RBZWB 020626 voormalig wn-er was betrokken bij ongeval; wg-er dient NAW-gegevens van voormalig wn-er te verstrekken aan collega/slachtoffer ongeval
- Meer over dit onderwerp:
RBZWB 020626 voormalig wn-er was betrokken bij ongeval; wg-er dient NAW-gegevens van voormalig wn-er te verstrekken aan collega/slachtoffer ongeval
2. De feiten
2.1. [verzoeker] is voornemens een rechtsvordering in te stellen tegen de heer [betrokkene] (hierna: [betrokkene]). [verzoeker] is van mening dat [betrokkene] ten tijde van het (arbeids) ongeval van [verzoeker] op 31 juni 2021 onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. Volgens [verzoeker] is [betrokkene] aansprakelijk voor de door hem geleden en te lijden materiële en immateriële schade.
2.2. [verzoeker] beschikt niet over de NAW-gegevens en de geboortedatum van [betrokkene].
2.3. [betrokkene] is inmiddels niet meer werkzaam bij Boccard, maar Boccard beschikt nog wel over de NAW-gegevens (zoals die golden ten tijde van diens dienstverband bij Boccard) en de geboortedatum van [betrokkene].
2.4. De (eventuele) vordering van [verzoeker] op [betrokkene] zal - ingeval niet tijdig tot dagvaarding wordt overgegaan op 30 juni 2026 verjaren.
3. Het verzoek en het verweer
3.1. [verzoeker] verzoekt bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,
primair:
a) Boccard te veroordelen tot afgifte aan [verzoeker] van de NAW-gegevens en de geboortedatum van [betrokkene];
b) te bepalen dat Boccard deze gegevens binnen vierentwintig uur na toezending van de beschikking dan wel na betekening, dient te verstrekken;
c) aan de voornoemde verplichting een passende dwangsom te verbinden teneinde te waarborgen dat [verzoeker] zijn aanspraken niet door tijdsverloop verliest;
subsidiair:
d) de directeur van Boccard, de heer [directeur van Boccard], te horen.
3.2. Aan het verzoek heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd. [verzoeker] stelt dat hij recht heeft op en belang heeft bij de verstrekking van de NAW-gegevens en de geboortedatum van [betrokkene] door Boccard. Boccard kan in dit kader geen beroep doen op de AVG of de privacy van [betrokkene] teneinde de gegevens niet te verstrekken. Weliswaar is [betrokkene] op dit moment niet meer werkzaam bij Boccard, maar Boccard dient desalniettemin de gegevens als een redelijk handelend werkgever aan [verzoeker] te verschaffen. Indien Boccard de verzochte gegevens niet aan [verzoeker] verschaft, blokkeert zij het recht van [verzoeker] op toegang tot de rechter en een eerlijk proces.
3.3. Boccard verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. Boccard betwist dat er sprake is van een fout van [betrokkene], maar heeft reeds toegezegd bereid te zijn om af te zien van het voeren van verweer tegen de toepasselijkheid van artikel 6:170 BW (in de situatie dat vast zou komen te staan dat sprake zou zijn van een onrechtmatige daad van [betrokkene]). Met deze toezegging ontbreekt een noodzaak om [betrokkene] zelf aansprakelijk te stellen.
Ook acht Boccard zich op grond van de belangenafweging uit artikel 194 Rv en de AVG niet vrij om de door [verzoeker] verzochte gegevens van [betrokkene] te verstrekken. Volgens Boccard is niet aannemelijk gemaakt door [verzoeker] dat hij voldoende belang heeft bij zijn verzoek tot verstrekking van de NAW-gegevens en de geboortedatum van [betrokkene]. Daarnaast zijn er gewichtige redenen die zich tegen deze verstrekking verzetten.
4. De beoordeling
4.1. [verzoeker] heeft zijn verzoek gebaseerd op artikel 194 Rv jo. artikel 195 Rv. Op grond van artikel 194 Rv bestaat er een recht op inzage indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Degene die informatie verlangt moet (i) partij zijn bij een rechtsbetrekking en (ii) de verlangde informatie moet voldoende bepaald zijn. Verder moet (iii) een partij een voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek en moet (iv) degene van wie inzage wordt verlangd over de gevraagde informatie beschikken. Artikel 195 Rv bepaalt dat - indien een wederpartij niet meewerkt aan een buitengerechtelijk inzageverzoek van artikel 194 Rv - een partij aan de rechter die de hoofdzaak behandelt, mag verzoeken de wederpartij te bevelen om inzage te geven.
4.2. Voor de beoordeling van het verzoek van [verzoeker] zal de kantonrechter derhalve toetsen in hoeverre wordt voldaan aan de in artikel 194 Rv genoemde materiële voorwaarden.
4.3. Ten aanzien van het vereiste inzake de rechtsbetrekking, overweegt de kantonrechter als volgt. Gelet op het doel om opheldering van de feiten te verkrijgen en geschillen zo effectief mogelijk op te lossen, moet het begrip 'partij bij een rechtsbetrekking' ruim worden opgevat. Onder een rechtsbetrekking worden alle burgerrechtelijke betrekkingen tussen twee of meer partijen verstaan. Hieronder vallen de rechten en plichten van partijen bij een tussen hen gesloten overeenkomst en bij verbintenissen uit de wet, zoals een onrechtmatige daad. Het bestaan van een rechtsbetrekking hoeft nog niet in rechte vast te staan. Partij bij een rechtsbetrekking kan eenieder zijn die bij een rechtsbetrekking is of wordt betrokken. Tussen [verzoeker] en [betrokkene] is sprake van een rechtsbetrekking die voortvloeit uit de gestelde vordering van [verzoeker] op [betrokkene] uit onrechtmatige daad. Boccard is, in haar hoedanigheid van (ex-)werkgever van [betrokkene] én van [verzoeker], eveneens als partij bij de rechtsbetrekking te kwalificeren.
4.4. De door [verzoeker] verlangde informatie is voldoende bepaald. [verzoeker] vraagt immers om 'bepaalde' bescheiden, te weten de NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en de geboortedatum van [betrokkene].
4.5. Verder is de kantonrechter van oordeel dat [verzoeker] voldoende belang heeft bij zijn informatieverzoek. Zonder de door [verzoeker] verzochte gegevens is hij niet in staat om [betrokkene] aansprakelijk te stellen voor de door hem geleden (en te lijden) materiële en immateriële schade. Het is niet nodig dat [verzoeker] aantoont dat zijn onderliggende vordering zal slagen. Voor het aannemen van een rechtmatig belang is voldoende dat [verzoeker] mogelijk een onderliggende vordering heeft. Aangezien [verzoeker] momenteel alleen op de hoogte is van een voornaam/roepnaam en een achternaam (van [betrokkene]), beschikt hij over onvoldoende gegevens om tot dagvaarding te kunnen overgaan.
Vaststaat dat Boccard over de NAW-gegevens (zoals die golden ten tijde van het dienstverband van [betrokkene] bij Boccard) en de geboortedatum van [betrokkene] beschikt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Boccard dit immers bevestigd.
4.6. De kantonrechter gaat voorbij aan het beroep van Boccard op de AVG. De AVG staat in dit geval niet in de weg aan de gegevensverwerking. De verwerking van de verzochte gegevens is immers noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen en de rechten van [verzoeker], waaronder met name diens toegang tot de rechter en een eerlijk proces. Onvoldoende is gebleken dat de belangen, de grondrechten en/of de fundamentele vrijheden van [betrokkene] die om bescherming van persoonsgegevens vragen, zwaarder wegen dan de hiervoor benoemde belangen van [verzoeker]. In dit kader is relevant dat [verzoeker], als individuele partij, slechts verzoekt om een minimale verstrekking van gegevens. Invoelbaar is dat de persoonlijke aansprakelijkheidsstelling van [betrokkene] de nodige onrust voor hem zal meebrengen. Deze onrust weegt echter niet op tegen de waarborging van het recht van [verzoeker] op toegang tot de rechter en een eerlijk proces.
4.7. De toezegging van Boccard dat zij aansprakelijkheid op grond van artikel 6:170 BW zal aanvaarden, doet niet af aan het recht van [verzoeker] om, in zijn hoedanigheid van eisende partij, zelf te bepalen hoe hij zijn rechtsstrijd wenst in te steken. Een eisende partij mag immers zelf bepalen welke partij(en) hij wenst te dagvaarden. Het feit dat [verzoeker] eventueel de schade kan verhalen op Boccard, maakt dit niet anders.
4.8. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter Boccard veroordelen tot afgifte van de NAW-gegevens en de geboortedatum van [betrokkene] aan [verzoeker].
Zoals reeds is besproken tijdens de mondelinge behandeling, is het van belang dat bij de gegevensverwerking de belangen van [betrokkene] in acht worden genomen. [betrokkene] is nog niet op de hoogte van de onderhavige procedure en dient daarom door Boccard vooraf geïnformeerd te worden over de verstrekking van zijn gegevens.
4.9. Tijdens de mondelinge behandeling zijn partijen overeengekomen dat - ingeval van een toewijzende beslissing - Boccard de door [verzoeker] verzochte gegevens binnen één werkdag aan [verzoeker] zal verstrekken (in plaats van de door [verzoeker] verzochte vierentwintig uur). Om die reden heeft [verzoeker] op de zitting zijn verzoek verminderd in die zin dat hij niet langer een dwangsom vordert. Hierop hoeft dus niet meer te worden beslist.
4.10. Aangezien het primaire verzoek van [verzoeker] wordt toegewezen, wordt aan de behandeling van diens subsidiaire verzoek, te weten het horen van de directeur van Boccard, niet toegekomen.
Met dank aan dhr. mr. Reinboud Schoemaker, reinboudschoemaker.nl voor het inzenden van deze uitspraak.
Citeerwijze: www.letselschademagazine.nl/2026/RBZWB-020626