RBNHO 080126 kosten verzocht 18 uur x 200 + 21% , toegewezen 16 x € 181,50 incl BTW; (redelijk uurtarief voor een pas geslaagde NIVRE-expert) x 75% vanwege ES
- Meer over dit onderwerp:
RBNHO 080126 1e auto maakt noodstop voor schrikhek; 2e auto remt te laat; gemeente aansprakelijk; ES achteropaanrijder 25%
- kosten verzocht 18 uur x 200 + 21% , toegewezen 16 x € 181,50 incl BTW; (redelijk uurtarief voor een pas geslaagde NIVRE-expert) x 75% vanwege ES
zie ook:
RBNHO 080126 achteropaanrijding na noodstop voor een schrikhek op de weg; voorste auto niet aansprakelijk
- kosten begroot, niet toegewezen, 10 uur x € 181,50 incl BTW; zijnde een redelijk uurtarief voor een pas geslaagde NIVRE-expert
De zaak in het kort
Op 20 november 2023 heeft in de avond een aanrijding plaatsgevonden tussen de auto’s die werden bestuurd door [verzoeker] en [naam 1] (hierna: [naam 1] ). [naam 1] maakte een noodstop voor een schrikhek op de rijbaan van de Warmenhuizerweg. [verzoeker] , die achter [naam 1] reed, kon niet meer op tijd remmen en botste tegen de auto van [naam 1] aan. Daarbij heeft [verzoeker] (letsel)schade opgelopen. [verzoeker] verzoekt in deze deelgeschilprocedure een verklaring voor recht dat gemeente Schagen - verzekerd bij Melior - aansprakelijk is voor het ongeval, omdat zij heeft gehandeld in strijd met de op haar rustende zorgplicht als wegbeheerder. De kantonrechter wijst dit verzoek toe, maar stelt wel vast dat gemeente Schagen (Melior) niet gehouden is tot betaling van volledige schadevergoeding aan [verzoeker] . [verzoeker] heeft namelijk deels eigen schuld aan het ongeval. De kantonrechter oordeelt dat gemeente Schagen en Melior 75% van de schade van [verzoeker] moeten vergoeden en dat [verzoeker] 25% van de schade zelf moet dragen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1-29;
- het verweerschrift met producties 1-4;
- de brief van 18 november 2025 van [verzoeker] met een correctie van de partijbenaming.
1.2.
Op 27 november 2025 heeft de mondelinge behandeling van het deelgeschil plaatsgevonden. Het deelgeschil is in overleg met partijen tegelijk behandeld met het deelgeschil in de zaak 11766459 \ EJ VERZ 25-205 ( [verzoeker] tegen Greenval Insurance DAC (hierna: Greenval)). Op de zitting zijn verschenen [verzoeker] , bijgestaan door zijn moeder en mr. V.E. Steijvers van Orselen, en namens gemeente Schagen [naam 2] , voorheen projectleider openbaar gebied bij gemeente Schagen, bijgestaan door mr. M. Verhoef en [naam 3] , werkzaam bij aannemer KWS (hierna: KWS). Namens Greenval is advocaat mr. B.M.G. Bijnen verschenen.
1.3.
Mr. Verhoef heeft ter zitting naar aanleiding van de brief van 18 november 2025 van [verzoeker] naar voren gebracht dat zij ervan uitgaat dat het verzoek van [verzoeker] zich richt tegen gemeente Schagen en tegen Melior in plaats van (alleen) tegen Melior. Mr. Steijvers van Orselen heeft dat bevestigd.
1.4.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mrs. Steijvers van Orselen en Verhoef hebben daarbij het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen, die zij ter zitting aan de kantonrechter hebben overgelegd en die daarmee onderdeel zijn geworden van de processtukken. Mr. Steijvers van Orselen heeft aanvullende producties 30-34 overgelegd. Daartegen is geen bezwaar gemaakt.
1.5.
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter partijen meegedeeld dat op 8 januari 2026 een beschikking zal volgen.
2De feiten
2.1.
In november 2023 vonden in de directe nabijheid van de Warmenhuizerweg te Warmenhuizen wegwerkzaamheden plaats. Het betrof asfalteringswerkzaamheden die in opdracht van gemeente Schagen werden uitgevoerd door KWS, in twee fases van 16 november 07:00 uur tot 17 november 17:00 uur en van 20 november 07:00 uur tot 22 november 17:00 uur.
2.2.
In de tweede fase werd de Debbemeerweg afgesloten voor verkeer, inclusief de daarop aansluitende rotonde net vóór het dorp Warmenhuizen. Deze rotonde is verbonden aan de Warmenhuizerweg, aan één zijde richting het dorp en aan de andere zijde richting de N245. Slechts enkele aanwonenden hadden nog toegang tot de Debbemeerweg in verband met de bereikbaarheid van hun woningen.
2.3.
KWS had BUKO Infrasupport ingeschakeld voor onder meer het plaatsen van verkeersborden in verband met de werkzaamheden.
2.4.
Op 20 november 2023 omstreeks 18:50 uur was [verzoeker] als bestuurder van een auto betrokken bij een aanrijding op de Warmenhuizerweg. [naam 1] kwam met zijn auto vanuit de richting N245 en maakte een noodstop voor een schrikhek dat op de rijbaan van de Warmenhuizerweg stond, op circa 120 meter afstand vóór de rotonde in de richting van Warmenhuizen. [naam 1] kon zijn auto net voor het schrikhek tot stilstand brengen. [verzoeker] kon niet meer op tijd remmen en reed achterop de auto van [naam 1] (hierna: het ongeval).
2.5.
De auto waarin [naam 1] reed was WAM-verzekerd bij Greenval.
2.6.
[naam 1] en [verzoeker] vulden na het ongeval gezamenlijk het aanrijdingsformulier in. Daarop vulde [naam 1] bij ‘mijn opmerkingen’ in: ‘bord op weg, onverlicht’ en [verzoeker] : ‘bord op de weg, onverlicht, voorganger remt, ik kon niet meer uitwijken.’ Bij de vraag wie aansprakelijk is voor het ontstaan van het ongeval vulde [verzoeker] in: ‘Gemeente Schagen: Er stond een afsluitingsbord op een onverlichte weg, zonder waarschuwing of snelheidsbeperking. Gemeente was snel ter plaatse omdat meerdere mensen politie gebeld hadden over de onveilige situatie.’
2.7.
De politie eenheid Noord-Holland heeft een proces-verbaal opgemaakt waarin [verzoeker] is aangeduid als 1 en [naam 1] als 2 en over de toedracht het volgende is vermeld, voor zover van belang:
“1 en 2 reed over de WARMENHUIZERWEG, komende uit de richting van de N245. Voor 1 reed 2 in dezelfde richting. (…) 2 moest stoppen voor een verkeersbord met hek wat op de rijbaan stond van de doorgaande weg. Dit hekwerk stond in de duisternis zonder enige straatverlichting. Bij contact met de gemeente bleek dit hekwerk door de aannemer abusievelijk niet verwijderd te zijn, wat na het ongeval alsnog heeft plaatsgevonden. Het hekwerk was door de duisternis niet of nauwelijks te zien waardoor 2 een noodstop moest maken en 1 dat niet meer kon beremmen. Op dat moment was 1 niet in staat zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover de weg was te overzien en waarover deze vrij was. Hierdoor reed 1 tegen 2.”
2.8.
Op 10 augustus 2024 heeft politieambtenaar [politieambtenaar] , die na het ongeval ter plaatse was, schriftelijk het volgende verklaard, voor zover van belang:
“De reden waarom ik naar de locatie van het ongeval was gestuurd was de volgende:
Allereerst was er bij het operationeel Centrum te Haarlem de volgende melding binnengekomen;
maandag 20 november 2023
18:23 gemeente gaat bellen met melder
(…)
18:16 Servicemodule: Klantverzoeknummer: 13573725 Melder geeft aan dat er wegwerkzaamheden zijn in het dorp. Melder geeft aan dat er op de Warmenhuizerweg komende van de N245 ongeveer 100 Meter van de rotonde een bord op de weg die slecht zichtbaar is en dit geeft een gevaarlijke situatie. Terugbellen (...)
Locatie Warmenhuizerweg 23 te Warmenhuizen. De gemeente is hiervan in kennis gesteld en er is geen politie ter plaatse gekomen omdat deze afhandeling thuis hoort bij de gemeente.
Vervolgens is er de volgende melding gedaan door de medewerker van de gemeente die eerder was opgeroepen voor deze melding;
maandag 20 november 2023
(…)
19:06
Medewerker van de Gemeente is er nu en wil pol erbij
18:56 1e melding: ivm wegwerkzaamheden in dorp, komende vanaf N245 na ong 100 mtr bord op weg die zeer slecht zichtbaar is. Gevaarlijke situatie. Nav deze melding CAG tp gestuurd. (…)
18:54 Melder is CAG en op verzoek van OC tp gegaan ivm bord op de weg. Komt nu tp en blijken net 2 vtgen op het bord gebotst. Veel blikschade. Vraagt pol tp. (..)
Ik heb het volgende geconstateerd:
Ter plaatse trof ik het voertuig aan die tegen het verkeersbord was gereden. Ik zag dat op dat moment sprake was van duisternis. Ik zag dat de borden niet verlicht waren en dat deze geheel in het donker stonden. Er was daar geen openbare straatverlichting aanwezig en de borden waren ook niet extra verlicht. Ik heb geen borden zien staan die daadwerkelijk de situatie aangaven die ik daar aantrof. Dat wil zeggen dat er geen borden stonden omtrent enige afsluiting van deze weg.”
2.9.
Op 2 september 2024 heeft [naam 1] schriftelijk het volgende verklaard over de toedracht van het ongeval, voor zover van belang:
“Wij waren onderweg naar Warmenhuizen om een bestelling af te leveren namens New York Pizza, toen er het volgende gebeurde: ik moest hard remmen omdat er een onverlicht bord midden op de donkere weg stond. Vervolgens botste er een auto op ons. Ik heb het volgende gezien: Er was geen vooraankondiging met borden met snelheidsbeperkende maatregelen aanwezig zoals de gemeente dat aangeeft. Er waren op dat moment geen werkzaamheden bezig.”
2.10.
In een ongedateerde schriftelijke verklaring heeft [verzoeker] het volgende verklaard, voor zover van belang:
“Eenmaal op de Warmerhuizerweg reed ik achter een New York pizza auto en hield ongeveer 3 seconde afstand omdat het donker was en er tevens ook lichte nevel aanwezig was. De Warmerhuizerweg is een 80 weg en dat is dus ook wat ik reed ik heb geen borden gezien die anders aan hadden moeten geven en tevens reed degene voor me dezelfde snelheid. Na ongeveer driekwart van de Warmerhuizerweg af te hebben gereden zag ik dat hij remde, ik verwachte dat hij voor de rotonde remde, ook al was dat erg vroeg maar evengoed remde ik ook redelijk om de afstand te bewaren tevens heb geen gevarenlichten gezien. (…) Op dat moment wist ik nog steeds niet waarom hij had geremd totdat ik voor de New York pizza auto keek en zag dat daar een weg versperringsbord stond op 1 kant van de weg, onze kant. Ik heb dit bord niet kunnen zien en heb het niet gezien doordat er geen verlichting op het bord stond waar ook fotografisch bewijs van is. En ook geen voor aankondiging. Mijn voorganger (…) had ook niet op tijd het bord kunnen zien, en ook niet op tijd kunnen verwachten door zowel de weersomstandigheden, maar vooral door het gebrek aan verlichting en vooraankondiging. (…)
De politie gaf aan dat er al meerdere meldingen waren geweest over dit bord en gaf mijn auto ook gelijk een wok status. Het doet het mij pijn dat dit ongeval naar mijn mening niet serieus genomen word, omdat de volgende dag het bord er op dezelfde manier stond en ook toen daar veel meldingen over geweest zijn. Gelukkig is het bord toen wel op tijd weggehaald en was er dit keer geen ongeval. Dit had veel erger kunnen aflopen en dat neem ik de gemeente heel erg kwalijk want dit had makkelijk voorkomen kunnen worden.”
2.11.
[verzoeker] heeft gemeente Schagen bij brief van 8 december 2023 aansprakelijk gesteld. Melior, de aansprakelijkheidsverzekeraar van gemeente Schagen, heeft namens gemeente Schagen aansprakelijkheid van de hand gewezen.
2.12.
Op 1 mei 2025 heeft Melior naar aanleiding van het toegestuurde concept-verzoekschrift aan de gemachtigde van [verzoeker] bericht dat na overleg met gemeente Schagen besloten is haar afwijzende standpunt te handhaven.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[verzoeker] verzoekt de kantonrechter - samengevat - bij wijze van deelgeschil in de zin van artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv):
Primair
I. voor recht te verklaren dat gemeente Schagen aansprakelijk is voor het ongeval en te bepalen dat gemeente Schagen en Melior volledig gehouden zijn tot vergoeding van de door [verzoeker] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval;
Subsidiair
II. indien en voor de kantonrechter oordeelt dat [verzoeker] eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 van het Burgerlijk Wetboek (BW) toekomt, de schadevergoedingsplicht van gemeente Schagen (Melior) vast te stellen met toepassing van de billijkheidscorrectie, waarbij gemeente Schagen in overwegende mate of geheel aansprakelijk blijft voor de schade van [verzoeker] ;
Meer subsidiair
III. een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen verdeling van de aansprakelijkheid en schadevergoedingsplicht vast te stellen;
IV. de kosten van dit deelgeschil te begroten op € 4.065,84, te vermeerderen met de kosten van de voorbereiding van de mondelinge behandeling en de mondelinge behandeling zelf en het betaalde griffierecht, en om gemeente Schagen en Melior te veroordelen in deze kosten.
3.2.
Aan het verzoek legt [verzoeker] ten grondslag dat gemeente Schagen primair op grond van artikel 6:174 BW en subsidiair op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk is, omdat er sprake is van een gebrekkige opstal in de zin van artikel 6:174 BW, althans een onrechtmatige gevaarzetting in de zin van artikel 6:162 BW. [verzoeker] stelt daartoe, samengevat, het volgende.
3.2.1.
[naam 1] moest een noodstop maken om ternauwernood zijn auto voor een plotseling opdoemend schrikhek op de rijbaan van de Warmenhuizerweg tot stilstand te brengen. [verzoeker] kon zelf niet op tijd remmen en botste tegen de auto van [naam 1] aan, als gevolg waarvan hij (letsel)schade heeft opgelopen. Het is aan gemeente Schagen te wijten dat het ongeval is ontstaan. In dit verband beroept [verzoeker] zich op de zogenaamde Kelderluikcriteria.1
3.2.2.
Volgens [verzoeker] heeft gemeente Schagen een gevaarlijke verkeersituatie gecreëerd door een schrikbord op de rijbaan te (doen) plaatsen zonder verkeersdeelnemers daarvoor tijdig te waarschuwen met duidelijke, zichtbare verkeersborden (A30 en J16). Dat deze bebording ontbrak of dat de waarneembaarheid onvoldoende was wordt bevestigd in de verklaringen van [naam 1] , van de politieambtenaar die na het ongeval ter plaatse was, van zijn moeder en van een kennis van hem die de bewuste dag zelf over de Warmenhuizerweg hadden gereden. Er waren ook meerdere meldingen van getuigen binnengekomen bij de politie over de gevaarlijke situatie. De kans dat een ongeval ontstaat door een schrikhek midden op een onverlichte landweg is groot, zeker als daar een snelheid is toegestaan van 80 km/u en in duisternis adequate signalering met een snelheidsbeperking ontbreekt. Verder kan de ernst van de gevolgen bij een dergelijk ongeval groot zijn en die gevolgen waren dat ook voor [verzoeker] . Gemeente Schagen heeft als wegbeheerder onvoldoende rekening gehouden met normale menselijke onoplettendheid en geen adequate (veiligheids)maatregelen genomen om de gevaarlijke situatie weg te nemen of voor de gevaarlijke situatie te waarschuwen. De mate van bezwaarlijkheid om dergelijke maatregelen te nemen, zoals het aanbrengen van verlichting, het plaatsen van tijdige, ondubbelzinnige bebording (volgens de laatste tekeningen van KWS) of het regelen van verkeersregelaars, was gering. Daarmee heeft gemeente Schagen niet voldaan aan de op haar rustende zorgplicht.
3.2.3.
Door dit nalaten moet gemeente Schagen - aldus nog steeds [verzoeker] - volledig aansprakelijk worden gehouden voor de schade die hij als gevolg van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden. Van eigen schuld is geen sprake, omdat [verzoeker] geen reden had om te verwachten dat op dat moment werkzaamheden of obstakels op de rijbaan aanwezig zouden zijn. Als de kantonrechter wel eigen schuld aanneemt, dan verzoekt [verzoeker] dit percentage op minder dan 50% vast te stellen.
3.2.4.
[verzoeker] betrekt Melior als verzekeraar van gemeente Schagen in de procedure op grond van het bepaalde in artikel 7:954 BW respectievelijk artikel 1019w lid 3 Rv.
3.3.
Gemeente Schagen en Melior verzetten zich tegen toewijzing van het verzoek. Zij voeren primair aan dat gemeente Schagen niet de juiste partij is om aan te spreken, omdat zij de wegwerkzaamheden en daarbij behorende verkeersmaatregelen had uitbesteed aan KWS. Subsidiair betwisten zij dat sprake is van een gebrekkige opstal in de zin van artikel 6:174 BW of van een onrechtmatige daad van gemeente Schagen als bedoeld in artikel 6:162 BW. Daartoe voeren zij, samengevat, het volgende aan.
3.3.1.
Een schrikhek op een rijbaan kwalificeert niet als een opstal in de zin van artikel 6:174 BW, zodat deze bepaling niet van toepassing is. Gemeente Schagen heeft ook niet onrechtmatig gehandeld. Er is, toetsend aan de Kelderluikcriteria, namelijk niet voldaan aan de vereisten voor gevaarzetting. [verzoeker] heeft onvoldoende onderbouwd dat het schrikhek op een onveilige of onjuiste manier was geplaatst. De bebording was conform tekening aanwezig (wat KWS heeft bevestigd), reflecterend en zichtbaar bij gebruik van voertuigverlichting. Er was sprake van een zogenaamd L08-verkeersbord, omleidingsborden en een schrikhek in de berm voorafgaand aan het schrikhek waar het ongeval plaatsvond. De suggestie van [verzoeker] dat het schrikhek ineens opdoemde is dan ook niet juist. Van een oplettende bestuurder mag worden verwacht dat hij deze signalering opmerkt en daarop anticipeert. Verder was de kans op schade beperkt, de ernst van de gevolgen gering en de genomen maatregelen waren proportioneel. Gemeente Schagen heeft adequaat gehandeld binnen haar rol als wegbeheerder. Zij heeft meldingen doorgeleid aan KWS, aan wie het werk was uitbesteed, en heeft geen concrete aanwijzingen gehad dat de veiligheid in het geding was, zodat van toerekenbare onrechtmatigheid geen sprake is.
3.3.2.
Indien de kantonrechter oordeelt dat gemeente Schagen aansprakelijk is, dan moet bij het bepalen van de mate van aansprakelijkheid op basis van artikel 6:101 BW rekening worden gehouden met een substantiële mate van eigen schuld van [verzoeker] . Een grote mate van onoplettendheid van [verzoeker] heeft namelijk bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. [verzoeker] heeft verkeersfouten gemaakt door onvoldoende afstand te bewaren ten opzichte van zijn voorganger en onvoldoende te anticiperen op de onverwachte manoeuvre van zijn voorganger. Daarbij geldt dat de voorganger wel tijdig tot stilstand heeft kunnen komen voor het schrikhek. Dit duidt erop dat er (ook) voor [verzoeker] voldoende gelegenheid was om te anticiperen op de situatie.
3.4.
Tot slot betwisten gemeente Schagen en Melior de omvang van de door [verzoeker] opgevoerde buitengerechtelijke kosten.
3.5.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4De beoordeling
Behandeling in deelgeschil
4.1.
[verzoeker] heeft zich tot de kantonrechter gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over letsel- en overlijdensschade de mogelijkheid om in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase de rechter in te schakelen, waardoor partijen een extra instrument in handen krijgen ter doorbreking van een impasse in de buitengerechtelijke onderhandelingen. De rechterlijke uitspraak in een deelgeschil moet partijen in staat stellen om de buitengerechtelijke onderhandelingen weer op te pakken en mogelijk definitief af te ronden.
4.2.
Het deelgeschil ziet op de beantwoording van de aansprakelijkheidsvraag. Uit vaste rechtspraak volgt dat de aansprakelijkheidsvraag in een deelgeschil aan de orde kan worden gesteld. Een vaststelling van aansprakelijkheid zou de impasse tussen partijen namelijk kunnen doorbreken en een bijdrage kunnen leveren aan het vlot trekken van de onderhandelingen. De kantonrechter zal daarom hierna het verzoek van [verzoeker] inhoudelijk bespreken.
Inhoudelijke beoordeling
4.3.
[verzoeker] baseert de aansprakelijkheid van gemeente Schagen ten eerste op artikel 6:174 lid 1 BW. De kantonrechter laat in het midden of deze grondslag deugdelijk is. Het verzoek van [verzoeker] met betrekking tot vaststelling van aansprakelijkheid kan namelijk op de (tweede) grondslag van artikel 6:162 BW (al) worden toegewezen. Anders dan gemeente Schagen meent, is zij de juiste partij die in dit geval aansprakelijk kan worden gehouden voor onrechtmatige gevaarzetting in de zin van artikel 6:162 BW. Dat oordeel grondt de kantonrechter op het geldende toetsingskader en de hierna te bespreken en in onderling verband te beschouwen feiten en omstandigheden.
Toetsingskader
4.4.
De rechtbank stelt voorop dat op gemeente Schagen als wegbeheerder een zorgplicht rust voor de veiligheid van de door haar beheerde Warmenhuizerweg. Meer concreet houdt deze zorgplicht in dat gemeente Schagen ervoor dient te zorgen dat de toestand van de weg de veiligheid van personen en zaken niet in gevaar brengt.
4.5.
De wegbeheerder kan, mede uit hoofde van zijn algemene zorgplicht ten aanzien van de veiligheid van weggebruikers, aansprakelijk zijn voor de aanwezigheid van (niet van de weg, het weglichaam of weguitrusting deel uitmakende) voorwerpen op de weg op grond van artikel 6:162 BW. Daarvoor is nodig dat de wegbeheerder het verwijt kan worden gemaakt dat hij in de nakoming van deze zorgplicht is tekortgeschoten. Indien de wegbeheerder bekend is met de aanwezigheid van het voorwerp op de weg, zijn voor de beoordeling van zijn aansprakelijkheid voor schade die ontstaat door verwezenlijking van het gevaar dat van die aanwezigheid uitging, de zogenaamde Kelderluikcriteria van belang2: (i) in hoeverre is niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid waarschijnlijk, (ii) hoe groot is de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, (iii) hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn, en (iv) in hoeverre is het nemen van veiligheidsmaatregelen bezwaarlijk. Bij de beoordeling kunnen ook de herkomst, aard en functie van een dergelijk voorwerp een rol spelen, alsmede de ligging, functie, fysieke toestand en het te verwachten gebruik van de weg.
Toetsing aan de Kelderluikcriteria
4.6.
Partijen zijn het erover eens dat in de avond van 20 november 2023, kort vóór het ongeval, midden op de rijbaan van de Warmenhuizerweg - een 80 km weg - en op circa 120 meter vóór de rotonde in de richting van Warmenhuizen, een schrikhek (van reflecterend materiaal) stond met daarboven het verkeersbord 'verboden in te rijden' en een bord ‘uitgezonderd bewoners’.
4.7.
Gemeente Schagen was bekend met de aanwezigheid van dit schrikhek. Deze bebording was namelijk geplaatst conform werktekeningen van KWS (dan wel van BUKO) die gemeente Schagen heeft beoordeeld en akkoord heeft bevonden, zo heeft de toenmalige projectleider ter zitting toegelicht. Volgens gemeente Schagen waren er vóór het schrikhek ook meerdere verkeersborden geplaatst op de Warmenhuizerweg die aangaven dat er wegwerkzaamheden plaatsvonden. Het ging om het omleidingsbord ‘Debbemeerweg dicht Warmenhuizen volg (W)’, ‘Vezet volg (W)’en ‘(W) in een pijl naar rechts’ vóór de kruising met de Dergmeerweg, circa 1,5 kilometer vóór de rotonde. Verder ging het om een schrikhek in de berm en een L08 bord (doodlopende weg) bij deze kruising en een verkeersbord A30 (maximumsnelheid 30 km/u) met daarboven een waarschuwingsbord J16 (werk in uitvoering), op circa 60 meter vóór het schrikhek waar het ongeval plaatsvond.
4.8.
Ervan uitgaande dat deze bebording aanwezig was - wat [verzoeker] gemotiveerd betwist - ligt naar het oordeel van de kantonrechter in de aangepaste verkeerssituatie, in combinatie met de hieronder genoemde omstandigheden, het gevaar besloten dat een bestuurder vanuit de richting N245 bij de kruising met de Dergmeerweg toch rechtdoor zou rijden richting het dorp Warmenhuizen. Het waarschuwingsbord ‘Debbemeerweg dicht Warmenhuizen volg (W)’ gaf namelijk voor verkeer naar het dorp onvoldoende duidelijk aan dat de afsluiting circa 120 meter vóór de rotonde op de Warmenhuizerweg begon. Verder is van belang dat de betreffende rotonde niet alleen een afslag heeft naar de Debbemeerweg, maar ook naar het centrum van Warmenhuizen (de Warmenhuizerweg, die daarna overgaat in de Doorbraak). De aanwezige bebording gaf niet duidelijk aan dat deze rijrichting ook zou zijn afgesloten.
Bovendien houdt een verkeersbord A30 (30 km/uur) met daarboven een J16 werk-in-uitvoeringbord niet een waarschuwing in voor een wegafsluiting circa 60 meter verderop. Een schrikhek in de berm duidt ook niet op een wegafsluiting.
4.9.
Daarbij komt dat de Warmenhuizerweg een doorgaande 80 km weg is in een landelijke omgeving waar geen sprake is van straatverlichting, zodat het na het invallen van de duisternis daadwerkelijk donker is. De bebording was die bewuste avond daardoor slecht zichtbaar. Dit is vóór het ongeval ook door een weggebruiker gemeld aan de politie, die deze melding aan gemeente Schagen heeft doorgezet. De politieambtenaar die na het ongeval ter plaatse kwam heeft voorts bevestigd dat ‘de borden niet verlicht waren en geheel in het donker stonden’. Volgens deze politieambtenaar ‘stonden er geen borden [..] omtrent enige afsluiting van deze weg’.
4.10.
Gemeente Schagen kon naar het oordeel van de kantonrechter onder deze omstandigheden weten, althans behoorde te begrijpen dat een schrikhek midden op de rijbaan een wezenlijk gevaar voor personen kon opleveren. Van weggebruikers van de Warmenhuizerweg kon niet worden verwacht dat zij op een dergelijk schrikhek op 120 meter vóór de rotonde bedacht waren. Weggebruikers waren in de avond aangewezen op hun eigen (dim)verlichting en wat daarmee kon worden waargenomen. Van een afstand was het schrikhek niet of slecht zichtbaar en de kans dat iemand daar tegenaan zou rijden was groot. De tijd om het schrikhek te ontwijken was immers zeer kort. Verder kunnen de gevolgen van een dergelijke aanrijding ernstig zijn. Daarbij diende gemeente Schagen rekening te houden met weggebruikers die de maximumsnelheid niet altijd stipt naleven, terwijl zij er voorts rekening mee diende te houden dat weggebruikers niet steeds de nodige oplettendheid zullen betrachten.
4.11.
Gezien deze situatie had gemeente Schagen extra voorzorgsmaatregelen kunnen (en moeten) nemen. Zij had bijvoorbeeld (knipperende) waarschuwingslichten kunnen plaatsen op het schrikhek of verkeerregelaars kunnen regelen. Verkeersregelaars zijn kennelijk alleen overdag ingezet gezien de overgelegde e-mailwisselingen tussen KWS en gemeente Schagen. Gemeente Schagen had ook (meer) kunnen controleren of de situatie veilig was, zeker nu er over de wegwerkzaamheden meerdere meldingen bij haar waren ingediend.
4.12.
Dergelijke veiligheidsmaatregelen waren niet bezwaarlijk geweest. Zij zijn immers zeer eenvoudig te nemen, niet al te kostbaar en verkleinen de kans op verwezenlijking van gevaar in aanzienlijke mate. Het argument van gemeente Schagen dat niet zij, maar KWS daarvoor verantwoordelijk was gaat gezien haar zorgplicht als wegbeheerder niet op. Gemeente Schagen is de instantie die aldus een situatie in het leven heeft geroepen en heeft laten voortbestaan die voor weggebruikers van de Warmenhuizerweg bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk was.
Conclusie vaststelling aansprakelijkheid
4.13.
Met inachtneming van het hiervoor geschetste kader van de onrechtmatigheidstoetsing van artikel 6:162 BW en na weging van de concrete omstandigheden van het geval komt de kantonrechter tot de conclusie dat gemeente Schagen toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld en daarmee aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] als gevolg van het ongeval heeft geleden en nog lijdt. Door dit onrechtmatig handelen is gemeente Schagen (en daarmee Melior als haar aansprakelijkheidsverzekeraar) schadeplichtig.
4.14.
Gemeente Schagen is echter niet volledig aansprakelijk, omdat [verzoeker] deels eigen schuld heeft bij het ontstaan van het ongeval, zoals hierna wordt toegelicht. De kantonrechter zal de door [verzoeker] verzochte verklaring voor recht daarom toewijzen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.
Het beroep op eigen schuld
4.15.
Gemeente Schagen en Melior beroepen zich op eigen schuld van [verzoeker] , omdat hij onvoldoende oplettend heeft gereden.
4.16.
Naar het oordeel van de kantonrechter is tot op zekere hoogte sprake van eigen schuld van [verzoeker] . [verzoeker] stelt dat hij voldoende afstand hield ten opzichte van zijn voorganger, maar hij is achterop gereden. Dat wijst op onvoldoende oplettendheid en onvoldoende anticipatie. Het feit dat [verzoeker] dacht dat zijn voorganger remde voor de rotonde betekent niet, zoals gemeente Schagen en Melior terecht aanvoeren, dat hij mocht aannemen dat dit geleidelijk zou gebeuren. Zeker niet nu sprake was van een doorgaande 80 km weg, een geruime afstand tot de rotonde waar werd geremd en bekendheid van [verzoeker] met de situatie ter plaatse. Van [verzoeker] had mogen worden verwacht dat hij op onverwachte situaties op de donkere Warmenhuizerweg bedacht was en daarop tijdig anticipeerde. Daarbij is van belang dat zijn voorganger wel tijdig tot stilstand kwam.
4.17.
De schade van [verzoeker] is dan ook mede een gevolg van een omstandigheid die aan hem kan worden toegerekend in de zin van artikel 6:101 BW. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om de vergoedingsplicht van gemeente Schagen (Melior) te verminderen door de schade over gemeente Schagen en [verzoeker] te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. Naar het oordeel van de kantonrechter dient gemeente Schagen (Melior) 75% van de schade te vergoeden. Deze verdeling – 75% voor gemeente Schagen en 25% voor [verzoeker] – doet naar het oordeel van de kantonrechter recht aan de verantwoordelijkheid van gemeente Schagen als wegbeheerder en die van [verzoeker] als individuele weggebruiker en de mate waarop zij beiden die verantwoordelijkheid niet hebben genomen.
Billijkheidscorrectie
4.18.
Tot slot moet de vraag worden beantwoord of de billijkheidscorrectie, waarop [verzoeker] een beroep doet, tot een andere verdeling van de schade leidt. Bij de beantwoording van de vraag of de billijkheid – gelet op de persoonlijke en maatschappelijke belangen die bij het gegeven geval zijn betrokken – een andere verdeling eist, moet rekening worden gehouden met de ernst en de mate van verwijtbaarheid van de over en weer gemaakte fouten en met alle andere omstandigheden van het geval, waaronder de gevolgen van het ongeval en de ernst daarvan.
4.19.
Voor het toepassen van een billijkheidscorrectie ziet de kantonrechter in dit geval geen grond. Het verschil in aan beide partijen te maken verwijten geeft daartoe geen aanleiding, noch het enkele feit dat [verzoeker] letsel heeft bekomen en niet (voldoende) verzekerd is. [verzoeker] heeft zijn beroep op de billijkheidscorrectie verder onvoldoende concreet onderbouwd.
Kosten deelgeschil
4.20.
De kantonrechter moet op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure begroten. Bij de begroting van de kosten moet de kantonrechter de redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking nemen. Daarbij moet de kantonrechter de dubbele redelijkheidstoets hanteren: zowel het inroepen van de rechtsbijstand als de daarvoor gemaakte kosten moeten redelijk zijn.
4.21.
[verzoeker] maakt aanspraak op € 4.065,84 inclusief 6% kantoorkosten en 21% btw, te vermeerderen met het betaalde griffierecht en de kosten verbonden aan de voorbereiding van de zitting en de zitting zelf. Daarbij stelt [verzoeker] dat zijn belangenbehartiger achttien uur in rekening heeft gebracht tot de zitting, tegen een uurtarief van € 200,00 exclusief 21% btw.
4.22.
Gemeente Schagen en Melior voeren aan dat het aantal bestede uren onredelijk is en dat het uurtarief bovenmatig is. Zij vinden een uurtarief van € 200,00 exclusief btw niet passend in dit geval, omdat de belangenbehartiger van [verzoeker] geen advocaat is en nog geen specialisatieopleiding heeft afgerond. Verder heeft de belangenbehartiger van [verzoeker] 200 minuten genoteerd voor het opstellen van aansprakelijkstellingen en een overeenkomst van opdracht aan [verzoeker] , wat in de ogen van gemeente Schagen en Melior erg fors is. Zij benadrukken dat het hier gaat om een eenvoudige zaak waardoor de genoteerde uren als ruim kunnen worden gezien. Zij verzoeken de kantonrechter daarom in een begroting zowel het aantal uren als het uurtarief te matigen.
4.23.
Bij het vaststellen van een redelijk uurtarief kijkt de kantonrechter naar de achtergrond van de belangenbehartiger. De belangenbehartiger van [verzoeker] heeft weliswaar aangetoond dat zij in januari 2025 is geslaagd voor de vaktechnische opleiding NIVRE-expert personenschade en certificaten heeft behaald op het gebied van het personenschaderecht, maar zij is geen advocaat en (dus) geen lid van de Vereniging voor Letselschade Advocaten. Bovendien is zij nog bezig met de afronding van de basisopleiding en (nog) niet geregistreerd als NIVRE-expert. Verder is niet gebleken hoeveel ervaring zij met personenschadezaken heeft en of zij een keurmerk heeft van het Nationaal Keurmerk Letselschade. Een uurtarief van € 200,00 exclusief btw vindt de kantonrechter dan ook te hoog. Vanwege de hiervoor genoemde omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat een bedrag van € 150,00 exclusief btw een redelijk tarief is voor de werkzaamheden van de belangenbehartiger van [verzoeker] .3 Bij dit uurtarief worden de kantoorkosten geacht daarin te zijn verdisconteerd.
4.24.
De kantonrechter volgt gemeente Schagen en Melior verder in hun standpunt dat de zaak niet de door de belangenbehartiger opgevoerde tijdsbesteding rechtvaardigt die zij begroot wil zien. Het is een overzichtelijk en juridisch inhoudelijk niet heel ingewikkeld deelgeschil. Het verzoekschrift is niet omvangrijk en het verweerschrift bevat geen elementen waarmee de belangenbehartiger van [verzoeker] niet al rekening had gehouden. De belangenbehartiger van [verzoeker] kon in haar spreekaantekeningen dan ook voortbouwen op het fundament dat zij in het verzoekschrift had gelegd. Van belang is verder dat de overgelegde kostenspecificatie ook werkzaamheden bevat die de belangenbehartiger van [verzoeker] heeft verricht in de zaak tegen Greenval. De kosten van beide zaken heeft zij echter niet uitgesplitst. Verder ontbreekt een specificatie van de door haar verrichte werkzaamheden in verband met de zitting in dit deelgeschil.
4.25.
Al met al vindt de kantonrechter, gelet op de aard, de omvang en de complexiteit van de zaak, een tijdsbesteding van zestien uur redelijk: tien uur voor het verzoekschrift, drie uur voor het voorbereiden van de zitting en drie uur voor de zitting. Dat leidt tot een bedrag van (16 x € 150,00 x 21% btw =) € 2.904,00 inclusief btw. Daarbij wordt het door [verzoeker] betaalde griffierecht van € 90,- opgeteld. De kostenbegroting komt daarmee uit op € 2.994,00.
4.26.
Omdat de aansprakelijkheid van gemeente Schagen is komen vast te staan, zal de kantonrechter de kosten niet alleen begroten, maar gemeente Schagen en Melior ook veroordelen tot betaling daarvan. Nu de vergoedingsplicht van gemeente Schagen (en Melior) op 75% is gesteld, is een correctie wegens eigen schuld aan de orde. De kantonrechter sluit aan bij het merendeel van de uitspraken waarin het percentage eigen schuld doortikt naar de kosten ex artikel 1019aa Rv. De kantonrechter zal gemeente Schagen en Melior daarom veroordelen tot betaling van 75% van deze kosten, dus € 2.245,50, aan [verzoeker] .
1Hoge Raad 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079, NJ 1966/136.
2vgl. Hoge Raad 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2283.
3Vgl. gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 oktober 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:6551, en kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, 27 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3862.
Rechtbank Noord-Holland 8 januari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:156