Overslaan en naar de inhoud gaan

RBMNE 170221 deskundige vangt prematuur werkzaamheden aan, voordat dossier compleet is; matiging kosten

RBMNE 170221 deskundige vangt prematuur werkzaamheden aan, voordat dossier compleet is; matiging kosten

2
Het geschil en de beoordeling daarvan

Achtergrond

2.1.
In de beschikking van deze rechtbank van 30 augustus 2019 (geen publicatie bekend, red. LSA LM) is een voorlopig deskundigenonderzoek is gelast en is [A] als deskundige benoemd.

2.2.
Per brief van 8 januari 2020 heeft mr. De Hek de rechtbank bericht dat ASR niet langer kan instemmen met de benoeming van [A] als deskundige. Door ASR niet in de e-mailcorrespondentie tussen de advocaat van [verzoekster] en [A] op te nemen, meent ASR dat er in strijd is gehandeld met de Leidraad Civiele Deskundigen en de Richtlijn Medisch specialistische rapportage. Bovendien is volgens ASR daarmee de schijn van partijdigheid ontstaan. ASR meent daarnaast dat zij door de inhoud van de e-mailberichten van de advocaat van [verzoekster] ten onrechte in een negatief daglicht is geplaatst. Partijen hebben bij dezelfde brief van 8 januari 2020 aangegeven dat zij overeenstemming hebben bereikt over een nieuw te benoemen deskundige. Zij hebben de rechtbank verzocht [C] , neuroloog in [plaatsnaam] , als deskundige te benoemen.

2.3.
In de beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2020 (geen publicatie bekend, red. LSA LM) is vervolgens [A] van zijn taak ontheven en [C] in zijn plaats als deskundige benoemd. [C] heeft inmiddels zijn definitieve rapport naar partijen en de rechtbank gezonden, waarmee een einde is gekomen aan deze procedure. Het enige punt van discussie betreft de kosten van de vorige deskundige, [A] .

2.4.
ASR maakt bezwaar tegen de (hoogte van de) declaratie van € 3.152,35 van [A] . Volgens ASR kunnen die kosten niet in redelijk voor haar rekening komen. ASR stelt dat uit de declaratie van 19 maart 2020 blijkt dat [A] ruim zeven uur aan het dossier heeft besteed (voorbereiding, onderzoek, correspondentie met partijen en het produceren van een eerste concept versie van het expertiserapport), terwijl hem de instructie was gegeven niet met zijn werkzaamheden te beginnen voordat het medisch dossier was gecomplementeerd. ASR benadrukt daarnaast dat [A] drie uur heeft besteed aan ‘correspondentie met partijen’ waarin zij stelt niet te zijn gekend en wat de reden is geweest om [A] van zijn taak te ontheffen. ASR heeft voorgesteld een bedrag van € 500,00, vermeerderd met btw te vergoeden. Volgens haar worden daarmee de kosten van de beginfase (ontvangst en agendering) en de afsluiting (correspondentie met de rechtbank) voldoende gecompenseerd. Omdat in de beschikking van 30 augustus 2019 is bepaald dat ASR de kosten van het uit te voeren deskundigenbericht moet dragen, heeft mr. De Hek in zijn e-mail van 27 mei 2020 namens [verzoekster] laten weten zich van een oordeel over de kosten van [A] te onthouden.

De hoogte van de declaratie van [A]

2.5.
Ter beoordeling staat of, alle omstandigheden van het geval in acht genomen, de door [A] verrichte werkzaamheden en de door hem gemaakte kosten redelijk zijn.

2.6.
[A] heeft – kort gezegd – gesteld dat hij de door hem gedeclareerde kosten redelijk acht. [A] stelt geen start met zijn onderzoek te hebben gemaakt omdat het dossier niet compleet was. Hij stelt wel voorbereidende werkzaamheden te hebben verricht bestaande uit het bestuderen van het dossier en het maken van een samenvatting, om zodoende het onderzoek direct te kunnen aanvangen wanneer het dossier zou zijn gecomplementeerd. [A] erkent dat hij ASR in diverse e-mailberichten gericht aan de advocaat van [verzoekster] niet heeft opgenomen omdat hem dat niet relevant leek. Volgens hem betroffen het slechts berichten over de stand van zaken met betrekking tot het complementeren van het dossier. [A] heeft tevens aangegeven gebruik te maken van een standaard declaratieformulier. Als gevolg van het voorgaande betreft het kopje “Neurologisch onderzoek incl beoordeling radiodiagnostiek” in dit geval alleen de bestudering van radiodiagnostiek. Het kopje “Correspondentie met partijen alsmede reacties op mijn conceptrapportage en het produceren van de “definitieve” rapportage, incl. procedure blokkeringsrecht” betreft alleen correspondentie met partijen, aldus [A] .

2.7.
De rechtbank stelt voorop dat in de beschikking van 30 augustus 2019 van deze rechtbank onder 3.5. is vermeld dat partijen hebben afgesproken dat [verzoekster] nog nadere informatie uit de behandelend sector zal opvragen. Het onderzoek door de deskundige ( [A] ) hoefde pas aan te vangen, zodra deze aanvullende medische informatie beschikbaar was. Bij haar e-mail van 28 april 2020 heeft mr. [B] twee brieven gevoegd, die aan [A] gericht zijn (gedateerd 17 september 2019 respectievelijk 19 september 2019) en waaruit volgt dat hij dient te wachten met het aanvangen van zijn onderzoek tot een daartoe strekkend verzoek van partijen. Een dergelijk verzoek is volgens ASR nooit gegeven, omdat de gevraagde medische informatie, zoals is vermeld onder 3.5. van de beschikking van 30 augustus 2019, nooit is aangeleverd. Uit de e-mail van mr. De Hek van 27 mei 2020 volgt dat ook namens [verzoekster] aan [A] geen toestemming is gegeven met het onderzoek te starten. De brief van 8 november 2019 van deze rechtbank waarin [A] is bericht dat het gevraagde voorschotbedrag door de griffie is ontvangen en hij daarom met zijn onderzoek kan starten, doet daar niets aan af. In die brief staat tenslotte niet dat tevens de ontbrekende medische informatie is ontvangen. [A] is er onder 3.5. van de beschikking van 30 augustus 2019 en in de beide brieven van ASR immers nadrukkelijk op gewezen dat hij pas met zijn onderzoek hoeft te starten wanneer de ontbrekende medische informatie compleet is. Omdat [A] – ondanks de instructies dat niet te doen – toch een begin met zijn onderzoek heeft gemaakt door voorbereidende werkzaamheden te verrichten, moet dat volgens de rechtbank voor zijn rekening en risico komen.

2.8.
De gevoerde correspondentie met partijen gaat, zoals tevens blijkt uit het door [A] overgelegde overzicht bij zijn brief van 27 januari 2021, grotendeels over de e-mailberichten tussen [A] en de belangenbehartiger van [verzoekster] met betrekking tot de ontbrekende medische informatie. Bij e-mail van 3 december 2019 heeft mr. De Hek aangegeven dat er 19 berichten zijn verzonden, zonder ASR daarin te betrekken. [A] heeft dat niet weersproken. Het versturen van berichten zonder alle partijen daarin te betrekken is in strijd met punt 5.2. van de toepasselijke Leidraad Civiele Deskundigen, waarin is vermeld dat het beginsel van hoor en wederhoor voor de deskundige betekent dat hij beide partijen gelijkwaardig moet behandelen in hun mogelijkheden om met de deskundige te communiceren. Het is essentieel dat de deskundige in het oog houdt dat hij niet met een partij spreekt of correspondeert zonder dat hij de wederpartij de gelegenheid biedt bij het gesprek te zijn of zonder de wederpartij een kopie van zijn brief, fax of e-mail te sturen. Door ASR niet in zijn correspondentie met de belangenbehartiger van [verzoekster] te betrekken, heeft [A] in strijd gehandeld met de voorgaande bepaling uit de Leidraad Civiele Deskundigen. Dat moet volgens de rechtbank eveneens voor zijn risico komen, waarover later meer.

2.9.
Gezien hetgeen hiervoor is overwogen, zal de rechtbank de door [A] in rekening gebrachte kosten met betrekking tot zijn reeds uitgevoerde voorbereidende werkzaamheden voor het onderzoek afwijzen. Concreet betekent dit dat de volgende posten op de factuur van 19 maart 2020 zullen worden afgewezen:
 Voorbereiden aan de hand van het dossier van de € 812,50

neurologische expertise
- Neurologisch onderzoek incl. beoordeling radiodiagnostiek € 65,00
- Literatuuronderzoek € 0,00
- Produceren 1e conceptversie inclusief correcties € 568,75

2.10.
Ondanks dat [A] niet met (de voorbereiding van) het onderzoek had mogen beginnen, vindt de rechtbank het wel aannemelijk dat hij enige kosten heeft gemaakt voor het aannemen van de opdracht, het plannen van zijn werkzaamheden, het benaderen van partijen en het afsluiten van het dossier. De rechtbank acht het daarom redelijk dat de volgende werkzaamheden worden vergoed:
- Correspondentie rechtbank € 162,50
- Secretariële werkzaamheden € 249,00

De post “Correspondentie met partijen alsmede reacties op mijn conceptrapportage en het produceren van de “definitieve” rapportage, incl. procedure blokkeringsrecht” zal worden gematigd nu, zoals onder 2.8 is overwogen, een groot deel van deze post betrekking heeft op de e-mailwisseling tussen [A] en de belangenbehartiger van [verzoekster] , waardoor partijen uiteindelijk samen hebben besloten een andere deskundige te benoemen. Dergelijke kosten mogen naar het oordeel van de rechtbank daarom niet volledig in redelijkheid voor ASR komen. [A] heeft 2,30 uur x tarief € 325,00 (leidend tot een totaal van € 747,50) in rekening gebracht. Omdat het aannemelijk is en tevens uit het door [A] overgelegde overzicht blijkt dat de correspondentie van [A] zich niet alleen heeft beperkt tot de mailwisseling met de belangenbehartiger van [verzoekster] , zal deze post in tijdsduur worden gematigd tot 1 uur x tarief € 325,00. De totale kosten van [A] worden begroot op € 736,50 (€ 162,50 + € 249,00 + € 325,00), exclusief btw.

2.11.
Omdat onder 3.7. van de beschikking van 30 augustus 2019 is bepaald dat ASR de kosten van het deskundigenbericht zal dragen, zullen de hiervoor vermelde kosten van [A] aan ASR worden toegerekend. Dit alles leidt tot de navolgende beslissing.

3
De beslissing

De rechtbank

3.1.
bepaalt dat de deskundige (dr. [A] ) voor zijn uitgevoerde werkzaamheden een bedrag van € 736,50 (exclusief btw) toekomt; ECLI:NL:RBMNE:2021:803