Overslaan en naar de inhoud gaan

Rb Midden-NL 220715 kosten medisch deskundige afgewezen; had moeten trachten tot gezamenlijke expertise te komen, of anders voorlopig deskundigenbericht

Rb Midden-NL 220715 beoordeling na rekenkundige rapportage; rb ziet geen reden om af te wijken van gebruikelijke rekenrente van 3%;
- niet onredelijk ihkv onderhandelingen eenzijdig een schadeberekening te laten maken, ook al bestond er geen overeenstemming over uitgangspunten;
- kosten medisch deskundige afgewezen; had moeten trachten tot gezamenlijke expertise te komen, of anders voorlopig deskundigenbericht 
- vordering BGK € 161.104 met 579 uur bestudering dossier en jurisprudentie drastisch gematigd; toegewezen € 50.456,00

De kosten van de deskundigen

2.12.
De voor vergoeding in aanmerking komende kosten van de deskundigen bedragen volgens [eiseres] :
- de kosten van haar medisch adviseur voor een bedrag van € 1.221,73.
- [bedrijf 1] . (hierna: [bedrijf 1] ), een bedrag van € 4.035,16;
- [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ), een bedrag van € 2.038,11;
- [bedrijf 3] (hierna: [bedrijf 3] ), een bedrag van € 5.536,55.
2.13.
ASR heeft geen bezwaar gemaakt tegen het bedrag van € 1.221,73 als kosten van de medisch adviseur van [eiseres] , zodat dit bedrag zal worden toegewezen.

2.14.
[bedrijf 1] heeft op 26 mei 2006 op verzoek van [eiseres] een rapport uitgebracht ter berekening van het verlies van verdienvermogen. Naar het oordeel van de rechtbank is het niet onredelijk dat [eiseres] in het kader van de onderhandelingen eenzijdig een schadeberekening laat maken, ook al bestond er op dat moment nog geen overeenstemming tussen partijen over de te hanteren uitgangspunten. Zij heeft met dit rapport een onderbouwing willen geven van de volgens haar geleden schade. De voor dit rapport gemaakte kosten komen daarom als kosten ter vaststelling van de schade in aanmerking. Nu ASR de hoogte van de kosten voor dit rapport niet heeft betwist en de rechtbank deze kosten niet bovenmatig voorkomen, zal de rechtbank bepalen dat ASR de kosten van deze rapportage ten bedrage van € 4.035,16 dient te vergoeden.

2.15.
Het arbeidskundig advies van [bedrijf 2] dateert van 9 november 2006. [eiseres] heeft dit ingewonnen ter onderbouwing van haar standpunt dat de re-integratie was mislukt en dat zij niet in staat was tot het verrichten van enige arbeid. Het feit dat het rapport van [bedrijf 2] niet voldoet aan de standaardeisen voor een arbeidskundige rapportage is op zich zelf geen reden om te oordelen dat inschakeling van een arbeidskundige in het kader van de te voeren onderhandelingen onredelijk was. Nu ASR de hoogte van de kosten voor dit rapport niet heeft betwist en de rechtbank deze kosten niet bovenmatig voorkomen, zal de rechtbank bepalen dat ASR de kosten van deze rapportage ten bedrage van € 2.038,11 dient te vergoeden.

2.16.
De vordering tot vergoeding van de kosten van het rapport van [bedrijf 3] zal op grond van de volgende overwegingen worden afgewezen. Uit de door [eiseres] overgelegde correspondentie tussen haar (advocaat) en ASR blijkt het volgende. Bij brief van 6 februari 2007 heeft [eiseres] ASR gesommeerd de volgens haar verschuldigde schadevergoeding van in totaal € 426.503,21 te betalen. In een brief van 16 juli 2007 heeft ASR uitvoerig haar standpunt toegelicht dat causaal verband tussen het ongeval en de klachten ontbreekt en een verzoek van [eiseres] tot toekennen van een nader voorschot afgewezen. In antwoord daarop heeft [eiseres] in een brief van 10 oktober 2007 voorgesteld dat zij de kwestie van de arbeidsongeschiktheid opnieuw aan een deskundige op het gebied van whiplash voorlegt, waarbij zij stelt dat ASR gehouden is de kosten van dit onderzoek voor haar rekening te nemen. Na correspondentie over en weer - waaronder een voorstel van ASR met een aantal namen van mediators - verwijst ASR in een faxbericht van 21 november 2007 naar het advies van haar medisch adviseur, waaruit blijkt dat deze een nader onderzoek niet noodzakelijk vindt. Voor het geval [eiseres] van mening is dat een onderzoek wel noodzakelijk zou zijn noemt de medisch adviseur een aantal namen van te benaderen neurologen. Verder wordt duidelijk gemaakt dat bij een dergelijk onderzoek de gebruikelijk IMWD vraagstelling moet worden gehanteerd. In antwoord op dit bericht van ASR deelt [eiseres] in een brief van 6 februari 2008 mee dat zij op 20 en 21 februari 2008 multidisciplinair zal worden onderzocht in “Het [bedrijf 3] ”. In de gegeven omstandigheden moest het voor [eiseres] duidelijk zijn dat het eenzijdig door haar inschakelen van een deskundige door haar op dat moment niet zou bijdragen aan een minnelijke regeling met ASR. Het staat [eiseres] uiteraard vrij om - indien zij dat noodzakelijk acht - een deskundige te benoemen. In aanmerking genomen dat [eiseres] geen reactie heeft gegeven op de door ASR genoemde namen van mogelijk in te schakelen deskundigen en dat zij is voorbijgegaan aan de redelijke eis van ASR om de gebruikelijke IMWD vraagstelling te hanteren, is het in dit geval echter niet redelijk om ASR de kosten van het onderzoek te laten dragen. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om te trachten gezamenlijk een deskundige te benoemen, of indien zij ervan overtuigd was dat partijen op dit punt niet tot overeenstemming zouden kunnen komen, de rechtbank te verzoeken een voorlopig deskundigenbericht te bevelen

ECLI:NL:RBMNE:2015:5492