Overslaan en naar de inhoud gaan

RBROT 020226 verzocht 32,5 uur x € 230 + 21%, begroot, niet toegewezen 25 uur x € 230 + 21% = € 6.957.50

RBROT 020226 auto op 80 km/u weg slaat af naar inrit; motorrijder haalt in met 96 km/u; WAM-ass motor erkent aansprakelijkheid; motorrijder is daaraan gebonden
- Als WAM-ass ten onrechte aansprakelijkheid heeft erkent is dat een kwestie tussen WAM-ass en verzekerde
- partijen is gelegenheid geboden om zich uit te laten over gebondenheid aan de erkenning van aansprakelijkheid; rb laat rapport verkeersanalist niet toe tot het procesdossier
- verzocht 32,5 uur x € 230 + 21%, begroot, niet toegewezen 25 uur x € 230 + 21% = € 6.957.50

 

3Wat is er gebeurd?

3.1.

Op 29 oktober 2021 heeft [verzoeker] ernstig letsel opgelopen door een verkeersongeval waarbij [naam] betrokken was. [verzoeker] reed op een motor op een tweebaansweg met doorgetrokken streep waar de maximale snelheid 80 km/uur is. [verzoeker] was bezig met een inhaalmanoeuvre toen hij tegen de auto van [naam] botste. [naam] was op dat moment aan het afslaan om het pad richting haar woning op te rijden. Op de plaats waar [naam] wilde afslaan, was de doorgetrokken streep onderbroken. De schade die [verzoeker] door het ongeval heeft opgelopen, bestaat onder andere uit de gedeeltelijke amputatie van zijn rechterbeen. [naam] had een WAM-verzekering bij Allianz.

3.2.

[verzoeker] kan zich niets meer van het ongeval herinneren. De politie, die ter plaatse kwam, heeft [naam] Allianz als getuige gehoord en haar verklaring in het proces-verbaal opgenomen. Deze verklaring luidt als volgt:

“Bij aanvang van het verhoor deelde ik aan de getuige het volgende mee:

U bent betrokken geweest bij een verkeerongeval met letsel. Om deze reden willen wij van u een getuigenverklaring opnemen. Wat kunt u mij vertellen over het verkeersongeval?

De getuige verklaarde: "Vandaag vrijdag 29 oktober 2021 omstreeks 16:00 uur reed ik in mijn auto, voorzien van kenteken [kenteken], naar mijn huis. Mijn huis is gevestigd aan de [adres]. Vanaf de Schelmseweg moet ik een pad van ongeveer 80 meter in rijden om bij mijn huis te komen. Dit pad leidt alleen naar mijn huis, er zijn dus niet veel personen die dit pad inslaan. De Schelmseweg betreft een tweebaansweg waar de toegestane maximum snelheid 80 kilometer per uur is. Ik kwam uit de richting van Velp en wilde linksaf slaan naar het pad die naar mijn woning leidt. Het was droog en zonnig weer, de zon kwam van voren toen ik over de Schelmseweg reed in de richting van mijn huis. Om deze reden had ik het zonnescherm naar beneden. Op ongeveer 500 meter afstand van de afslag deed ik mijn linker knipperlicht aan en verminderde ik mijn vaart. Toen ik mijn vaart aan het verminderen was heb ik in mijn achteruitkijkspiegel gekeken, ik zag dat er een motorrijder achter mij reed. Ik denk dat de afstand tussen de motorrijder en mij ongeveer 500 meter betrof. Ik zag dat er geen tegemoetkomend verkeer aan kwam rijden op de andere weghelft.

Toen ik afsloeg en voor de helft op de andere weghelft was, voelde en hoorde ik een klap. De airbag van de bestuurderskant ging uit en klapte in mijn gezicht. Hierdoor zat ik even geschrokken, stil in mijn stoel. Hierna heb ik mijn gordel af gedaan en ben ik uit mijn auto gestapt. Ik zag toen op het linker fietspad, vanaf Velp gezien, een motorrijder liggen. Ik zag dat er een motor op het fietspad lag, deze lag dichterbij mij dan dat de motorrijder lag.

Vervolgens zag ik dat de linkerkant van mijn auto flink beschadigd was. Er zat een flinke deuk in de linkerkant van mijn auto. Ook zag ik dat de linker koplamp van mijn auto kapot was. Hierna stopte er een paar mensen die langs kwamen rijden, zij hebben de motorrijder en mij geholpen en toen is 112 gebeld." Nadat de getuige haar verklaring had doorgelezen, verklaarde zij in te stemmen met de verklaring en ondertekende deze.”

3.3.

[verzoeker] was verzekerde onder een WAM-verzekering (met de eigenaar van de motor als verzekeringnemer) bij Bovemij. Op 23 februari 2022 stuurt een medewerker van Quakel Assuradeuren B.V., de gevolmachtigde van Bovemij, aan de belangenbehartiger van [naam], een e-mail met voor zover van belang de volgende inhoud:

“Inzake bovenstaande schade hebben wij onlangs telefonisch contact gehad en het verzoek was om na te gaan of de bestuurder van de motorfiets nog bereid is om zijn kant van het verhaal op papier te zetten. Via de motorzaak heb ik het telefoonnummer van de zus van de bestuurder gekregen. Zij hebben regelmatig contact met haar gehad vlak na het ongeval. Zij vertelde echter dat haar broer zich niets van het ongeval meer kan herinneren en daarom is hij niet in staat om zijn verhaal aan te leveren.”

3.4.

Op 28 februari 2022 heeft Bovemij, aan de belangenbehartiger van [naam] een e-mail gestuurd met onder andere de volgende inhoud:

“Excuses voor de late reactie. Onze verzekerde kan zich niets meer van het ongeval herinneren. Op basis van het schadeformulier van uw cliënte en het politierapport kunnen wij de aansprakelijkheid erkennen.”

3.5.

[verzoeker] heeft Allianz op 2 februari 2023 aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van het ongeval. Allianz heeft op 28 juni 2023 de aansprakelijkheid afgewezen.

3.6.

Allianz heeft daarna Ongevallen Analyse Nederland (hierna: OAN) ingeschakeld om onderzoek te doen naar de toedracht van het ongeval. Het rapport van OAN van 22 november 2023 bevat de conclusie dat de botssnelheid van [verzoeker] minimaal 96 km/uur is geweest. Allianz heeft [verzoeker] daarna op 8 december 2023 laten weten dat zij haar standpunt wat betreft de aansprakelijkheid handhaaft.

3.7.

[verzoeker] heeft daarna zijn huidige advocaat ingeschakeld en Allianz op 30 april 2024 verzocht om, met toepassing van de billijkheidscorrectie, 90% van zijn schade te vergoeden. Allianz heeft dit op 10 juli 2024 geweigerd.

4Het geschil

4.1.

[verzoeker] verzoekt (samengevat), bij wijze van een deelgeschil volgens artikel 1019w Rv, de rechtbank om, in een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking,

I. voor recht te verklaren dat [naam]/Allianz aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] als gevolg van het verkeersongeval van 29 oktober 2021 heeft opgelopen,

II. voor recht te verklaren dat Allianz gehouden is om de volledige geleden en nog te lijden schade van [verzoeker] te vergoeden,

III. de kosten van deze procedure te begroten conform de opgave van de advocaat van [verzoeker] en Allianz te veroordelen om deze kosten inclusief het griffierecht aan [verzoeker] te betalen.

Bij akte na mondelinge behandeling is de vordering jegens [naam] ingetrokken.

4.2.

Allianz voert verweer en verzoekt primair afwijzing van de verzoeken van [verzoeker], subsidiair dat de vergoedingsplicht van Allianz volledig vervalt, en dat de kosten van de deelgeschilprocedure niet worden begroot en voor rekening van [verzoeker] blijven.

5De beoordeling

Het rapport van Baan Hofman wordt niet toegelaten

5.1.

[verzoeker] heeft bezwaar gemaakt tegen de toelating van het rapport van Baan Hofman dat Allianz bij haar akte van 28 november 2025 heeft overgelegd. Dat bezwaar slaagt. Het rapport wordt niet toegelaten tot het procesdossier. In deze situatie verzet de goede procesorde zich hiertegen. Partijen hebben na de mondelinge behandeling de gelegenheid gekregen om zich bij akte uit te laten over de vraag of [verzoeker] gebonden is aan de erkenning van aansprakelijkheid door Bovemij. Voor nadere bewijslevering omtrent de toedracht is geen gelegenheid gegeven. Bovendien is de rechtbank met [verzoeker] eens dat niet valt in te zien waarom het rapport in zo’n laat stadium pas wordt ingebracht, terwijl het gebaseerd is op feiten die al lang bekend waren.

[verzoeker] is gebonden aan de erkenning van aansprakelijkheid door Bovemij

5.2.

De vraag die partijen verdeeld houdt is of Allianz aansprakelijk is voor de schade van [verzoeker]. Voor beoordeling van de aansprakelijkheid is pas ruimte als [verzoeker] niet gebonden is aan de erkenning van aansprakelijkheid voor het ongeval door Bovemij.

5.3.

Volgens vaste jurisprudentie staat het een aansprakelijkheidsverzekeraar in beginsel niet vrij om terug te komen op een jegens een derde gedane erkenning dat zijn verzekerde jegens die derde aansprakelijk is. De erkenning door de WAM-verzekeraar bindt echter niet zonder meer de verzekerde van de aangesproken verzekeraar ten aanzien van de claim die de verzekerde bij de wederpartij neerlegt. In dat geval is de vraag of de benadeelde er in de gegeven omstandigheden op mocht vertrouwen dat hij ook de verzekerde aan die erkenning door de verzekeraar kon houden. De vraag is dus of de mail van Bovemij waarin zij aansprakelijkheid erkent (r.o. 3.3.), in de gegeven omstandigheden door Allianz zo is opgevat – en ook als zodanig opgevat mocht worden – dat Bovemij namens [verzoeker] aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkende, niet alleen waar het ging om de gevolgen voor [naam] als verzekerde van Allianz maar ook om de gevolgen voor [verzoeker].

5.4.

[verzoeker] voert ter onderbouwing van zijn stelling dat hij niet gebonden is aan de erkenning van Bovemij allereerst aan dat de erkenning niet namens hem is gedaan, omdat Bovemij geen contact met hem heeft opgenomen voorafgaand aan de erkenning en dus geen hoor en wederhoor heeft toegepast. Ten tweede stelt hij dat het niet duidelijk is op basis van welke informatie Bovemij aansprakelijkheid heeft erkend. Tot slot stelt hij dat het aannemelijk is dat Bovemij om proceseconomische redenen heeft besloten om de schade van de verzekerde van Allianz van € 1.000,- te betalen, zonder de discussie aan te gaan over de aansprakelijkheid.

5.5.

Naar het oordeel van de rechtbank mocht Allianz er gerechtvaardigd vanuit gaan dat de mail van Bovemij van 28 februari 2022 een erkenning van aansprakelijkheid voor alle gevolgen van het ongeval inhield en is [verzoeker] aan deze erkenning gebonden. De argumenten van [verzoeker] zijn niet voldoende om te concluderen dat Allianz de erkenning van Bovemij anders had moeten begrijpen of rekening moest houden en de rechtbank ziet daar verder ook geen aanleiding voor. Dat wordt als volgt toegelicht.

5.6.

Het gaat het erom wat Allianz mocht begrijpen uit de mail van Bovemij. Dat Bovemij geen contact zou hebben gehad met [verzoeker] voorafgaand aan het erkennen van aansprakelijkheid, wordt nu door Allianz betwist. Zij wijst in dit kader op de door [verzoeker] ingebrachte e-mail van Quakel Assuradeuren B.V. waarin wordt aangegeven dat er contact zou zijn geweest met de zus van [verzoeker], maar dat toen is aangegeven dat [verzoeker] zich niets meer van het ongeval kon herinneren en dus niet zijn versie van het verhaal kon vertellen. Of Bovemij nu wel of geen contact heeft gehad met [verzoeker], al dan niet via een tussenpersoon, is niet relevant voor deze kwestie, want dit was toentertijd niet kenbaar voor Allianz. Uit de onder 3.4 geciteerde mail kon en mocht Allianz opmaken dat Bovemij wel contact met [verzoeker] had gehad.

5.7.

Ten tweede is het, anders dan [verzoeker] stelt, duidelijk op basis waarvan Bovemij aansprakelijkheid heeft erkend, namelijk het door [naam] ingevulde schadeformulier en het politierapport. Dat staat duidelijk in de betreffende mail (r.o. 3.3.). Tegen de achtergrond van de omstandigheid dat [verzoeker] zich de toedracht niet kon herinneren waren die twee stukken in beginsel voldoende voor Bovemij om haar standpunt over de aansprakelijkheid te bepalen. In de mails is ook geen voorbehoud gemaakt aangaande nader te verrichten onderzoek.

5.8.

Ten slotte is het mogelijk dat Bovemij er vanuit praktisch oogpunt voor heeft gekozen om de schade van [naam] te betalen en niet de discussie aan te gaan over de toedracht van en aansprakelijkheid voor het ongeval, maar dat blijkt evenmin uit de mails en was dus voor Allianz niet kenbaar. Daarom is dat onvoldoende om te concluderen dat [verzoeker] niet gebonden is aan de erkenning.

5.9.

De erkenning van Bovemij is bovendien ongeclausuleerd. Bovemij maakt geen onderscheid tussen de gevolgen voor de ene ([naam]) of de andere betrokkene ([verzoeker]) , gaat niet in op eventuele eigen schuld van één van partijen en maakt als gezegd geen voorbehoud voor, bijvoorbeeld, het inwinnen van nadere informatie.

5.10.

[verzoeker] heeft per saldo onvoldoende gemotiveerd waarom de erkenning van aansprakelijkheid door Bovemij hem niet bindt. Het voorgaande betekent dat [verzoeker] gebonden is aan de erkenning van aansprakelijkheid door Bovemij en dat [verzoeker] Allianz niet, op grond van de WAM, kan aanspreken voor de gevolgen van het ongeval voor [verzoeker]. De verzoeken van [verzoeker] worden dus afgewezen.

5.11.

De rechtbank komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de aansprakelijkheidsvraag. Als het zo is dat Bovemij ten onrechte aansprakelijkheid heeft erkend en [verzoeker] daarvan nadeel ondervindt, is dat een kwestie tussen Bovemij en [verzoeker] waar Allianz en haar verzekerde buiten staan. Geheel ten overvloede merkt de rechtbank op dat de thans beschikbare stukken voorshands de conclusie rechtvaardigen dat [verzoeker] een verkeersfout heeft gemaakt en minst genomen in aanzienlijke mate aan het ontstaan van het ongeval heeft bijgedragen, maar dat [naam] onvoldoende oplettend is geweest.

De kosten

5.12.

De rechtbank dient op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure begroten. Dat geldt ook als een verzoek in het deelgeschil wordt afgewezen. Alleen als het deelgeschil volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, hoeven de kosten van de procedure niet te worden begroot. Daar is in dit geval geen sprake van.

5.13.

[verzoeker] heeft de kosten van deze deelgeschilprocedure begroot op € 9.727,19 inclusief btw. Allianz vindt dat deze kosten moeten worden gematigd, omdat het aantal bestede uren (35,2 uren) bovenmatig is, gelet op de beperkte omvang en complexiteit van het geschil. Daarnaast stelt zij dat de meeste specialistenwerkzaamheden al zijn verricht buiten het BGK-kader en vindt zij dat 15 uur aan werkzaamheden na indiening van het verzoekschrift te fors is.

5.14.

De rechtbank vindt het aantal besteden en toekomstig begrote uren inderdaad bovenmatig, gelet op de relatief beperkte complexiteit van de zaak en het overzichtelijke feitencomplex. De rechtbank acht in redelijkheid 25 uren voldoende. Aangezien Allianz tegen het gehanteerde uurtarief geen bezwaar heeft gemaakt, gaat de rechtbank bij de begroting van de kosten uit van het door de advocaat van [verzoeker] gehanteerde uurtarief van € 230,00. Dit betekent dat de kosten worden begroot op 25 x € 230,00 vermeerderd met 21% btw = € 6.957,50 in totaal.

Uitvoerbaarheid bij voorraad

5.15.

Aangezien het verzoek van [verzoeker] wordt afgewezen en de kosten van deze deelgeschilprocedure enkel begroot worden en Allianz niet wordt veroordeeld om deze te betalen, heeft [verzoeker] er geen belang bij dat de beschikking uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard.
Rechtbank Rotterdam 2 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1166