Overslaan en naar de inhoud gaan

RBNHO 080126 kosten begroot, niet toegewezen, 10 uur x € 181,50 incl BTW; zijnde een redelijk uurtarief voor een pas geslaagde NIVRE-expert

RBNHO 080126 1e auto maakt noodstop voor schrikhek; 2e auto remt te laat; 1e auto niet aansprakelijk
- kosten begroot, niet toegewezen, 10 uur x € 181,50 incl BTW; zijnde een redelijk uurtarief voor een pas geslaagde NIVRE-expert

zie ook
RBNHO 080126 1e auto maakt noodstop voor schrikhek; 2e auto remt te laat; gemeente aansprakelijk; ES achteropaanrijder 25%
- kosten  verzocht 18 uur x 200 + 21% , toegewezen 16 x € 181,50 incl BTW; (redelijk uurtarief voor een pas geslaagde NIVRE-expert) x 75% vanwege ES

1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties 1-10;

- het verweerschrift met productie 1;

- de brief van 12 november 2025 van de zijde van [verzoeker] met medische informatie en een correctie van de benaming van de verwerende partij (Greenval in plaats van Van Ameyde Nederland B.V. (hierna: Van Ameyde)).

1.2.

Op 27 november 2025 heeft de mondelinge behandeling van het deelgeschil plaatsgevonden. Het deelgeschil is in overleg met partijen tegelijk behandeld met het deelgeschil in de zaak 11766313 \ EJ VERZ 25-204 ( [verzoeker] tegen gemeente Schagen en Melior Verzekeringen). Op de zitting zijn verschenen [verzoeker] , bijgestaan door zijn moeder en mr. V.E. Steijvers van Orselen, en namens Greenval mr. B.M.G. Bijnen. Namens gemeente Schagen is verschenen [naam 2] , voorheen projectleider openbaar gebied bij gemeente Schagen, bijgestaan door advocaat mr. M. Verhoef en [naam 3] , werkzaam bij aannemer KWS (hierna: KWS).

1.3.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter partijen meegedeeld dat op 8 januari 2026 een beschikking zal volgen.

2De feiten

2.1.

In november 2023 vonden in de directe nabijheid van de Warmenhuizerweg te Warmenhuizen wegwerkzaamheden plaats. Het betrof asfalteringswerkzaamheden die in opdracht van gemeente Schagen werden uitgevoerd door KWS, in twee fases van 16 november 07:00 uur tot 17 november 17:00 uur en van 20 november 07:00 uur tot 22 november 17:00 uur.

2.2.

Op 20 november 2023 omstreeks 18:50 uur was [verzoeker] als bestuurder van een auto betrokken bij een aanrijding op de Warmenhuizerweg te Warmenhuizen. [naam 1] kwam met zijn auto vanuit de richting N245 en maakte een noodstop voor een schrikhek dat op de rijbaan van de Warmenhuizerweg stond, op circa 120 meter afstand vóór de rotonde in de richting van Warmenhuizen. [naam 1] kon zijn auto net voor het schrikhek tot stilstand brengen. [verzoeker] kon niet meer op tijd remmen en reed achterop de auto van [naam 1] (hierna: het ongeval).

2.3.

De auto waarin [naam 1] reed was WAM-verzekerd bij Greenval.

2.4.

Partijen vulden na het ongeval gezamenlijk het aanrijdingsformulier in. Daarop vulde [naam 1] bij ‘mijn opmerkingen’ in: ‘bord op weg, onverlicht’ en [verzoeker] : ‘bord op de weg, onverlicht, voorganger remt, ik kon niet meer uitwijken.’

Bij de vraag wie aansprakelijk is voor het ontstaan van het ongeval vulde [verzoeker] in: ‘Gemeente Schagen: Er stond een afsluitingsbord op een onverlichte weg, zonder waarschuwing of snelheidsbeperking. Gemeente was snel ter plaatse omdat meerdere mensen politie gebeld hadden over de onveilige situatie.’

2.5.

De politie eenheid Noord-Holland heeft een proces-verbaal opgemaakt waarin [verzoeker] is aangeduid als 1 en [naam 1] als 2 en over de toedracht het volgende is vermeld, voor zover van belang:

“1 en 2 reed over de WARMENHUIZERWEG, komende uit de richting van de N245. Voor 1 reed 2 in dezelfde richting. (…) 2 moest stoppen voor een verkeersbord met hek wat op de rijbaan stond van de doorgaande weg. Dit hekwerk stond in de duisternis zonder enige straatverlichting. Bij contact met de gemeente bleek dit hekwerk door de aannemer abusievelijk niet verwijderd te zijn, wat na het ongeval alsnog heeft plaatsgevonden. Het hekwerk was door de duisternis niet of nauwelijks te zien waardoor 2 een noodstop moest maken en 1 dat niet meer kon beremmen. Op dat moment was 1 niet in staat zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover de weg was te overzien en waarover deze vrij was. Hierdoor reed 1 tegen 2.”

2.6.

Op 10 augustus 2024 heeft politieambtenaar [politieambtenaar] , die na het ongeval ter plaatse was, schriftelijk het volgende verklaard, voor zover van belang:
“De reden waarom ik naar de locatie van het ongeval was gestuurd was de volgende:

Allereerst was er bij het operationeel Centrum te Haarlem de volgende melding binnengekomen;
maandag 20 november 2023

18:23 gemeente gaat bellen met melder
(…)

18:16 Servicemodule: Klantverzoeknummer: 13573725 Melder geeft aan dat er wegwerkzaamheden zijn in het dorp. Melder geeft aan dat er op de Warmenhuizerweg komende van de N245 ongeveer 100 Meter van de rotonde een bord op de weg die slecht zichtbaar is en dit geeft een gevaarlijke situatie. Terugbellen (...)

Locatie Warmenhuizerweg 23 te Warmenhuizen. De gemeente is hiervan in kennis gesteld en er is geen politie ter plaatse gekomen omdat deze afhandeling thuis hoort bij de gemeente.

Vervolgens is er de volgende melding gedaan door de medewerker van de gemeente die eerder was opgeroepen voor deze melding;

maandag 20 november 2023

(…)

19:06

Medewerker van de Gemeente is er nu en wil pol erbij

18:56 1e melding: ivm wegwerkzaamheden in dorp, komende vanaf N245 na ong 100 mtr bord op weg die zeer slecht zichtbaar is. Gevaarlijke situatie. Nav deze melding CAG tp gestuurd. (…)

18:54 Melder is CAG en op verzoek van OC tp gegaan ivm bord op de weg. Komt nu tp en blijken net 2 vtgen op het bord gebotst. Veel blikschade. Vraagt pol tp. (..)

Ik heb het volgende geconstateerd:

Ter plaatse trof ik het voertuig aan die tegen het verkeersbord was gereden. Ik zag dat op dat moment sprake was van duisternis. Ik zag dat de borden niet verlicht waren en dat deze geheel in het donker stonden. Er was daar geen openbare straatverlichting aanwezig en de borden waren ook niet extra verlicht. Ik heb geen borden zien staan die daadwerkelijk de situatie aangaven die ik daar aantrof. Dat wil zeggen dat er geen borden stonden omtrent enige afsluiting van deze weg.”

2.7.

Op 2 september 2024 heeft [naam 1] schriftelijk het volgende verklaard over de toedracht van het ongeval, voor zover van belang:
“Wij waren onderweg naar Warmenhuizen om een bestelling af te leveren namens New York Pizza, toen er het volgende gebeurde: ik moest hard remmen omdat er een onverlicht bord midden op de donkere weg stond. Vervolgens botste er een auto op ons. Ik heb het volgende gezien: Er was geen vooraankondiging met borden met snelheidsbeperkende maatregelen aanwezig zoals de gemeente dat aangeeft. Er waren op dat moment geen werkzaamheden bezig.”

2.8.

In een ongedateerde schriftelijke verklaring heeft [verzoeker] het volgende verklaard, voor zover van belang:
“Eenmaal op de Warmerhuizerweg reed ik achter een New York pizza auto en hield ongeveer 3 seconde afstand omdat het donker was en er tevens ook lichte nevel aanwezig was.

De Warmerhuizerweg is een 80 weg en dat is dus ook wat ik reed ik heb geen borden gezien die anders aan hadden moeten geven en tevens reed degene voor me dezelfde snelheid. Na ongeveer driekwart van de Warmerhuizerweg af te hebben gereden zag ik dat hij remde, ik verwachte dat hij voor de rotonde remde, ook al was dat erg vroeg maar evengoed remde ik ook redelijk om de afstand te bewaren tevens heb geen gevarenlichten gezien. (…) Op dat moment wist ik nog steeds niet waarom hij had geremd totdat ik voor de New York pizza auto keek en zag dat daar een weg versperringsbord stond op 1 kant van de weg, onze kant. Ik heb dit bord niet kunnen zien en heb het niet gezien doordat er geen verlichting op het bord stond waar ook fotografisch bewijs van is. En ook geen voor aankondiging. Mijn voorganger (…) had ook niet op tijd het bord kunnen zien, en ook niet op tijd kunnen verwachten door zowel de weersomstandigheden, maar vooral door het gebrek aan verlichting en vooraankondiging. (…)

De politie gaf aan dat er al meerdere meldingen waren geweest over dit bord en gaf mijn auto ook gelijk een wok status. Het doet het mij pijn dat dit ongeval naar mijn mening niet serieus genomen word, omdat de volgende dag het bord er op dezelfde manier stond en ook toen daar veel meldingen over geweest zijn. Gelukkig is het bord toen wel op tijd weggehaald en was er dit keer geen ongeval. Dit had veel erger kunnen aflopen en dat neem ik de gemeente heel erg kwalijk want dit had makkelijk voorkomen kunnen worden.”

2.9.

Bij brief van 4 oktober 2024 heeft de gemachtigde van [verzoeker] [naam 1] (via Van Ameyde) aansprakelijk gesteld. Bij brief van 12 februari 2025 heeft Van Ameyde namens Greenval aansprakelijkheid van de hand gewezen.

2.10.

Op 9 april 2025 heeft Van Ameyde aan de gemachtigde van [verzoeker] bericht dat het toegestuurde conceptverzoekschrift geen aanleiding vormde om het eerder ingenomen standpunt te herzien.

3Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter - samengevat - bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv):

Primair

I. voor recht te verklaren dat Greenval aansprakelijk is voor het ongeval en te bepalen dat zij volledig gehouden is tot vergoeding van de door [verzoeker] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval;

Subsidiair

II. indien en voor de kantonrechter oordeelt dat [verzoeker] eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek (BW) toekomt, de schadevergoedingsplicht van Greenval vast te stellen met toepassing van de billijkheidscorrectie, waarbij Greenval in overwegende mate of geheel aansprakelijk blijft voor de schade van [verzoeker] ;

Meer subsidiair
III. een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen verdeling van de aansprakelijkheid en schadevergoedingsplicht vast te stellen;

IV. de kosten van dit deelgeschil te begroten op € 4.065,84, te vermeerderen met de kosten van de voorbereiding van de mondelinge behandeling en de mondelinge behandeling zelf en het betaalde griffierecht, en om Greenval te veroordelen in deze kosten.

3.2.

[verzoeker] legt aan zijn verzoek, samengevat, het volgende ten grondslag.

[naam 1] heeft een gevaarlijke verkeerssituatie veroorzaakt door een noodstop te maken voor een schrikhek op de weg. Daarmee is [naam 1] op grond van artikel 6:162 BW alsmede de artikelen 5 en 6 van de Wegenverkeerswet 1994 aansprakelijk voor de schade van [verzoeker] . Het ging hier om een niet-beweeglijk object dat niet plotseling op de weg verscheen, maar al aanwezig was. [naam 1] had de aanwezigheid van dat object met reflectie eerder moeten opmerken en daarop moeten anticiperen. [naam 1] had groot licht op de onverlichte weg kunnen voeren, waardoor hij het schrikhek eerder had kunnen zien en zijn auto minder abrupt tot stilstand had kunnen brengen. Doordat [naam 1] in de voorste auto reed met de normaal geldende snelheid, mocht [verzoeker] erop vertrouwen dat [naam 1] de weg kon overzien en dat door hem geen noodstop voor een schrikhek zou worden gemaakt. [verzoeker] verwijt [naam 1] verder dat hij zijn alarmlichten niet had aangezet op het moment dat hij het schrikhek waarnam. [verzoeker] had dan direct begrepen dat het om een afwijkende situatie ging en niet om het vroegtijdig remmen voor een aankomende rotonde. Van [verzoeker] kon niet worden verwacht dat hij op de noodstop die [naam 1] maakte kon en behoefde te anticiperen. [verzoeker] valt dan ook geen verwijt te maken dat hij op de auto van [naam 1] is gebotst.

3.3.

Greenval verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe, samengevat, het volgende aan.

3.3.1.

[naam 1] handelde niet onrechtmatig door een gevaarlijke verkeerssituatie te veroorzaken. [verzoeker] heeft zelf verklaard dat [naam 1] het schrikhek niet eerder had kunnen zien of verwachten. Dit wordt bevestigd door de verklaringen van de politie, [naam 1] en een melding van een weggebruiker die kort voor het ongeval bij de politie binnenkwam. Verder was op het verkeerstraject voorafgaand aan de locatie van het schrikhek geen (zichtbare) bebording aanwezig. Dat blijkt ook uit de verklaring van [naam 1] . Op het aanrijdingsformulier noteerde [verzoeker] bovendien dat volgens hem de gemeente Schagen aansprakelijk is. [naam 1] wordt daarin niet genoemd. Verder was de door [naam 1] gevoerde dimverlichting toereikend om de wegsituatie te overzien, wat ook blijkt uit de omstandigheid dat [naam 1] zijn auto voor het schrikhek tot stilstand wist te brengen. [naam 1] wist niet en hoefde ook niet te weten dat er een onverlicht schrikhek zonder vooraankondiging op de weg stond. Ook het niet inschakelen van alarmlichten kan niet als onrechtmatig worden aangemerkt. [naam 1] gaf in deze noodsituatie prioriteit aan het tot stilstand brengen en beheersen van zijn auto.

3.3.2.

[verzoeker] maakte zelf een verkeerde inschatting: hij ging ervan uit dat [naam 1] regulier afremde voor een rotonde en hield onvoldoende rekening met andere scenario’s, zoals een noodstop. Door onvoldoende afstand te bewaren heeft [verzoeker] een verkeersfout gemaakt en is hij aansprakelijk voor de uit de aanrijding ontstane schade. De WAM-verzekeraar van [verzoeker] heeft die aansprakelijkheid ook erkend door de regresvordering van Greenval te voldoen. Tot slot betwist Greenval de omvang van de door [verzoeker] opgevoerde buitengerechtelijke kosten.

3.4.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4De beoordeling


Behandeling in deelgeschil

4.1.

[verzoeker] heeft zich tot de kantonrechter gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over letsel- en overlijdensschade de mogelijkheid om in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase de rechter in te schakelen, waardoor partijen een extra instrument in handen krijgen ter doorbreking van een impasse in de buitengerechtelijke onderhandelingen. De rechterlijke uitspraak in een deelgeschil moet partijen in staat stellen om de buitengerechtelijke onderhandelingen weer op te pakken en mogelijk definitief af te ronden.

4.2.

Greenval heeft de formele verweren in het verweerschrift over de partijbenaming en het niet vaststaan van letselschade van [verzoeker] laten varen. De advocaat van Greenval heeft ter zitting ermee ingestemd dat het verzoek van [verzoeker] zich richt tegen Greenval in plaats van tegen Van Ameyde, zijnde de schaderegelaar van Greenval in Nederland. Daarnaast heeft de advocaat van Greenval ter zitting naar voren gebracht dat het letsel van [verzoeker] als gevolg van het ongeval voldoende aannemelijk volgt uit het inmiddels door [verzoeker] overhandigde huisartsenjournaal.

4.3.

De kantonrechter zal hierna het verzoek van [verzoeker] inhoudelijk bespreken. Uit vaste rechtspraak volgt namelijk dat de aansprakelijkheidsvraag, die partijen verdeeld houdt, in een deelgeschil aan de orde kan worden gesteld. Een vaststelling van aansprakelijkheid zou de impasse tussen partijen namelijk kunnen doorbreken en een bijdrage kunnen leveren aan het vlot trekken van de onderhandelingen.

Inhoudelijke beoordeling

4.4.

[verzoeker] verwijt [naam 1] dat hij een gevaarzettende situatie in het verkeer heeft gecreëerd en daarmee in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid, ofwel onrechtmatig, heeft gehandeld.

4.5.

Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv rust op [verzoeker] de stelplicht en zo nodig de bewijslast van zijn stellingen. [verzoeker] wijst er terecht op dat volgens vaste rechtspraak het enkele feit dat hij met zijn auto op die van [naam 1] is gebotst onvoldoende is om aan te kunnen nemen dat hij een toerekenbare verkeersfout heeft gemaakt. [verzoeker] heeft echter naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende feiten of omstandigheden aangevoerd die erop wijzen dat aan [naam 1] onzorgvuldigheid valt te verwijten, doordat hij op een voor [verzoeker] volkomen onverwacht moment abrupt heeft geremd, en dat [verzoeker] bij de daarop volgende aanrijding geen blaam treft. Dit licht de kantonrechter hierna toe.

4.6.

Partijen zijn het erover eens dat in de avond van 20 november 2023, kort vóór het ongeval, midden op de rijbaan van de Warmenhuizerweg - een 80 km weg - en op circa 120 meter vóór de rotonde in de richting van Warmenhuizen een schrikhek (van reflecterend materiaal) stond met daarboven het verkeersbord 'verboden in te rijden' en een bord ‘uitgezonderd bewoners’. Dit schrikwerk was door de duisternis en afwezigheid van straatverlichting slecht zichtbaar. Dit wordt bevestigd in het onder de feiten weergegeven proces-verbaal van de politie, de verklaring van de politieambtenaar die na het ongeval ter plaatse was en in een melding van een weggebruiker kort vóór het ongeval.

Blijkens diverse verklaringen, waaronder die van [naam 1] en [verzoeker] , was er op het verkeerstraject voorafgaand aan de locatie van het schrikhek geen vooraankondiging van een wegafsluiting of een snelheidsbeperkende maatregel aanwezig. Volgens de eigen verklaring van [verzoeker] (zie 2.8) had [naam 1] het schrikhek niet eerder kunnen zien of verwachten. [naam 1] heeft dus niet zonder noodzaak abrupt geremd.

4.7.

[verzoeker] heeft, gegeven deze omstandigheden, naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende duidelijk gemaakt waarom [naam 1] een gevaarzettende situatie heeft gecreëerd die maakt dat hij op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk is voor de schade van [verzoeker] . De stelling dat [naam 1] groot licht had moeten voeren of zijn alarmlichten had moeten inschakelen heeft [verzoeker] tegenover de gemotiveerde betwisting door Greenval niet nader onderbouwd. Van belang daarbij is bovendien dat [naam 1] tijdig zijn auto tot stilstand heeft kunnen brengen, wat [verzoeker] niet heeft gedaan. Schade die daardoor is ontstaan komt voor zijn eigen rekening. Van [verzoeker] had namelijk mogen worden verwacht dat hij op onverwachte situaties bedacht was en daarop tijdig anticipeerde. Om die reden heeft de verzekeraar van [verzoeker] ook de cascoschade die als gevolg van het ongeval was ontstaan aan de auto van [naam 1] vergoed.

Conclusie

4.8.

De conclusie is dat [naam 1] niet onrechtmatig jegens [verzoeker] heeft gehandeld. [naam 1] (en daarmee Greenval) is daarom niet schadeplichtig. De kantonrechter zal de verzoeken van [verzoeker] afwijzen. Wat partijen verder nog hebben aangevoerd, behoeft geen bespreking.

Kosten deelgeschil

4.9.

De kantonrechter moet op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure begroten. Dat geldt ook als een verzoek in deelgeschil wordt afgewezen. Alleen als de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, hoeven de kosten van de procedure niet te worden begroot. Van deze laatste situatie is in dit geval geen sprake.

4.10.

Bij de begroting van de kosten moet de kantonrechter de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking nemen. Daarbij moet de kantonrechter de dubbele redelijkheidstoets hanteren; zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn.

4.11.

[verzoeker] maakt aanspraak op € 4.065,84 inclusief 6% kantoorkosten en 21% btw, te vermeerderen met het betaalde griffierecht en de kosten verbonden aan de voorbereiding van de zitting en de zitting zelf. Daarbij stelt [verzoeker] dat zijn belangenbehartiger achttien uur in rekening heeft gebracht tot de zitting, tegen een uurtarief van € 200,00 exclusief 21% btw.

4.12.

Greenval voert aan dat het aantal bestede uren onredelijk is en dat het uurtarief bovenmatig is. Greenval vindt een uurtarief van € 125,00 exclusief btw meer passend in dit geval, omdat de belangenbehartiger van [verzoeker] een beginnend jurist is zonder specialisatieopleiding. Verder voert Greenval aan dat kantoorkosten geacht moeten te zijn inbegrepen in het uurtarief. Wat betreft het aantal opgevoerde uren voert Greenval aan dat het verzoekschrift grote overeenkomsten vertoont met de in een eerder stadium opgestelde aansprakelijkstelling en dat op de overgelegde declaratie van de belangenbehartiger ook werkzaamheden staan in verband met de aansprakelijkstelling van gemeente Schagen. Volgens Greenval valt niet in te zien waarom deze werkzaamheden voor haar rekening zouden moeten komen. Zij vindt een totaal van tien uren in dit geval passend.

4.13.

Bij het vaststellen van een redelijk uurtarief kijkt de kantonrechter naar de achtergrond van de belangenbehartiger. De belangenbehartiger van [verzoeker] heeft weliswaar aangetoond dat zij in januari 2025 is geslaagd voor de vaktechnische opleiding NIVRE-expert personenschade en certificaten heeft behaald op het gebied van het personenschaderecht, maar zij is geen advocaat en (dus) geen lid van de Vereniging voor Letselschade Advocaten. Bovendien is zij nog bezig met de afronding van de basisopleiding en (nog) niet geregistreerd als NIVRE-expert. Verder is niet gebleken hoeveel ervaring zij met personenschadezaken heeft en of zij een keurmerk heeft van het Nationaal Keurmerk Letselschade. Een uurtarief van € 200,00 exclusief btw vindt de kantonrechter dan ook te hoog. Vanwege de hiervoor genoemde omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat een bedrag van € 150,00 exclusief btw, dat is € 181,50 inclusief btw, een redelijk tarief is voor de werkzaamheden van de belangenbehartiger van [verzoeker] .1 Bij dit uurtarief worden de kantoorkosten geacht daarin te zijn verdisconteerd, zoals Greenval terecht aanvoert.

4.14.

De belangenbehartiger van [verzoeker] heeft ter zitting te kennen gegeven zich te kunnen vinden in het standpunt van Greenval over het aantal uren. De kantonrechter vindt een totaal van tien uren voor het opstellen van het verzoekschrift en de verdere behandeling van deze zaak ook redelijk, gelet op de terechte verweren van Greenval ter zake.

4.15.

De redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW zullen door de kantonrechter dan ook worden begroot op tien uren × € 181,50 inclusief btw, dus op € 1.815,00 inclusief btw, te vermeerderen met het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 90,00. Omdat de aansprakelijkheid niet is komen vast te staan, zal de kantonrechter de kosten alleen begroten en Greenval niet veroordelen tot betaling daarvan. Het begrote bedrag hoeft alleen door Greenval te worden betaald, als de aansprakelijkheid van [naam 1] alsnog komt vast te staan.

1Vgl. gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6551, en kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, 27 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3862.

 

Rechtbank Noord-Holland 8 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:155