. Ik kan dat niet nu produceren en ik hoor mr. Poelhekke zeggen dat zij het niet in haar dossier heeft.

Ik weet niet wat er na het ongeval met de motorrijder is gebeurd. Ik heb geen contact meer met hem gehad. Ik kan u wel vertellen dat het voor mij ook een traumatische gebeurtenis was. Ik heb een dochter die toen 8 jaar was en een zoon die 1 jaar was. Zij zaten toen ook bij mij in de auto en zijn gewond geraakt door het glas. Eén van de achterdeuren was verder door de klap naar binnen gedrukt.

Als ik mij goed herinner is de motor met zijn voorkant tegen mijn achterdeur aangereden.

Ik ken de situatie ter plaatse een beetje. Het was niet zo dat ik daar voor het eerst was. Ik kom er misschien een paar keer per jaar. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat er niemand achter mij reed op de rijstrook die ik had gekozen. Ik denk dat ik een meter of twee voor de stopstreep was toen ik nog naar het stoplicht had gekeken. U vraagt mij waar ik naartoe ging. Ik reed op de ring West en heb toen de afslag genomen zoals ik al eerder verklaarde. Ik moest ter plaatse iets ophalen. Ik had geen haast. U vraagt mij of ik de regels ken rondom het oranje stoplicht. Vanzelfsprekend betekent groen doorrijden en rood stoppen. Als het licht oranje is en je rijdt te snel om te stoppen mag je doorrijden en als je langzaam genoeg rijdt om te stoppen dan moet je ook stoppen.

[[eiser]]
Ik ben betrokken geweest bij een verkeersongeval op 31 maart 2023. Ik was bestuurder van een motorfiets Suzuki met kenteken [kenteken 1]. Ik ben in aanraking gekomen met een auto. Ik weet niet het merk of kenteken. U houdt mij voor afbeelding 1 zoals opgenomen in het verzoekschrift voorlopig getuigenverhoor. Het klopt dat daarin mijn motor is aangegeven met een roze pijl. De auto waarmee ik in aanraking ben gekomen is aangegeven met een groene pijl. Het ongeval heeft plaatsgevonden als volgt. Ik kwam van mijn werk en wilde naar huis gaan, ik stond als eerste te wachten voor het rode stoplicht. Toen het op groen sprong ben ik opgetrokken en was daar opeens de auto die voor mij van rechts kwam. Ik heb nog geprobeerd uit alle macht te remmen maar kon het ongeval niet voorkomen. Ik weet nog dat ik de auto gezien heb, maar van wat er daarna gebeurde kan ik mij niets meer herinneren. Ik ben buiten bewustzijn geraakt en toen ik bij bewustzijn kwam lag ik op de grond. Ik zag allerlei voertuigen om me heen en ik weet nog dat ik met de ambulance naar het ziekenhuis ben gebracht. Ik heb onder andere hersenletsel opgelopen. U vraagt mij of één van beide wegen een voorrangsweg is. Ik kan u vertellen dat de weg waarop ik reed de voorrangsweg was. ik ben ter plaatse heel goed bekend, want ik werk als verpleegkundige in het [ziekenhuis].

Het klopt dat ik twee keer een aanrijdingsformulier heb ingevuld,. Het eerste was ongeveer een week na het ongeval. U vertelt mij dat dit aanrijdingsformulier als productie 6 bij het verzoekschrift is gevoegd. Ik heb later nog productie 7 als aanrijdingformulier ingevuld. De laatste versie is de juiste. De eerste versie is niets meer dan een kladversie.

Ik zei u net al dat ik het bewustzijn ben verloren na de aanrijding. Ik heb dus toen geen contact met de bestuurder van de auto gehad. Ook later is er nooit contact tussen ons geweest.

Op vragen van mr. Ersoy antwoord ik als volgt:

U vraagt mij waar ik ben geraakt door de auto. Dit was in het midden van de motor.

Op vragen van mr. Poelhekke antwoord ik als volgt:

U vraagt mij of het ongeval niet op 31 maart, maar op 30 maart heeft plaatsgevonden. Ik begrijp dat 30 maart in alle stukken staat. Dan zal ik mij vergist hebben en is de juiste datum van het ongeval 30 maart 2023.

3.4.

[eiser] heeft Allianz aansprakelijk gesteld, maar Allianz heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval niet erkend.

4Het geschil

4.1.

[eiser] vordert, na eiswijziging, samengevat, bij een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis,

I. Een verklaring voor recht dat Allianz op grond van artikel 6 lid 1 WAM schadeplichtig is jegens [eiser] ,

II. Dat Allianz in de kosten van deze procedure wordt veroordeeld.

4.2.

Allianz voert verweer en concludeert tot afwijzing met een veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente.

5De beoordeling

5.1.

[eiser] stelt dat Allianz als verzekeraar van de automobilist gehouden is de door hem geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval te dekken en dus aan hem te vergoeden op grond van (artikel 6:162 BW jo.) artikel 6 lid 1 WAM. Volgens [eiser] had de automobilist in de gegeven omstandigheden moeten stoppen voor het oranje stoplicht en had hij rekening moeten houden met het overige verkeer op dit drukke kruispunt. Hij heeft daarom een verkeersfout begaan.

5.2.

Volgens Allianz is er geen sprake van een verkeersfout aan de zijde van de automobilist. Het kan volgens Allianz niet anders dat [eiser] door rood is gereden, omdat de verkeerslichten volgens de fasediagram van de gemeente Amsterdam conflicterend met elkaar zijn en de automobilist door oranje reed. Daarnaast vindt Allianz dat [eiser] niet aan zijn bewijslast heeft voldaan, omdat de stelling dat hij door groen licht reed niet is onderbouwd met aanvullend bewijs, anders dan zijn eigen verklaring. De automobilist hoefde volgens Allianz ook niet te stoppen voor het oranje verkeerslicht.

De vorderingen worden toegewezen

5.3.

De rechtbank oordeelt dat Allianz als WAM-verzekeraar van de aansprakelijke partij op grond van artikel 6 lid 1 WAM gehouden is om de schade die [eiser] als gevolg van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden, te vergoeden, en wijst de vorderingen toe.

De automobilist heeft onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld doordat hij niet behoorlijk oplettend is geweest. De rechtbank komt tot dat oordeel op grond van het volgende.

5.4.

Op [eiser] rust de (stelplicht en) bewijslast van zijn stelling dat de automobilist een verkeersfout heeft gemaakt. Anders dan Allianz stelt heeft [eiser] meer bewijs bijgebracht dan de verklaringen tijdens het voorlopig getuigenverhoor. Er is immers ook het proces-verbaal van de politie, het onbetwiste letsel en de schade aan de voertuigen. De politie heeft in het proces-verbaal genoteerd dat [eiser] stil stond voor een rood verkeerslicht en is gaan rijden op het moment dat het verkeerslicht groen werd. Uit het proces-verbaal blijkt ook dat de automobilist verdachte is (r.o. 3.2.).

5.5.

Uit het letsel en de schade aan de voertuigen blijkt dat er een aanrijding met behoorlijke kracht heeft plaatsgevonden. Aangenomen moet worden dat de verkeerslichteninstallatie naar behoren werkte. Dat betekent dat partijen niet elk tegelijk groen licht gehad kunnen hebben. Tegen die achtergrond en gelet op de verklaringen van beide bestuurders, die allebei ontkennen door rood gereden te zijn, moet in beginsel aangenomen worden dat de automobilist door groen is gereden, maar op dat uitgangspunt moet hier een uitzondering worden gemaakt omdat hij zelf als getuige heeft verklaard dat hij door oranje heeft gereden. Veronderstellende wijs aannemend dat [eiser] door rood is gereden heeft de automobilist toch een verkeersfout gemaakt.

5.6.

De automobilist heeft namelijk verklaard dat hij het verkeerslicht van groen naar oranje heeft zien overspringen en hij heeft het nog op oranje zien staan toen hij voor de tweede keer naar het stoplicht keek. De verkeersregels brengen mee, dat hij toen in beginsel had behoren te stoppen. Hij had geen bijzondere haast en hij reed naar eigen zeggen niet hard, zodat dat mogelijk moet zijn geweest. Aangezien er volgens zijn verklaring niemand achter hem reed, had hij ook in zoverre geen reden om niet te stoppen.

Toen hij de keus maakte om niet te stoppen maar de kruising op te rijden, had hij behoorlijk op moeten letten. Dat geldt te meer nu hij volgens eigen zeggen de situatie ter plekke niet goed kon overzien, daarom niet in de rijbaan stond die paste bij zijn oorspronkelijke plan en toen uiteindelijk linksaf wilde slaan. Hij heeft [eiser] niet gezien, dus is hij niet behoorlijk oplettend geweest bij het oprijden van het kruispunt. Hij reed naar eigen zeggen 40 á 50 km/uur. Dat is niet te hard, maar ook niet zo gematigd als van hem verwacht mocht worden.

5.7.

Het is onduidelijk hoe hard [eiser] zelf reed. Op de zitting heeft de rechter met partijen foto’s van de auto van de automobilist bekeken. Daarop is een flinke deuk te zien. Dit, in combinatie met het als zodanig niet betwiste letsel van [eiser] , wijst erop dat [eiser] waarschijnlijk vrij hard heeft opgetrokken en gereden. Ook voor [eiser] geldt dat hij moest opletten toen hij het kruispunt opreed. Hoogstwaarschijnlijk zijn de automobilist en [eiser] beiden onvoorzichtig het kruispunt opgereden, maar art. 6:101 BW wordt niet ambtshalve toegepast en Allianz heeft geen ‘eigenschuldverweer’ gevoerd. Dit kan dus in het midden blijven.

5.8.

Tot slot vindt de rechtbank het aannemelijk dat, nu [eiser] letsel heeft opgelopen als gevolg van het ongeval, hij als gevolg van dit letsel schade lijdt en heeft gelden. Dit heeft Allianz ook niet betwist. Het voorgaande maakt dat Allianz conform artikel 6 lid 1 WAM gehouden is tot vergoeding van de schade van [eiser] . De gevorderde verklaring voor recht beoogt dat vast te stellen en de vorderingen worden dan ook toegewezen. 
 

Rechtbank Rotterdam 18 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5952

↑