RBDHA 010926 verzekeringsfraude; verval dekking bij opzettelijke misleiding; tegenvordering t.z.v. voorschot € 1.500 en onderzoekskosten € 7.899,50 toegewezen
- Meer over dit onderwerp:
RBDHA 010926 verzekeringsfraude; verval dekking bij opzettelijke misleiding; tegenvordering t.z.v. voorschot € 1.500 en onderzoekskosten € 7.899,50 toegewezen
2De kern van de zaak
2.1.
Het gaat er in deze zaak om of Nationale-Nederlanden onder de tussen partijen gesloten verzekeringspolis dekking moet verlenen na een aanrijding die [eiser] met haar bij Nationale-Nederlanden verzekerde auto heeft gehad. Nationale-Nederlanden heeft uitkering van de schade geweigerd omdat [eiser] en haar tegenpartij bij de aanrijding onjuiste en onvolledige verklaringen hebben gedaan (over de toedracht en omstandigheden van de aanrijding). Nationale-Nederlanden heeft de dekking geweigerd omdat er volgens haar sprake is van verzekeringsfraude. [eiser] betwist dat. Als tegenvordering vordert Nationale-Nederlanden terugbetaling van het eerder aan [eiser] betaalde voorschot en ook vergoeding van de kosten die Nationale-Nederlanden heeft gemaakt om de fraude vast te stellen. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen en die van Nationale-Nederlanden toegewezen.
3De feiten
3.1.
[eiser] was eigenaar van een Seat Leon (bouwjaar 2005) (hierna: de Seat) waarvoor zij op 3 mei 2024 een autoverzekering heeft afgesloten bij OHRA, onderdeel van Nationale-Nederlanden1.
3.2.
[eiser] heeft op 25 augustus 2024 ongevalsschade aan haar auto gemeld aan OHRA. [eiser] verleende volgens haar opgave op het ingevulde en ondertekende schadeformulier als bestuurder van de Seat geen voorrang aan een Audi Q2 (hierna: de Audi) die bestuurd werd door mevrouw [naam 2] . Bijrijder in de Audi was de heer [naam 3] . Alle betrokkenen hebben gesteld naast schade aan hun auto ook letsel te hebben opgelopen bij deze aanrijding (hierna: de aanrijding).
3.3.
Namens [eiser] is op 10 september 2024 een letselschade claim ingediend en om een voorschot betaling gevraagd. Op 16 september 2025 heeft Nationale-Nederlanden dekking bevestigd en heeft zij een voorlopige uitkering betaald van € 1.500 voor de autoschade (de auto was ‘total-loss’ verklaard).
3.4.
Bij de behandeling van de verzekeringsclaim van [eiser] zijn Nationale-Nederlanden - in haar ogen - meerdere onregelmatigheden opgevallen. Nationale-Nederlanden heeft naar aanleiding daarvan een aantal opeenvolgende onderzoeken laten uitvoeren.
3.5.
Nationale-Nederlanden heeft het onderzoeksbureau Ongevallen Analyse Nederland onderzoek laten doen naar de EDR (Event Data Recorder) van de Audi. Zij hebben op 16 oktober 2024 gerapporteerd. In die rapportage is het volgende te lezen:
“
(…)
Uit de blauw gemarkeerde tijdstippen blijkt dat de 1e botsing plaatsvond omstreeks 19:05:55 uur en de 2e omstreeks 19:06:17 uur. Tussen beide botsingen zat dus ongeveer 22 seconden.
Een dergelijke gang van zaken past niet bij de opgegeven toedracht; een secundair botscontact is in principe niet uit te sluiten maar het is wel uitgesloten dat zo'n secundaire botsing pas 22 seconden later plaatsvindt. Er is dus sprake geweest van twee afzonderlijke botsingen.
Het tijdstip van de botsingen wijkt eveneens af van hetgeen is opgegeven; beide botsingen vonden ongeveer 25 minuten eerder plaats dan is opgegeven.
De schadefoto's van de Seat zijn helaas niet heel duidelijk/gedetailleerd en van de Audi zijn helaas geen foto's beschikbaar met de voorbumper, de grille en de rechter koplamp er nog op (wat op zichzelf ook opmerkelijk te noemen is).
Het staat vast dat de Audi die avond twee botsingen heeft ondergaan. Het lijkt er al met al sterk op dat de (mogelijk voorbeschadigde?) Audi twee keer op de linker zijkant van de langzaam rijdende of stilstaande Seat is ingereden, waarbij dan minimaal één van deze inrijdingen opzettelijk is veroorzaakt.
(...)”
3.6.
Naar aanleiding hiervan heeft Nationale-Nederlanden vervolgens ook opdracht gegeven voor een tactisch onderzoek. In dit onderzoek zijn ook [eiser] , haar zoon, [naam 2] en [naam 3] gehoord. In de rapportage van 17 september 2025 is het volgende te lezen:
“ [eiser] en [naam 2] en [naam 3] volhardden dat er één botsmoment was, terwijl uit de in de EDR van de Audi opgeslagen informatie bleek dat op ongevalsdatum en tijdstip 2 botsmomenten binnen 22 seconden zijn geregistreerd.
De aanrijding kan niet volgends de opgegeven toedracht hebben plaatsgevonden.
Conclusie is dat [eiser] , [naam 2] en [naam 3] een onjuiste opgave hebben gedaan van de toedracht van de aanrijding. Daarmee hebben zij getracht NN te bewegen tot het doen van uitkering waar zij geen recht op hebben.
Er is sprake van opzettelijke misleiding (dan wel poging daartoe) door [eiser] , [naam 2] en [naam 3] .
Zij hebben niet aangetoond dat de aanrijding plaatsvond zoals zij opgaven en toonden ook niet aan dat de geclaimde aanrijding op de opgegeven ongevalslocatie heeft plaatsgevonden.
Geconcludeerd wordt ook dat [eiser] , [naam 2] en [naam 3] naast opgave van een onjuiste toedracht, ook onjuiste en onvolledige informatie hebben verstrekt betreffende hun schadeverleden en hun onderlinge relatie.”
3.7.
Naar aanleiding van de uitkomsten van deze onderzoeken heeft Nationale-Nederlanden in een brief van 12 augustus 2025 de claim van [eiser] afgewezen. Nationale-Nederlanden beroept zich op verzekeringsfraude op grond van de polisvoorwaarden en art. 7:941 BW.
4Het geschil in conventie en in reconventie
4.1.
In conventie vordert [eiser] , naar de kantonrechter begrijpt, en samengevat:
- voor recht te verklaren dat Nationale-Nederlanden gehouden is tot nakoming van de verzekeringsovereenkomst en tot betaling van de door [eiser] geleden schade als gevolg van de aanrijding, door [eiser] begroot op € 11.072,55, vermeerderd met de wettelijke rente;
- Nationale-Nederlanden te veroordelen in de (na)kosten van de procedure.
4.2.
In reconventie vordert Nationale-Nederlanden, eveneens samengevat,
- terugbetaling van het eerder aan [eiser] betaalde voorschot van € 1.500, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 september 2024;
- vergoeding van de door Nationale-Nederlanden gemaakte onderzoekskosten van
€ 7.899,50 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 augustus 2025.
4.3.
Partijen voeren over en weer verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5De beoordeling, in conventie en reconventie
5.1.
Vaststaat dat [eiser] bij Nationale-Nederlanden een verzekering had, die in beginsel dekking biedt tegen schade als gevolg van de aanrijding.
De verplichtingen van [eiser] als verzekeringsnemer
5.2.
[eiser] heeft als verzekeringnemer de verplichting om Nationale-Nederlanden de informatie te verschaffen die Nationale-Nederlanden nodig heeft voor het beoordelen van schadeclaims. Dat is bepaald in artikel 7:941 lid 2 BW, dat luidt:
“De verzekeringnemer en de tot uitkering gerechtigde zijn verplicht binnen redelijke termijn de verzekeraar alle inlichtingen en bescheiden te verschaffen welke voor deze van belang zijn om zijn uitkeringsplicht te beoordelen.”
5.3.
Bij schending van deze mededelingsplicht vervalt het recht op uitkering, tenzij de misleiding het verval van uitkering niet rechtvaardigt. Dat staat in artikel 7:941 lid 5 BW, dat luidt:
“Het recht op uitkering vervalt indien de verzekeringnemer of de tot uitkering gerechtigde een verplichting als bedoeld in de leden 1 en 2 niet is nagekomen met het opzet de verzekeraar te misleiden, behoudens voor zover deze misleiding het verval van het recht op uitkering niet rechtvaardigt.”
5.4.
Dit is verder ook bepaald in de toepasselijke polisvoorwaarden. De relevante bepaling onder het kopje “Wat doen wij bij fraude?” op pagina 34 van deze voorwaarden luidt:
“Heeft u gefraudeerd?
Dan kunnen wij en DAS de volgende maatregelen nemen:
(…)
2. geen schade (meer) vergoeden, of de schade niet volledig vergoeden. Behalve als de fraude niet rechtvaardigt dat uw recht op vergoeding van schade (volledig) vervalt;
3. besluiten dat u een al ontvangen vergoeding voor schade, de kosten die daarmee samenhangen en de onderzoekskosten moet terugbetalen. Voor de onderzoekskosten bent u in ieder geval een standaardbedrag verschuldigd, berekend conform de SODA methode. Als de onderzoekskosten hoger zijn, bent u ook het meerdere verschuldigd aan ons. SODA ondersteunt ons bij het verhalen op u van de onterecht betaalde schade, kosten en onderzoekskosten;
(…) “
Opzet tot misleiding? ja
5.5.
Nationale-Nederlanden heeft met verwijzing naar de hiervoor genoemde bepalingen een beroep op misleiding gedaan. Zij stelt dat [eiser] en ook [naam 2] en [naam 3] onware verklaringen hebben afgelegd met als doel schade vergoed te krijgen die bij de werkelijke stand van zaken niet voor vergoeding in aanmerking komt.
5.6.
Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv rusten de stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van zowel het voorval als de aard en omvang van de schade op [eiser] . Het is vervolgens aan Nationale-Nederlanden om met feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen dat sprake is van opzet tot misleiding. Nationale-Nederlanden heeft dit in reactie op de stellingen van [eiser] over de toedracht van de aanrijding voldoende onderbouwd gesteld. Hierna zal worden uitgelegd waarom de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
Er was sprake van twee botsingen
5.7.
Uit onderzoek door Ongevallen Analyse Nederland (OAN) is komen vast te staan dat de Event Data Recorder (EDR) van de Audi heeft aangegeven dat er op 25 augustus 2025 omstreeks 19:06 uur niet zoals [eiser] heeft gesteld één maar twee aanrijdingen met de Audi hebben plaatsgevonden, met een tussenpose van 22 seconden. OAN heeft daarover -samengevat - verklaard dat een dergelijke registratie niet past bij de door [eiser] opgegeven tijd en toedracht. Een tweede bots-contact valt niet uit te sluiten maar het is wel uitgesloten dat die pas 22 seconden later plaatsvindt. De Kantonrechter onderschrijft de conclusie van OAN dat dit er eerder op duidt dat de Audi na de eerste botsing achteruit is gereden en nogmaals tegen de Seat is aangebotst. Tegen die conclusie van OAN en Nationale-Nederlanden heeft [eiser] geen nader onderbouwd verweer gevoerd.
Inconsistente en onjuiste verklaringen
5.8.
[eiser] heeft naar het oordeel van de kantonrechter inconsistente verklaringen afgelegd over haar snelheid tijdens de aanrijding en de kant waar vandaan de Audi kwam. [eiser] stelde op het aanrijdingsformulier dat de Audi van rechts kwam, terwijl de schade aan de Seat zich aan de linkerzijde bevond. Dit kan er alleen op duiden dat ook de Audi van links kwam en dus was haar verklaring onjuist. [eiser] heeft tegen deze bevindingen als algemeen verweer gevoerd dat zij direct na de botsing in shock verkeerde en dat zij daarom niet zonder meer aan de verklaringen direct of vlak na het ongeval gehouden kan worden. Dat is naar het oordeel van de Kantonrechter niet geloofwaardig want [eiser] heeft ook geruime tijd na het ongeval nog inconsistente verklaringen afgelegd zowel aan de schaderegelaar van Sedgwick als tijdens het tactisch onderzoek van Nationale-Nederlanden.
5.9.
[eiser] , [naam 3] en [naam 2] wonen allen binnen één kilometer van elkaar. [eiser] heeft ontkend dat zij [naam 2] en [naam 3] kent. Uit onderzoek van Nationale-Nederlanden is onweersproken komen vast te staan dat de zoon van [eiser] de (ex-)partner is van [naam 4] en dat [eiser] , haar zoon, [naam 3] en [naam 2] op Facebook ‘posts’ van elkaar hebben ‘geliked’. [eiser] heeft ter zitting als enig verweer gevoerd dat zij niet weet met wie haar zoon omgaat en dat het feit dat zij zo dicht bij elkaar wonen slechts als toevalligheid gekwalificeerd kan worden. Op de stellingen van Nationale-Nederlanden over de connectie met [naam 2] en [naam 3] via Facebook heeft zij geen tegenverweer gevoerd. De kantonrechter acht de verklaringen van [eiser] over het niet kennen van haar tegenpartij bij de aanrijding, mede gelet op het feitelijk onderbouwde verweer van Nationale-Nederlanden onaannemelijk.
5.10.
Uit de databank met schadeverleden van verzekerden, de zogeheten ‘CIS-databank’, is gebleken dat de zoon van [eiser] betrokken was bij een aanrijding in 2021, met zijn (ex-)partner [naam 4] als bijrijder. Beiden hebben hiervoor uitkeringen ontvangen. Over deze aanrijdingen hebben noch [eiser] , noch haar zoon informatie verschaft alhoewel zij op dat punt zijn ondervraagd door Nationale Nederlanden. [eiser] heeft zich verweerd met de stelling dat het niet vreemd is dat zij niet aan dit ongeval heeft gedacht toen vragen werden gesteld over eerdere schades, dit was vier jaar eerder en zij was toen niet bij het ongeval betrokken. De kantonrechter acht deze stelling niet aannemelijk.
5.11.
[eiser] heeft nog een aantal andere feiten en omstandigheden gesteld die zich tijdens de aanrijding zouden hebben voorgedaan. Deze worden hieronder één voor één besproken.
5.12.
[eiser] , [naam 2] en [naam 3] hebben verklaard dat er van de aanrijding geen getuigen zijn. [eiser] heeft verklaard dat zij niet op eigen kracht de Seat kon verlaten en zij daarom haar zoon heeft gebeld die haar uit de auto is komen bevrijden en vervolgens de Seat naar huis heeft gereden. Ter zitting heeft [eiser] pas voor het eerst verklaard dat ook haar schoonzoon met haar zoon was meegekomen, hetgeen niet eerder door haar, noch [naam 2] of [naam 3] is gesteld.
5.13.
Ondanks het gestelde letsel van partijen en het feit dat [eiser] haar Seat niet zelfstandig kon verlaten is er geen politie of andere hulpdienst ter plekke geweest. hetgeen, zeker gelet op de beweerdelijk geleden (letsel) schade naar het oordeel van de Kantonrechter nogal ongebruikelijk is. [naam 3] heeft verklaard dat hij de politie gebeld heeft maar dat ‘die niet wilde komen’. Dit is verder niet onderbouwd door [eiser] .
5.14.
Geen der partijen heeft ter plaatse foto’s gemaakt van de aanrijding, noch van de voertuigen,
5.15.
De onder 5.7 t/m 5.14 besproken feiten en omstandigheden leiden tot de conclusie dat Nationale-Nederlanden gemotiveerd heeft onderbouwd dat de aanrijding anders is verlopen dan [eiser] heeft opgegeven aan Nationale-Nederlanden en dat daarom sprake is van verzwijging/ onjuiste opgave aan Nationale-Nederlanden. [eiser] heeft
- van haar kant – de verweren van Nationale-Nederlanden onvoldoende gemotiveerd weersproken. Het gevolg daarvan is dat [eiser] geen dekking onder de polis toekomt, en dat haar vorderingen dienen te worden afgewezen.
Schade niet voldoende onderbouwd gesteld
5.16.
Naast al hetgeen hierboven is overwogen over de toedracht en omstandigheden van de aanrijding, is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] op geen enkele wijze de door haar gestelde schade aannemelijk heeft gemaakt en dat ook om die reden haar vordering dient te worden afgewezen. Zij heeft gesteld als gevolg van het ongeval een gekneusde schouder/schouderblad, een gekneusde nek, pijnklachten aan de borst en hoofdklachten te hebben opgelopen. Anders dan een summiere en algemene schadestaat die in oktober 2024 namens [eiser] aan Nationale-Nederlanden is gestuurd, is er geen enkele onderbouwing van de medische situatie van [eiser] noch een onderbouwing van de beweerdelijke letselschade in het geding gebracht. Zelfs áls het oordeel van de kantonrechter over de aansprakelijkheid voor de aanrijding anders zou zijn geweest dan zou de vordering van [eiser] al hierom zijn afgewezen.
5.17.
Dit alles leidt tot de slotsom dat de vorderingen van [eiser] in conventie worden afgewezen.
Terugvordering voorschot en onderzoekskosten in reconventie toewijsbaar? Ja.
5.18.
In reconventie heeft Nationale-Nederlanden terugbetaling van een eerder in deze kwestie aan [eiser] uitbetaald voorschot van € 1.500 gevorderd en ook betaling van onderzoekskosten van € 7.939,50. Zij voert voor deze vorderingen het volgende aan:
5.19.
Nationale-Nederlanden heeft [eiser] bij wijze van voorschot al een bedrag van € 1.500 betaald als vergoeding voor haar auto die ‘total loss’ was. Gelet op hetgeen in conventie is overwogen was Nationale-Nederlanden daar niet toe gehouden en heeft zij dat bedrag daarom onverschuldigd, als bedoeld in artikel 6:203 BW, aan [eiser] betaald. [eiser] dient daarom dit bedrag – met rente – terug te betalen;
5.20.
De kantonrechter is, zoals ook al in conventie overwogen, van oordeel dat [eiser] niet heeft voldaan aan haar verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst. Zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen doordat zij Nationale-Nederlanden onjuiste informatie heeft verstrekt met de opzet te misleiden en daarmee ook wanprestatie gepleegd onder de verzekeringsovereenkomst. Nationale-Nederlanden heeft daardoor schade geleden bestaande uit de kosten die zij heeft moeten maken om de misleiding te kunnen bewijzen. De onderzoekskosten zijn op grond van artikel 6:96 lid 2, aanhef en onder b BW aan te merken als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. Nu vaststaat dat [eiser] Nationale-Nederlanden heeft misleid en tegen de hoogte van de gevorderde schadevergoeding verder geen gemotiveerd verweer is gevoerd, zal de vordering van Nationale-Nederlanden in reconventie worden toegewezen. Ook de daarover gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen, nu [eiser] zowel tegen de verschuldigdheid als de ingangsdatum geen verweer heeft gevoerd.
1OHRA Schadeverzekeringen is een handelsnaam van Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.,
Rechtbank Den Haag 1 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:25227
